Woensdag 23/10/2019

Unionist tot in de kist

De koninklijke naam is heilig, de stadiongevel is beschermd en de supporters zijn uniek. In tweede klasse teert een van de meest traditierijke clubs uit het vaderlandse voetbal nog steeds op haar glorierijke verleden: Royal Union Saint-Gilloise. In de volksmond 'den Union'.

door Bart Fieremans en Frank Schlömer

Vorst l Union draait in tweede klasse een opmerkelijk seizoen, stond zelfs even tweede en ontvangt zondag koploper Dender. Dromen is niet verboden: zou Union ooit nog eens proeven van eerste klasse en een derby tegen Anderlecht? 'We leven niet alleen in het verleden.'

Het is een grapje waarmee de ware Unionfan aan de toog kan scoren. Dan vraagt hij: 'U kent toch de twee grootste Brusselse voetbalclubs? Een onwetende zou, om hem te behagen, kunnen antwoorden: "Anderlecht en Union?" Waarop de andere in onvervalst Brussels: "Maar nee, peke, het eerste elftal van Union en de reserven van Union."

Het grapje gaat al decennia mee en is overgeleverd van vader op zoon, net zoals de band met de voetbalclub in de familie overgaat. Want overlevering is nodig om te weten wat Union ooit betekend heeft in het Belgische voetbal. Ooit: we spreken van vóór de Tweede Wereldoorlog, toen Lierse nog Liersche heette. Union was dan de beste voetbalclub van het land en met stamnummer tien een van de oudste.

Tussen 1903 en 1913 behaalde de club zeven landstitels en in het interbellum nog eens vier. Ook de fans van nu scheppen er graag over op: met elf landstitels staat Union qua palmares nog altijd op de derde plek na Anderlecht en Club Brugge. Komt daar nog eens twee keer de beker van België bij, toen het héle Brugge werd geklopt: in 1913 verliest Cercle (3-2) en in 1914 gaat Club (4-1) voor de bijl.

De laatste grote succesperiode van Union dateert van de jaren dertig. Anderlecht was toen nog een onbenullige club. Neen, het volk stroomde toen naar het Joseph Marienstadion van Union. Tot dertigduizend opeengepakte fans vergaapten zich in de topmatchen op geel-blauw. Eén record staat nog overeind: tussen 1933 en 1935 speelde Union zestig competitieduels zonder verlies. 'Union Soixante', zo kreeg de legendarische ploeg een naam.

Na de oorlog ging het langzaam bergaf met Union - met nog een Europese opflakkering in 1959-1960. Union schakelde zowaar AS Roma uit in de beker der Jaarbeurssteden. In 1973 zakte Union definitief weg uit eerste klasse - Anderlecht had toen al lang de fakkel in Brussel overgenomen - en pendelde daarna tussen vierde en tweede klasse.

Dat grootse verleden mag elk jaar meer vervagen, maar een restant bleef ook anno 2006 nog praalvol behouden: het stadion, ingehuldigd in 1926 door prins Karel, te midden het Dudenpark in Vorst. De voorgevel langs de Brusselse Steenweg geldt als een architectonisch pareltje, te bezichtigen op Monumentendag, en is beschermd.

Aan de overkant staat de onoverdekte staantribune, zoals vroeger, trapsgewijs met de ijzeren stahekken. Die plaatsen zijn goedkoper, maar als het bij een match fel regent, doet de club al eens een gul gebaar naar zijn trouwe fans. Dan roept de speaker plots dat ze de lege plekken in de hoofdtribune mogen innemen. Alleen die kleine volksverhuizing is de moeite waard om zien.

Dinsdag namen we een kijkje: het stadion in het park is omringd door bomen en een afrastering met prikkeldraad, weliswaar met gaten in. Met wat behendigheid wringen spookkijkers zich erdoorheen om geniepig naar het voetbal te zien. Er is wat gehamer te horen in een klein hokje op de staantribune: twee werklui installeren een nieuwe tapkast. Kantinebeheerder Georges Stamelos, een ingeweken Griek en Unionfan sinds 1964, ziet toe: "Het zal zondag tegen Dender vollen bak zijn."

Dender is de ongeslagen leider in tweede klasse. Union prijkt nog altijd op een mooie vierde plek. Manager Philippe Nicaise geeft, gezeten in zijn bureau in een wat krappe zolderkamer van de hoofdtribune, aan waarom Union een goed seizoen zal draaien. "De ploeg steekt goed in elkaar, een mix van jonge talenten en ervaren nieuwkomers, zoals Tankary, Buelinckx en Stassin."

Als Union aan de top van tweede speelt, leeft onvermijdelijk de hoop op. Zou Union na 33 jaar nog eens kunnen promoveren en zo weer aanknopen met zijn roemrijke verleden? Nicaise geeft toe: "Het is een uitdaging, maar we moeten realistisch blijven. De eerste ploeg is onze vitrine, maar als we stijgen, moet heel de club stijgen: administratief, infrastructureel... Er is nog veel werk om te professionaliseren."

Nicaise maakt deel uit van een nieuwe bewindsploeg, zelf kwam hij over van Olympic Charleroi. "We mogen niet alleen in het verleden leven", zegt hij. "We moeten ons keren naar de toekomst, maar niet ten koste van onze ziel. Union is een mythische club, c'est notre valeur. En ons stadion is een historische site."

De fans die nog uit eerste hand over de vooroorlogse glorieperiode van Union kunnen verhalen, sterven uit. Maar tegenover Nicaise zit René, een benevole gepensioneerde medewerker, zijn vroegste herinneringen gaan tot 1936 terug. "Er stond zoveel volk in de tribune dat ik dacht dat de lichtpilaren bewogen." Union was vroeger ook meer dan voetbal. "Toen hadden we nog een atletiekpiste in het stadion. Ik heb Gaston Reiff nog tegen Emil Zatopek zien lopen", aldus René over de twee kampioenen. Reiff zorgde trouwens voor een absolute stunt toen hij in 1948 in Londen olympisch kampioen werd op de 5.000 meter. Juist, door de 'locomotief' Zatopek te kloppen.

Geen betere plek om na te kaarten over voetbal van Union in de cafés tegenover het stadion, zoals Chez Guy et Zezette, nu uitgebaat door Patrick. Het café ademt de volkse aard van Union uit. Zelfs op een weekdag drinken hier verknochte fans met een geel-blauwe sjaal hun pintje. Hét gespreksonderwerp: voetbal natuurlijk.

Geregeld komt er een ex-speler over de vloer. Zoals Gilbert D'Herdt (61 jaar), in 1961 verdediger in het fanionelftal van Union. Hij toont een litteken aan de wenkbrauw: "Een souvenir van een botsing - hoofd tegen hoofd - tegen Roger Claessen van Standard." D'Herdt mist nu geen thuismatch van Union, maar ziet ze niet meteen terugkeren naar eerste. "Er is geen geld genoeg."

D'Herdt kan nog vertellen over het 'grote' Union, sinds zijn zesde ging hij kijken. "We woonden in de Brusselse Marollen. Er waren bijna geen auto's, we gingen langs de Hallepoort, een stroom van duizenden mensen naar het stadion. En ik zag de matchen op papa's schouder. Mensen klommen zelfs in de bomen om te kijken. Met af en toe een accident."

Ook toen het met Union bergaf ging, bleef D'Herdt de club trouw. "Natuurlijk. Men zegt: Unionist tot in de kist. Als ex-speler hoef ik niet te betalen voor mijn ticket, maar toch heb ik een abonnement. Mijn twee kinderen zijn ook voor Union. Het zijn hier niet allemaal oude fans, ik zie ook veel jongeren."

Tussen de 1.000 en 1.500 fans wonen de thuismatchen bij van Union. Ook 1.000 fans maakten de verplaatsing in de beker tegen Club dit jaar mee. D'Herdt: "De Bruggefans klapten voor onze fair play. Typisch Union: we gaan naar het voetbal om ons te amuseren, niet om herrie te schoppen. We gaan onze club niet uitfluiten bij verlies. Als een fan een slecht gebaar maakt, sluiten we hem uit. Dan krijgt hij geen plaats meer in de bus op verplaatsing."

Ook de spelers van Union dragen met trots de kleuren. "Ik ken velen die in mijn plaats zouden willen zijn, om te kunnen zeggen: 'Ik heb nog voor den Union gevoetbald'", zegt kapitein Davy Peeters, die al zes jaar voor Union voetbalt. "De club heeft toch dat tikkeltje meer door dat verleden. De vestiaire is nog altijd onveranderd. Maar voor de spelers telt het heden. Op termijn willen we toch promoveren, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan."

Of blijft in Union alles liever bij het oude? Zoals de speciale band met de unieke supporters die Peeters nu nog ondervindt. "Weinig ploegen zijn zo familiair als Union. De spelers geven in de kantine nog een kus aan de supporters, waar zie je dat nog in tweede klasse? Het is een folkloristische club, met nog veel fans van de Brusselse Marollen. Velen hebben het niet zo breed, maar zouden hun laatste frank geven om naar Union te kijken, hun pintje te drinken en te zingen."

Kapitein Davy Peeters:

Weinig ploegen zijn zo familiair als Union. De spelers geven in de kantine nog een kus aan de supporters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234