Maandag 21/06/2021

'Uw zoon hééft het', zei Dora van der Groen. Ik dacht: 'Alles goed en wel, maar ik ben mijn elektricien kwijt'

'Het is de eerste en de laatste keer dat ik een interview doe", begint Hugo Van Dyck. Hugo van 'Van Dyck Partners bvba', een elektriciteitszaak met naam en faam in Herentals en omstreken. Acteur en scenarist Tom Van Dyck had ooit een van die partners kunnen/moeten/willen zijn, maar het liep zoals bekend anders.

Hugo Van Dyck: "Uiteindelijk koos de oudste, Peter, voor de job. Hij is nochtans licentiaat lichamelijke opvoeding. Na een korte periode als vertegenwoordiger vroeg hij me om in de zaak te komen. Een taak die eerst voor Tom leek weggelegd. Peter heeft zich in een paar jaar tijd omgeschoold, niet te geloven. Doorzetting, het is de gemeenschappelijke kwaliteit van onze zonen, ook van Tom. Wilskracht en drang naar perfectie. Geen toegevingen doen. De middelste, Hans, onze professor biologie, heeft dat eveneens. Ze hebben thuis altijd werkkracht gezien. Mijn vrouw en ik startten een bedrijf op toen we vooraan in de twintig waren, mét winkel. Mijn vrouw deed de aankoop, verkoop, kweekte intussen drie kleine kinderen op. Het was aanporren. Ik had, vond ik, een luxeleven, vertrok 's morgens met de camionette naar 'den bouw'. 's Avonds kwam ik thuis en was het gezin gerund, ik heb nooit een klop gedaan in het huishouden."

Tom: "Een ei bakken en de mosselen opschudden, het zijn de enige handelingen die ik jou ooit in de keuken zag doen."

Hugo: "Nooit tijd, altijd te doen hebben, niet kunnen stoppen. Er mocht niets op aan te merken zijn."

Tom: "Dat hebben we alledrie, dat perfectionisme. Ik ben volgens mijn vrouw ook zeer slecht in timemanagement. Als ik zeg dat ik tegen vijf uur thuis ben, kom ik er tegen acht uur door. Moeilijk natuurlijk want mijn vrouw is ook actrice en we hebben twee kinderen. Als we daarover in conflict gaan, denk ik meteen: het is hier precies hetzelfde als bij ons thuis vroeger, verdorie toch."

De afwezige vader, zo benoemde je in Humo je pa.

Tom: "Vader buiten of 's avonds op zijn bureau en mama binnen, tussen keuken en zaak. Wij liepen soms met de kak in ons broek de winkel binnen of met bebloede handen omdat we ergens tussen hadden gezeten. Het was ons moeder die verzorgde en grotendeels opvoedde."

Betekende afwezige vader ook gemiste vader?

Tom: "Zéker niet. Hij was niet de politicus die altijd weg was. We hadden avonden samen, weekends, vakanties, kwaliteitstijd. Alhoewel. (lacht) Als hij vrije tijd had, was het ook om te werken. Buiten in onze enorme tuin, bevolkt door kippen, konijnen, ganzen, kalkoenen. En ons vader maar timmeren. Konijnenkoten, kunstwerkjes waren het."

Met verlichting...

Tom: "Net niet. In het kippenhok was er wel licht. Vaders konijnenkoten waren konijnenvilla's, groot, stevig, met geïsoleerd dak, enfin.. weer die perfectie hé."

Op je zevende verjaardag kreeg je een overall, je toekomst leek verzekerd.

Tom: "Een overall én een werkbankje. Ik ging mee..."

Hugo: "Ik zou hier graag even tussenbeide komen."

Tom: "Lap, daar gaan we."

Hugo: "Nee, ik wil een mooie herinnering ophalen aan onze tocht samen. We deden het onderhoud in een klooster van de franciscanessen. Weet je nog, dat was kort nadat je ziek was geweest, een ontsteking aan de groeischijf."

Tom: "Ach ja, en die nonnen hebben toen gebeden voor mij."

Hugo: "In het dagelijkse gebed werd 'voor de beterschap van Tom, de zoon van Hugo, onze elentrieker' opgenomen."

Tom: "De franciscanessen hebben mijn leven gered."

Hugo: "En toen je genezen was, nam ik je mee."

Tom: "Als bewijsstuk, zodat ze konden zien voor wie ze de hulp van hierboven hadden ingeroepen."

Hugo: "En toen kreeg je een crème glaceke. Ik zie het nog voor me. Jij in overall, likkend aan dat roomijsje in het klooster. Mooi beeld."

Werkte je in die tijd al echt mee, Tom, of liep je in de weg?

Tom: "Ik mocht een hamer vasthouden, of de ladder."

Hugo: "Een beetje assisteren, later hielp hij echt. Inslijpen."

Tom: "En kappen, stopcontacten aansluiten, een kabeltje trekken."

Hugo: "Tom had daar feeling voor. Ik dacht al snel: aha, dat loopt hier goed. Hij heeft dan in het college boekhouding gedaan, in functie van. Tot hij op een gegeven moment Amadeus speelde, de rol van Salieri, en een prijs won. Eigenlijk was het al veel vroeger begonnen. We hadden van een handelsreiziger cassettes gekregen met opnames van Gaston en Leo. Hans en Tom speelden dat na op familiefeesten."

Tom: "Tante Julia, de zotste doos van de familie, had een kapsalon. Op een dag bracht ze een rosse pruik mee voor mij. Ze ligt hier nog, ons mannen spelen daar nu mee. Met de rosse pruik van Gaston Bergmans."

Was Toms talent meteen zichtbaar?

Hugo: "Het moet zijn, want die act had een enorm succes."

Tom: "Binnen een beperkte omtrek welteverstaan."

Hugo (onverstoord): "Elk jaar, op elk familiefeest, werd naar het duo uitgekeken. En dat breidde zich uit. De KWB, de vrouwengilde en Ziekenzorg vroegen hen om opvoeringen te geven."

Tom: "Ons moeder deed de boekingen en jij..."

De verlichting...

Tom: "Nee, het decor, heel stevig werk natuurlijk. Op zaterdag en woensdagnamiddag trokken we met de camionette naar diverse koffietafels. Onze gage was een zak Raiders (de vroegere Twix) of een Parkerpen. Er kwamen almaar meer boekingen, want de KWB en Ziekenzorg van de gemeente ernaast hadden over ons succes vernomen. Ons moeder kon al die aanvragen niet meer volgen. We stopten ermee."

Hugo, begon je toen te vrezen van: ai, hier kiemt iets?

Hugo: "Toen nog niet. We merkten wel dat er talent aanwezig was. Een leerkracht van het college bevestigde dat tegenover ons: 'Tom, die kán het', zei hij. En toen was er die wedstrijd."

Tom: "Bij het Victor de Ruyterforum, waaraan alle scholen van Vlaanderen deelnamen. De tien besten mochten in de Leuvense stadsschouwburg spelen en de winnaar kreeg een Victor uitgereikt in de Brusselse KNS, naar analogie met de Oscars. Ik ontving, zestien jaar oud, de Victor voor beste acteur. Voor die rol van Salieri. De prijs was: met de hele toneelklas naar het theaterfestival van Avignon gaan. Fantastisch."

Waarna jij voelde dat er keuzes gemaakt moesten worden.

Tom: "Ik kreeg vanuit diverse hoeken bevestiging van wat men 'mijn talent' noemde. Ik deed al dictie, voordracht en toneel op de muziekschool. Langzaam maar zeker voelde ik me niet meer op mijn plek op school."

(Hugo schudt het hoofd heen en weer, zucht.)

Een lastige schoolcarrière?

Tom: "Toen ik handel begon, was ik een goede, brave student. De twee laatste jaren was ik schoolmoe."

Hugo: "Ze hebben hem er moeten doorsleuren."

Tom: "Tijdens de lessen boekhouden zat ik romans te lezen. Sommige leraren wisten dat ik een ander doel vooropstelde en hebben veel door de vingers gezien. Maar ik liep een lastig parcours, die laatste jaren. Ik wou alleen nog boeken lezen en gedichten vanbuiten kennen. Dat ging zo makkelijk. Een monoloog van twintig bladzijden lukte meteen."

Hugo: "Maar twee pagina's aardrijkskunde dus niet. Ik hoor mijn vrouw nog zeggen: 'Hoe komt dat toch, dat hij dat niet meer geleerd krijgt?' Het antwoord was duidelijk: het interesseerde hem niet."

Tom: "In die periode sprak moeder de gevleugelde woorden: 'Ge denkt toch niet dat ge heel uw leven uw goesting gaat kunnen doen?' Leek me ideaal, als uitgangspunt. En ik moet zeggen: ik ben er nu zesendertig, ik heb al redelijk mijn goesting gedaan. Door hard te werken, natuurlijk. Hier strekte wat ik thuis gezien had enorm tot voorbeeld."

Het cliché luidt dat dit eigen is aan de middenstand: het moet altijd maar vooruitgaan.

Hugo: "Dat cliché klopt. Werken, ik heb niets anders gezien. Ik herinner me die keer toen we gepakt en gezakt klaar stonden om op verlof te vertrekken. Een stationwagen vol gerief. Ineens gaat de telefoon. De school van recht tegenover ons: 'Hugo, we zitten zonder elektriciteit.' Waarop ik: 'Bon, ik zal eens komen kijken.' (brengt beide handen aan zijn hoofd) Aiai, de reacties die ik thuis kreeg."

Tom: "Jij voelde je heel verantwoordelijk."

Hugo: "Ik noem het plichtsbesef."

Tom: "En jij had geen job maar een levenswerk. Moeilijk om daarvan afscheid te nemen. Ons vader gaat met pensioen binnenkort. Nu, ik wil dat nog eens zien gebeuren. Hij heeft namelijk nooit hobby's gehad, tenzij 'den biljaar'. Alhoewel. Hij kocht een antieke biljarttafel, haalde die in het weekend helemaal uiteen en zette die dan weer in elkaar. Veel spelen heeft hij er niet op gedaan. In de weekends werkte hij soms gewoon door. Ook 's nachts."

En ging je als jongere nog mee, ook al zat je met je hoofd bij het toneel?

Tom: "Zeker. Ik heb dat lang gedaan. Van mijn twaalfde, en ik ben dat blijven doen toen ik al op het conservatorium zat. Zeker één volle zomermaand ging ik mee 'in den bouw'. Op de een of andere manier ging dat ook goed tussen mijn vader en mij. Hij had nochtans niet zulke grote pedagogische kwaliteiten."

Hugo: "Ik heb geen geduld. Tegen dat ik het uitgelegd had, kon ik het twee keer zelf doen."

Knetterde het af en toe tussen jullie?

Tom: "Je mag gerust zijn. Roepen tegen elkaar. We zijn twee 'hevige'. Het was een compatibele heftigheid. Ik liet me niet doen door hem en vice versa. En nooit was er rancune, na een vlammend gesprek kwam meteen het herstel."

Was Tom een goede elektricien?

Hugo: "Ik zag het wel zitten, hoe hij dat deed. De grootste ontgoocheling die ik ooit meemaakte, was dan ook bij Dora van der Groen." (twijfelt, Tom lacht luid)

Hoezo?

Hugo: "Wij moesten naar de eerste ouderavond, of hoe heet dat op de toneelschool, een presentatie. Lief en ik zaten daar. Ik zie het nog voor mijn ogen. Dora, hoe ze dat zei: (staat op, loopt rond, imiteert) 'Daar is niets aan te doen hé, mijnheer.' Hoezo, zei ik, wat bedoelt u mevrouw? Dora antwoordde: 'Die heeft het, hè, die heeft het gewoon. Ik kan daar niets aan doen hoor.' Ik zat als aan de grond genageld, kon niets anders denken dan: daar gaat mijnen elentrieker. Mijn vrouw en ik zijn stilletjes weggegaan, afgedropen. Terwijl het voor Tom zo'n goed nieuws was. Wij moesten thuis een beetje bekomen. We zouden geen opvolger hebben. Tot Peter met zijn nieuws kwam, jaren later."

Ik moest lachen toen je daarnet rechtstond en die situatie op het conservatorium naspeelde. Je hebt talent.

Tom: "Natuurlijk heeft hij talent. Je had er bij moeten zijn op zijn werven. Een beter acteur bestond niet."

Hugo: "Allee man, wat zeg je nu?"

Tom: "Komaan, jij wist mensen zo in te pakken, met een zwans hier en een grap daar. Jij was zo'n typische zelfstandige die zijn zaak prachtig wist te verkopen. Dat komt heel dicht bij groot professioneel acteervermogen. Lucas (Van den Eynde) en Michiel (Devlieger), respectievelijk slagers- en schrijnwerkerszoon, merkten dat ook op bij hun vaders. Ik heb jou ook wel eens een leugentje om bestwil horen verkondigen. Met grote overtuiging. 'De kinderen zijn wat ziek', zei je, omdat je jouw planning wou veranderen. Ik, ernaast, keek jou aan met: 'Waar hééft hij het over?'"

Opvallend hoe zwijgzaam vader Hugo ineens is.

Tom: "Hij weet dat het klopt. Elke goede zakenman heeft iets van een acteur in zich. Ik ken een heel professionele vakman, met gouden handen, maar vraag hem zichzelf te verkopen en hij slaat tilt."

Hugo: "Ik weet over wie je het hebt, maar we gaan geen namen noemen hé. Die man is inderdaad bezeten van zijn werk, hij heeft zelfs geen tijd voor een lief. Als we hem daarmee plagen, zegt hij: 'Als ik mijn computer beu ben, zet ik hem op het schap. Een lief kun je niet op het schap zetten.'"

Ik zie die figuur zo verschijnen in Van vlees en bloed. Wellicht heb je vroeger, op stap met je vader, prachtige verhalen gehoord en situaties meegemaakt...

Tom: "Absoluut. Van vlees en bloed is onrechtstreeks een soort verzameling van dat meemaken. Wat men mijn zogenaamde talent noemt, hangt samen met een emotionele bagage die ik heb opgeslagen. Ik ben niet de geweldige feitenman. Helemaal anders dan mijn broer Hans, de man met de encyclopedische kennis. Mijn sterkte ligt eerder in het onthouden van emoties en voorvallen. Ik heb het sinds mijn kindertijd opgeslagen: hoe mensen zich gedroegen, hun reacties, hele dialogen. Als acteur kan ik daarop terugvallen en dat spelen. Als schrijver, scenarist, put ik er rijkelijk uit."

Is dat niet confronterend voor de vader, situaties terugzien?

(Hugo en Tom kijken elkaar aan, lachen gegeneerd, zwijgen.)

Oei, ligt het gevoelig?

Hugo: "Ik zie inderdaad dingen terugkomen op tv."

Kun je een voorbeeld geven?

Tom: "Ik ben benieuwd."

Hugo: "Ik ga niets zeggen. Tenzij dit. Lief en ik, wij hebben daar ons gedacht over. Maar dat is niet voor de gazet."

Dus toch discussie?

Tom: "Nochtans gooi ik dat door een vleesmolen en dan..."

Hugo: "Nee, Tom, je moet dat niet beginnen uitleggen. Kijk, ik vind de serie op zich heel goed. Ik geniet ervan. En natuurlijk herkennen wij flarden, zinnen, dingen..."

Van jezelf of van je omgeving?

Hugo: "Dingen die ooit gezegd werden. En nu zwijg ik."

Tom: "Voor alle duidelijkheid: ons vader heeft geen hond gehad die Joepie heette en waarmee hij verdacht veel in het bos wandelde."

Hugo: "Weet je welk personage ik ongelooflijk vind? Die buurman die constant langskomt. Héél goed. Maar die figuur loopt niet bij ons in Herentals rond."

Tom: "Niet in Herentals, inderdaad. Een buurman van me is na de eerste aflevering komen vragen: 'Zeg, Tom, die Herman, die lijkt wat op mij.' (lacht luid) Heel fier voegde hij toe: 'En, heb ik u nu geïnspireerd?'

"Mijn literaire idool Louis Paul Boon heeft ooit in een interview gezegd: 'Fantasie heb ik niet, maar ik heb wel verbeelding.' Het verschil is: fantasie bedenk je, verbeelding is wanneer je alles rondom jou opneemt en daarmee iets in beeld brengt."

Hugo: "Je moet er wel voorzichtig mee zijn."

Tom: "Ik heb nooit iets letterlijk over mijn moeder of mijn vader geschreven, of over broers of tantes."

Hugo: "We moeten soms wel lachen hoor. Met Alice (vrouw van Tom, speelt mevrouw Verspoor, ML), hoe zij om haar koteletjes komt en dan blijkt dat ze met Lucas, enfin ja, ik bedoel, het verhaal van de bospoeper. Ik vind dat plezierig. Nu kom ik mensen tegen in de buurt die me toeroepen: "Hé, Hugo, die bospoeper, dat is geestig hé."

Tom: "Mijn ouders worden daar heel vaak op aangesproken."

Wat drijft boven bij de ouders: schroom of trots?

Hugo: "Trots. Ik ben echt trots op de drie zonen. En Tom, tja, fantastisch wat hij doet. De mogelijkheden ook die hij aangereikt krijgt. In deze tijden van crisis mag je blij zijn als je mag doen wat je wilt en als je daar ook nog je brood mee kunt verdienen."

Hier spreekt de eeuwig beduchte zelfstandige weer.

Hugo: "Het is zoals in onze sector: als je talent hebt en je onderscheidt en hard werkt, geraak je er. Met scha en schande."

Tom: "Ik moet eerlijk zijn. Ik heb wel één ding letterlijk gebruikt in de serie. Jouw weerzin voor boekhouden, voor facturen, rekeningen. Ik herinner me ruzies thuis, amai. In de tweede aflevering van Van vlees en bloed zit die scène waarin Sien Eggers op het bureau zit..."

Hugo: "En ik onder mijn voeten krijg..."

Je zegt 'ik'?

Hugo: "Ik herken mij daar geweldig in, omdat dat inderdaad zo gebeurde bij ons thuis."

Tom: "Sien zegt tegen Lucas: 'Zie, het klopt weer niet, die rekening had vorige week al binnen moeten zijn.' Daarop volgt een zin die letterlijk van ons vader kwam: 'Godverdomme, tegenwoordig als ge een scheet laat, moet ge al zeven documenten invullen.'"

Hugo: "Letterlijk, inderdaad."

Tom: "Ons vader háátte paperassen en dat leidde tot uitbarstingen. Wat daarna gebeurde, was ook zeer filmisch. Mijn vader gedroeg zich als de geslagen hond. Hij sloot zich 's avonds op in zijn bureau werkte de hele nacht door en rookte daarbij heel veel. Na dat werk trakteerde hij zichzelf op een grote cognac. Dan kwamen wij soms tegen de ochtend binnen en zat hij daar, het kot volledig onder de smoor en de bel cognac in zijn pollen, gloriërend van: 'En zeg na nog es dat ik gene goeie zakenman zèn.' Dat ik dat opsloeg, is toch onvermijdelijk?"

Hugo, jij neemt binnenkort afscheid van de zaak, hoor ik. Je gaat met pensioen?

Hugo (ontwijkt): "Ik heb het voorrecht dat ik nog voor een paar fijne klanten kan werken. Ik wil dat kunnen aanhouden en Peter ontlasten. Een paar dagen in de week."

Tom: "Het antwoord op de vraag is dus: nee."

Hugo: "Helemaal loslaten zal moeilijk zijn. Als ze mij morgen definitief op een stoel zetten met een boek, of op een fiets met zo'n helmpje op en me vragen uren door de Kempen te rijden, dan denk ik dat het koordje breekt. Ik méén dat."

Je wordt er emotioneel van.

Tom (neemt over): "Wie aan zijn werk komt, raakt aan zijn leven. Het idee dat hij zou moeten stoppen is onverdraaglijk voor hem. Ik zou ook niet weten wat die mens moet gaan doen. Dat levenswerk, weet je wel, arbeid en leven zijn één. Ik vind het ook niet raar dat hij daar emotioneel van wordt. Ik zou precies hetzelfde hebben."

Hugo: "Maar het maakt me ook onmachtig. Ik begrijp heel goed het ongenoegen in mijn omgeving. Al onze vrienden zijn met pensioen en die elektricien werkt maar door. Intussen wordt mijn lintmeter korter natuurlijk, er resten mij niet meer zoveel jaren. Dus ik moet er nog wat mee. Maar hoe? Ik zou goede dingen moeten kunnen vinden en nog af en toe te doen hebben. Ik wil niet gaan rusten. Als je slaapt, ben je dood."

Hoe praten jullie samen, vader en zoon?

Tom: "Ons vader is redelijk gesloten. Een typische Vlaming."

Hugo: "Over gevoel en zo praten is moeilijk voor mij."

Tom: "Terwijl je een gevoelige man bent."

Hugo: "Ik zeg soms te weinig, weet ik. Ik zou dat af en toe moeten doen. Een bloemetje gooien of merci zeggen. Eens iemand vastpakken. Tja, het komt er niet zo uit."

Tom: "Tenzij er een paar Duvels zijn ingegaan, dan komt het er wel uit."

Vraag je raad aan je vader, Tom?

Tom: "Ons vader is nog altijd degene bij wie zaken worden afgetoetst als er belangrijke beslissingen dienen genomen. Een huis kopen bijvoorbeeld. Ach, dat verhaal. (giert het uit) Toen we dit huis de eerste keer kwamen bekijken, dat was puur toneel. De twee vakmannen bijeen, vader en schoonvader. Mijn schoonvader is een ongewoon professioneel metselaar, plakker, eigenlijk kan hij alles. Alice en ik vonden dit huis onze droom, we liepen hier verheerlijkt rond, superromantisch. De doelen die we daar alvast in legden: we zouden hier kinderen grootbrengen, ons leven uitbouwen... Terwijl wij op roze wolkjes liepen, hoorden we die twee venten op de achtergrond met hun handen en voeten kloppen en stampen op de planché, op de muren, om na te gaan hoe rot en hol en wak het huis misschien wel was. Stel je die tegenstelling voor. Wij dagdromend, ons moeder die zei: 'Maar dat is hier vuil!', en dat ritmische geklop van de metselaar en de elektricien."

In de gloria, kortom.

Tom: "Tja. Maar diezelfde twee mannen hebben onze droom wel helpen realiseren; ze maakten een pareltje van ons huis."

Zoon Tom heeft zaken geleerd bij de vader, maar wat neemt de vader van zijn zoon of zijn zonen mee?

Hugo (denkt na): "Mijn vrouw en ik kijken uit naar de resultaten die ze ons van hun levenswerk presenteren. Bij Tom is dat zijn acteren en nu die tv-serie. Op donderdagavond mogen ze bellen en vragen wat ze willen, de elektriciteit mag overal uitvallen, ik kom niet uit mijn kot.

"Als Hans een volgend boek uitbrengt, leef ik daar écht in mee. Ook al begrijp ik het niet wat hij schrijft. Ik blader dan in dat boek, er staan altijd mooie foto's in. Van vlinders, hij is onder andere in vlinders gespecialiseerd. En ik weet dan: dit is goed, heel goed. Wanneer Peter een project af heeft, ga ik daar graag naar kijken. Laatst heeft hij een kasteel volledig gerenoveerd. Ook daar ben ik geweldig trots op. Ik kijk dus uit naar wat ze doen, alledrie, verwonderd, verbaasd en heel diep van binnen heel gelukkig natuurlijk. Al zeg ik dat misschien niet altijd met die woorden."

Tom: 'Natuurlijk heeft vader talent. Je had er bij moeten zijn op zijn werven. Een betere acteur bestond niet.'

Hugo: 'Allee man, wat zeg jij nu?'

Tom: 'Komaan, jij wist mensen zo in te pakken, met een zwans hier en een grap daar. Jij was zo'n typische zelfstandige die zijn zaak prachtig wist te verkopen. Dat komt dicht bij groot professioneel acteervermogen'

Acteur Tom (36) en vader Hugo (64) Van Dyck

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234