Donderdag 06/05/2021

Vader Annick Van Uytsel op vooravond solidariteitswandeling voor waterproject in Kenia

We hebben levenslang gekregen, zonder strafvermindering

Zondag, 3 mei, is het precies twee jaar geleden dat Eddy Van Uytsels dochter Annick teruggevonden werd in het Albertkanaal. Drie mei is een dag om stil te herdenken, maar ook een dag om groot gemis een klein beetje zin te geven. door Marijke Libert/ Foto's Jonas Lampens

Vorig jaar kwam Eddy via een project van zijn werkgever, DHL, op een plek in Kenia terecht, in een schooltje. Overal rondom hem smoezelige kinderen. Geen druppel drinkbaar water in de buurt. Eddy was onder de indruk van zo veel elementair ontberen. "Laat ik er mee voor zorgen dat ze water hebben", dacht hij, "en waarom niet mede in naam van mijn kind". Annick maakte ooit plannen om in ontwikkelingsgebied de handen uit de mouwen te steken. "Dit had ze wellicht een fijn initiatief gevonden", besloot de vader en zette het waterproject op. Acties werden in gang gezet, voor het eerst sinds lang gaven de Van Uytsels een persconferentie. Op 3 mei zou in Schaffen gewandeld worden voor Kenia. In naam van Annick.

Eddy Van Uytsel: "Het is de eerste keer dat ik weer naar buiten treed, en de eerste keer ook dat ik openlijk over mijn gevoel spreek. Mijn vrouw praat liever niet met de pers over hoe ze de twee voorbije jaren doormaakte. Of over de vragen die ze zich blijft stellen, dag na dag, uur na uur. Wat, waar, wanneer, hoe en vooral waarom. Men zegt soms dat weten helpt bij de verwerking van verlies. Ik betwijfel dat. Wij komen regelmatig samen met mensen die hun kind verloren, de dader kennen, een veroordeelde dader, en in sommige gevallen loopt die dader zelfs weer vrij rond. Ik heb vastgesteld dat die ouders, ook al hebben ze kennis over motieven en zo, daar niet vrolijker van zijn geworden. De leegte blijft. Bij mij wordt dat gemis elke dag groter."

Annick is weg sinds de dag dat ze de straat uit fietste. Ik heb haar nadien niet meer gezien. Toen ze opgebaard lag, wilde ik niet kijken. Ik wou die hoofdwonde niet zien, niet vaststellen hoe gehavend ze was door in het water te liggen. We zijn wel naar het mortuarium gegaan. We ontwaarden een lichaam, onder een wit laken. Er kwam een hand onderuit, we zagen lange haren. Ik wist meteen dat het Annick was. Maar het laken is er over gebleven. Nu denken we af en toe: verdorie, waarom hebben we het toch niet gedaan? Maar op zo'n moment, ach, wat kan je nog denken? Heel normaal werkt dat hoofd niet. Alles blokkeert. Je voelt écht lood in de benen. Ze waren ons die avond een paar minuten voor het tv-nieuws begon komen verwittigen: 'ze zullen melden dat er een pak gevonden is in het water'. Geen seconde wou ik geloven dat daar Annick in zat. We zouden het binnen het uur weten, dan zouden ze het pak open doen. Een uur wachten dus op een telefoon, met in huis mensen van het identificatieteam en van slachtofferbejegening. Een uur later meldt men: 'het pak wordt naar Leuven overgebracht'. Nog een uur wachten. Tot tien uur. Het bericht, het definitieve bericht. Mijn vrouw stort in. De dokter geeft een spuitje. Of we onze dochter nog willen zien? Vertrekken naar Leuven en daar zeggen we 'nee, laat dat laken maar liggen, we wéten'."

Alles stagneert

"Hierover praten lukt me nu wel, maar dat gemis in kaart proberen brengen is een ander paar mouwen. Hoe doe je dat? De mensen denken dat na de shock die open wonde beetje bij beetje heelt, dat een heel langzaam proces in gang wordt gezet van 'mee leren leven'. Vergeet het. Ik ken mensen die hun kind 25 jaar geleden moesten afgeven, na een ongeluk. Zij voelen nu nog hetzelfde gemis van de eerste dag."

"Alles stagneert in ons hoofd, ook de leeftijd van Annick die nooit ouder dan achttien zal worden. Onze zoon Filip is er nu achttien. Hij reflecteert niet over zijn zus. 'Komt ze niet mee terug', zegt hij. Mijn vrouw en ik vermelden Annick de hele tijd. Ik zeg aan tafel dan 'lekker eten' en Martine beaamt met 'had Annick ook lekker gevonden'. Stilte aan de andere kant van de tafel, de zoon reageert niet. We moeten ons wel hoeden voor overbescherming van die jongen. Als het donker is, mag hij niet met de fiets naar huis toe. En na een fuif wordt hij opgehaald. Hij is niet zo'n uitgaanstype. Annick, dat was anders (lacht). Altijd op stap, vrienden zien, dansen, daar zijn waar de actie is. Filip zit uren lang voor zijn computer. Al is er de laatste maanden iets veranderd. Hij hielp mee aan de organisatie van de Chrysostomos-fuif, het feest van de 100 dagen: website ontwerpen, dj's bestellen, die dingen. Hij heeft de smaak van het uitgaan een beetje te pakken gekregen. Gelukkig, denk ik dan, dat zijn leven kan doorgaan. Tegelijk hebben wij er een extra zorg bij. Toch moeten we die jongen zijn jeugd gunnen, we kunnen hem toch niet onder een glazen stolp stoppen?"

"We hebben ook Annick haar jeugd gegund toen ze ouder werd, zich loswrikte en haar eigen leven begon in te richten. Ze had het in de twee laatste jaren van haar humaniora moeilijk gehad. Studeren interesseerde haar niet meer, ze treuzelde en zocht uitvluchten, zat prentjes te knippen en plakboeken te maken op haar kamer. Het was even een heel donkere periode voor haar. Als we nu haar dagboeken lezen, (twijfelt) daar staan dingen in... Mijn vrouw leest alles. We hebben tonnen papier gevonden. Tekeningen, briefjes, gedichten, en ook plannen voor de toekomst. Nochtans is het nooit haar sterkte geweest, plannen maken. Ze was het type dat 's avonds zei: 'oeps, ik heb test morgenvroeg'. Toen ik op 28 april aangifte ging doen van haar verdwijning en de politie bij ons een huiszoeking kwam doen, was het eerste papiertje dat ze opzij legden... een planning. Mijn ogen vielen bijna uit mijn kop. Daar stond op wat Annick de vrijdag, die voorbij was, zou doen. Wat ze op zaterdag zou doen. Dat ze een nieuw stofje zou kopen om een jurk te maken. Die dingen. We vonden ook een tekening, een grondplan, van een vierkantshoeve. Daar wou ze later in willen wonen, schreef ze, broer aan de linker- en zus aan de rechterkant."

'Papa, gij moet hier niet zijn'

"Annick schreef veel, ontdekten we. Mooie gedichten. Boekjes vol. Dat koester je meteen als een grote schat. Haar kamer is een schrijn geworden. Haar 'rattennest' noemden we die kamer wel eens, als ze langere tijd thuis was. Overal slingerden dan kleren, papiertjes, schetsen, noem het op. Ook op haar kot was het niet bepaald ordelijk. Ach, dat kot (zucht diep). Dat heb ik vrij snel leeggehaald, een paar dagen na de begrafenis al, samen met mijn schoonbroer en schoonzus. Een heel eigenaardige ervaring. Ik deed de deur van die kamer open en... het overviel mij. Het was alsof ik mijn dochter hoorde zeggen 'papa, gij moet hier niet zijn'. Ik kwam op haar terrein, het voelde aan als binnendringen. Ik ben een paar minuten op de drempel blijven staan. Daarna ben ik verwoed gaan opruimen. Stel je dat voor, je staat er met een paar dozen. Propt alles wat je vindt erin. Vuile kleren, beddengoed, boeken en papieren. Dan is het weer thuiskomen en uitladen. Heeft mijn vrouw gedaan. Zorgzaam spulletjes een bestemming geven, keuzes maken, bewaren of niet. Maar vooral: willen bewaren. Iets wegwerpen is een stuk van Annick wegdoen, het kind dat zelf voor altijd weg zal blijven. Dus elk papiertje, elke krabbel van Annick kreeg zin. Was Annick gewoon blijven leven, had ze haar leven normaal verder uitgebouwd, we hadden nooit geweten hoe ze werkelijk dacht in die periode van haar leven die wij te zien kregen via haar schrijfsels. Wij weten nu enorm veel over haar innerlijke wereld, iets waar andere ouders misschien nooit inzicht in krijgen. Je schrikt natuurlijk, je leest hoe je kind worstelde, hoe ze reflecteerde op dingen. Onvermijdelijk dat je tijdens het lezen zegt: hadden we maar nog meer gepraat dan we al deden."

"We konden nochtans praten, bij elkaar, vooral die twee vrouwen, moeder en dochter, die keuvelden vaak, beschouwden de dag, de week, bij een kop koffie en een stukje chocolade. Ik had meer een soort vaderrelatie en af en toe botste het ook wel tussen ons. We zagen Annick toen ze achttien was en in Mechelen op kot zat minder in de week. Ze werd meer zelfstandig, maar was nu ook geen held of durfal."

De drang om tijdig thuis te zijn

"Bewuste nacht vertrok ze rond vier uur vanop een fuif, ze wou écht naar huis want de middag daarop was er een playbackshow van de KSJ en die wou ze niet missen. De vriendinnen zeiden: ga maar, we halen u straks wel in. Ze hebben haar nooit ingehaald. Ik denk wel dat Annick bang was, toen ze dat stukje alleen fietste. Maar de drang om tijdig thuis te zijn moet overheerst hebben. Ze wist ook dat mijn vrouw om vier uur paraat was. Martine zat dan, het was een gewoonte, met het rolluik omhoog in de woonkamer te wachten tot Annick de straat indraaide. Die ochtend om halfzeven zat mijn vrouw daar nog. Ze belde Annick maar ze kreeg geen antwoord. Ik heb een uur later gebeld, nogal kwaad van 'verdoeme Annick, maak dat je naar huis komt, uw moeder is ongerust'. Het was de voicemail."

"Op welk moment denk je aan het ergste? Bij mij begon dat rond halftien. Toen ben ik naar de politie gegaan en heb ik het ziekenhuis gebeld. Thuis suste ik mijn vrouw met 'komaan, straks komt ze hier binnen gezwaaid, schiet zich in een andere broek en is ze weer weg, naar de KSJ'. Tot het twaalf uur 's middags werd en ook ik ging panikeren. Je weet dat er iets is, alle scenario's zijn mogelijk, maar nooit 'ze is dood'. Dat zéker niet. Op zondag dacht ik 'ze wordt vastgehouden'. We hebben drie dagen gezocht, alle mogelijke routes verkend, in alle grachten gekeken, alle straten in- en uitgelopen. Op dinsdag 1 mei lieten we de pers komen. Misschien was ze weggelopen en durfde ze niet meer terug te komen."

"Wij zagen vroeger op tv de zaak An en Eefje. We zaten daar op de sofa met afschuw naar te kijken en zeiden, zoals zo velen deden: wat verschrikkelijk voor die ouders, wat maken die mee. Maar als het bedtijd was, droegen we onze eigen kinderen vertederd naar bed en stopten ze onder. Ons leven telde, de gruwel was helaas voor die ander. Tot je zelf in die nachtmerrie ontwaakt, zelf opstaat en gaat slapen met een zelfde knagende gemis. Je hele leven wentelt. Je werk staat niet meer nummer 1, je moet extra voor zoon en vrouw zorgen. Vooral die vrouw die al eens durft te zeggen 'ach, kon ik maar naar Annick toe'. Waarop ik dan misschien bot reageer met 'je zal ze niet zien, zulle'. Toen ik vorig jaar rond 1 november naar Kenia trok om er die projecten te bezoeken, heb ik geaarzeld. Ik vond dat ik thuis moest zijn. Maar men overhaalde me om mee te gaan."

"En toen kwam daar dat waterproject als idee bovendrijven. Men zegt: zo'n project geeft je leven wellicht meer zin en het helpt bij de verwerking. Ik bekijk dat nuchter. De mensen uit dat dorp moeten gewoon water hebben dat drinkbaar is, water waarmee ze zich kunnen wassen. Ik ga fondsen verzamelen, want er is 11.000 euro nodig om een pomp te plaatsen en zelf heb ik dat geld niet. Voor mij hoeft bij die waterput Annicks naam niet te prijken. Niemand daar moet de geschiedenis kennen die erachter steekt. Ik wil die pomp ook niet gaan inhuldigen met gedoe en tralala. Nee, ik wil op de achtergrond blijven. Als ik terugga zal het enkel zijn om te zien of het systeem werkt, niet om er de redder te gaan uithangen. Het liefst zou ik in de luwte, op afstand gewoon even piepen en dan weer wegsluipen. Het project houdt mij weg van het piekeren. Ik help mee aan iets wat mensenlevens kan redden. Dat volstaat. Kan je een gemis, een verlies via andere dingen zin geven? Moeilijk. Martine en ik hebben heel veel energie in ons gezin gelegd, omdat we daar het liefste vertoefden. Op reis gaan, een dure wagen hebben, een chique villa of dure kleren, uitgaan, socializen, dat alles interesseerde ons niet. Thuis, er samen voor zorgen dat iedereen happy was, daar gingen wij voor. Als men daarvan vijfentwintig procent wegneemt, doet dat enorm veel pijn. Dat valt moeilijk te herstellen. Ik weet natuurlijk niet wat ik over tien of twintig jaar zal denken, nu echter voelt het aan als: wij hebben levenslang gekregen, geen strafvermindering of vroegtijdige vrijlating mogelijk. Gewoon levenslang."

www.annick-van-uytsel.be

rek.nr. 979-5919411-88, op naam van 'Annick for Kenya'

We moeten ons hoeden voor overbescherming van onze zoon. Als het donker is, mag hij niet met de fiets naar huis toe. En na een fuif wordt hij opgehaald

Men zegt:

dat project geeft je leven wellicht meer zin en helpt bij de verwerking. Ik bekijk dat nuchter:

die mensen moeten gewoon drinkbaar water hebben

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234