Woensdag 11/12/2019

Terreur

Vallen de Belgische bommen altijd juist?

Een luchtbombardement heeft een wijk in Mosoel platgelegd. Beeld REUTERS

Waar gebombardeerd wordt, vallen onschuldige doden. Dat lijkt onontkoombaar, een wet van verwrongen staal. Toch is het Belgisch leger formeel: 'Wij maken geen burgerslachtoffers in de oorlog tegen IS.' Of dat klopt valt amper te controleren.

Maart 2017 is de dodelijkste maand sinds de start van de oorlog tegen IS, twee jaar terug. Terwijl de terreurbeweging zich verschanst in zijn bolwerken Mosoel en Raqqa, loopt het aantal gemelde burgerdoden steil op. Ngo’s die zich bekommeren om de onschuldige doden hebben afgelopen maand zowat 1.000 slachtoffers toegewezen aan bombardementen door de internationale coalitie (dertien landen waaronder België). Dat is tot vijf keer meer dan anders.

Het gaat onder meer om een aanval in de provincie Aleppo. Volgens de Verenigde Staten is daarbij een groep hooggeplaatste Al Qaida-leden omgebracht. Volgens lokale bronnen veertig burgers die in een moskee aan het bidden waren. Of een bombardement in Raqqa, waarbij een school is geraakt die als schuilplek dienst deed voor vluchtelingen. En dan is er nog de aanval van 17 maart in het westen van Mosoel. Daarbij zouden tot 200 burgers zijn bedolven onder het puin van instortende gebouwen.

Beeld Bart Hebben

De internationale coalitie tegen IS onderzoekt of er fouten zijn gemaakt bij het bombardement in West-Mosoel. Ook het Belgische leger moet meer informatie verschaffen. Het staat vast dat de Belgische F-16’s die dag vluchten uitvoerden in de omgeving van Mosoel. Aan de piloten is gevraagd om alle data die hun toestellen verzamelden door te spelen. In België overweegt het federaal parket om een onderzoek te starten. Dat is de gebruikelijke gang van zaken wanneer er aanwijzingen zijn dat Belgische luchtaanvallen mogelijk voor burgerdoden hebben gezorgd.

300 missies, 0 burgerdoden

Tot nu toe was minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) altijd formeel: de Belgische F-16’s hebben tijdens 300 missies 0 burgerdoden gemaakt. Of dat klopt valt moeilijk te controleren. In tegenstelling tot de Amerikanen en de Fransen werkt het Belgisch leger niet samen met ngo’s om achteraf na te gaan of er slachtoffers zijn gevallen bij een aanval.

“België voert een geheime oorlog. Het land is consequent bij de minst transparante leden van de internationale coalitie”, schrijft de ngo Airwars in zijn rapport Limited accountability over de luchtoorlog tegen IS. “Terwijl coalitiepartners zoals de VS, Frankrijk en Canada op regelmatige basis vertellen waar en wanneer ze bombarderen, blijft België dat weigeren. Zelfs Turkije en Saudi-Arabië geven meer informatie."

Het Belgische leger organiseert wel om de zoveel maanden een persmoment, waar cijfers worden gedeeld over het aantal missies in elke regio. Exacte locaties en tijdstippen van de aanvallen worden er echter niet gegeven. De Kamer mag die gegevens inkijken maar alleen achter gesloten deuren en op voorwaarde van zwijgplicht. Zo blijft het lastig om te checken of de bommen juist terechtkomen. 

Beeld Bart Hebben

De oppositiepartijen sp.a en Groen vragen al langer om meer transparantie. Vandeput lijkt niet van plan om toe te geven. Volgens hem zou dat de veiligheid van de gevechtspiloten in gevaar kunnen brengen. België is een kleine coalitiespeler, met maar een handvol piloten. Hun identiteit zou te snel in gevaar komen. Eerder zei Vandeput ook al dat het "niet de gewoonte is van het leger" om constant te communiceren. Volgens hem volstaat de controle in het parlement.

“Ik ben ervan overtuigd dat alles wordt gedaan om slachtoffers te vermijden”, zegt Kamerlid Wouter Devriendt (Groen). “Maar we moeten open zijn.” Hij vindt: als België ooit betrokken raakt bij burgerdoden, moet het publiek dat weten. “Misschien wil het leger vermijden dat de vijand patronen ontdekt in de missies”, denkt defensiespecialist Sven Biscop van de UGent. “Maar iets meer info zou wel mogen. Al is het maar om te tonen dat we voorzichtig zijn.”

Rode kaart

Want dat lijkt vast te staan: het Belgisch leger neemt een marge. Als onze F-16’s gevraagd worden voor een aanval, wordt die een op de vier keer geweigerd. Dit gebeurt door de red card holder, een militair die vanuit het hoofdkwartier van de coalitie in Qatar elke vlucht op de voet volgt. Hij krijgt daar alle inlichtingen, ziet alle beelden en moet de definitieve beslissing maken. Aan de man – zijn naam blijft geheim – is gevraagd om uiterst voorzichtig te werken. Naar verluidt soms tot irritatie van de coalitiegenoten.

Beeld Bart Hebben

Maar: zodra het licht toch op groen gaat, is het ook het Belgisch leger nooit 100 procent zeker welke schade zijn bommen toebrengen. De simpele reden: meestal wordt er gebombardeerd in IS-gebied. Het lukt zelden om daar achteraf de schade op te meten op de grond. De camera’s van de F-16’s zijn evenmin zaligmakend. Piloten geven toe dat er na de bominslag op hun scherm niet veel meer te zien is dan een dikke stofwolk.

“We hebben moeite met de Belgische claim dat er nul burgerdoden zijn gevallen”, zegt Eline Westra van Airwars. “Als de minister eerlijk is, zegt hij dat hij het niet zeker weet.” Westra wijst erop dat België de afgelopen maanden vooral in dichtbevolkt gebied bombardeert. 87 procent van de vluchten wordt uitgevoerd rond Mosoel en Raqqa. Wat het risico op collateral damage verhoogt. 

Bovendien zijn de Belgische F-16’s uitgerust met zware bommen. Dat terwijl Nederland precisiebommen gebruikt. België heeft die besteld, maar wacht op de levering.

“In Syrië en Irak vallen nu elke dag tientallen burgerdoden”, zegt Westra. “Het kan dat België daar nooit bij betrokken is, maar we kunnen het niet controleren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234