Dinsdag 24/11/2020

Vakbond 2.0 is een multinational met een gematigde boodschap

"Vakbonden moeten zichzelf heruitvinden", vindt Jan Callebaut. Guy Van Gyes doet een poging. Hij is vakbondskenner, en onderzoeksleider aan het Hiva (Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving) van de KU Leuven.

Laat ik aan de vooravond van 1 mei de 2 miljoen gesyndiceerde loontrekkenden, de pakweg 70 à 80.000 militanten en de 4 à 5.000 personeelsleden van de Belgische vakbonden maar direct geruststellen. Zolang we als economisch model voor de vrije markt en het kapitalisme kiezen, zal er ook een vakbond zijn. Een basispijler van dit model is immers de arbeidsverhouding: werken onder gezag in ruil voor loon. Geld en macht te regelen onder mensen: meer is er niet nodig voor tegengestelde belangen, frustraties en conflicten. Werknemers organiseren zich daarvoor, zeker als deze organisatie in ons Europees sociaal model nu toch al meer dan 50, 60 jaar is erkend door instituties van economische democratie en sociaal overleg. De vraag moet dus zijn: hoeveel vakbond en welke vorm?

Positief alternatief
We zien vandaag dat heel veel werknemers in Europa onderschrijven dat sterke vakbonden nodig zijn. Europees waardenonderzoek leert dat die steun de laatste twintig jaar alleen maar is gestegen. Alleen sluiten steeds minder mensen zich bij de vakbond aan: minder dan 1 op 4 in de EU. Bovendien krijgt het overlegmodel rake klappen in de huidge crisis, vooral in het Zuiden van Europa. Om uiteenlopende redenen zijn de Belgische vakbonden vandaag de enige in Europa die standhouden en zelfs nog groeien. Om het in dure marketingtermen te stellen: er lijkt dus wat te schorten aan het aanbod als unieke verkoopsargument. Wat en hoe?

Gevoed en versneld door de huidige crisis staat ons sociaal-economisch bestel voor een aantal grote uitdagingen. Er is de ecologische transitie; de demografische vergrijzing en migratie; de territoriale dynamieken (nieuwe verstedelijking, groei van de BRIC-landen); het stijgend belang van onderwijs en opleiding. Voor een werknemersbeweging, die een brug wil zijn tussen leefwereld van de werk-M/V en het politiek-economisch systeem, stellen deze transities uitdagingen wat betreft strategie en aanpak. Ik zie kortweg volgende prioriteiten.

Vakbondswerk draait om woorden. Links heeft maar succes als het een positief alternatief kan formuleren. Een louter defensieve houding voedt enkel de onzekerheid van de werknemer en zal alleen tot meer (rechts-)conservatieve reacties leiden. Een vakbond en sociaal overleg moeten deel zijn van oplossingen. Kijken met steeds weer nieuwe ogen is een vereiste. Wervende slogans, daar draait het om. Je kunt bijvoorbeeld stellen 'niet alles is te koop' en dan een link leggen met de zogenaamde LOHAS (a lifestyle of health and sustainability) die velen aanspreekt. In een debat over een eenheidsstatuut arbeiders-bedienden moet je jezelf niet beperken tot een enge 'gelijke rechten' in ontslag van arbeiders en bedienden, maar hoe je met vernieuwde regulering de precaire situatie van tijdelijke werknemers kan afbouwen.

Vanuit de logica van macht en invloed is het als vakbond verder zeer belangrijk te beseffen dat het nationale beleidsniveau sterk aan belang inboet. De machtigen van de wereld (economisch en politiek) zijn niet langer nationaal, maar internationaal. De vakbond is echter nog verre van een in vele landen opererende multinational. De Europese looncoördinatie krijgt stilaan vorm, maar doet dit voorlopig zonder sociale partners, laat staan dat deze een autonome rol vervullen. De uitweg uit de crisis is nochtans het herstel van de koopkracht. Hierbij kun je pleiten voor een Europa van verschillende snelheden, dat naargelang de zone werkt met een ander economisch model en een andere strategie. Een andere optie is om tot een soort van minimumkader te komen, gedragen door werkgevers, werknemers en politiek. Vergelijk het met de sociale pacten die wij hier na de oorlog nationaal hebben gesloten.

Vernieuwen
Het gaat verder om een verschuiving in het productiviteitsdebat van 'harder werken' naar 'slimmer werken', van economische groei naar duurzame groei en van een focus op materiële welvaartsverbetering ('consumeren') naar een duurzaam welzijnsperspectief ('met goesting werken'). Het gaat om het onderhandelingspatroon over arbeidsvoorwaarden uitbreiden met een samenwerking rond een participatieve arbeidsorganisatie en nieuwe HR-instrumenten. Deze aanpak moet werkgevers er eens en voor altijd van overtuigen dat nog meer flexibiliteit het meerwaarde zoeken als onderneming echt niet helpt. Inspraak en vertrouwen zijn de weg naar innovatie.

Tot slot een waarschuwing. Zeker, een vakbond moet vernieuwen om zich te behouden. Vakbonden zijn daarbij het meest succesvol wanneer ze als het gematigde alternatief voor iets radicaals worden gezien. Op het moment dat ze zelf als radicaal worden gezien, bereiken ze niet veel. Die les geldt ook voor de tegenpartijen (politiek en kapitaal). Te sterke negatie van werknemersbelangen en te grote ongelijkheid zijn dure zaken. Crisis loert om de hoek als de modale sociale klassen zekerheid en inkomen verliezen, met een verhoogde sympathie voor extremisme en antipolitiek als gevolg.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234