Vrijdag 07/08/2020

Vakbondsleiders vogel voor kat in Uribe's Colombia

Het lijkt de kroniek van een aangekondigde dood wel: sinds twee weken geleden de omstreden Colombiaanse president Álvaro Uribe aantrad, is het geweld tegen vertegenwoordigers van vakbonds- en mensenrechtenverenigingen danig toegenomen. Op 15 augustus maakten paramilitaire doodseskaders, waarvan de invloedssfeer zich volgens velen tot Uribe uitstrekt, korte metten met het leven van drie vakbondsmensen. Het reguliere leger riep intussen de pas afgekondigde noodtoestand in om een brute razzia te houden bij een vakbondsman in Cali.

Brussel

Eigen berichtgeving

Lode Delputte

De toekomst oogt erg somber voor wie zich in Colombia met mensen- en arbeidsrechten bezighoudt, twee sectoren die Bogotá traditioneel en gemakshalve als guerrillagezind brandmerkt. Vóór Álvaro Uribe's aantreden zag het plaatje voor het jaar 2002 er al erg onfraai uit. Volgens de CUT, de grootste vakbond van Colombia, werden 115 vakbondsmensen vermoord en verdwenen er acht spoorloos. Zestien CUT-leden werden ontvoerd, tegen twaalf anderen werden aanslagen gepleegd. Een zevental betogingen werd uit elkaar gejaagd en diverse vakbondslui kregen met gewelddadige huiszoekingen te maken. Hoeveel Colombiaanse vakbondsmensen en mensenrechtenverdedigers precies met de dood bedreigd worden en de wijk namen of dat van plan zijn te doen, is niet bekend. Zeker is dat hun belagers voluit straffeloosheid genieten.

Dat de komst van de rechts-liberale hardlijner Álvaro Uribe terzake weinig goeds belooft, daarover zijn alle betrokkenen het eens, al was het maar omdat de nieuwe president meteen na zijn aantreden de noodtoestand afkondigde. Zodoende werd de begroting voor militaire uitgaven drastisch verhoogd en werd een aantal fundamentele burgerrechten voorlopig ingeperkt. Dat laatste mocht onder anderen CUT-mensenrechtenverdediger Jesús Antonio González Luna aan den lijve ondervinden: de Derde Brigade van het reguliere leger viel op 16 augustus midden in de nacht diens woning in de buurt van Cali binnen en haalde haar overhoop met de uitleg dat er naar wapens en subversief materiaal gezocht werd. "Als er een procedure tegen mij is ingeleid omdat ik vakbondsleider en mensenrechtenverdediger ben," reageerde González Luna in een mededeling, "dan moet ik daarvan op de hoogte worden gebracht. Als ik op deze manier vervolgd word, lijkt het erop dat ik als een misdadiger of erger word beschouwd. Als de regering vindt dat het een misdaad is om de mensenrechtenschendingen waarvan wij het slachtoffer zijn aan te klagen, zullen we de wereld daarvan op de hoogte brengen."

Kwam González Luna er heelhuids van af, dan was drie andere CUT-leden een erger lot beschoren. In het dorp Tibú, in het departement Santander, werd CUT-petroleumarbeider Felipe Mendoza op 15 augustus door extreem-rechtse paramilitaire doodseskaders zijn huis uitgesleept en een kwartier later vermoord aangetroffen. Dezelfde dag werd in het dorpje Miranda, in het departement Cauca, CUT-verpleegster Amparo Figueroa omgebracht.

Figueroa was naar Miranda verhuisd nadat de doodseskaders haar met de dood bedreigd hadden, maar die wisten haar te vinden. In het departement Sucre ten slotte werd, ook op 15 augustus, opvoeder en CUT-verantwoordelijke Francisco Méndez door paramilitairen neergekogeld. Volgens de CUT zijn de moorden de voorbode van wat Uribe's noodtoestand voor mensenrechtenverdedigers en sociale werkers in petto heeft.

In een gesprek met deze krant noemt Luis Guillermo Pérez Casas, Colombiaans mensenrechtenverdediger en adjunct-secretaris-generaal van de Internationale Federatie voor de Mensenrechten (FIDH), het afkondigen van de uitzonderingstoestand niet meer dan een voorwendsel om de luttele nog werkende mensenrechtenbewegingen en -instellingen in Colombia de das om te doen. "Uribe is er minder aan gelegen een einde te maken aan het geweld in het land dan wel op autoritaire wijze korte metten te maken met de sociale sector. Het geweld zal overigens alleen maar toenemen, elk protest zal in de kiem gesmoord worden. Zijn noodtoestand stelt Uribe in staat een oorlogsbelasting te heffen ter uitbreiding van de militaire middelen. Zo komt het dat het Colombiaanse bedrijfsleven nu gaat betalen voor het opvoeren van de oorlog, terwijl het nooit geld op tafel wou leggen voor vrede."

Nu mag de noodtoestand Uribe op vele vlakken vrij spel geven, niet al zijn voornemens zijn in lijn met de Colombiaanse grondwet of het internationaal humanitair recht. "Neem zijn plan om één miljoen burgers als informanten aan te stellen en te bewapenen. In het departement Cesar is een eerste burgermilitie al aan het werk en Uribe heeft haar actie al positief geëvalueerd. Zonder dat er ook maar de minste politieke controle over wordt uitgeoefend, zonder dat haar leden een ambtenarenstatuut krijgen of wat dan ook. De door het internationaal humanitair recht opgelegde plicht om in een oorlogssituatie burgers van militairen te onderscheiden wordt hier dus flagrant met voeten getreden. Je kunt er trouwens gif op innemen dat de burgermilities alleen tegen de guerrilla zullen worden ingezet, niet tegen de paramilitairen, wier mensenrechtenschendingen stukken erger zijn."

Pérez Casas tilt er dan ook zwaar aan dat de nieuwe regering zonder blikken of blozen internationaal gelegitimeerd raakte. "Uribe zal het gewapende conflict (dat al vier decennia duurt en honderdduizenden mensenlevens kostte, ld) alleen maar verder aanzwengelen. Hij wil niet van vredesgesprekken weten en krijgt de internationale gemeenschap probleemloos achter zich. Hoe dat komt? Intelligente pr, zou ik zo zeggen, en een discours waarin voortdurend de woorden democratie, terrorisme- en corruptiebestrijding in de mond genomen worden."

'Nieuwe president wil korte metten maken met wat nog overblijft van sociale sector'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234