Dinsdag 15/10/2019

Vallen en opstaan: een medium in opbouw

jaaroverzicht

stripjaar 2003: terugblik en lijstjes

Het was me het stripjaartje wel. De zogenaamde literaire strip is aan zijn definitieve opmars begonnen, filmproducenten schuimen nog altijd de markt af op zoek naar stripscenario's, de superheldenindustrie bereikte een absoluut hoogtepunt en de Vlaamse stripscene schrikt stilletjes aan wakker na een een lange comateuze toestand. Een terugblik op 2003 en twee lijstjes met de beste strips van het afgelopen jaar.

Brussel

Van onze medewerker

Geert De Weyer

Tweeduizend en drie was het jaar waarin de ene na de andere superheld zijn superei op het witte doek mocht leggen, met Spider-Man, The Hulk, The League of Extraordinary Gentlemen, Daredevil en X-Men op kop. In de slipstream daarvan werden tientallen dvd's op de markt gebracht met oud materiaal als de Hulk-series met Lou Ferringo of Bill Bixy, oude klassiekers als Swamp Thing of een rits animatiereeksen met helden als Wonderwoman, Batman, Superman, JLA... in de hoofdrol, die anders wellicht nooit op een schijfje gebrand zouden worden. Die hype zou echter volgens David Goyer, scenarist van de eerste Blade- en de op stapel staande nieuwe Batman-film, na drie jaar als genre doodbloeden. Ook de Europese stripscene heeft geen reden tot klagen. Momenteel wordt ze door de (internationale) filmbonzen in de armen gesloten. Michel Vaillant en Corto Maltese kregen al een bioscoopversie, binnenkort volgen onder meer Blueberry, Suske en Wiske, Kuifje, Blake en Mortimer en Bloedbruiloft (Van Hamme/Hermann).

Ondertussen wordt ook duidelijk dat steeds meer (animatie-)filmstudio's hun scouts uitsturen. Een auteur met een beetje talent of een beetje goed lopende reeks, heeft allang een filmoptie op zak. Een ander opmerkelijk feit is niet alleen de steeds prominentere aanwezigheid van de zogenaamde literaire strips als uitgegeven door onder meer Atlas (Persepolis, Marcel Proust...) en De Bezige Bij (De Avonden), maar ook de verschuiving naar de traditionele strip en terug. Ook in de hier gepubliceerde lijstjes valt dat op. Zo is 'De Kat van de Rabbijn' een strip die in beide genres zou passen, net als De Dérisoire of zelfs het laatste deel van 'Ragebol', een stijloefening in filosofie en spiritualiteit. Grafisch mag het dan speels en klassiek zijn, inhoudelijk is het een ander paar mouwen.

Getekend in een andere stijl, als bijvoorbeeld die van Baudoin, zouden ook elitairdere lezers zwichten voor 'Ragebol'. En gaf Tom Bouden jarenlang zijn albums in eigen beheer uit, dan zal ook hij binnenkort onder de vleugels van Atlas een nieuw publiek aanboren. Echter, als de trend van de literaire strip zich doorzet, kan dat wel eens in het nadeel spelen van de stripwinkeliers, want steeds meer boekhandelaren krijgen strips toegestuurd én snijden, hopelijk en wellicht, een nieuw publiek aan dat tot nu toe ver weg werd gehouden van beeldplaatjes. Het afgelopen jaar klaagden ze steen en been over de distributie van strips en hekelden ze het feit dat distributeurs met meerdere petjes zitten. Misschien is samenwerken wel een oplossing en moet de oprichting van een overkoepelde organisatie als Co-Libro, die in het boekwezen de zelfstandige boekhandelaars bijeen bracht en onder meer goedkopere aankoopprijzen niet enkel exclusief maakte voor ketens, overwogen worden. De onderlinge ruzies tussen de stripwinkeliers doet jammer genoeg wellicht anders vermoeden. Over vijf jaar schrikken ze zich wellicht het apelazerus en snotteren ze mogelijk hun zakdoeken vol. Ook daar is een taak weggelegd voor Boek.be, maar laten we dan vooral de uitgevers niet vergeten blameren, die qua promotie een hopeloze indruk maken. Zelfs op een uitgelezen evenement als de Boekenbeurs laten ze promotiekansen onbenut en krijgt (strip)lezend Vlaanderen een beeld opgevoerd als zou de Negende Kunst enkel gestoeid zijn op de Vlaamse (commerciële) volksstrip, met verklede Suskes en Wiskes, het uitdelen van kartonnen Robbedoes-petjes en wat signerende auteurs. En wat heeft komend jaar Antwerpen Boekenstad voor de strip in petto? En speelt de literaire lente in op de nieuwe striptrends?

2003 was ook het jaar waarin (strip)journalisten opvallend hard van zich afbeten en erop wezen dat de stripscene dringend aan herbronning toe is. Zo deed Patrick Van Gompel (DM 24/11) een boekje open over recensenten, het stripbeleid van de overheid en de attitude van de Werkgroep Strips van van het Fonds der Letteren. Toeval of niet, maar enkele weken na zijn repliek gaf de voorzitter van de werkgroep zijn ontslag. De aanval op bepaalde recensenten had wel degelijk een functie. Hun positie is in een sector die langzaam de kinderschoenen ontgroeit veel belangrijker geworden dan vroeger. Met de officiële erkenning kwamen ook de subsidies en het traditionele getouwtrek over de verdeling ervan. Het medium wordt steeds belangrijker en de te verdelen koek steeds groter. Had de strip tien jaar geleden nog een underdogpositie, dan zou diezelfde underdog wel eens big business kunnen worden. Met zo'n besef zijn ellebogenwerk, gemanipuleer, gelobby en belangenverstrengeling haast onvermijdelijk. Van Gompel verweet enkele recensenten een te elitaire houding ("strips worden ook op het toilet gelezen") en merkte op dat sommigen zichzelf belangrijker vonden dan hun onderwerp. De integriteit was volgens hem zoek. Dat werd nog het duidelijkst toen de Nederlander Dick Matena de eerste prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor strips, de Bronzen Adhemar en 12.500 euro, kreeg op de, overigens, steeds in aanzien winnende Turnhoutste Stripdagen. "De lafste der lafste adaptaties ooit", schreef een recensent die blijkbaar alle adaptaties gelezen heeft. Het was het begin van een bijna flamingante hetze tegen de auteur en de Bronzen Adhemar-jury. Opmerkelijk was dat de kritiek steeds scherper werd naarmate de uitreiking naderde. Recensenten die hem eerst hadden bejubeld, sabelden hem na bekendmaking van de prijs plots ongegeneerd neer. Nog opmerkelijker was de bocht van honderdtachtig graden die velen onder hen maakten na de prijsuitreiking op de Turnhoutste Stripdagen. Het gesmaakte showelement, het charisma van de auteur en de uitvergroting van diens plaatjes, geprojecteerd op een reuzenscherm deed hen plots nog maar eens van toon veranderen. Matena was dan plotseling wel weer goed. Niettemin is er in de media ook een gunstige evolutie merkbaar. Nederlandse kranten berichten steeds vaker over strips en wat meer is: het zijn ook vaak boekrecensenten en volwaardige journalisten die het betere beeldverhaal professioneel gaan lezen. Ook uitgeverijen lijken de crisis te boven te komen. Dargaud tekende de afgelopen maanden voor een erg goed fonds, Oog & Blik kwam op kruissnelheid, Talent stelde samen met die laatste het Toog-fonds op, het enige Vlaamse striptijdschrift Ink kon er dankzij een subsidie weer een jaartje tegenaan en het stripmagazine won met bladen als het Franse Bang! en het Nederlandse Myx opnieuw aan belangstelling.

Een mogelijke nieuwe trend werd ook gestart door Glénat. Voor de historische reeks 'De Tien Geboden' schreef één scenarist verhalen voor tien verschillende tekenaars. Enkele maanden geleden kwam ook Dargaud met eenzelfde principe op de proppen met 'De Nieuwe IJstijd', naar de boeken van G.J. Arnaud. Verwacht wordt dat die trend zal worden opgevolgd. Het geeft auteurs immers vrij spel en laat hen toe in zijprojecten mee te spelen.

Als laatste liet afgelopen jaar ook de commerciële (volks)strip van zich horen. Nadat 'Urbanus' zijn twintigste verjaardag, 'De Rode Ridder' zijn tweehonderdste album en 'Kiekeboe' zijn honderdste album vierde, verdween 'Nero' na 217 albums van het toneel. Marc Sleen treurde, maar beseft dat hij na meer dan een halve eeuw geen verliezer dan wel een winnaar is. Kortom: door de band genomen een goed jaar voor het stripwezen, maar indien het medium in onze contreien meer geloofwaardigheid ambieert, dan is het hoog tijd dat de bitsige achterhoedegevechten gestaakt worden en dat zowel de overheid, de sector als de pers het medium op een professionele manier benaderen. Wie slim is, doet dat nu en niet volgend jaar.

De strip heeft zijn underdogpositie al verlaten. Ze bijt nog niet, maar blaft al wel. TOP-10 Alternatieve en/of literaire strip 1. Persepolis (Marjane Satrapi, Atlas)

2. Het Geluid van Rijp (Mattotti & Jorge Zeitner, Oog & Blik)

3. Ibicus (Rabaté, Oog & Blik)

4. Blankets (Craig Thompson, Top Shelf)

5. De Dérisoire (Talent, collectie Carré)

6. De Stem van het Volk (Tardi, Casterman)

7. De Avonden (Gerard Reve/Dick Matena, De Bezige Bij)

8. De Kat van de Rabbijn (Joan Sfarr, Atlas)

9. Samber (Bernard Hislaire, Glénat)

10. Ragebol 5, Een Faun op mijn Schouder (Frank, Dupuis) TOP-10 Populaire en/of traditionele strip

1. Don-Jon (Trondheim & Joan Sfarr, Uitgeverij M)

2. Blacksad (Guarnido & Canales, Dargaud)

3. Murena (Dufaux & Delaby, Dargaud)

4. Betelgeuze (Léo, Dargaud)

5. Sky-doll (Barbucci & Canepa, Talent)

6. Single (Hanco Kolk & Peter de Wit, De Harmonie)

7. Coma (Steven Dupré, Glénat)

8. Lincoln 1 (Olivier & Jerome & Anne-Claire Jouvray (Talent)

9. Jerome.K. Jerome Bloks, Gravin-tweeluik (Dodier, Dupuis)

10. De Tien Geboden (diverse auteurs, Glénat)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234