Dinsdag 19/01/2021

Valkuilen van het verleden

Tony Judt is somber over de versnipperde idealen van de twintigste eeuw

In zijn ambitieuze en bevlogen verzameling essays in De vergeten twintigste eeuw jammert Tony Judt met verve dat we de recente geschiedenis én de woelige twintigste eeuw in een mum van tijd van onze harde schijf hebben gewist. Haarfijn toont hij aan hoe gevaarlijk het is om zo snel ons collectief geheugen overboord te gooien. Door Joseph Pearce

Als Tony Judt zou horen dat Donald Duck het favoriete blad van de universiteitsstudenten in Nederland is, zou zijn gal wellicht bovenkomen. Volgens de Britse historicus en succesauteur hebben intellectuelen immers zowel de plicht om na te denken over "de tragische keuzes van hun tijd" als de opdracht om "dogmatisch geloof en cultureel provincialisme" af te zweren. Bovendien zou Judt de geestdrift voor Kwik, Kwek en Kwak als een voortvloeisel zien van de triviale en zichzelf feliciterende 21ste eeuw, een eeuw die naar zijn smaak ofwel de recente geschiedenis heeft gewist ofwel de herinnering eraan niet gebruikt om er lering uit te trekken.

In De vergeten twintigste eeuw probeert Judt daarom aan te tonen dat wij die eeuw grondig in ons collectieve geheugen moeten bewaren, anders lopen we het risico dat we met open ogen in de valkuilen van het verleden lopen. "We hebben de twintigste eeuw met een overdaad van vertrouwen en een gebrek aan reflectie achter ons gelaten", aldus Judt. Zijn niet mis te verstane opinies staan in 23 bezielende essays en recensies die hij tussen 1994 en 2006 voor onder meer The New York Review of Books en The New York Times heeft geschreven. Judt verdeelt ze in vier blokken. In 'Hart der duisternis' maakt hij de balans op van de geestelijke nalatenschap van Arthur Koestler, Primo Levi, Manès Sperber en Hannah Arendt, vier reuzen van de Republiek der Letteren. Ook in 'De politiek van het intellectuele engagement' maakt hij de rekening van grote geesten zoals Albert Camus, Edward Said en Eric Hobsbawm. In het derde deel bezoekt hij plaatsen en herinneringen die bij de overgang naar deze eeuw verloren zijn gegaan. Israël en Frankrijk, maar ook België krijgen hier een podium. In het laatste deel neemt hij De Amerikaanse (halve) eeuw onder een kritische loep.

In een boeiende inleiding legt Judt eerst uit waarom wij de verkeerde richting uitlopen. Hij destilleert acht stellingen uit zijn teksten en poneert ze als onwrikbare waarheden. Aangezien hij in zijn portretten en recensies voortdurend nuanceringen en correcties aanbrengt en vooroordelen en veralgemeningen op de vingers tikt, valt het daarom des te meer op dat Judt hier van geen wijken wil weten. Zijn definitieve vonnis? Voor Amerika is oorlog een (eerste) keuze, voor de rest van de ontwikkelde wereld een laatste optie. De welvaartsstaat staat op instorten. De democratie loopt kreupel. De intellectueel werkt mee aan zijn eigen ondergang. De ideeën en idealen van de twintigste eeuw zijn in de versnippermachine beland. We denken dat we het kwade in onszelf hebben bezworen. We denken dat terrorisme een hedendaags verschijnsel is en we verheffen het bovendien tot een morele categorie, waardoor we deze "alledaagse vorm van politiek gemotiveerd geweld" tot een "ideologische abstractie en een wereldwijde vijand" uitroepen. En we zijn er ten slotte rotsvast van overtuigd dat we in een zonovergoten landschap van "vrede, democratie en de vrije markt" kuieren.

Als Judt spreekt, doen we er goed aan te luisteren, want Judt is erudiet en belezen en begiftigd met een olifantengeheugen, een messcherp verstand en een even scherpe pen. En vooral: hij nodigt uit tot reflectie en discussie. Discussie is het elixir van de intellectueel, en Judt zet bij elk van zijn opinies een fles ervan op tafel. Zo kun je je afvragen of het Joods-communisme na 1945 inderdaad niet alleen een antisemitische kreet in nationalistische kringen in Polen was maar ook "een paar cruciale jaren lang (verwees) naar een werkelijkheid". Onlangs nog heeft Jan T. Gross in Angst (2007) die hele kwestie naar het rijk der fabelen verwezen. En waarom kan Judt met de beste wil van de wereld geen goed woord over Tony Blair uit zijn strot persen? Blair was de Nepleider van een Nepland, aldus Judt, de Tuinkabouter in de nationale Tuin der Vergetelheid. Blairs onechtheid is niet gekunsteld, gaat Judt verder, en terwijl Margaret Thatcher van privatisering hield, hield Tony Blair doodgewoon van rijke mensen. Allemaal erg leuk, maar welke substantie schuilt er achter die waterval van hilariteit?

Duelleren met Judt is niet het enige genot dat dit boek verschaft. Zogoed als elke tekst is ook een klein meesterwerk en een klassieke bijdrage aan zijn onderwerp. Als de Franse historicus Jacques Revel over het Franse hof schrijft, zo Judt, doet hij dat "met zoveel zinspelingen, subtiliteit en betekenisvolle elementen dat men de indruk krijgt de hele vertrouwde geschiedenis voor het eerst te horen en te begrijpen". Je zou dezelfde lof Judt kunnen toezwaaien. En ten slotte is er de Judt die de reputaties van belangwekkende ideeën en grote denkers sub specie aeternitatis bekijkt. Reputaties bestaan enkel om ze tegen het licht te houden en ze zorgvuldig te wikken en te wegen. Judt houdt daarbij vooral van "vooruitziende reizigers", zoals Manès Sperber, Leszek Kolakowski of Edward Said en van buitenstaanders zoals Arthur Koestler, Albert Camus of Whittaker Chambers, de Amerikaan die in de jaren dertig voor de Sovjet-Unie spioneerde en in de jaren vijftig zijn geloofsgenoot Alger Hiss aan de galg praatte. Zulke cavaliers seuls hebben in hun bagage altijd "ontwrichting en conflicten" gepakt, prijst Judt. Zijn gif spaart hij voor al diegenen die aan hun ongelijk vasthangen, ook al weten ze dat ze ongelijk hebben. Daarom blijft er van de Franse filosoof Louis Althusser geen spaander heel en maakt hij de Britse historicus Eric Hobsbawm ongenadig af, omdat die weigerde "het kwaad in de ogen te kijken en te benoemen". En wat was het kwaad? Het communisme, die "barbaarse, dictatoriale dwaalleer", want "het stalinisme (was) niet zomaar een verbastering van het leninistische Utopia (...), maar juist de kern ervan". Andere vijanden van Judt zijn de Verenigde Staten en Israël. Zijn analyse van de Israëlisch-Palestijnse impasse en van de arrogante zelfverheerlijking van Amerika is ronduit meesterlijk.

Moeten we Judts waarschuwingen voetstoots aan boord nemen? In zijn epiloog blijft Judt bij zijn standpunten. Hij kan niet anders, concludeert hij tot zijn spijt. Aan de ene kant overtuigen de politici ons ervan dat we de ideologische en sociale veldslagen hebben gewonnen, aan de andere kant houden ze ons voor dat we bang moeten zijn voor nieuwe vijanden. En angst is besmettelijk en op den duur dodelijk. "Zoals de grote hervormers van de negentiende eeuw maar al te goed beseften,' besluit Judt somber, 'bloedt het sociale vraagstuk niet vanzelf dood als het genegeerd wordt. Het gaat op zoek naar radicalere antwoorden'. We slaan zijn goede raad op eigen risico in de wind.

Tony Judt

De vergeten twintigste eeuw

Oorspronkelijke titel: Reappraisals. Reflections on the Forgotten Twentieth Century

Vertaald door Hanneke Bos en Wybrand Scheffer

Uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen, 488 p., 49,95 euro

Discussie is het elixir van de intellectueel en Tony Judt zet bij elk van zijn opinies een fles ervan op tafel

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234