Dinsdag 18/02/2020

USA Nails

Obsceen New York

Het afgelopen jaar zijn New Yorkers er opeens dol op geworden hun nagels te soigneren. Overal duiken USA Nails op, manicurezaken waar geduldige Vietnamezen hun voormalige vijanden liefdevol onder handen nemen. Dubravka Ugresic leest er een mondiale symboliek in: de nagelwinkel als plaats van verzoening van kolonisators en gekoloniseerden, exploitanten en geëxploiteerden, machtigen en hun slachtoffers.

Dubravka Ugresic

tekening jan vanriet

Men kan aan fraaie nagels denken En leven als een praktisch man: Waarom vergeefs de tijdgeest krenken? Gewoonte is bij ons tiran.

A.S. Poesjkin, Jevgeni Onegin Vertaling: L.H.M. van Stekelenburg en Frans-Joseph van Agt

Ja, het is waar, niets is meer zoals het geweest is. Ik kan niet met zekerheid zeggen wanneer de Vietnamezen precies zijn verschenen, na 11 september of vlak ervoor. Ik weet alleen dat ze er twee jaar geleden niet waren. Toen ik deze lente New York bezocht, of preciezer gezegd de Tweede en de Zesenzeventigste Straat, waar ik altijd logeer, merkte ik meteen dat het landschap was veranderd. De Tweede Straat vertoonde een bonte schakering van reclameborden met Nails, en niet alleen de Tweede Straat. New York leek wel voor een moment weggelopen uit De twaalf stoelen, de roman van Ilf en Petrov, die begint met de opmerking dat er in de provinciestad N. zoveel kapperszaken en begrafenisondernemingen waren dat de bezoeker de indruk kreeg dat de bewoners van de stad alleen geboren werden om zich te laten scheren, knippen en zich het hoofd met lotion te laten verfrissen, om dan direct te sterven. De New Yorkers zijn er sinds kort dol op om hun nagels te soigneren. Die van hun vingers en die van hun tenen. Sinds kort do de New Yorkers massaal their nails. En hun nagels worden verzorgd door Vietnamezen.

Ik behoor tot degenen die denken dat informatie over lokale én mondiale politieke waterstanden het snelst te verkrijgen is in kapsalons, taxi's en dergelijke. Daarom ging ik allereerst langs bij de dichtstbijzijnde kapper. Toen ik al in de stoel zat, begreep ik dat er alleen maar Russen in de salon werkten. De hele Tweede Straat - en een straat kan ook een heel legitieme blik op de wereld zijn, nietwaar? - is bezaaid met Russische kapsalons. De stad N. is naar New York verhuisd, althans voor zover het de kapsalons betreft. En het instituut scheer- of kapsalon - waarvan de rechtstreekse rol in de politieke geschiedenis van dat deel van de wereld dat zich regelmatig laat knippen en scheren tot dusverre door niemand is onderstreept - is definitief gedegradeerd. Daar praten kennelijk nog maar weinig mensen over politiek. Wat de Russische taal betreft, die is haar New Yorkse getto's allang ontgleden en verhuisd van Brighton Beach naar Fifth Avenue. Ik heb de gelegenheid gehad me daarvan te overtuigen tijdens een ochtendwandeling, toen er uit de luxueuze gebouwen die uitkijken op Central Park geüniformeerde portiers kwamen die Russisch spraken en er lange, glanzende limousines stopten, waarvan de chauffeurs ook Russisch spraken.

Ja, niets is meer zoals het geweest is. In de taxi vroeg een knorrige chauffeur met een grote snor en zware wenkbrauwen me waar we heen gingen op een toon alsof hij me vroeg waar het in het algemeen met deze wereld naartoe ging in plaats van naar mijn persoonlijke bestemming. Het bordje met zijn naam stuurde een ondubbelzinnige boodschap. Ahmed Muhamedanov. "Waar komt u vandaan?", vroeg hij.

"Uit voormalig Joegoslavië", zei ik.

"Hebt u gezien wat ze ons aandoen, de klootzakken..."

Ik kwam er algauw achter wie wie iets aandeed en op wie dat 'klootzakken' sloeg. Hij sprak vol lof over Milosevic. Hij gaf af op het Haagse tribunaal, dat er geen idee van had wat er in deze wereld eigenlijk gebeurde. Milosevic was een groot man, hij was als eerste de strijd tegen het islamitische fundamentalisme begonnen. Want zij, de moslims, die klootzakken, brengen onze christelijke beschaving in gevaar.

"Maar u bent toch zelf moslim, of niet?", zei ik, starend naar het plaatje met de naam van de chauffeur.

"Ik?! Godzijdank niet!"

"Wat bent u dan wel?"

"Een jood."

"Vanwaar?"

"Uit Oezbekistan."

Hoewel ik een gepassioneerd gebruikster van taxi's ben, had ik tijdens mijn verblijf in New York nog niet de gelegenheid gehad iets dergelijks te horen. Zo bleef Ahmed Muhamedanov een op zichzelf staand voorbeeld van steun aan Milosevic, die 'anticipator' van de strijd tegen het islamitische terrorisme. Weliswaar heb ik niet overdreven veel Amerikaanse Serviërs ontmoet. Op de vriendelijke verkoopsters in mijn lievelingswarenhuis Saks Fifth Avenue na, van wie de meesten uit Rusland en, jawel, uit Belgrado komen.

Ik liep daarentegen voortdurend Bosniërs tegen het lijf die intussen Amerikanen waren geworden. Ik kwam een jonge Bosnische vrouw tegen die als broker op Wall Street werkt. "Not a big deal", zei ze tegen mij. "Daar zitten nog meer landgenoten." Ik kwam Edin tegen, een jonge schilder die binnenhuisarchitect is geworden. "Ik neem alleen flats op Park Avenue aan", zei hij. Ik kwam Bego tegen, in Manchester, New Hampshire, een vluchteling die voor zijn komst naar Amerika enige tijd heeft doorgebracht in een Servisch kamp voor moslims. "Ik wist niet eens dat ik in Amerika was geland. Ik dacht dat dit het Engelse Manchester was", vertelde hij.

Bego heeft in de zeven jaar dat hij vluchteling is werk gevonden, een huis gekocht, zijn dochter uitgehuwelijkt, zijn zoon een schoolopleiding gegeven en zijn tuin ingericht. Nu heeft hij in die tuin een vijver met goudvissen en een prieel in oriëntaalse stijl. Op de viering van zijn verjaardag, waar ik toevallig aanwezig was, danste Bego in de door de maan beschenen tuin bezield de sirtaki. Zijn Amerikaanse buren denken dat hij een Griek is. Omdat hij doet denken aan Anthony Quinn. En vanwege die sirtaki, waarmee Bego al zijn huiselijke feestjes triomfantelijk afsluit. Wat Bosnië aangaat, dat herinnert hij zich niet eens meer. Hier, in Amerika, zijn al 'de zijnen': zijn gezin, familie, vrienden.

Ja, het lijkt of niets meer is zoals het geweest is. Maar wat hebben de Russen, de Oezbeken, de Bosniërs en de Griekse sirtaki te maken met de Vietnamezen? Niets. Of evenveel als de New Yorkers met wachten in rijen. De rijen die ik deze lente in New York heb kunnen zien, deden me door hun lengte denken aan de rijen die ik voor het laatst zo'n twintig jaar of meer geleden heb gezien in Moskou, bijvoorbeeld voor Jadran, een winkel waar Joegoslavische producten werden verkocht, van zware sofa's tot lichte schoenen. Ik zag die rij voor de pas geopende Neue Galerie in Upper East Side. De New Yorkers stonden in de rij om de beroemde sachertaart te proeven, ze bladerden Amerikaanse uitgaven van Freud, Broch en Musil door en bekeken schilderijen van Egon Schiele en Oskar Kokoschka. Onoverkomelijk lange rijen zag ik voor het MoMA voor de tentoonstelling van Gerhard Richter. De Oost-Duitsers wachtten vroeger vaak eindeloos in lange rijen om waspoeder te kopen. De New Yorkers wachten nu, alsof ze een schuld terugbetalen, geduldig in nog langere rijen om de schilderijen van een voormalige Oost-Duitser te zien.

Hoewel niets meer is zoals het geweest is, is New York nog steeds een stad naar de menselijke maat en godzijdank nog steeds 'obsceen'. Ik behoor tot de mensen die van New York houden met een zogenaamde onvoorwaardelijke liefde: van de daklozen die gehuld in vuile vodden in kartonnen dozen slapen tot Zorans doorkijkbloesjes van een paar duizend dollar, die de schoudertjes van de geprivilegieerden teder bedekken. Tussen twee haakjes: de modeontwerper Zoran is een landgenoot who really made it. Zoran is degene die 'onze' naam bij heeft geschreven op de mondaine kaart van 'obsceniteit'. De term 'obsceen' is gebruikt door een bekende Britse feministe, die ongeveer een jaar geleden in een artikel beroerd werd door de 'obsceniteit' van New York en geroerd door de bescheidenheid en sociale gevoeligheid van Toronto. Ook al vraagt niemand mij iets, in tegenstelling tot die bekende Britse feministe ben ik dol op obsceniteit. Die soort obsceniteit windt me op en beledigt niet in het minst de waardigheid van mijn eigen geringe koopkracht. Ik heb in mijn hoofd nooit op primitieve wijze een verband gelegd tussen New Yorkse taferelen, zo van: kijk eens, terwijl sommigen in de vuilnisbakken spitten, nippen anderen aan thee van honderd dollar per theezakje. Die obsceniteit is onder andere educational. Iedereen moet het recht hebben kennis te maken met zijn eigen plaats binnen de mondiale sociale hiërarchie. Het piepkleine leren tasje van een paar duizend dollar dat in een etalage van een winkel op Madison Avenue ligt te pronken is precies dat: een confrontatie met het bestaan van andere sociale werelden. En de hypocrisie, de leugenachtige bescheidenheid en het retorische rookgordijn over het recht van alle mensen op deze wereld op gelijkheid baren mij veel meer zorgen dan de New Yorkse 'obsceniteit'.

Maar toch, wat is het verband tussen obsceniteit en nagels en Vietnamezen? Dat is er. In de fantasieën van de armen betalen alleen de rijken ervoor dat iemand anders hun nagels verzorgt. In de fantasieën van de armen hebben alleen de rijken tijd, en tijd is, zoals men weet, luxe. Zo zijn we ten slotte bij de nagel aangeland, de kleinste menselijke waarde-eenheid. "Die komt nog niet tot zijn kleine nageltje", zeggen ze in mijn moedertaal wanneer ze een persoon met een andere vergelijken. Nagels en haren zijn in de oeroude religies van vele volkeren de meest mystieke (alleen nagels en haren groeien nog enige tijd door na de dood) en de meest getaboeïseerde delen van het menselijk lichaam. Het bezit van een paar haren van iemands hoofd, een paar afgeknipte nagels en een beetje was is voldoende om diegene volkomen in onze macht te hebben.

Overigens hoeven we niet in te gaan op rituelen van stammen (die kennelijk wisten van het bestaan van dna). Sommigen van ons herinneren zich nog jongens uit de provincie in de jaren zestig en de mode van het kweken van die lange nagel aan je pink, dat geëxponeerde substituut voor de niet-geëxponeerde penis.

Als New York het centrum van de wereld is - en als Oost-Europees provinciaaltje twijfel ik er niet aan dat dat het geval is -, dan kan men vanuit het perspectief van het centrum zeggen dat nagels hun absolute boom in de mode beleven. Ook studenten van kunstacademies profiteren op bescheiden schaal van de New Yorkse nagelmanie. "Hoewel ik niet religieus ben, heb ik me gespecialiseerd in madonna's", verklaarde een studente schilderkunst, die haar zakgeld verdient met het schilderen van kleine, unieke madonna's op de nagels van haar cliënten, aan een New Yorkse krant.

Mijn initiatie in de nieuwe trend onderging ik in een manicurezaak in de Tweede Straat. De baas, een Vietnamees, verwelkomde me met een vriendelijke glimlach en zijn medewerksters zetten me in een gemakkelijke leren fauteuil. Een van hen bood me aan mijn vermoeide achterhoofd te masseren, een ander hield zich bezig met mijn vinger- en teennagels. "Abra, do abra?", vroeg een derde me. "Abra, abra", hield de Vietnamese hardnekkig vol en legde toen in pantomime uit wat ze wilde. 'Abra' betekende eyebrows. Voor 10 dollar extra kon ik mijn wenkbrauwen laten epileren. Ik stemde er niet mee in. Ik vond de intonatie van haar aanbod een beetje pornografisch klinken. Het was tegen het einde van de werktijd, ik was de enig overgebleven klant.

Ik vermaakte me met te kijken hoe de Vietnamese baas een jonge Mexicaanse met mollige vingers leerde hoe je je nagels moest manicuren. De Vietnamees was zachtmoedig en geduldig. Eerst lakte hij de nagels van haar hand, demonstrerend hoe je het kwastje op de juiste manier over het nageloppervlak moest trekken. Toen strekte hij zijn hand uit en vroeg haar te laten zien wat ze had geleerd. Het was een volmaakt tafereel. Verlicht door het licht van de straat vormden de leraar en de leerling die elkaars nagels lakten een tafereel, Vermeer waardig.

Het was een tafereel van contact tussen twee vertegenwoordigers van ver van elkaar verwijderde werelden, tussen een Vietnamees en een Mexicaanse, in de Tweede Straat in New York. Twee mensen reikten elkaar hun vingertoppen en raakten elkaar aan als twee buitenaardse wezens. Ik dacht erover hoe mensen over de hele aardbol uiterst smalle doorgangen boren, als lianen, hardnekkig en onstuitbaar. Ik dacht erover hoe mensen migreren, als zand van de ene plaats naar de andere overgegoten worden, hoe ze plotseling op een plaats verschijnen als geheimzinnige boodschappers, vermomd als bevorderaars van kleine en op het oog zinloze vaardigheden als het manicuren. Ik, een Nederlandse Balkanese, een Mexicaanse, een paar Vietnamese vrouwen en een Vietnamese man, wij allen hadden elkaar aan het eind van een dag in New York getroffen bij een geheimzinnig project waarvan we de zin niet begrepen. Het viel me in dat de wereld zich op de een of andere manier vanzelf ordent en dat er een parallel leven bestaat dat op het eerste gezicht geen enkel verband houdt met ideologieën en ideologische systemen.

De manicurezaak leek me op dit moment veel belangrijker dan het Pentagon. De manicurezaak was op dit moment een symbolische plaats, een soort goedkope tempel voor goedkope troost, een tempel geopend voor de New Yorkers, voor mensen uit de buurt, voor toeristen zoals ik, voor nieuwbakken migranten. De manicurezaak was een plaats van symbolische mondiale verzoening. Want het viel me in dat Amerikaanse burgers tientallen en tientallen kilo's nagels en een kilogram of wat wenkbrauwhaartjes in de pas verrezen manicurezaken achterlaten. Het viel me in dat ze die aan Vietnamezen overlaten! Mochten ze dat willen, dan kunnen de Vietnamezen hen volgens oeroude religies voorgoed in hun macht hebben. Want de Maori, de Australische Wiradjuri, de West-Afrikaanse Mani en Jumbe, de Tahitianen, de bewoners van de Salomonseilanden, de oude inca's, de Patagoniërs, de Zuid-Afrikaanse Makololo en vele andere volkeren letten allemaal goed op waar ze hun nagels en haren verbergen, zodat ze niet in handen van vijanden vallen. Met andere woorden, de Amerikanen leggen vrijwillig hun hoofd op het hakblok. En in plaats dat ze zich bezighouden met het rechtzetten van het 'historische onrecht', masseren de Vietnamezen vriendelijk de vermoeide achterhoofden, handpalmen en voetzolen van degenen die hen zo'n veertig jaar geleden ongeluk hebben gebracht en die daarbij ook zichzelf in het ongeluk stortten.

Misschien zijn de als manicuren vermomde Vietnamezen dus eigenlijk brengers van een belangrijke boodschap? Misschien nodigen de Vietnamezen ons uit om wat begrip te tonen voor dat andere paar in de historische keten van trauma's tussen kolonisators en gekoloniseerden, exploitanten en geëxploiteerden, machtigen en hun slachtoffers? Misschien is de boodschap van de Vietnamezen dat alle wijsheid hierin schuilt dat op dit moment het achterhoofd van de 'machtige' wordt gemasseerd en zijn nagels worden geknipt?

Ook zo'n symbolische lezing van de mondiale wereldkaart is mogelijk. Want als de hele wereld een jaar geleden te hoop liep om de symboliek van de terroristische aanslag op Amerika te verklaren en zo met die symbolische interpretatie ook de criminaliteit van de daad en het Amerikaanse antwoord op die daad te legaliseren, dan heb ik het recht om er uit een volkomen tegengestelde hoek een mondiale symboliek in te lezen, vanuit de verzoenende, 'hedonistische', vanuit de manicuresalon.

In het echte leven onderwijzen de Vietnamezen in feite iets dat de New Yorkers meer dan ooit bereid zijn zich eigen te maken: een les over tijd, die gewone alledaagse tijd, gewijd aan nagels, wachten in de rij voor een tentoonstelling, kletsen met vrienden in een cafetaria, een wandeling. Tussen twee haakjes, onlangs was ik in het winkelcentrum op het Amsterdamse Osdorpplein. Het eerste wat ik in het oog kreeg, was een nieuwe zaak met het reclamebord 'USA Nails!'. Ik gluurde naar binnen. Een Vietnamese verwelkomde me met een verleidelijk opdringerige mantra. 'Enkbra, enkbra...' Ik wist precies wat ze tegen me zei. "Nee wenkbrauwen, alleen nagelen", stamelde ik in even slecht Nederlands.

Ik laat het over aan degenen die daar zin in hebben om die ongewone migratie te verklaren, dat verschijnen van Vietnamese manicurediensten in Europa. Ik van mijn kant ben van plan de volgende week de diensten uit te proberen van de Amsterdamse USA Nails. En wat de nagels zelf betreft...

Cut them on Monday, you cut them for health, Cut them on Tuesday, you cut them for wealth, Cut them on Wednesday, you cut them for news, Cut them on Thursday, a new pair of shoes, Cut them on Friday, you cut them for sorrow, Cut them on Saturday, you see your true love tomorrow, Cut them on Sunday, you safety seek, The devil will have you the rest of the week.

Vertaling: Reina Dokter © 2002 Weekbladpers Tijdschriften

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234