Vrijdag 06/12/2019

Valium voor multi-culti's

Ongeïnspireerde exotiek: Brigitte Raskin. 'Radja Tanja'

Bert Bultinck / Foto Filip Claus

Soms zou je toch denken dat er echt iets mis is met de schone letteren in Vlaanderen. Laten we het niet hebben over matige tot slechte debuten. Er zijn er te veel van, maar je hoeft je er niet per se over op te winden - rommelige structuur, enthousiaste oppervlakkigheid, goedkope romantiek, ach ja, alle begin is moeilijk. Laten we het ook niet hebben over de toplaag van interessante tot absoluut fascinerende auteurs - er zijn er te weinig van, maar ze bestaan wel, gelukkig. Maar als het nieuwe boek van een gevestigde, gelauwerde Vlaamse schrijfster een richtingloze en vooral ongeïnspireerde indruk nalaat, dan bekruipt je het onplezierige gevoel dat veel Vlaamse auteurs doodgewoon geen zin hebben om een overrompelend, indringend boek te schrijven. Radja Tanja, de nieuwe roman van Brigitte Raskin, is dermate badinerend ongevaarlijk, getuigt van een dermate mak arrivisme dat je er bijna kwaad van wordt.

Het begint nochtans allemaal niet zo kwaad met een bespiegeling over de naam Savu, Sabu of Sawu, het kleine Indonesische eiland waar dit verhaal zich grotendeels afspeelt. Elk van de drie mogelijke vormen van de naam weerspiegelt namelijk een andere politieke, historische en misschien zelfs ideologische benadering van het eiland: voor de Nederlandse veroveraars heette het Savu, voor de huidige Indonesische machthebbers is het Sabu, en de autochtone bevolking spreekt van Sawu. Maar net op het ogenblik dat je een beetje warm bent gemaakt voor een iets diepgaander verhaal, waarschuwt Raskin de lezer: "(Sinds mijn bezoek) is er veel op Sawu veranderd. Zie Sawu alleen zoals ik het u beschrijf, als het verloren paradijs van de Tanja's en het vaderland van hun nakomelingen." Nou, denk je dan, daar gaan we weer voor enkele uren vlak exotisme, niet eens meer gestuwd door een romantische bezieling, maar klaarblijkelijk louter uit gebrek aan inspiratie. Als je de mensen maar over uitheemse gebruiken en culturen vertelt, dan heb je geen actie, visie, psychologische diepgang of iets als een wereldbeeld meer nodig.

En verdomd, precies zo blijkt het te gaan: Radja Tanja beschrijft hoe de zoon van Sam Tanja, Lex, van Leiden naar Jakarta reist om de begrafenis van zijn vader mogelijk te maken. Daarbij is vooral de rite van de rukatu van belang. De rukatu is het haar van de overledene dat door een van de nabestaanden terug naar Sawu gebracht moet worden. De verteller reist mee, eerst naar Jakarta, waar het haar voorlopig bewaard wordt, en dan met de nodige omwegen uiteindelijk naar Sawu zelf. Ondertussen maken we kennis met een hele reeks weinig kleurrijke personages, zoals de ietwat stuurse Wim Datuk, neef en tegelijk ook gids van Lex in Indonesië, Johan Tanja, oom van Lex en volksvertegenwoordiger, en Maar, eigenlijk Martha, de ongelukkige Vlaamse verpleegster en vrouw van Wim, wier eenzame kreten af en toe toch voor enige onrust zorgen in het paradijs.

Verder is er dus ook aandacht voor de exotiek: zo mag Raskin graag eens wijzen op de uitzonderlijke geslachtsdrift en het machismo van minstens een aantal Indonesiërs, op de volgeladen en bijzonder kleurige vormen van het lokale openbaar vervoer en de uiterst rustige, onbezorgde levensstijl van de Sawunezen.

Naast deze interculturele pepernoten strooit Raskin ook nog wat sociale bezorgdheid en een beetje milieuproblematiek in haar verhaal rond, via het personage Franca, een Nederlandse antropologe die in Sawu gespecialiseerd is. Ze houdt zich vooral bezig met de gezondheid, in het bijzonder die van de Sawunese vrouwen, maar geeft desgewenst ook advies over betere irrigatiemogelijkheden en nieuwe energievoorzieningen. Je krijgt zowaar het gevoel dat het Westen er mee bezig is.

Op de ergerlijkste momenten kan de verteller, overweldigd door het anders-zijn van die verre cultuur, de aandrang niet onderdrukken om een aantal universelere beschouwingen ten beste te geven: "(N)amen en identiteiten van plaatsen worden in de wereld net zo gemanipuleerd en gemaltraiteerd als namen en identiteiten van mensen" is de mooiste van de reeks. Het heeft van ver misschien de vorm van een gedachte, maar als je het terugleest, kun je er in het beste geval eens om lachen.

Maar eigenlijk is het allemaal veeleer triest dan lachwekkend. Radja Tanja is een dodelijk vermoeid, braaf verhaaltje, een gezinspak literair valium voor multi-culti's.

Brigitte Raskin, Radja Tanja, Van Halewyck, Leuven, 175 p., 598 frank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234