Woensdag 01/02/2023

Vader en zoon

Willem Wallyn: 'Ik had de behoefte om dit verhaal te vertellen. Als mensen vinden dat ik dat niet mocht doen, dan is dat hun probleem'Luc Wallyn: 'Ik werk voor de eerste keer voor mijn zoon. Dat is toch fantastisch'

Jan Temmerman / Foto's Stephan Vanfleteren Luc en Willem Wallyn over Film 1

Een speelfilm waarin fictie en realiteit dwars door elkaar lopen, dat is uiteraard al vaker vertoond. Maar een zoon die een film maakt tijdens een ophefmakend proces waarin zijn eigen vader op de beklaagdenbank zit, dát is behoorlijk uniek. En daaraan heeft scenarist-regisseur Willem Wallyn zich nu gewaagd met zijn eerste langspeelfilm. Zijn vader Luc Wallyn was een van de beklaagden in het Agusta-Dassault-proces.

Regisseur Willem Wallyn (die eerder de korte films Dear Jean-Claude en Urinoir Dogs schreef, regisseerde en produceerde) vertelt in Film 1 een fictief verhaal van mediamanipulatie, gijzeling en wraak, tegen de zeer authentieke achtergrond van de Agusta-Dassault-affaire. Fictie dus, maar het hoofdpersonage blijkt... Willem Wallyn te heten, Billy voor de vrienden. Deze advocaat (voortreffelijk vertolkt door Peter Van den Begin) ergert zich aan de volgens hem ongenuanceerde manier waarop zijn vader, Luc Wallyn, door de media behandeld wordt. Billy maakt zichzelf wijs dat hij gerechtigheid wil, maar in feite aast hij op wraak. Daarom gijzelt hij, met de hulp van enkele vrienden (vertolkt door David Steegen en Frank Vander linden) een televisiejournalist die met de verslaggeving over die rechtszaak bezig is. De advocaat begint op zijn beurt het privé-leven van de verslaggever (rol van Herbert Flack) uit te spitten, met de bedoeling de resultaten van zijn 'onderzoeksjournalistiek' openbaar te maken.

"De film is geenszins een apologie van mijn vader", stelde Willem Wallyn indertijd in zijn intentieverklaring. "De feiten waarvoor hij moet verschijnen, zijn van geen belang voor de film. Het proces wordt enkel gebruikt als situering en tijdsindicatie: de film begint op de eerste procesdag en eindigt op de laatste. Van verdediging van om het even wie voor om het even wat met betrekking tot de affaires kan geen sprake zijn. Het gaat mij over de gevolgen van berichtgeving, anders niet."

Geen apologie dus, maar wat denkt Willem Wallyn dan van dit citaat uit het boek Ecclesiasticus: 'Zoon, kom op voor de eer van je vader. Veracht hem nooit.' Doet die bijbelse aanbeveling misschien toch een belletje rinkelen?

Hij aarzelt. "Denkt na", zegt hij in de derde persoon, alsof hij zelf bezig is met het plaatsen van tussenzinnetjes in het uitgeschreven interview. Hij lacht wat ongemakkelijk. Vader Wallyn merkt het en vraagt of hij misschien even naar buiten moet gaan. "Nee nee! Nee nee", haast Willem zich. "We zítten trouwens buiten."

En dan steekt hij van wal. "Ik denk dat deze eer-kwestie bij mij al een hele tijd speelt en dus niet alleen bij deze film. Op een bepaald ogenblik ben ik, nog voor het proces, zelf naar de pers toegestapt om te zeggen: 'Alstublieft, doe wat je wilt, maar val zijn eer niet te veel aan. Je kunt hem als politicus of als man-achter-de-schermen aanvallen en de daden bespreken waarvan hij beschuldigd wordt, maar val zijn eer niet aan.' Ik heb die eer dan, waarschijnlijk op mijn manier, een beetje willen beschermen. Maar uiteindelijk is Film 1 alleen maar een verre uitloper daarvan.

"Ik weet nog precies op welk moment de beslissing gevallen is om deze film te maken. Ik had al twee korte films gemaakt en dan komen natuurlijk de vragen. Wat nu? Voor wanneer de eerste langspeelfilm? En waarover? Aangezien ik mijn eigen scenario's schrijf, wist ik ook dat je het best schrijft over dingen die je erg goed kent. Op dat ogenblik was er weinig anders dan Agusta. Die affaire stond zó in de schijnwerpers en ik kende die zaak van binnen en van buiten. Ik wou geen film maken over het proces zelf, maar over alles wat errond gebeurde. Toen ik dan, naar aanleiding van een prijs voor mijn korte film Dear Jean-Claude, uitgenodigd werd in het televisieprogramma Leuven Centraal, vroeg Gui Polspoel mij naar mijn volgende project. En toen is de beslissing gevallen. Als je dingen die al een tijdje sluimeren, plots hardop zegt, dan bestaan ze."

Wanneer werd Luc Wallyn van die filmplannen op de hoogte gebracht?

Vader: "Toch zeer laat, hé?"

Zoon: "Ja, ik heb het lang weggestoken."

Vader: "Je hebt dat niet weggestoken."

Zoon: "Enfin, ik heb er niet over gepraat."

Vader: "Voorzover ik mij herinner, was hij bezig met een andere film, over die gijzeling in een school (het project Mohamlet, JT). In de gevangenis heb ik dat scenario gelezen. Dat was het project waarmee Billy volgens mij bezig was. Tot het moment dat hij mij zei iets te willen maken met Agusta als achtergrond en me vroeg of ik daarin mijn eigen rol zou kunnen spelen. Mijn reactie? Ik heb er geen moment over getwijfeld. Hij heeft mij grosso modo verteld waarover de film zou gaan, dat het Agusta-proces alleen maar als achtergrond zou fungeren voor het verhaal van een gijzeling door de zoon van een van de beklaagden. Maar het scenario heb ik niet gelezen. Dat mocht ik niet, nog altijd niet. En de film zelf heb ik ook nog niet gezien. Neen, zelf heb ik geen voorwaarden gesteld. Welke voorwaarden? Trouwens, ik ken mijn zoon genoeg om te weten dat je hem beter geen voorwaarden stelt." Vader en zoon lachen allebei.

"Voor alles wat Agusta betreft, was er een heel erg groot vertrouwen tussen ons", vervolgt Luc Wallyn. "Toen hij met zijn film begon, hadden we al enkele jaren Agusta-belevenissen achter de rug. Een van de redenen waarom ik dat vrij goed heb doorgemaakt, is juist de steun van mijn zoon en van mijn vrouw geweest. Dus ik veronderstelde wel dat als hij een film wou maken met Agusta als achtergrond, het niet was om zijn vader helemaal in zijn blootje te zetten."

De eerste procesdag. Op de trappen van het Justitiepaleis in Brussel lopen de televisieploegen elkaar voor de voeten. Ook filmregisseur Willem Wallyn is aanwezig, samen met een zestal cameramannen die de opdracht hebben gekregen met hun even kleine als hoogtechnologische digitale videocamera's zoveel mogelijk opnamen te maken van die hele mediaheisa.

Bij elf van de twaalf beklaagden komt het er voor dat half dozijn cameramannen op aan, net als voor de rest van het verzamelde persleger, bijzonder goed uit te kijken wie op welk moment en vanuit welke hoek het Justitiepaleis zou naderen. Maar voor de twaalfde beklaagde, Luc Wallyn, kunnen zij op zeker spelen. Zijn aankomst in gezelschap van acteur Peter Van den Begin, in de kleren van zoon Willem, is namelijk zorgvuldig geënsceneerd: vanuit de parkeergarage onder het Poelaertplein, links het plein over, schuin de vele trappen op en zo via de hoofdingang naar binnen. Alles verloopt zoals gepland. Opluchting bij de filmploeg, want dit was duidelijk een one take-situatie.

De trappenscène in Film 1 is dus echt en geen reconstructie. Concreet betekent dit dat Luc Wallyn op dat precieze moment op weg was naar zijn rechters en daarnaast ook nog eens rekening moest houden met het feit dat zijn zoon daar bezig was een film te draaien. Is dat niet een beetje te veel stress voor een mens?

"Dat was uiteraard het moeilijkste moment", geeft Luc Wallyn toe. "Waar ik ook zou binnengaan, via de trappen of via de zijkant, die eerste dagen zou ik sowieso overrompeld worden, zou ik camera's en fototoestellen in mijn gezicht geduwd krijgen. Ik had trouwens het gevoel dat Peter Van den Begin zenuwachtiger was dan ik. Begrijpelijk ook, als je ziet hoe die muur van journalisten je staat op te wachten. Ik wist dat ze wel zouden wijken, want ik had het al meegemaakt, bij het buitenkomen uit de gevangenis. Voor Peter was het waarschijnlijk de eerste keer dat hij daarmee geconfronteerd werd. Maar in die hele Agusta-zaak had ik al zoveel gezien en gehoord en gelezen en meegemaakt, dat ik eigenlijk niet gedacht had dat het beklimmen van die trappen veel moeilijker zou zijn dan andere dingen die er al geweest waren. Ik kan anderzijds ook niet zeggen dat ik op dat ogenblik erg begaan was met het feit dat mijn zoon daar zijn eerste film aan het draaien was. Op dat moment ging ik naar mijn proces."

Willem Wallyn neemt over: "Wat Peter toen ook eigenaardig vond, was dat hij aan de deur van het Justitiepaleis afscheid moest nemen van zijn vader - in de film - maar tegelijkertijd nam ik daar ook afscheid van mijn vader. Die dualiteit... enfin, Peter was daar zeer nerveus. Maar het klikte tussen die twee. Ja, in de film draagt Peter ook mijn kleren. Behalve de schoenen, want hij heeft maat 47, had hij alles aan van mij."

"Voor mij was er ook een hele reeks rare dingen", vult vader Wallyn aan. "Ik weet niet of het u opgevallen is, maar Peter zou mijn zoon kúnnen zijn. We hebben zelfs foto's in familiealbums opgezocht. Zo is er een foto van mijn peter, de broer van mijn moeder, waarop die sprekend op Peter lijkt."

Terwijl vader Luc in het Justitiepaleis tegenover zijn rechters zat, was zoon Willem elders in de stad de rest van zijn film aan het draaien. Kon hij toen zijn gedachten wel voldoende bij zijn werk houden? Of nam de film juist zoveel tijd en energie in beslag dat hij integendeel niet meer met dat proces bezig kón zijn?

"Met het proces absoluut niet", reageert Willem gedecideerd. "Uit ervaring weet ik dat een proces een soort rots is die naar beneden rolt en je kunt daar niets meer aan doen. Het is in handen van het hof en van de advocaten. Als beklaagde onderga je zo'n proces tot het einde en heb je nog nauwelijks inbreng. Dus met het proces zelf was ik niet meer bezig, maar wel met mijn vader. We zagen elkaar bijna elke namiddag om daar in de buurt van het Justitiepaleis iets te gaan eten. Ik zag wanneer hij zich slecht voelde of wanneer hij een moeilijke dag had en de behoefte voelde om met iemand te praten.

"De periode van het proces was totaal anders dan toen mijn vader in de gevangenis zat. Op die momenten sta je op met het nieuws en ga je slapen met het nieuws. Tijdens die voorhechtenis, die drie maanden geduurd heeft, probeer je elk journaal te volgen en je stelt daar je hele dag op in. In die fase voor het proces probeer je te weten te komen hoe de kaarten liggen. Voor de jurist in mij was die periode veel intenser dan het proces zelf."

"Uiteindelijk heb je daar toen al je tijd in gestoken", komt Luc Wallyn even tussenbeide. "Je hebt toen ook de familie moeten opvangen." Het klinkt als een combinatie van bewondering en dankbaarheid. Willem: "Gedurende die drie maanden is de zaak alle dagen in het nieuws geweest. Er was geen slappe periode, want de ene ontwikkeling volgde op de andere. Dan was toen zeer intens. Achteraf kun je dat natuurlijk relativeren, maar op dat moment denk je dat heel de wereld daar omheen draait."

In de nieuwsuitzendingen werden toen telkens weer dezelfde archiefbeelden gebruikt. "Ja, zodra ze de mooie beelden hadden", knikt zoon Willem, met slechts een lichte zweem van ironie in zijn stem. "Maar dat versta ik nu veel beter dan toen. Indertijd zag ik hem telkens weer passeren met zijn handboeien en in zijn gevangenisplunje. Als zoon ben je dan echt zwaar geraakt en daar revolteer je dan tegen, zeker als ze met slowmotion beginnen. Nu begrijp ik dat televisiejournaals ook een kwestie zijn van kijkcijfers. En voor de kijkcijfers is het altijd interessanter als je mensen kunt zien lijden of in een belachelijke situatie zitten."

Vanuit die irritatie over en die revolte tegen de beeldvorming door de media rijpte bij zoon Willem dus het plan voor zijn eerste langspeelfilm. Maar het uiteindelijke resultaat is een verhaal waarin een advocaat, Willem Wallyn genaamd, wordt opgevoerd die zich in zijn kruistocht tegen de media evenzeer, om niet te zeggen: nog méér, misdraagt.

"Een frontale aanval tegen de pers was volgens mij niet interessant, alhoewel het commercieel misschien wel aantrekkelijker zou zijn geweest", legt de scenarist-regisseur uit. "Mijn revolte was niet zozeer tegen de media in het algemeen gericht. Het ging eerder om een paar individuen die fouten maken en dan problemen hebben om die fouten toe te geven. Daar had ik het moeilijk mee. Maar - en misschien is dat ouder worden - ik heb ook een soort zelfonderzoek gedaan. Ik dacht: 'Oké, je hebt nu wel een grote mond, maar maak jij dan geen fouten? Heb jij wel recht van spreken? Ben jij dan zo maagdelijk? Heb jij nog nooit onethisch gehandeld?' Ik ben dat tegen elkaar beginnen af te wegen en het kwam het erop neer die eigen fouten, die donkere kanten ook zelf te kunnen toegeven. Het is dus goed geweest dat er tijdje verlopen is tussen die voorlopige hechtenis en het moment dat ik echt beslist heb om deze film te maken.

"Ook het schrijfproces heeft gelukkig een hele tijd geduurd. Zo verloor ik stilaan mijn interesse in een soort Agusta-film waarin de pers frontaal aangepakt zou worden. Er kwamen andere vragen in de plaats. Hoe zou je het zelf gedaan hebben? Zou je het veel beter gedaan hebben indien het om iemand anders dan je eigen vader ging? Want ook ik lees soms met leedvermaak de avonturen van Leo Delcroix. Dus moet ik dat ook kunnen toegeven. Daarom heb ik met deze film geprobeerd op een zo eerlijk mogelijke manier... ja, in de spiegel te kijken."

De Willem Wallyn in de film is enerzijds een zoon die wraak wil nemen voor de mediabehandeling die zijn vader moet ondergaan (maar daarbij uiteindelijk zelf zwaar uit de bocht gaat), en anderzijds een advocaat, die bij de afhandeling van een zaak in verband met hoederecht de meest vicieuze middelen hanteert om het pleit te winnen. De echte Willem Wallyn kan weten waarover hij het heeft, want hij was zelf advocaat tot hij zich vanaf 1994 tot filmmaker begon te herscholen. Is deze Film 1 misschien ook een manier om in het reine te komen met dat juridische verleden?

"Ik denk niet dat je zoiets via een film moet doen", meent hij. "Je komt gaandeweg met jezelf in het reine door uit je fouten te leren. Neen, bij het schrijven van het scenario heb ik vooral gekeken naar die momenten uit mijn carrière als advocaat waarop ik het meest over de grenzen van het toelaatbare ben gegaan. En zo zijn er inderdaad een paar momenten geweest. Die hoederechtzaak was bijvoorbeeld gebaseerd op een echte ervaring, waarbij ik meegewerkt heb om de toewijzing te verkrijgen aan de ouder die de kinderen eigenlijk niet had moeten krijgen. Ik vind dat ik toen over bepaalde grenzen heen ben gegaan, gewoon om mijn cliënt zijn gelijk te laten halen. Niet voor het geld, want ik was toen nog stagiair. Neen, het was gewoon de wil om te winnen. Tijdens het proces heeft de tegenpartij mij zelfs een draai om mijn oren gegeven. Mijn eerste reactie was toen: 'Ik heb gewonnen!' Niet echt proper dus, want ik had mij eigenlijk moeten afvragen waarom die vrouw mij die oorvijg had gegeven. Voor mijn gewetensrust is het uiteindelijk nog goed gekomen omdat de kinderen, toen ze iets ouder waren, zelf de overstap gedaan hebben.

"De reden waarom ik in Film 1 een advocaat als hoofdpersonage gekozen heb, heeft vooral te maken met het feit dat ik dergelijke momenten, zoals de behandeling van dat hoederecht, ook voor het publiek herkenbaar kan maken. Een scenarist die een onethische fout maakt, is daarentegen bijzonder oninteressant voor het publiek."

In Film 1 wordt het Agusta-proces in het nogal opgeblazen commentaar van een televisiejournalist omschreven als een Griekse tragedie. Dat gebeurt zo pedant dat het eigenlijk een beetje lachwekkend wordt. Maar kan het maken van deze film toch ook niet, om in de Griekse dramasfeer te blijven, geïnterpreteerd worden als een catharsis voor vader en zoon Wallyn?

"Het heeft er wel iets van", zegt de zoon aarzelend.

Maar de vader is minder overtuigd: "Voor Billy is het maken van de film waarschijnlijk een vorm van verwerking geweest. Maar voor mij? Ik heb alleen geprobeerd een beetje mee te werken in de mate dat ik kon. Wat wel goed was voor mij, was het feit dat mijn zoon met iets bezig was, dat hij iets maakte waarvan ik verwacht dat het goed zal zijn. Het feit dat ik hem daarbij misschien kon helpen, vond ik positief. Ik werk voor de eerste keer voor mijn zoon. Dat is toch fantastisch."

Toch valt het op dat Luc Wallyn opmerkelijk rustig blijft bij het vooruitzicht dat die hele Agusta-heisa de komende dagen en weken in de media opnieuw zal worden opgerakeld naar aanleiding van het uitbrengen van Film 1. Indien het niet zo'n modewoord was geworden, zouden we zelfs bijna van een zenhouding durven spreken. "De Agusta-affaire heeft drie, vier jaar van mijn leven in beslag genomen. Het proces is gevoerd, de veroordeling is uitgesproken, nu zijn we bezig met Straatsburg. De hele zaak heeft natuurlijk niet meer dezelfde aanwezigheid. Ik sta 's morgens niet meer op met Agusta en ik ga er 's avonds niet meer mee naar bed, maar het verdwijnt ook niet zomaar uit mijn leven. Het is er en het blijft er. Je kunt de geschiedenis niet weggommen. Dit is geen leuke periode uit mijn leven en er zijn verschrikkelijk harde momenten geweest, maar ik probeer het niet absoluut weg te duwen."

Als om de uitspraak van zijn vader meteen op de proef te stellen laat zoon Willem zich plagerig, tussen neus en lippen, de legendarische Fawlty Towers-waarschuwing 'Don't mention the war!' ontvallen. Algemeen gelach.

Maar de vader was nog niet helemaal uitgesproken: "Als Agusta nu, door deze film, wat langer in de bekendheid blijft, tja, dan is dat maar zo. Dat moet trouwens ook niet overdreven worden. Na gedurende drie maanden 's morgens, 's middags en 's avonds op televisie te zijn geweest, kom je vrij en dan herkennen de mensen je een week. En dan is het gedaan, hé. Ik ben onlangs nog een journalist tegengekomen, die 'mij van ergens kende, maar hij wist niet van waar'. Hij dacht dat ik misschien bij de televisie werkte!

"En voor het overige denk ik dat ik altijd nogal kalm van aard ben geweest, wat niet belet dat ik heel gepassioneerd ben door hetgeen mijn zoon aan het doen is. Er zijn niet zoveel vaders in België van wie de zoon prijzen haalt met zijn korte films en die nu een langspeelfilm gemaakt heeft waarover veel geschreven zal worden. Ik ben daar verschrikkelijk trots op en ik ben ook doodnieuwsgierig om Film 1 te zien."

Maar er blijven natuurlijk de reacties die ongetwijfeld op Film 1 zullen volgen. Sommigen zullen zich misschien verontwaardigd afvragen of die hele smeergeldaffaire op zichzelf nog niet erg genoeg was en of daar nu ook nog een speelfilm over moet worden gemaakt.

"Dat is een reactie die ik kan begrijpen, maar ze raakt mijn koude kleren niet", antwoordt Willem met kalme berusting. "Ik had de behoefte om dit verhaal te vertellen en als mensen vinden dat ik dit niet mocht vertellen, tja, dat is dan hun probleem."

Anderen zullen dan weer sneren dat dit de film is die zoon Willem waarschijnlijk gemaakt heeft met de interesten die zijn vader heeft achtergehouden. "Als mensen dat denken, als dat hen deugd doet, dan heb ik daar geen enkel probleem mee. Tegen dergelijke cafépraat sta je machteloos. Het heeft geen zin om daarover te beginnen discussiëren. Het bier vloeit vaak iets te rijkelijk om mensen te verhinderen dwaze dingen te zeggen die hen blijkbaar op de lever liggen. Ook daar heb ik geen probleem mee, omdat het nu eenmaal niet waar is."

De zoon pauzeert even en grapt dan: "Spijtig genoeg", net op het moment dat de vader "Gelukkig" zegt.

Film 1 draait vanaf woensdag 1 september in de bioscopen. De wereldpremière heeft plaats op donderdag 26 augustus in cinema Kladaradatsch! Palace, Anspachlaan 85, in Brussel. Voor die première worden in Metro van 18 augustus honderd vrijkaarten weggegeven.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234