Woensdag 03/03/2021

Urbain en Loewie ServranckxUrbain:Ik ben al lang blij dat hij niet met zijn bloot gat op mijn gezicht komt zittenLoewie:Ik heb het liefst dat hij me niet te veel vraagt. Laat me mijn leven maar leven

‘Oei, een interview. En de Loewie zegt zo weinig”, waarschuwt Urbanus een week voor ons gesprek aan de telefoon. “Ik heb ergens gelezen dat er in de puberteit van alles gebeurt met de hersenen van jongelui, iets fysisch of chemisch. Hun hersens worden danig ingenomen door groot worden en zichzelf ontwikkelen dat wat zich in de omgeving afspeelt even niet belangrijk is, zoals een geweten en andermans problemen. Bij Loewie is dat proces nu volop bezig. Een prater is mijn zoon sowieso niet. Maar goed, ik vraag het hem straks na school of hij meedoet.”Urbanus mailt dezelfde avond: “Loewie wil.” Loewie is er effectief bij, tijdens het gesprek, fysiek vooral. Goedmoedig mannetje, blinkende wangen, brede short (zonder Urbanusbretellen!), met het hoofd vergroeide pet, een beetje het Bolleke van Piet Fluwijn maar dan uitgegroeid. Piet Fluwijn en Bolleke was vroeger ook Urbanus’ lievelingsstrip.Loewie luistert en beaamt, maar kan ook heel ontremd geeuwen, of zuinige zinnen van drie woorden zeggen die hij snel weer met een langgerekte ‘pffff’ ontkracht. En hij ontsnapt af en toe, vlak voor een volgende vraag, hobbelt van tuin naar keuken, van trampoline naar ijskast. Breekt voor het aanrecht potjes aan en sandwiches open en rolt plakjes beenhesp op die hij met smaak naar binnen werkt. Altijd honger, die opgroeiende gasten, thuis hebben we ook zo’n veelvraat aan de voorraadkast plakken. We wéten hoe dat de dag en zichzelf vult, het pubervolk. Maar die van ons doet nog tweerichtingsverkeer met zijn mond. Eet én tettert tussendoor. Loewie Servranckx neemt en eet, en geeft iets minder taal terug.Het zal aan ons liggen. Hij zegt het midden in het gesprek, dat hij niet houdt van antwoorden geven en nog minder van het feit dat er altijd maar vragen worden gesteld. Waarna Urbanus begripvol knikt en zegt: “Ik herken dat, ik was vroeger ook niet bezig met wat me werd gevraagd of lichtjes werd opgedrongen. Ik was meer het innerlijke kind dat zich liet opslorpen door details, meer dan door zogenaamde essentie. Pas veel later ben ik tot een soort wasdom gekomen en maakte ik meer contact met de buitenwereld. Humor is altijd een dankbare manier geweest om met mijn omgeving in communicatie te komen.”Een wijze beschouwing van Urbanus, die dit weekend zestig wordt. Of blijft hij vooral een groot klein kind?Loewie kijkt een eerste keer bedrukt en haalt de schouders op. “Een oude vader? Zo heb ik dat nog nooit bekeken. Pa wordt er zestig, inderdaad. Dat maakt geen verschil voor mij. De pa van mijn maat is er drieënveertig of zo, dat is jonger, maar veel betekent dat toch niet?”Urbain: “Ik voel me ook niet het type gepensioneerde dat op zijn duiven zit te roepen of alleen over koers kan klappen.”

Wordt het getal zestig dit weekend gepast gevierd?

Urbain: “Niet speciaal, denk ik. Meestal gebeuren de dingen bij ons een beetje los van dat geijkte móéten. De filosofie in dit huis is: de zon schijnt meer naast de wereldbol dan erop. Hoe we onze vakantie plannen, geldt als typisch voorbeeld. Meestal weten we gewoon niet waarnaartoe en dus kiezen de kinderen maar, ze nemen er boekjes van touroperators bij en roepen dan ineens: ‘Hé kijk, daar kun je met een gele banaan de zee op.’ Blijkt dat in Senegal te zijn. Dus, op naar Senegal. Dit jaar trekken we naar Kroatië, geloof ik.”Loewie: “Dat is al vastgelegd hoor, pa.”Urbain: “Ach zo, het is al geregeld. Wist ik niet eens.”

Kinderen baas, zoals in die strip van Jommeke?

Loewie: “We bepalen de dingen niet, maar we mogen wel mee bedenken, we hebben inspraak in alles.”Urbain: “Niet alles, want als het van jullie afhangt, gaan we elke vakantie winkelen in New York, in een limousine van vijftien meter lang. We moeten ze intomen, onze gasten.”

Is het hier thuis dagelijks één lange Urbanusshow?

Loewie: “Dat valt wel mee. Onze pa is gewoon die mens die we elke dag in de buurt hebben. Grappig? Soms, ja. Maar vooral ook heel gewoon.”Urbain: “Stel dat ik thuis zou zijn zoals ik op het podium ben, dat zou pas om te lachen zijn. Dan ben je Eddy Wally, iemand die maar niet loskomt van zijn typetje. Maar alles doelbewust scheiden doe ik evenmin. Ik werk en leef hier, bedenk grappen, maak strips en ben vader tussendoor. Mijn hele leven lang ben ik vooral dankbaar geweest voor het talent dat ik meekreeg, zomaar uit het niets.”

Wat is het grootste talent van de vader?

Loewie: “Tja, toch weer zijn humor of... Hoe moet ik dat zeggen. Het gaat om die manier van grapjes maken. Het is ook een beetje mijn manier van kijken naar de dingen. Wij hebben hier thuis nogal een lage humor. Met laag bedoel ik: superdomme dingen zeggen, we hebben dat allemaal in ons.”Urbain: “Ik zie in onze Loewie hoe ik was als dertienjarige. Ik stond toen ook niet op een cafétafel met mijn onderbroek op mijn hoofd. Het was veeleer het omgekeerde: ik was bedeesd, heel stil. Alleen met een paar vrienden erbij kwam ik echt open. En dat waren er niet zoveel.”Loewie: “Ik heb dat ook wel. Als ik een paar gasten rondom mij heb, voel ik me veel meer op mijn gemak dan alleen.”Urbain: “Ik werd me op jonge leeftijd bewust van het feit dat ik een goede verteller was en daarmee scoorde. Alleen, in het gewone leven ben je daar gene vette mee. Ik keek ook zo anders naar alles, zag minder de feiten, meer de details. Maar ik kon redelijk tekenen, en dus op een manier die innerlijke wereld uitbeelden en vormgeven.”Loewie: “Ik kan niet echt tekenen, maar ik ben graag met muziek bezig. Meer beluisteren dan spelen. Ik heb nog even iets met een gitaar gedaan. Twee maanden. Ik kon de riff spelen van de White Stripes en daar stopte het ongeveer.”Urbain: “Wat ik wel heb doorgegeven, merk ik, is: aan iets beginnen en halverwege met nog groter enthousiasme aan iets anders verderdoen. Alles moet snel weer ververst worden. We hebben een viool gekocht voor de kinderen en een piano, maar díé toetsen heeft Loewie nog niet echt veel beroerd.”Loewie: “Wat ik vooral graag bespeel, zijn de toetsen van mijn pc. Netloggen en muziek opzoeken, vooral r&b.”

En bekijk je de dingen die je vader ooit maakte? Alles zit nu heel handig bijeen in lijvige dvd-boxen.

Urbain: “Ze hebben mijn werk via hun vrienden leren kennen.”Loewie: “Die stuurden dan YouTubefilmpjes door, en die bekeken wij met plezier. We hebben onze pa een beetje via via ontdekt.”Urbain: “En dan riepen ze van achter de computer: ‘Hé pa, klopt dat? Is dat echt iets van u?’ Dan antwoordde ik: ‘Oh ja, dat heb ik ook nog eens gedaan in een vroeger leven.’”Loewie: “Heel plezant vond ik die oude filmpjes, de vroegste sketches van op televisie.”

Voorkeuren?

Loewie: “‘Vaarwel Theo’ was toch een van de lievelingsliedjes. Wegens het ritme van de muziek. Ook grappig is het verhaal op zich, over iemand die zich van kant wil maken, maar daar niet in slaagt. Urbanus hielp hem dus een beetje. Hoe ging dat nu weer....”

... ‘Theo bond het touwtje heel strakjes rond z’n nek. Hij zei: ‘Geef me maar een duwtje als ik teken geef vertrek.’ Het startsein werd gegeven, ik gaf Theo een stoot...’

Urbain: “Ik moest eraan denken toen ik vorige week een verhaal las in de krant, met foto’s en alles erbij. In Japan bestaat ergens een brug die zelfmoordenaars aantrekt en daardoor in de omgeving nogal wat files veroorzaakt. Op een dag stond er weer een man op de richel. Een chauffeur die in de file aanschoof, stapte uit en gaf de man een zetje, zodat het vooruit kon gaan. Kortom: ‘Vaarwel Theo, made in Japan.’“Maar de inspiratie voor mijn sketch toen kwam van een liedje van Randy Newman, ‘Let’s Burn Down the Cornfield’, over een verliefd koppeltje dat ervan droomde te kunnen vrijen terwijl het veld afbrandde. Ik vertrok vanuit dat gegeven, wou iets maken over puur egoïsme, hét constante verhaal tot op vandaag. Dat schrijnende egoïsme bezorgt me nog altijd inspiratie.”

Uw letterlijke omgeving heeft u minder geïnspireerd?

Urbain: “Nee. Mijn gezin, mijn privé, mijn kinderen waren gewoon wat ze waren, wat rondom mij leefde. Geen inspiratiebronnen. Al kom ik met de kinderen uiteraard soms supergrappige dingen tegen. Ook met Loewie. Hij at vroeger al eens chocoladekoeken met americain préparé, en....”Loewie: “(onderbreekt) Maar pa, toen was ik nog zo klein. Pff. Ik weet ook niet of ik dat zo graag in de krant zie staan, wat gaan mijn maten denken, zo onnozel ook.”Urbain: “Maar enfin, Loewie, dat is niet eens zo vreemd. Zie wat de Chinezen aan combinaties van vlees en zoet naar binnen werken. Daar is die koek met préparé niets tegenover. En weet je nog, Loewie, die speciale dromen die je had, ik...”Loewie: “Zéker niet vermelden. Dat is écht privé.”

Ik heb de indruk dat je het niet zo leuk vindt, Loewie, om in combinatie met die vader, artiest, opgevoerd te worden.

Loewie: “Dat is zo. Die vragen die me dan altijd gesteld worden, zo van: ‘en lijk je op je vader?’, ‘wat vind jij daarvan?’, ‘ga je net zoals je pa...?’... Die dingen. Terwijl ik toch gewoon een jongen ben tussen de rest. Nu ja, mijn vader heet Urbanus en dat is best oké voor mij, maar meer is dat ook niet. Ik ben ik.”Urbain: “Het moet niet simpel zijn voor hen. Toen ik vroeger werd geïnterviewd, werd ik uiteraard nooit met mijn pa vergeleken. Ik kon het hebben over wie ik was en wat ik deed. Ik begrijp dat het soms lastig is voor de kinderen. Ik als ouder verwacht ook helemaal niet van hen dat ze wat ook uitvoeren of iets meenemen van wat ik ooit deed. Zij zijn gewoon de volgende generatie. Ze zijn in hun wereld, Loewie is bijvoorbeeld vooral met communicatie bezig, met tv, de computer.”Loewie: “Dat is inderdaad wat ik graag doe. En PlayStation.”Urbain: “Ik voel me er ook veel beter bij als ik alles loslaat en niet te veel verwacht. Ik ben zelf op mijn vijftiende gestopt met naar school gaan, had om de drie jaar ander werk, rolde in dingen tot alles ineens in de plooi viel. Ik ben daar zelf op uitgekomen, werd niet gestuurd. Toch wil ik de kinderen ook meegeven dat het je allemaal niet alleen maar overkomt. Ze zouden kunnen denken: ‘Ach, bij onze pa is het op een moment ook ineens gelukt zonder iets te doen.’ Dat klopt niet. Of dat ze denken van: ‘Die pa zit hier thuis maar lekker strips te maken, heerlijk gewoon, zo kan het dus ook.’”Loewie: “Zo bekijken wij dat niet. Wij hebben wel een vader die thuis werkt, en die ook veel weg is om zijn werk uit te voeren. We beseffen dat goed.”Urbain: “Loewie was drie toen ik van het grote podium stapte.”Loewie: “Ik herinner me wel nog goed die tijd dat je optrad. Ik ben zelfs een paar keer mogen meegaan. Ik zat dan vooraan, of in de coulissen.”Urbain: “En dan zag ik hem midden in de show iemand het podium opduwen. Uit balorigheid.Loewie: “Ik heb er zelfs ooit mijn springbal op gesmeten. Vond ik gewoon leuk om te doen.”Urbain: “Loewie vond het toen vooral plezant om de achterkant van het gebeuren te zien. Hij kon verder kijken dan het publiek. Dat is zoals in het bos zien wat de achterkant van de boom is.”Loewie: “(slaat ogen op) Tja, die kennen we al.”Urbain: “Hoezo? Awel, zeg dan maar hoe je ziet waar de achterkant van de boom is? (Loewie zwijgt) Dat is de plek waar de kak ligt. Iedereen zegt toch altijd: ‘Ik ga mij achter die boom zetten? (Loewie slaat de ogen op, glimlacht)’”

Was dat nu een goede mop?

Loewie: “Een domme mop, zoals we hier gewoon zijn. Ja, een goeie dus, zeker weten.”

Vader stopt op zijn vijftiende met school, wat als Loewie zegt...

Loewie: “(onderbreekt) Ik zou wel willen stoppen. Ik vind het daar tegenwoordig belachelijk saai. Ik studeer niet graag, het interesseert me niet. Maar ik denk dan meteen ook: ik zou geen werk vinden zonder diploma.”Urbain: “Mijn vader heeft mij ook altijd zo gekend: als de jongen die altijd wist wat hij niet wou, maar niet wist wat het wel moest worden. Pas toen ik Jan De Wilde zag optreden in een Anderlechts jeugdclubje voelde ik dat ik mijn leven moest ombuigen naar het verbale. Ik ging sketches bedenken die gewoon storyboards voor filmpjes waren, en later kwamen daar de grote films bij.”

Loewie, klopt het dat jullie redelijk onder de indruk waren na het bekijken van de film Hector?

Loewie: “Jawel, ik vind dat trouwens nog altijd een heel goede film. Eerst en vooral omdat pa daarin speelde, dat was speciaal. Maar ook het verhaal greep me aan. En dan het einde, hoe hij vertrok met die goudvis gebonden op dat rugzakje. Ontroerend.”Urbain: “Het heeft hen inderdaad aangegrepen, ook Liesa en Marieke waren onder de indruk. Ze hadden mij al af en toe op tv gezien, in een talkshow of quiz of zo. Maar een heuse film, dat kwam nogal binnen. Een kind begrijpt op jonge leeftijd niet altijd het verschil tussen wat verzonnen is en wat niet. Voor hen was dat dus echt. Marieke moest ik nadien uitleggen dat ikzelf, anders dan Hector, niet in een weeshuis was grootgebracht. Dat had haar enorm aangegrepen. Dat bleek nadien ook de sterkte van de film, dat de mensen en dus ook mijn kinderen zo ontroerd waren.”

Loewie, wat voor soort vader is Urbanus?

Urbain: “Zeg maar nen toffen, komaan.”Loewie: “Zeker geen strenge vader. Als je iets vraagt, mag dat meestal wel. Hij zegt ook tamelijk veel: vraag het aan mama.”Urbain: “Maar meestal komen ze bij mij als ze het al aan haar gevraagd hebben.”

En wat stak je van hem op?

Loewie: “Pff...”Urbain: “Niets?”Loewie: “Toch wel die humor, hoe hij zaken bekijkt. Hij neemt het leven niet te zwaar op.”Urbain: “Ik laat het vaderschap komen zoals het komt. Ook de kinderen kwamen er zo. Nadine en ik waren gewoon heel blij met elkaar. En toen er ondanks de kar condooms, de containers zaaddodende pasta en de vracht pillen toch een kindje kwam, was het welkom. Maar het verliep niet volgens een bewust plan. Ook dokterden we niet uit wat uit hen moest voortkomen, zodra ze groot waren. Daar nemen ze het best zelf de tijd voor, maar dat betekent niet dat we niet met de grote vragen bezig zijn: ‘wat heeft zin en wat niet?’, ‘zitten wij hier onze nestel af te draaien om aan het einde van de rit nul punten te hebben?’ Dat God al dan niet bestaat, kan me weinig schelen. Dat wij leven, is wel van groot belang. Je kunt maar je best doen in dit leven en proberen met mensen overeen te komen. Blijkt later dat er hierna niets meer is, dan kun je ook niet meer zeggen: ‘Kust nu mijn kloten, wat ben ik onnozel geweest om mijn best te doen.’ Een gebrek aan ‘hierna’ neemt je ook de kans af om je daarover te beklagen.”

Stel dat Loewie die denkwijze meeneemt en daaruit besluit: laten we lekker niets uitvoeren, het heeft toch geen zin.

Urbain: “Ik ben dat ook ooit van plan geweest, vlak voor ik besloot me als artiest te smijten. Tot ik een talent ontdekte bij mezelf. Het talent om dingen te verzinnen en verbeelding vorm te geven. Tot mijn grote verbazing was wat ik deed redelijk uniek, kreeg ik grote bijval en ging de zaak hier serieus aan het draaien. Voor minder bijval was ik nochtans met dezelfde energie gewoon doorgedaan. Mijn tenen krullen als ik iemand op tv hoor zeggen: ‘Ach, bah, ik doe niets. De mens is niet op de wereld gezet om te werken.’ Terwijl die man wel gaat stempelen en dus onrechtstreeks inkomsten uit werk genereert, werk van anderen welteverstaan. Die laksheid. Nu, als Loewie me op een dag zou komen zeggen ‘pa, ik ga niet meer naar school’, zou ik hem zeggen: ‘Dan moet je met minder content leren te zijn, en zul je misschien ooit werk moeten doen dat niet echt jouw keuze is.’”

Maar ach, pa is toch rijk...

Loewie: “Als ik zou stoppen met school, zou ik zeker gaan werken. Ik zou niet willen profiteren van mijn ouders.”Urbain: “Ik heb misschien genoeg om mezelf en mijn kinderen te onderhouden, maar ik denk niet dat ik rijk genoeg ben om hun hele leven en dat van hun kroost zekerheid te geven. Ik ben ook al tien jaar gestopt, dat geld begint op te geraken. (lacht)”

Urbain, hoe ziet die innerlijke wereld van jouw zoon eruit, denk je?

Urbain: “Ik ben min of meer op de hoogte. Loewie heeft zijn informatiebronnen en is gewoon een kind van zijn tijd. Hij heeft een tv op zijn kamer, en internet. Als hij daarop alleen maar naar blote vrouwen zit te kijken, moet hij dat maar weten.”Loewie: “Hela, ik hou alles echt wel in de hand hoor, ook met spelletjes. Ik ben niet verslaafd hé. En ik kijk graag naar dingen zoals Mijn restaurant!. Wegens dat koken.”Urbain: “Dat zie ik hem eerlijk gezegd nog doen later. Onze Loewie kookt heel graag en ook bijzonder lekker.”Loewie: “Vooral desserts en kleine dingen die niet te moeilijk zijn. Chocolademousse en panacotta. En ik maak ook zelf pasta, met de pastamachine.”Urbain: “En de afwas is voor mij. Ik heb hier eens een nacht staan schrobben. Loewie had weer zijn best gedaan.”Loewie: “Ja maar, ik had toen wel voor dertig man moeten koken hé, een familiefeest. Je mag dat niet onderschatten.”

Is het belangrijk, hoe jong je ook bent, om alvast ergens in door te gaan en je in dingen te onderscheiden?

Urbain: “Het enige wat ik wist toen ik als artiest begon, was: als ik hetzelfde doe als Elvis of Jimmy Frey of Will Tura, dan ben ik hoogstens de tweede beste Elvis, Frey of Tura. Mijn verhaal was: ik had een talent ontdekt waarmee ik op mijn manier iets moest doen. Een grote omschakeling was het niet. Wat ik op het podium uitvoerde, had ik eerder thuis of in het café gehoord of meegemaakt. Ik heb het alleen een beetje uitvergroot. Sommige mensen vonden dat cru, bij ons in het dorp echter waren ze dat zo gewoon als iets.”

Weet Loewie welke controverses jij ooit veroorzaakte, bijvoorbeeld met ‘Een bakske vol met stro’?

Loewie: “(gapend) Hè?”Urbain: “(lachend) Tja, weet hij veel hé. En ook mij beroerde het matig, die zogenaamde godslastering. Kerken en communies, daar waren we bij ons thuis al lang van weggegroeid. Loewie heeft ook zijn... O nee, wacht, jij hebt wél je communie gedaan.”Loewie: “Mijn eerste communie, omdat ik toen op school godsdienst moest doen, maar daarna ben ik naar zedenleer gegaan. Veel te saai, godsdienst. En god en die dingen, al die vragen over geloven, ik ben daar niet mee bezig.”Urbain: “Hoe meer goden rondom mensen, hoe minder die mensen hun verantwoordelijkheid moeten opnemen voor zichzelf. Ik ben jaren geleden ooit in Indonesië en omgeving gaan optreden. Die Indonesiërs, jongens toch, voor alles gingen die naar een godje of een tempeltje toe. Ik denk dat het op den duur was om te vragen of hun spinazie niet zou aanbranden. Dat haat ik in godsdiensten: het neemt alles van de mens over. Als kind al ontdekte ik dat wij het zijn die het moeten doen. Op het college moest je gaan bidden voor een goed examen. Ik dacht, twaalf jaar oud was ik toen: ‘Ik ga eens lekker niet bidden, zien welk verschil dat geeft.’ Conclusie: ik was vierde van de klas. Na de examens moesten we weer naar de kerk toe om God te bedanken voor de goede uitslag. En ik zat daar zo (toont twee middelvingers)en dacht: ‘Heb ik dat even fijn alleen gedaan.’ Dat gevoel is gebleven. Pas op, makkelijk is het niet, de verantwoordelijkheid voor wat je doet bij jezelf leggen en niet bij de buitenwacht, wie of wat dat ook moge zijn. God, het lot, de ander, het lijken me vluchtroutes.”

Ben jij een verantwoordelijk man?

Urbain: “Op momenten dat het moet, ja.”

Is opvoeding zo’n verantwoordelijkheid?

Urbain: “Ik heb mijn gezin eerst een zekere bodem gegeven, geld verdiend. Nadine heeft toen veel alleen gezeten met drie jonge kinderen. Tien jaar geleden ben ik ineens thuis gebleven. Het was een keuze en ook weer niet, want er was wel een vorm van uitputting gekomen. Ik deed die optredens al vijfentwintig jaar. Maar dan zit je er ineens thuis met drie gasten. Nu, ik had niet het idee van: ‘Bon, we gaan ons eens aan het vaderschap zetten.’ Ik ben er mij wel van bewust dat het in de meeste huisgezinnen strikter is. Dat er bij slechte rapporten consequenties aan vasthangen. Bij ons werkt het anders.”

Jij krijgt dus nooit een straf voor slechte punten, Loewie?

Loewie: “Niet echt, maar pa en ik hebben laatst wel een soort contractje getekend.”Urbain: “Heel simpel: als hij goede punten heeft, krijgt hij iets. Zit hij eronder, dan is het iets kleiners. Dat staat op papier.”Loewie: “Dat was meer voor jou dan voor mij. Jij vergeet altijd beloftes, zegt nadien dat het niet waar is. Daarom dat contract. Omdat het ook voor jou gevolgen had. Als ik 3 procent meer had dan op mijn vorige rapport kreeg ik een spelletje of zo. Ik zat er 5 procent boven, dus pa hing. En het stond er, zwart op wit, pa kon er niet meer onderuit.”Urbain: “Ik merk wel dat ik toch een beetje de lijn doortrek van mijn ouders, die zeiden: ‘Onze kinderen voeden zichzelf wel op.’ Ik zit dus niet te chronometreren wanneer en hoe lang mijn kinderen naar tv mogen kijken. Een uur en geen seconde meer, dat soort dingen. Stel dat ze dan de pointe van iets missen, dat zou toch stom zijn. Ik vind het belangrijker dat ze redelijk gezond leven, en dat we met z’n allen goed overeenkomen. Voor de rest ben ik al lang blij dat Loewie niet met zijn bloot gat op mijn gezicht komt zitten. Je hebt natuurlijk soms de neiging je eigen nostalgie als norm te gebruiken, maar ik weet dat dit achterhaald is. Er is een andere mode, een andere moraal. Over een jaar of tien zal alles wat ik in de jaren zeventig poneerde als flauwekul en voer voor mietjes worden gezien. Bij deze jongelui liggen alle heilige huisjes al lang omver. Weten zij veel dat die huisjes er ooit gestaan hebben.”

Loewie, stel dat je vader er niet meer was: hoe zou je hem voor jezelf herdenken of beschrijven?

Urbain: “Mijn vader is passé, ’t is wel triestig maar allez.”Loewie: “Mijn vader was Urbanus en Urbanus was mijn vader. Dat overlapt elkaar wel, vind ik. Er is niet zo’n groot verschil.”Urbain: “Komaan zeg, ik vind van wel. Op het podium werk je met overtreffende trappen. Thuis, privé doen die trappen niet mee. En voor de rest maken wij ons niet te veel zorgen. Pas op, dat zou verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden door diene kleinen hier. Misschien denkt hij wel: ‘Mijn pa interesseert zich geen kloten voor mij.’ Terwijl ik denk: ‘ik laat hem vrij.’”Loewie: “Ik heb het liever zo, dat hij me vrij laat en niet te veel vragen stelt, laat mij maar mijn leven leven.”Urbain: “Het is ook moeilijk om te scoren bij de jeugd, met al die technische bazaar van tegenwoordig. Ik geloof dat er daardoor iets is stuk gegaan. Zestig of honderd jaar geleden kon je als jonge gast met de raad van een oude wijze mens, een peter of een meter, iets aanvangen. Tenslotte zou jouw leven er ongeveer hetzelfde gaan uitzien als dat van hen. Vandaag zijn pépé en mémé degenen die niet weten hoe ze hun video moeten afstellen, die moeten aan jonge gasten niets meer komen uitleggen. Op die manier ontstond een beetje een breuk tussen oud en jong, ook al wordt er wederzijds nog graag gezien en blijft familie zijn waarde behouden. Bij die oudere generatie kun je almaar minder kennis opsteken en dus ging ook een stukje overdracht aan wijsheid verloren.”

En Loewie, probeert jouw vader dat oude wijze man spelen af en toe bij jou uit?

Loewie: “(haalt schouders op) Pff, weet je, niemand hoeft me echt wijze raad te geven. Als ik iets wil weten, heb ik internet. En ik heb mijn vrienden. Pa is thuis en met vragen kan ik ook altijd bij mijn moeder terecht.”Urbain: “Het gaat er hier gemoedelijk aan toe. Het is een keuze om vooral die rust te laten doorweken. Ik ging vroeger al eens in de wachtzaal van de tandarts zitten omdat de tijd anders te snel voorbijging. Die tijd wil ik nog altijd bewaken. Dat betekent rust betrachten in alle omstandigheden, kinderen niet opjutten of aanporren. In dit huis, met weidse tuin, probeer ik de tijd een beetje te rekken. Hier ben ik ook de vader die dolblij is omdat hij nog elke dag zijn grapje mag verzinnen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234