Maandag 28/11/2022

Uniformen van het stadion en van de straat

Zijn sport en mode onverzoenbaar? Natuurlijk niet - maar het zijn wel onwennige partners. Zeker, het straatbeeld wordt beïnvloed door wat in sportstadions paradeert, en de mode dus ook. Maar de woordvoerders van de grote sportmerken, die met textiel nochtans het grootste deel van hun winst binnenhalen, krimpen in elkaar als ze het woord mode zelfs nog maar horen fluisteren.

We dragen sportschoenen, maar dat betekent nog niet dat we aan sport doen. En als we in joggingbroek rondlopen, dan wil dat nog niet zeggen dat we om zes uur 's ochtends uit ons bed zijn gekropen om daadwerkelijk rondjes te gaan lopen. De chronometer in ons horloge? Die hebben we nog nooit bekeken. Zodat we ons uiteindelijk afvragen hoe licht de sport in sportkledij weegt. Met andere woorden: is een polohemd een sportartikel of gewoon prêt-à-porter? En een voetbaltruitje? Stellen we ons bij baskets nog een bal voor? Sportkledij is dat al lang niet meer. Sportkledij is vooral vrijetijdskledij - we zien meer tennisschoenen in de metro dan op de courts en het trainingpak vervangt stilaan de jeansbroek als uniform van wie jong is en zorgeloos (zie verder).

Soms associëren we sportswear met luxe, en met vooruitgang. Coco Chanel begon haar carrière met een collectie sportswear in de Normandische badplaats Deauville. En als we kijken naar de foto's die Jacques-Henri Lartigue in de jaren twintig maakte aan de Côte d'Azur zien we plooirokjes en badpakken die veel meer met mode hebben te maken dan met sportswear. Zodat we wel kunnen stellen dat de fabrikanten van tenniskledij en zwembroeken de modernistische gedachte hielpen te verspreiden, zoals nu nog, heel af en toe, een sportschoen à la Reebok Fury de toon aangeeft.

In de jaren zestig schokte Rudi Gernreich de wereld met zijn topless-badpak (zie Het Vrije Leven van 30 mei ) en een decennium later maakte Sonia Rykiel ophef met haar roze joggings. Geen gewone joggings: joggings du soir. Sindsdien hebben Amerikaanse merken als Calvin Klein, Ralph Lauren en Tommy Hilfiger met sportkledij al wat jong en yup is veroverd - gevolgd door volwassenen en kinderen en bejaarden in de hele verdomde wereld. Louis Vuitton produceert al een tijdje een lijn met erg elegante, zij het dure sweaters. In de etalages van Hermès en Trussardi liggen luxeversies van de sportschoen, en Donna Karan scoort in New York met een collectie semi-Nikes. De avant-garde wordt bestookt door ontwerpers als Jeremy Scott, de naar Parijs uitgeweken Amerikaan die in zijn luxueuze, modernistische couture elementen uit sportswear verwerkt ("Ik ben Amerikaan, wellicht vandaar," zegt hij). Allemaal bewijzen dat sportkledij de sportstadions overstijgt, kortom, serieus wordt genomen door de mode-industrie.

De grote merken lanceren bovendien sportlijnen zoals ze dat met parfums doen - tot Prada toe. En, in een minder luxueus marktsegment, Celio, de keten van herenkleding die voor zijn nieuwe sportwinkels duidelijk in de leer is gegaan bij Ralph Lauren.

De echte sportmerken werken ondertussen aan hoogtechnologische materialen die zodra ze zijn ontwikkeld voor poolreizigers of polsstokspringers worden ingekapseld door de modemerken. Remember, het volstrekt synthetische materiaal fleece, laine polaire in het Frans, diende oorspronkelijk om avonturiers in hevige koude warm te houden.

Innovaties uit het sportstadion vinden al veel langer hun weg naar de winkelrekken. Kijk naar plooirokjes (oorspronkelijk gedragen door tenniskampioenes), shorts, fietsmaillots, beenverwarmers en zelfs rugzakken. In het begin van de jaren tachtig zagen we pastelkleurige wollen beenverwarmers alleen om de schenen van Jane Fonda en Véronique en Davina (voor wie, in de hoofdstad, naar de Franse televisie keek). Maar enkele maanden na die eerste exotische televisiebeelden gingen hele schoolklassen gekleed in het revolutionaire stuk textiel.

De sportmerken, die het grootste deel van hun inkomsten met textiel binnenrijven, doen er alles voor om niet met mode te worden geassocieerd. Want wie mode zegt, zegt gedemodeerd. Nike en Adidas en de anderen zien hun producten liever als tijdeloos, ook al brengen ze elk seizoen nieuwe modellen uit. Daarnaast staat het voor de sporters niet netjes om sport en mode in dezelfde zin te noemen. Want echte kampioenen - echte helden -, die kan het niet schelen hoe ze eruit zien. Allemaal redelijk kinderachtig natuurlijk. Dat de grote sportmerken als de dood zijn voor elke niet-sportieve benadering van hun producten bleek nog eens uit een ironische reportage in het meinummer van het Britse jongerenblad Sky waarin sportschoenfetisjisten werden geïnterviewd: gezonde jongens en meisjes die het liefst de liefde bedrijven met hun schoenen, of in hun schoenen. Woordvoerders van de merken werd om commentaar gevraagd, maar de meerderheid wenste zich liever niet uit te laten over zulke 'onsportieve' praktijken.

Ondertussen gaat het blijkbaar niet zo goed met de sportmerken. Over Nike, dat enkele maanden geleden door een toonaangevend hoogleraar uit New York werd uitgeroepen tot succesvolste merk aller tijden, verschijnt in de gespecialiseerde pers het ene vernietigende artikel na het andere - zo krijgt de poging van het merk om voetbal in te palmen nogal wat kritiek te verwerken. En in Groot-Brittannië worstelen een aantal grote ketens van sportwinkels tegen het faillissement. Te snel gegroeid, zeggen specialisten.

Elk merk heeft natuurlijk zijn klassiekers, maar die vind je veeleer op rommelmarkten en in speciaalzaken voor verzamelaars dan bij Go Sport of Decathlon. En de klassiekers zijn niet op zich trendy: ze worden dat pas als de persoon die ze draagt trendy is. Combineren speelt daarbij een rol, attitude ook. Een voorbeeld: op Kanaal 2 werd deze week een Franse comedie met Pierre Richard uitgezonden. De acteur gaat op een bepaald moment joggen in het Bois de Boulogne. En voor die activiteit draagt hij een blauw Adidas-trainingpak. Trendy? Niet om de heupen van Richard. Overigens zijn sportkleren wel degelijk aan de wetten van de mode onderworpen. Beenverwarmers zien er in 1998 redelijk belachelijk uit (maar we voorspellen wel een comeback tussen nu en de lente van volgend jaar) en het volstaat een exemplaar van een stijlbijbel genre i-D van negen jaar geleden te doorbladeren om in te zien dat ook sportswear veroudert - neem de sporty spullen van Duffer of Saint-George uit die periode: volkomen voorbijgestreefd .

Ondertussen is het aloude joggingpak al enkele jaren als uniform geadopteerd door de kwajongens van de voorsteden. Het uniform is van Adidas. Of van Kappa. Aan elke broekspijp zit een rits, of een rij knopen, waarachter een bloot, min of meer behaard scheenbeen schuilgaat, en soms een tennissok.

De joggingbroek deelt een aantal eigenschappen met de jeansbroek. Een jeans is goedkoop, comfortabel en, in sommige gevallen, sexy. Een joggingbroek is dat ook - met dit verschil: een joggingbroek is goedkoper, comfortabeler en, in sommige gevallen, sexier. En dus wint de joggingbroek terrein. Is dat een zegen voor de wereld? Of een voorteken van de apocalyps?

In Marseille loopt momenteel de interessante tentoonstelling 'Mode et sport', tot 17 augustus in het Musée de la Mode van Marseille, La Canebière (inlichtingen 00 33 4 91 56 59 57).

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234