Zondag 26/01/2020

Vaarwel 'aha' Nero

Op 1 januari volgend jaar legt Marc Sleen er na 217 verhalen het bijltje bij neer. Zijn assistent Dirk Stallaert, die in het testament van de bijna 80-jarige stripauteur eerder al werd gestipuleerd als opvolger, wil nieuwe horizonten verkennen en tekent daarmee het doodvonnis van het kaalhoofdige dagbladverschijnsel. De Morgen vroeg enkele bekende Vlamingen en/of Sleen-adepten naar hun reactie op het heengaan van het populaire strippersonage, naar hun eerste aha-erlebnis en welke 'Nero'-albums ze in de voorbije decennia vooral gekoesterd hebben.

Antwerpen

Van onze medewerker

Geert De Weyer

"Als je alle de 217 albums na elkaar leest, heb je een goed beeld van hoe de Belg in de straat reageerde op de actualiteit van die tijd", meent schrijver Walter van den Broeck, sinds jaar en dag jurylid van de Stripgidsprijs en stripfanaat. "Kijk, Sleen moest snel werken. Erg snel. Veel tijd om na te denken was er niet, dus kun je zijn door strippersonages weergegeven meningen en opinies veeleer reflexen noemen. Die geven dan weer op sublieme wijze de kortetermijnvisie weer van de manier waarop de man in de straat tegenover de actuele problematiek van die dag stond. Ik denk dat je meer leert door die hele reeks te lezen dan van dikke sociologische studieboeken. Dat is meteen de meerwaarde van zulk een dagstrip. Ik vind dat iemand zich daar aan de universiteit eens mee moet bezighouden."

De snelheid waarmee Sleen moest handelen leverde uiteraard enkele hilarische fouten op, zegt Van den Broeck nog. Maar net die fouten vond de schrijver uiterst charmant. "Nero had bijvoorbeeld in een van de eerste delen een zoon die erg op hem geleek, maar dan in kleine versie. Maar dan, jaren later, komt hij plots af met Adhemar. (Grijnst) Blijkbaar was Sleen vergeten dat hij zijn stripheld ooit een zoon had geschonken. Ook via de personages van Jan Spier en Jan Pedal, de man met de hamer, sloop er een boom van een fout binnen. Toen Jef Pedal na enige jaren van het toneel verdween, heeft Sleen de ene de vrouw van de andere gegeven. Foutje! Ach, dat zijn zo van die details waarmee de ware freak zich bezighoudt, maar ze blijven leuk natuurlijk."

Van den Broeck wijt die fouten onder meer aan het feit dat Marc Sleen indertijd bezig was een format te creëren. "Sleen was bezig een genre uit te vinden, dat kon je heel duidelijk zien. Zo merkte je dat een tekenaar vaak niet wist waar hij naartoe moest met zijn verhaal of personage. Bijvoorbeeld: in die eerste albums was de hoofdrol weggelegd voor detectief van Zwam, terwijl enkele delen later plots Nero de centrale figuur werd. Ook grappig in dat opzicht was De erfenis van Nero, waar de notaris hem opdraagt negen werken uit te voeren. Aan het eind van het verhaal komt die notaris dan plots op zijn stappen terug met de mededeling dat de negen naar zeven werken herleid worden. Dat was natuurlijk omdat de tekenaar plots begon te vermoeden dat het verhaal te lang zou worden. Dat kun je fouten noemen, maar ik vind het in de eerste plaats charmant. Je staat daardoor, bij manier van spreken, bijna mee te kijken aan de wieg van de strip. Dat is toch schitterend."

Dat er nooit meer albums als Het rattenkasteel, een van Van den Broecks lievelingsalbums, uit Sleens pen zullen vloeien, vindt hij jammer maar begrijpelijk. "De man is bijna 80, heeft zijn hele leven hard gewerkt en heeft wat mij betreft het volste recht over zijn eigen creatie te beslissen. Of het sympathiek is tegenover het publiek, weet ik niet, maar dat mag het probleem van de auteur niet zijn. Ach, en je weet maar nooit: Conan Doyle heeft zijn Sherlock Holmes ook ooit doen verongelukken. Even maar, want hij werd meteen teruggefloten door zijn fans en liet Holmes plots uit de doden opstaan. Zo zie je maar..."

Voor VTM-(strip)journalist en voorzitter van de Bronzen Adhemar Stichting Patrick Van Gompel gaat zijn 'Nero'-erlebnis terug tot zijn scholierentijd. "Vooral de albumuitgaven van Ons Volk herinner ik mij als de dag van gisteren. Schitterende albums, geweldige verhalen! Ik herinner mij dat ik ooit in De ijzeren kolonel voor het eerst over het ijzeren gordijn hoorde spreken. Sleen had er niet beter op gevonden dan een gordijn in ijzer te tekenen. Schit-te-rend, vond ik dat. Dat ene plaatje ben ik nooit meer vergeten. Zelfs als ik in Berlijn sta, komt het me opnieuw voor de geest."

"Ik weet heel goed dat het al die tijd Sleens grote wens is geweest om 'Nero' te laten voortbestaan. Dirk Stallaert is, zoals wij allemaal weten, de gedroomde opvolger. Iedereen vindt hem een fantastisch tekenaar, die hij ook is. Tja, en die scenario's... Ook Sleen zal toegeven dat er af en toe een slap verhaal tussenzat, maar daar zijn altijd oplossingen voor te vinden. Een nieuwe scenarist vind je met enig zoeken wel, laat daar geen twijfel over bestaan. Maar het feit blijft natuurlijk dat men - of het nu de erven Vandersteen zijn, de Standaard Uitgeverij of een derde partij - erin geslaagd is Stallaert van 'Nero' af te halen, en dat daardoor Sleens droom als een kaartenhuis in elkaar is gezakt. Ik denk dat Sleen het moeilijk heeft gehad met Stallaerts beslissing, dat hij er ook verdrietig om is, maar hij is wel oud en wijs genoeg om dat te begrijpen. God ja, een ander mens gaat op pensioen op 65 jaar, terwijl Sleen het heeft uitgezongen tot zijn 80ste. Dat is toch een hele prestatie."

Als lievelingsalbums schuift Van Gompel De held der helden, Het rattenkasteel en De krabbekokers naar voren. "Die eerste titel is natuurlijk ingegeven omdat ik er - ahum - zelf in voorkwam. Dat wist ik indertijd helemaal niet. Sleen had me niet verwittigd. Ik kon het verhaal enkel dagelijks volgen in de krant. Met De krabbekokers heb ik me indertijd werkelijk kapotgelachen, zo goed vond ik dat. Maar wat vaak over het hoofd gezien wordt, zijn 'De Kapoentjes'. Als je bedenkt welk een onwaarschijnlijk knappe karakters Sleen daar bedacht. Denk maar aan Fluwijn, Bolleken, maar ook alle 'Nero'-karakters verdienen alle lof. Al die personages zijn doorleefd, kennen een voorgeschiedenis. Het non-conformisme van Sleen is daarin fantastisch. Via die figuren veegde hij aan alles zijn voeten. Eigenlijk vind ik Sleen een geweldige gek. Hij kon zulke geweldige verhalen uit zijn mouw schudden. Daar moet je toch een beetje gek voor zijn, niet?"

Ex-hoofdredacteur van De Standaard Manu Ruys is niet bepaald een fan van stripverhalen, haalt hij al meteen aan. Ook met het in zijn krant voorgepubliceerde dagbladverschijnsel Nero heeft hij geen bijzondere band. Maar Sleen geniet wel zijn sympathie, zegt hij. Maar dan om iets helemaal anders: "Net als hij ben ik een grote Afrika-fan. Sleens Afrika is ook mijn Afrika. Dat was ons bindmiddel. Voor de rest kun je onze relatie omschrijven als een vriendschappelijke, collegiale band tussen een cartoonist en een hoofdredacteur. Toen men hem bij de krant op een bepaald moment wilde buitenwerken, was ik daar geweldig tegen. Marc Sleen hoorde bij De Standaard, zonder meer. Hij mocht absoluut niet weg. Gelukkig is dat ook niet gebeurd."

Dat de striptekenaar Sleen soms opnieuw de politieke cartoonist Sleen werd en allerhande politici in de 'Nero'-reeks in hun hemd zette, heeft Ruys nooit een probleem gevonden. "Tekenaars en cartoonisten hadden bij ons de vrijheid om te tekenen wat ze wilden. Daar hebben we nooit enig probleem mee gehad." De oud-hoofdredacteur kan het dan ook niet echt jammer vinden dat 'Nero' niet voortgezet wordt, noch kan hij lievelingsalbums opsommen. "Ik herhaal, ik ben niet echt een stripliefhebber."

Volgens Kiekeboe-vader Merho, ooit nog anoniem medewerker bij Studio Vandersteen, is 'Nero' een van de redenen dat hij later zelf strips is gaan tekenen. Het heeft, zo zegt hij, in ieder geval mijn jeugd bepaald en gekleurd. "Dat ging zo: toen ik een jaar of tien, twaalf was, was ik op vakantie bij mijn tante die op een honderd meter van Sleen woonde. Ik was toen zelf al begonnen met strips te tekenen en wilde dat laten zien aan Sleen, die toen al de status had van BV, nog voor dat woord bestond, omdat hij in de jaren '50 en '60 aan allerhande tv-programma's deelnam. Toen ik op een gegeven moment de moed had om te gaan aanbellen, deed hij open in korte broek. Hij kwam net van het zwembad, zei hij. Dat heeft toen zo ongelooflijk veel indruk op me gemaakt. Wij hadden thuis net een douche in ons appartement gezet, het toppunt van luxe. En nu zat ik hier te midden van Hollywood-toestanden. Dat was een extra stimulans om mijn carrière als stripauteurs aan te vangen, natuurlijk (Lacht). Tussen haakjes: ik heb nog steeds geen zwembad."

Merho denkt dat 'Nero' zo'n populaire strip is geworden wegens de warmte en menselijkheid die de reeks uitstraalt. "Je voelt er een hart in kloppen. De oude Vandersteen had dat ook. Dat bont allegaartje van personages, nevenfiguren en de soms vreemde setting had vaak iets surrealistisch. Ik denk dat dat me heeft aangesproken. Maar buiten 'Nero' mag je absoluut 'Piet Fluwijn en Bolleke' niet vergeten, noch 'De Kapoentjes', die indertijd zeker zo'n grote invloed hebben gehad."

Dat Marc Sleen er de brui aan geeft, begrijpt Merho wel, "maar ik vind het ook een wijs besluit". Zou ik nog tekenen op mijn 80ste? Ik denk het niet. Weet je wat het probleem is met 'Nero'? Die strip is heel persoonlijk, bijna autobiografisch. Qua tekenwerk zou je wel iemand kunnen vinden, maar die scenario's, waar moeten die vandaan komen? Sleens gedachtegoed en ideeën zijn daarin verwerkt, dat kun je niet zomaar veranderen. Dat is misschien net de reden waarom iedereen het leest. Misschien had hij het als Vandersteen moeten doen: jaren op voorhand introduceerde hij een anonieme medewerker (Paul Geerts, gdw) in de studio, zodat de overgang bijna naadloos verliep en niemand wist dat de grootmeester allang zijn reeks liet afwerken door een assistent. Ach, ja, Simon Carmiggelt stopte ook op zijn zeventigste. 'Ik zou er nog jaren mee kunnen doorgaan,' redeneerde hij toen, 'maar ik wil vermijden dat mijn omgeving op een bepaald moment moet zoeken naar een manier om te zeggen: 'Zou hij er nu niet eens beter mee ophouden?' Dat vond ik een zeer verstandige redenering."

"Mijn favoriete albums? Wel, ik verkies de oude albums van Het Volk, maar dat is meer uit jeugdsentiment. Zo vond ik De ring van Petatje grandioos, maar ook begin dit jaar kwam hij met een sterk album. Dat was Kweetnie, een album dat erg poëtisch en bijna romantisch was. Het deed me eraan herinneren dat Sleen degene was die poëzie in de Vlaamse strip heeft gebracht."

Huiscartoonist ZAK zegt opgevoed en opgegroeid geweest te zijn met 'Nero'. "Ik woonde toen tegenover 't Steen van Geeraard de Duivel en was net De hoed van Geeraard de Duivel aan het lezen waarin Nero dat hoofddeksel, dat over de stad Gent vloog, achterna rende. Die hoed vloog uiteindelijk 't Steen binnen en daar gebeurde van alles. Ik vond dat fantastisch. Door Sleen heb ik ontdekt dat je de werkelijkheid kon blootstellen aan pure fantasie. Misschien ben ik wel door hem beginnen te tekenen."

Als acht-, negenjarige knaap tekende ZAK ook Sleens karikaturen na die toentertijd gepubliceerd werden in een speciale editie van Het Volk over de Ronde van Frankrijk, waarin de lotgevallen van de wielrenners in tekeningen van Sleen tot leven kwamen. "Ik tekende ze altijd na, gebruikte dezelfde figuren als Sleen. Eerst volgde ik via de radio de perikelen van de Tour, dan creëerde mijn eigen verhaal en 's morgens kocht ik die bijlage om te kijken hoe Sleen dat had gedaan. En dan vergeleek ik met mijn visie. (Grijnst) Sleen was wel altijd beter, moet ik toegeven."

'Nero' wordt door ZAK omschreven als de eerste en enige strip waarin actualiteit verwerkt werd. "Net zoals ik had Sleen iets tegen politieke tekeningen. Hij gebruikte ze wel in zijn stripreeks om bestaande problematieken aan te kaarten. Dan zag je plots politieke figuren opduiken om een actueel probleem aan te stippen. Heel subtiel, maar ook heel leuk was dat. God ja, dat was allemaal vrij naïef getekend hoor, maar Sleen was dan ook meer een verteller dan een tekenaar, vond ik altijd."

De laatste albums hield ZAK allang niet meer onder de neus omdat, naar zijn zeggen, de figuur Nero nog amper geëvolueerd is. Zijn voorkeur gaat, "uit pure nostalgie", uit naar die allereerste albums als Het rattenkasteel, De hoed van Geeraard de Duivel, De groene Chinees, Het geheim van Matsuoka en Beo de verschrikkelijke. "In die laatste bracht Sleen het Afrikaanse oerwoud ter sprake. Prachtig, vond ik dat. Wij kende Afrika enkel van de chocoladewikkels, de missietentoonstellingen enz. Buiten Kongo wisten we niet wat Afrika was, maar dan kwam hij er plots aanzetten met een overweldigende oerwoud en heel veel fauna. Ik wist niet wat ik zag, want zo kende wij dat helemaal niet. Ook in dat opzicht bracht hij dus alweer iets nieuws."

Walter van den Broeck: ''Nero' geeft subliem de visie weer van de man tegenover de actuele problematiek' Merho: 'Sleen was degene die poëzie in de Vlaamse strip heeft gebracht'ZAK: 'Door Sleen heb ik ontdekt dat je de werkelijkheid kon blootstellen aan pure fantasie'(Foto's???)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234