Woensdag 23/10/2019

Seksualiteit

Uroloog Piet Hoebeke: "De penis is de kanarie in de koolmijn”

Piet Hoebeke bezit thuis een collectie behoorlijk indrukwekkende fallussen. Toch is de lengte niet het belangrijkste, zegt hij. ‘Beter een kleine echte dan een grote lookalike.’ Beeld Illias Teirlinck

Hij zag er al meer dan tienduizend, en hij knutselt er regelmatig zelf. Met zijn boek De penis wil uroloog Piet Hoebeke (57) mannen bewuster maken van het leven down under. ‘Loop niet zomaar achter een spontane erectie aan’, bezweert hij. ‘Besteed liever aandacht aan wat je penis allemaal kan.’

Sommige lijken op een paddenstoel, kort en breed. De andere, lang en smal, doen dan weer denken aan een kaars. Stap de woonkamer van professor Piet Hoebeke binnen en je blik blijft hangen bij een reeks houten en ivoren fallussen. “Vervaardigd in Afrika, op de kop getikt in antiekzaken”, licht hij toe. Het kan niet missen dat deze man een boek uitbrengt over het orgaan dat hij het vaakst ziet passeren. Want ofwel buigt hij zich als kinderuroloog over genitale afwijkingen, ofwel opereert hij transmannen – vrouwen die man willen worden.

In De penis. Weetjes en kneepjes voor dagelijks gebruik wil Hoebeke mannen bewuster maken van hun lid. Want ook al heeft ongeveer de helft van de wereldbevolking er een, en maakt de andere helft er regelmatig gebruik van, toch heerst er nog veel onwetendheid over, merkt hij. “Zo had ik onlangs een man van bijna dertig op consultatie. Hij zag lijkbleek, want hij had een tumor gevoeld in zijn balzak. Ik kon hem meteen feliciteren: hij had na al die jaren voor het eerst zijn bijbal ontdekt. Blijkbaar had hij nooit eerder gevoeld wat er zoal aan zijn lijf hing.”

U zag in uw carrière al meer dan tienduizend penissen. In hoeverre was dat een jongensdroom?

Hoebeke: “Helemaal niet. Als kind droomde ik ervan om dierenarts te worden, maar uiteindelijk hadden dieren toch niet bijster veel te vertellen, vond ik. Ook tijdens mijn eerste studiejaren geneeskunde sprong de penis er niet meteen uit als het boeiendste onderdeel. Een lichaam heeft zoveel interessante organen en structuren.

“Wel wilde ik meer doen dan de doorsneechirurg. Ik wilde niet enkel snijden, maar vond het belangrijk om een patiënt op te volgen van a tot z. In de urologie kon dat. En zo is dat dus allemaal toevallig gegaan, noem het gerust serendipiteit.

“Ook mijn werk met transgenders was zo’n gelukkig toeval. Ik was nog in opleiding, en was van wacht, toen ik ineens bij de prof, een plastisch chirurg, geroepen werd. Hij was een transvrouw aan het opereren en ik moest hem uit de nood helpen, want hij vond de zenuw naar de eikel niet. Die is van belang omdat we bij transvrouwen van de eikel een clitoris maken. Ik wees de prof die zenuwbundel aan, en nadien zei hij: ‘Vanaf nu mag jij altijd helpen.’ Was ik op dat moment niet van wacht geweest, dan hadden ze mij misschien nooit geroepen.”

Piet Hoebeke. Beeld Illias Teirlinck

De gemiddelde piemel is 13 centimeter in gestrekte lengte, schrijft u. Slechts 2,5 procent van de mannen zit daar ver onder, terwijl 2,5 procent er opvallend bovenuit steekt. Toch hoort u veel mannen klagen over ‘abnormale afwijkingen’ die statistisch volstrekt normaal zijn. Hoe komt dat?

“De mens kan zeer moeilijk in variaties denken. Nochtans moet je binnen die variaties tevreden zijn met wat je hebt. Ik zeg mijn patiënten altijd: ‘De beste penis ter wereld is de uwe, hoe hij er ook uitziet.’ Want het is met die penis dat je verder moet. Wie te veel denkt in termen van ‘abnormaal’ raakt de pedalen kwijt. Zeker als je de norm bij de uitzonderingen legt. En dat is helaas wat veel mannen doen. Veel meer dan we denken. Want ik zie enkel de dappere mannen, die op consultatie durven te komen. Zo’n 90 procent van de mannen die met zulke besognes rondloopt, raakt niet tot bij de uroloog, geloof ik.

“Waar komt dat probleem vandaan? Dat gaat terug op ons DNA, dat de hele geschiedenis van de mens in zich draagt. Van alle mensapen was de homo sapiens degene met de grootste penis. Het was zijn verleidingsinstrument. Een grote penis had meer kans om opgemerkt te worden en was ook succesvoller bij de voortplanting. Dat idee zit nog altijd in het DNA van de man vast, waardoor velen denken: ‘Oei, de mijne is te klein’.”

Hebben mannen in de loop der tijden een kortere piemel gekregen?

“Dat gemiddelde van nu, die 13 centimeter, ligt beslist lager dan bij onze verre voorouders. Voor zover we kunnen nagaan is de penis toch wat in verval geraakt, vooral door milieuvervuiling. De kans zit er wel in dat de piemel over zijn hoogtepunt heen is. Al is dat geen probleem, nu hebben we hem niet meer nodig als verleidingsinstrument.”

Toch gaat die verstoorde relatie van mannen met hun jongeheer soms erg ver, stelt u. Zij lijden aan het ‘penile dysmorphic disorder’, een soort minipsychose. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

“Dat zijn mannen die van bij het opstaan over hun ‘abnormale’ penis lopen te piekeren, en daar tot ’s avonds laat obsessief mee bezig zijn. Meestal gaat het om een perfect normale variant, maar toch worstelen die mannen met dat waanidee: hij is te kort, te smal, te krom. Ik hoor er maar weinigen klagen dat hij te lang is. (lachje)

“Meestal durven die mannen ook geen relatie aan te gaan. Zo heb ik een patiënt die wakker ligt van zijn plasgaatje, dat volgens hem ‘niet perfect zit’. Terwijl daar helemaal niks mis mee is. Toch knoopt hij geen relaties aan, omdat hij ervan overtuigd is dat het zijn bedpartner zou opvallen en afschrikken.”

De onvrede van mannen gaat dikwijls terug op trauma’s uit het verleden, merkt u. Moeders die zeggen: ‘Jongen, hou jij in de kleedkamer je onderbroekje maar aan.’

(windt zich op) Als een moeder zoiets zegt, is dat eigenlijk levensgevaarlijk. Want dan installeer je al dat idee: er is iets mis met mijn penis. Er zijn moeders die met hun zoontje van 6 jaar bij mij komen aankloppen: ‘Dokter, is zijn piemel niet te klein?’ Dan benadruk ik altijd hoe normaal hij is, precies om te vermijden dat een kind meegaat in dat verhaal.

“Ook leeftijdsgenootjes kunnen hard zijn. Vooral in de puberteit, als het een gespreksonderwerp wordt en ze met elkaar beginnen te vergelijken. Meestal vellen die vriendjes dan een oordeel op basis van de slappe penis, die zeer variabel is. Juist meten kan alleen in gestrekte lengte, of bij een erectie.

Piet Hoebeke. Beeld Illias Teirlinck

“Niet onbelangrijk: ook het eerste liefje speelt een grote rol. Als die er iets uitflapt als: ‘Oh, zo’n klein pietje’, dan kan een man dat levenslang meedragen. Mijn studentes druk ik altijd op het hart: denk je dat een man een kleine heeft, blijf dan bij denken, maar zeg het niet. Nooit. Voor je het weet veroorzaakt dat ene achteloze zinnetje een trauma.”

‘Er zijn zelfs artsen die jongens onterecht op hun kleintje wijzen’, hekelt u. Ziet u dat wel vaker?

“Ja, en daar heb ik echt een probleem mee. Zo kreeg ik onlangs een tiener doorverwezen uit Parijs, omdat zijn artsen vonden dat zijn piemel te klein was. Die jongen was behandeld voor leukemie, waardoor zijn hormoonproductie uitgevallen was. Maar hij had wel een penis van 10 centimeter, wat absoluut oké is. ‘Beste vriend, jouw penis is helemaal goed’, dat was het enige wat ik hem kon zeggen. Die jongen heeft mij vastgepakt en is beginnen wenen van geluk. Zo content was hij om te horen dat alles normaal was. Dat er dan artsen zijn die jongens iets anders wijsmaken, dat is te gek voor woorden.”

Maar wat zegt u dan tegen mannen met een piemel van 5 centimeter in erectie?

“Dat is natuurlijk een lastiger verhaal, ook dan moet je de waarheid vertellen. Die mannen hebben dikwijls vooral nood aan psychologische bijstand. Zelf kan ik daar niks aan verhelpen, ik zou er zeker niet aan raken met chirurgie. Beter een kleine echte dan een grote lookalike. Trouwens, ik hoor vrouwen van patiënten ook wel vertellen dat ze toch veel plezier beleven aan zo’n micropenis. Vrouwen die lengte belangrijk vinden, zijn sowieso in de minderheid. De meeste just don’t care.

“Maar natuurlijk werkt de maatschappij dat beeld van een grote mee in de hand. Je kunt geen reclame voor herenondergoed zien zonder dat die broek enorm gevuld is. Onrealistisch is dat, net als porno. Bij vrouwen wijzigt die tendens af en toe nog: soms zijn hele grote borsten in de mode, dan weer minder grote. Bij de penis is het eigenaardig genoeg altijd de grote. (gespeeld verrast) Misschien moeten we dat eens invoeren: de week van de kleine penis.”

Over ‘klein’ gesproken: de Belgische fraudeur Ehud Arye Laniado (65) overleed onlangs tijdens een penisverlenging in Parijs. Maar liefst 95 procent van de mannen blijft ontevreden achter na zo’n ingreep, toont onderzoek. Maakte u al piemels langer?

“In mijn jonge jaren wel, maar ik ben daar redelijk snel van teruggekomen. Vreselijk voelde ik mij daarbij, want ik zag inderdaad niemand die er achteraf gelukkig mee was. Je kunt wel een ligamentje doorknippen waardoor de slappe penis er wat langer uitziet, maar in erectie maakt het geen verschil. Na een twintigtal operaties ben ik daarmee gestopt, ook al kon ik daar ongetwijfeld steenrijk van geworden zijn. In Belgrado is er zo’n centrum waar ze tot 20.000 euro vragen voor een penisverlenging, die nadien niet eens het gewenste effect heeft. Pure oplichterij is dat.

“De enige zinvolle verlenging is die bij een ‘begraven penis’. Dat is een penis die door een te sterke spier volledig naar binnen getrokken zit. Neem je die spier weg, dan komt de penis op zijn normale lengte. Alle andere operaties zijn onzin.”

U maakte met uw team wel al meer dan duizend piemels, de zogenaamde falloplastie. Bij transmannen, maar ook bij een tachtigtal jongens of mannen die hun penis verloren. Hoe speel je in godsnaam je lid kwijt?

“Die jongens komen van overal, want wereldwijd zijn wij een van de weinige centra die dat doen. Zo heb ik een jongen behandeld uit Soedan die een schotwonde opliep: zijn penis was er helemaal af. Ik zag ook een jongen uit Servië die getroffen werd door een blikseminslag. Vindt de bliksem een uitgang via de penis, dan is die compleet verbrand. En ik opereerde ook een vijftal kinderen na een iets te enthousiaste besnijdenis. Dat zijn echt drama’s.

“Daarnaast zien we af en toe ook auto-amputaties, vaak in een cocaïneroes. Heel tragisch is dat: die mannen worden wakker en stellen vast dat ze in het ziekenhuis liggen zonder penis. Van de feiten herinneren ze zich niks. Wellicht sneden ze hun piemel af in een soort angstpsychose, uitgelokt door die drugs.

“Voor jongens die hun eikel kwijt zijn geraakt bij een fout gelopen besnijdenis hebben we een techniek ontwikkeld: door een eikel te reconstrueren met slijmvlies uit de mond geven we de penis weer een normaal uitzicht. Alleen, die eikel heeft nooit de gevoeligheid van een echte. Een aantal patiënten zijn intussen adolescenten en slagen er maar niet in om klaar te komen. Dat is het hele drama van wie zijn penis verliest. Bij transmannen proberen we die gevoeligheid er wel in te krijgen: dan verbinden we de zenuw van de penisflap met die van hun vroegere clitoris, in de hoop het brein zo om de tuin te leiden. Bij zo’n zeven op de tien lukt het om tot een orgasme te komen. Je hebt er altijd bij wie we daar niet in slagen. Wij kunnen die zenuwen wel tegen elkaar leggen, maar of ze met elkaar willen ‘praten’, daar hebben wij geen vat op.”

Ondanks het risico op complicaties worden er in ons land elke dag vijftig jongens besneden, vaak voor hun vijfde. Dat is te veel, vindt u, en vaak onnodig. Maar zelf ging u toch ook onder het mes?

“Voor mij was dat een persoonlijke keuze. Ik was toen 24 en mijn toenmalige vriend was al besneden. Na lang praten heb ik uiteindelijk beslist: ik laat dat ook doen. Daar heb ik nooit spijt van gehad, voor mij was dat een kwalitatieve verbetering. Wel was het voor mij belangrijk dat ik er zelf over kon beslissen. Was mij dat als kind opgelegd, zonder inspraak, dan had ik het daar wel moeilijk mee gehad.

“Nu zien we veel ouders met die vraag komen. Vaak zijn ze in paniek omdat de voorhuid van hun zoontje niet over de eikel raakt. Maar tot aan de puberteit is dat normaal. Eén op de vier jongens heeft een vernauwing of verkleving van de voorhuid. Dat lost zich meestal vanzelf op tijdens de puberteit. Toch gaan veel kinderen om die reden al onder het mes. In zo’n geval, als de voorhuid op zich niet ziek is, heb ik daar wel moeite mee. Je snijdt dan toch in een intact lichaam.

“Ook als het gaat over een ingreep om religieuze redenen vind ik dat je je zoon prima als moslim of jood kunt opvoeden, om hem op zijn zestiende te vragen: wil je je laten besnijden of niet? Zo heb ik ook mannen gezien die zich pas op latere leeftijd tot de islam hebben bekeerd en zich dan laten besnijden. Dat vind ik prima.”

U sprak daarnet over uw ex-vriend. In het voorwoord van uw boek verwijst u ook naar uw huidige partner Roberto, met wie u 27 jaar samen bent. Hoe was het om u destijds te outen?

“Je kunt de jaren zeventig niet vergelijken met vandaag. Wisten wij veel. Ik had wel geregeld seksavontuurtjes met jongens, heb mij in die tijd goed geamuseerd. Maar ik was ook lange tijd samen met een meisje, ook die relatie was fijn. Uiteindelijk voelde ik toch: ik ben homoseksueel. Ik zat aan het einde van mijn opleiding toen het thuis ter sprake kwam. Mijn moeder was daar snel mee klaar, zij heeft dat goed opgevat. Mijn vader had het wat lastiger. Hij was zeer katholiek. Toen hij in het parochieblad een noodnummer zag staan voor ouders van homoseksuele kinderen, pakte hij de telefoon. Toen hebben ze hem gerustgesteld: ‘Want tenslotte viel ook de zoon van premier Leo Tindemans op mannen’, klonk het. Uiteindelijk kon mijn vader het aanvaarden. Onlangs hoorde ik nog over een vader die zichzelf van het leven had benomen nadat zijn zoon zich had geout. Onvoorstelbaar, toch? Dat zoiets vandaag nog gebeurt.

“Hoe dan ook, mijn geaardheid heeft me nooit in de weg gezeten, ook niet in mijn carrière. Zelf heb ik ook nooit een existentiële crisis gehad. Ik ben eigenlijk altijd content geweest met wie ik ben, en nu nog.”

Had u in uw jongere jaren graag het boek gelezen dat u nu geschreven hebt?

“Zeer zeker wel. Wij hadden thuis de Winkler Prins-encyclopedie en een zakboekje van de geneeskunde, omdat mijn moeder verpleegster was. Als puber heb ik daar enorm in zitten snuisteren, wij hadden natuurlijk geen computer of internet. Had dit boek toen bestaan, dan zou het mij heel wat winst hebben opgeleverd.” (fijntjes)

Beeld Illias Teirlinck

Een opvallend citaat in uw boek: ‘We kunnen onszelf beter begrijpen door te denken via onze penis.’ Pleit u voor een soort penisfulness?

“Ik pleit vooral voor meer aandacht voor wat dat orgaan is en doet. In plaats van zomaar achter een spontane erectie aan te lopen en daar je ding mee te doen. Zeker voor adolescenten is het belangrijk om breed te exploreren wat ze met hun penis kunnen. Als je dat mist, ga je het op latere leeftijd ook niet makkelijk oppikken.

“De meeste mannen nemen hun penis een vijftal keer per dag vast, maar vraag hen niet wat hij allemaal kan. Nochtans is het zinvol om daarbij stil te staan: hoe marcheert dat hier? Wie zich meer bewust is van de gevoeligheid van zijn penis en van zijn bekkenbodem, heeft ook seksueel meer mogelijkheden. Stel, je komt te vroeg klaar: door je bekkenbodem beter aan te sturen, kun je meer controle krijgen over het moment van je orgasme. Of het kan je orgasme ook intenser maken.

“Wie bewust met zijn piemel omgaat, ziet ook tijdig de alarmpjes knipperen van gezondheidsproblemen. Op dat vlak is de penis de kanarie in de koolmijn. De meeste mannen die een hartinfarct krijgen, hadden al erectieproblemen. En bij diabetes is impotentie een van de eerste symptomen. De penis is dus een uitstekende barometer. Alleen spijtig dat er nog zoveel schroom over bestaat. Zo had ik onlangs een dertiger op consultatie met een teelbaltumor zo groot als een cavaillon. Het was niet de eerste keer dat ik zoiets meemaakte: jonge mensen met een duidelijke afwijking die uit schaamte niet naar de dokter durven, en daardoor kostbare tijd verliezen. Het bloot als abnormaal. Terwijl bloot dan toch normaal zou moeten zijn?”

U geeft ook een tip mee om prostaatkanker te ontlopen: door 21 keer per maand te ejaculeren. Het mag dus wat meer zijn dan die gemiddelde ene keer in de week?

“Mannen moeten zich in hun zaadlozing niet laten beperken tot de seks met hun partner. Masturberen binnen een relatie is vaak taboe, terwijl dat niet raar zou mogen zijn. Een zaadlozing is iets heel natuurlijks. Toch wordt dat maatschappelijk moeilijk aanvaard. Alsof je je partner ontrouw zou zijn. Dat vind ik een brug te ver. Zolang het met je eigen hand gebeurt, vind ik daar niet veel overspeligs aan.” (lacht)

Opmerkelijk: mannen krijgen sowieso elke nacht zes à acht keer een erectie, los van seks. Waar is dat goed voor?

“De meest logische verklaring is: om de lengte van hun penis te behouden. Bij mannen die minder erecties hebben, zien we de penis effectief wat inkorten. Zie het dus als een zuurstofboost, opdat de accu niet leegloopt. De ochtenderectie is dus eigenlijk de laatste nachtelijke erectie. Die wordt ook nog eens getriggerd door de volle blaas. Wat een beetje absurd is, want plassen met een erectie is niet zo simpel.

“Weet je, bij mannen die dachten dat ze impotent waren deden we vroeger de postzegeltest. De patiënt moest dan bij bedtijd een strookje postzegels rond zijn penis kleven. Was het strookje ’s ochtends gescheurd, dan had hij een erectie gekregen: een goed teken. Nu doen we dat niet meer. Niet omdat de test niet werkte, maar omdat postzegels tegenwoordig zelfklevend zijn.” (maakt zich vrolijk)

U hebt hier thuis een aantal fallussen staan. Vindt u de penis een esthetisch orgaan?

“Ik vind het wel oké. Lange tijd heb ik gezocht of er een gulden snede in de penis zit – de ideale verhouding – maar die heb ik niet gevonden. Alleen de praktische kant kon misschien beter: ballen die plakken bij warm weer, waardoor mannen dan met hun hand in hun broek zitten om de boel weer te schikken. Of nog: de voorhuid die tussen je rits vastraakt.” (trekt een pijnlijke grimas)

Oei, nu kijkt u alsof u uit ervaring spreekt.

“Helaas wel. Ik heb het als kind eens voorgehad. (gruwelt) De truc is dan om je rits door te knippen. Nu weet ik niet meer hoe mijn moeder dat toen heeft opgelost, maar ik herinner me wel dat het zeer pijnlijk was.”

‘De penis. Weetjes en kneepjes voor dagelijks gebruik’, door Piet Hoebeke. Uitgegeven door Borgerhoff & Lamberigts: 208 blz, 24,99 euro, verschijnt op 27 maart.

Piet Hoebeke

- Kinderuroloog en reconstructief uroloog in het UZ Gent
- Decaan van de faculteit geneeskunde en gezondheidswetenschappen aan de UGent
- Sinds kort hoofdarts van het UZ Gent
- Nam in 2015 deel aan ‘De slimste mens ter wereld’
- Raakte bij het grote publiek bekend via het tv-programma ‘Topdokters’
- 57 jaar
- Geboren in Gent
- Is getrouwd
- Houdt van: fietsen, moderne kunst, reizen, een goed glas wijn en lekker eten met vrienden


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234