Zondag 13/10/2019

Hoger onderwijs

Utrechts rector Bert van der Zwaan: "Veel studenten horen niet thuis aan de universiteit"

Bert van der Zwaan, rector van de Universiteit Utrecht en voorzitter van de League of European Research Universities. Beeld rv

De Universiteit Utrecht telt 30.000 studenten. Maar dat mogen er van rector Bert van der Zwaan gerust een paar duizend minder zijn. Want vandaag studeren er jongeren die er eigenlijk niet thuis­horen, stelt hij. "Kwaliteit moet ons belangrijkste streven zijn."

Haalt de universiteit 2040? Met die onheilspellende vraag in gedachten trok Bert van der Zwaan, rector van de Universiteit Utrecht, vier maanden langs universiteiten over de hele wereld. Het werd ook de titel van een essay van enkele honderden pagina’s. De 64-jarige biogeoloog brengt daarin een boodschap die in de academische wandelgangen vaak klinkt, maar zelden tot nooit openlijk wordt uitgesproken door bestuurders. Van der Zwaan, sinds kort ook voorzitter van de League of European Research Universities, een samenwerkingsverband van topuniversiteiten waartoe ook de KU Leuven behoort, durft het wél aan.

“Steeds meer jongeren gaan studeren, maar de overheid voorziet steeds minder middelen. De universiteiten staan op een belangrijk kruispunt. We kunnen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk achterna en het overlaten aan de markt. Dat zou leiden tot een privatisering van het hoger onderwijs en veel hogere inschrijvingsgelden. De enige andere optie, zo lijkt het vandaag toch te vaak, is doorgaan met wat we nu doen, namelijk de kwaliteit verdunnen.”

U kiest resoluut voor een andere oplossing. Wordt u dat in dank afgenomen?

Bert van der Zwaan: “Kwaliteit moet ons belangrijkste streven zijn. Daarom is het onvermijdelijk dat onze universiteiten in de toekomst minder studenten tellen. Dat is geen gemakkelijke boodschap, maar ik constateer dat de druk die ons personeel vandaag voelt, onhoudbaar is. Er zitten veel studenten aan de universiteit die er niet thuishoren, zowel op basis van hun interesses als op basis van hun talenten. Het wordt tijd om hier samen een eerlijk debat over te hebben.

“De Nederlandse rectoren lijken mijn analyse te onderschrijven, maar dragen soms wel andere oplossingen aan. In elk geval beseffen zij dat we ons op een steeds nauwer pad bevinden. Uit de ruimere academische gemeenschap krijg ik eigenlijk uitsluitend bijval. (zwijgt even) Al kan het natuurlijk zo zijn dat niemand mij in mijn gezicht durft tegen te spreken.”

Pleegt u uiteindelijk geen harakiri op uw instelling? Minder studenten betekent minder geld en doorgaans ook minder macht.

“We hebben openlijk uitgesproken dat we kleiner willen worden om de kwaliteit te verbeteren. Natuurlijk leidt dat tot minder inkomsten, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn. Minder studenten betekent ook minder nood aan bijkomende gebouwen en minder personeel, waardoor er dus ook minder wordt uitgegeven. Het hoeft ook geen negatief effect te hebben op onze invloed. Als onze kwaliteit verder toeneemt, zorgt dat ook voor belangrijke aanzuigeffecten. De gemiddelde grootte van een Amerikaanse topuniversiteit, waar wij zo naar opkijken, is 15.000 tot 25.000 studenten.

“Binnen de League of European Research Universities spreken de rectoren regelmatig over de perfecte grootte van een universiteit. Ik zeg niet dat we moeten afzakken naar de Amerikaanse gemiddelden, maar het mag gerust wat dalen. Je krijgt immers bestuurlijke problemen als een instelling te groot wordt. Een kleinere universiteit blijft bestuurlijk beheersbaar en er kan nog zoiets als een gemeenschapsgevoel ontstaan. Wat de ideale grootte is, valt moeilijk te zeggen. Er is maar verschrikkelijk weinig literatuur over schaaleffecten. Zo’n 15.000 tot 20.000 studenten wordt intuïtief gezien als het ideaal, maar daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken. Wij streven naar 25.000 studenten, een krimp met 5.000 studenten.”

Beeld De Morgen

Op termijn kijkt u daarvoor ook naar de hogescholen. Sommige opleidingen horen volgens u eerder daar thuis.

“Er bestaan opleidingen aan de universiteit die er eigenlijk niet thuishoren in de huidige vorm. Het zijn typische beroepsopleidingen, terwijl we moeten streven naar het verrichten van vernieuwend onderzoek. We hoeven zulke studies, denk bijvoorbeeld aan tandheelkunde of communicatiewetenschappen, niet in hun geheel af te stoten. Wel kunnen we meer onderzoek binnen het academisch curriculum introduceren, ook in de bacheloropleiding. Sommige delen van communicatiewetenschappen zijn wel academisch van aard, andere niet. Die laatste kunnen perfect aan een hogeschool gegeven worden. Ook daar moeten we eerlijk in zijn.”

U ontraadt sommige studenten dus om bij jullie te beginnen.

“Onze studenten klaagden zelf al over de massaliteit van het onderwijs. Zelf ben ik voor onderwijs in heel kleine groepen en dat wordt overwegend goed ontvangen. Ik geloof niet in eenheids­worst. Ik geloof dat studenten daar niet bij gebaat zijn. Er moeten weer meer verschillen ontstaan tussen de universiteiten, zowel op basis van selectie als kwaliteit. Dan gaan studenten ook bewuster om met hun studiekeuze. 

"Vandaag krijgen ze te horen dat ze koste wat het kost naar de universiteit moeten gaan, want dan ben je beter af op de arbeidsmarkt. Die redenering heeft tot een verwatering geleid aan de universiteit en daarbuiten. Op dit moment duwen de universitairen de afgestudeerden van de hogescholen uit de markt. Dat is ook een teken aan de wand dat het hoger onderwijs niet meer volledig aansluit op de arbeidsmarkt.

“Wat ik wil, is meer geld, meer aanzien en dus meer kwaliteit voor de hogescholen. Het onderwijs is er per student gerekend goedkoper en de overheidsmiddelen renderen er dus beter. Ook zou het voor een betere match zorgen met de bedrijven. De universiteiten kunnen zich vervolgens focussen op het aanleren van onderzoekscompetenties, zoals onafhankelijk leren denken en het ontwikkelen van probleemoplossend vermogen.”

U schoeit die klassiek elitaire boodschap wel op een egalitaire basis.

“Talent moet het altijd winnen van geld. Als we zo doorgaan als vandaag, worden de lasten voor studenten hoger en zullen de inschrijvingsgelden verder stijgen. Een proces dat zich ook in Vlaanderen zal voltrekken. Ik ben daar absoluut tegen gekant. Amerikaanse toestanden, waar je vermogen en je postcode bepaalt of en waar je gaat studeren, zijn mijn grootste vrees.

“In Utrecht zijn we uitgekomen op een verplichte oriëntering naast een resultaatsverbintenis. Na één jaar moeten studenten bepaalde resultaten behaald hebben om verder te mogen. Voordat ze überhaupt aan de opleiding mogen beginnen, moeten ze door een procedure. Studenten in spe komen op twee moment langs om ons te leren kennen en leggen twee proeven af. Daarop geven we feedback en een advies. Tien tot vijftien procent van de jongeren maakt op grond daarvan een andere keuze. We willen nu stap voor stap verdergaan om tot een bindend advies te komen. ‘Nou, eigenlijk is die studie helemaal niets voor jou’, is een boodschap die we moeten durven geven in het belang van de studenten zelf.”

In Vlaanderen heeft dat al gezorgd voor verhitte debatten, ook tussen de universiteiten zelf. U gelooft niet in een recht om te dwalen?

“Studenten moeten kunnen dwalen, maar dat hoeft niet te betekenen dat ze alleen maar feesten en dat hun eerste jaar volledig mislukt. Ik vind het prima als iemand hard werkt en na een jaar toch beslist om een ander pad op te gaan. Maar achter voortmodderen zal ik nooit staan. In de eerste drie jaar hebben we in Utrecht een hoog studierendement, maar 21 procent haalt het toch niet. Dat vind ik nog altijd veel te veel.”

Hoe voorkomt u dat uw universiteit de verkeerde jongeren buitensluit?

“Laat mij eerst stellen dat we vandaag met zijn allen hypocriet bezig zijn. Er zijn nu al veel jongeren die geen kans maken om door te dringen tot de universiteit. Dat moet veranderen, maar jammer genoeg bestaat daarvoor geen simpele oplossing. Juist daarom blijven we voorzichtig in de uitwerking van selectie­trajecten. Onze aandacht voor talentvolle jongeren uit de sociaal zwakke en allochtone milieu’s moet zeer groot zijn. Alleen al om die reden is er bij de selectie buitengewone zorg nodig.”

Vlaamse bestuurders reageren

Rik Torfs, rector KU Leuven

"Het mag nooit de bedoeling zijn om koste wat het kost meer studenten aan te trekken. Het belang van de studenten primeert. Zij moeten terechtkomen op de plek die het beste bij hen past. Wij handelen daar ook naar, bijvoorbeeld door studievoortgangsmaatregelen te treffen. Tegelijkertijd menen wij dat de universiteit een brede opleiding, ook op het vlak van persoonlijkheidsvorming, moet bieden. We moeten jongeren daarbij niet te vroeg uitsluiten. Het causale verband dat de Utrechtse rector legt tussen de grootte van een universiteit en de kwaliteit, gaat ook niet altijd op. De KU Leuven heeft een open toegang, maar staat toch hoog aangeschreven in internationale rankings."

Rik Torfs. Beeld Wouter Van Vooren

Herman Van Goethem, rector UAntwerpen

"Ik begrijp wel wat mijn Utrechtse collega bedoelt. Het spreekt voor zich dat de universiteit zich eerder richt op theoretische opleidingen op hoog niveau, terwijl de arbeidsmarkt dat niet altijd vraagt en ook nood heeft aan afgestudeerden van de hogescholen. En uiteraard geldt dat niet alle jongeren naar de universiteit moeten gaan en dat de hogescholen ook prima kwaliteit leveren, maar ik denk niet dat er aan onze universiteiten te veel jongeren studeren. In Antwerpen ligt het percentage achttienjarigen dat voor de universiteit kiest, zelfs lager dan elders. Er zijn dus groeimogelijkheden voor de UAntwerpen en ik denk zelfs dat die wenselijk zijn."

Herman Van Goethem. Beeld Universiteit Antwerpen

Luc De Schepper, rector UHasselt

"Sta mij toe hier sceptisch over te zijn. Het aantal studenten is inderdaad fors toegenomen, maar de participatie van achttienjarigen aan het universitair onderwijs loopt juist achteruit. Vooral jongeren uit families met een lager inkomen, zowel autochtonen als allochtonen, zetten minder vaak de stap naar de universiteit. Wij willen daar juist op inzetten. Het is ook gevaarlijk om dit discours te volgen, omdat de Vlaamse regering dan zou kunnen denken dat ze minder in het hoger onderwijs moet investeren. Nu geeft Vlaanderen een stuk meer uit aan een leerling uit het secundair onderwijs dan aan een student. Die middelen moeten verschuiven."

Luc De Schepper. Beeld jonas lampens

Anne De Paepe, rector UGent

"Het aantal studenten aan de UGent is in een kwarteeuw verdrievoudigd van 15.000 naar 42.000. We hebben daar geen spijt van en we zijn ervan overtuigd dat de universiteit daar wel bij vaart. We zien dan ook niet de noodzaak om dat aantal naar beneden te halen. Ons grote studentenaantal gaat niet ten koste van de kwaliteit. Uit kwaliteitszorgmetingen blijkt dat het onderzoek en onderwijs aan de UGent daar niet onder lijden, wel integendeel. Het vergt wel veel van professoren en assistenten die aan grote groepen studenten les moeten geven. Ook in Vlaanderen stijgt de financiering niet evenredig mee met het studentenaantal. We hopen dan ook dat daar verandering in kan komen."

Anne De Paepe. Beeld stefaan temmerman

Ben Lambrechts, directeur Hogeschool PXL

"Een student moet zichzelf kennen en dan kiezen waar hij of zij best thuishoort. Universiteiten mogen geen concessies doen aan de hoogste kwaliteit. Zij staan voor absolute excellentie en zijn een vrijplaats waar het topintellect samenkomt. Wij, de hogescholen, zijn een vrijplaats voor het opleiden van excellente professionals. Vandaag zit bijna de helft van alle studenten in het hoger onderwijs aan de universiteit, veel meer dan vroeger. Terwijl het logisch is dat niet iedereen naar de universiteit hoeft te gaan. Juist de hogescholen kunnen voor meer hogeropgeleiden zorgen. We stellen vast dat de samenleving nood heeft aan professionele hogeropgeleiden."

Ben Lambrechts. Beeld rv

Caroline Pauwels, rector VUB

"Het is dubbel: er zitten mensen aan de universiteit die er niet thuishoren, en omgekeerd zit niet iedereen die er thuishoort effectief op de universiteitsbanken. Natuurlijk hoeft niet iedereen naar de universiteit, maar zij die er het talent toe hebben en willen, moeten wel de mogelijkheid hebben er te zitten. Jongeren naar de juiste plek leiden en begeleiden is een taak van eenieder in het hoger onderwijs. De lat moet er liggen, maar wij moeten wel het pad effenen. Ik denk wel dat de Vlaamse universiteiten van hoge kwaliteit zijn, ook dankzij de vrije toegang. Vrije toegang moet niet ten koste gaan van de kwaliteit, dat bewijzen wij iedere keer opnieuw."

Caroline Pauwels. Beeld BELGA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234