Zondag 08/12/2019

Reportage

Uniek: deze succesvolle Belgische organisatie recupereert al het moois uit oude kantoorgebouwen

De ontmanteling van het Fortis-gebouw was een enorm project voor Rotor. Beeld jeroen verrecht

In België wordt er te veel gesloopt en te weinig gerecupereerd. Rotor brengt daar verandering in. Voordat een gebouw tegen de grond gaat, ontfutselt het collectief alles wat shiny is, van plafond tot deurklink. Schattenjacht in de stad, zeg maar.

"Dit moet de showroom worden”, zegt Lionel Devlieger van Rotor. We wandelen met hem door een 4.000 vierkante meter grote hangar van de oude Leonidas-fabriek in Anderlecht. De ruimte staat vol gerecupereerde spullen, van meubel over lamp tot deurklink. “Voorlopig oogt het hier nog als een Kringwinkel”, verontschuldigt hij zich. “We zijn pas verhuisd en moeten ons nog installeren.” Voorbij de opslagruimte komen we het kantoor van Rotor tegen. Het is een ruimte in de ruimte, een module van 250 vierkante meter. Alles wat hier staat, is recup: het plafond met lichtarmaturen, het hout van de muur, de stalen lockers, de jarenvijftigdeuren, de glazen ramen, de industriële keuken, de stoelen, de tafels, alles. Opmerkelijk: het ruikt (figuurlijk) allemaal naar kantoor. “We specialiseren ons in wat Brussel te bieden heeft”, zegt Lionel met een glimlach, “en dat zijn vooral gebouwen ooit bestemd voor de tertiaire sector, vaak in naoorlogse stijl.”

Het kantoor van Rotor is een perfect voorbeeld van wat de organisatie doet. Rotor gelooft in de circulaire economie binnen de bouwindustrie. Deconstructie boven destructie. In 2005 werd het collectief van designers opgericht met de missie om meer materiaal in de bouw te hergebruiken. In eerste instantie is Rotor een denktank en een raadgever, maar sinds 2015 deconstrueren zij ook zelf onder het zijproject RotorDC (DeConstruction). Bruikbare materialen worden uit te slopen gebouwen gerecupereerd en doorverkocht tegen prijzen tot 50 procent van de nieuwprijs. In het Engels heet dat urban mining (stadsontginning).

Tegel boven gruis

“België produceert jaarlijks een berg bouw­afval die tweemaal zo hoog is als de piramiden van Gizeh, en die berg blijft maar groeien”, vertelt Lionel wanneer we naar het idee achter Rotor polsen. “In 2004 was dat 11 miljoen ton, in 2012 zelfs 24 miljoen ton. Recentere cijfers zullen nog hoger liggen.” Wordt er dan niets gedaan in België? Toch wel. “Tot 90 procent van het bouwafval wordt gerecycleerd”, weet Lionel. “Het gros daarvan bestaat uit steenachtige materialen die worden verpulverd tot een ruw gruis dat gebruikt wordt als onderlaag voor nieuwe wegen. Maar er worden nog amper nieuwe wegen gebouwd. Er wordt dus massaal ­geïnvesteerd in een product dat ongeveer nul euro waard is. En dat terwijl bakstenen, tegels en marmers, die ook in de gruismolen eindigen, tot honderden euro’s per ton ­kunnen opbrengen.”

Rotor pleit er dan ook voor om minder te recycleren en meer te hergebruiken. Recycleren impliceert meestal downcycling. “Ken je de ladder van Lansink?”, vraagt Lionel, verwijzend naar een bekend model in het afvalbeheer. “Ad Lansink zei in de jaren 70 al: reduce, reuse, recycle – in die volgorde. Probeer in eerste instantie zo weinig mogelijk weg te gooien. Wat je weggooit: probeer dat te hergebruiken. Ga pas daarna over tot recyclage.”

Wabbes ontmantelen

Met die gedachte schrijft, exposeert en ontmantelt Rotor. En er valt best wat te ontmantelen. “Bij de afbraak van het voormalige Fortis-gebouw hebben wij onder andere een plafond van (Belgisch meubelontwerper en interieur­architect, red.) Jules Wabbes gerecupereerd, een vloer van gevlamd graniet en een trap in tropisch hardhout en brons: in totaal 200 ton. Dat is heel wat. We proberen vooral materialen te recupereren die in aanmaak veel CO2 produceren, zoals lichtarmaturen.”

Ontmantelen blijft wel een arbeidsintensieve en dus dure zaak. Daarom dat Rotor selectief ontmantelt. Alleen kwalitatieve materialen die verkoopbaar zijn en te ontmantelen binnen een economische realiteit, komen in aanmerking. Het kost dan ook ongeveer zeven keer zo veel werktijd als een normale sloop. “Doorheen de moderne geschiedenis werd er ingezet op de verhoging van automatisering en de reductie van mankracht”, zegt Lionel. “De taksen op grondstof liggen laag en die op arbeid hoog. Zo worden wij tegengewerkt. Nochtans is de limiet van die logica intussen wel bereikt.”

Daarnaast kostte het Rotor heel wat jaren om het vertrouwen te winnen van makelaars en afbraakbedrijven. “Je moet contacten leggen en kunnen overbrengen dat je een voordeel zult opleveren. Omdat het storten van afval steeds duurder wordt, staat men vaker open voor ons idee. Wij verminderen hun afbraakgewicht.” Dan toch een steuntje van de overheid.

Aan het werk in het Fortis-gebouw. Beeld jeroen verrecht

Het Fortis-plafond van Jules Wabbes hangt nu in de nieuwe bibliotheek van Sint-Lambrechts-Woluwe. De cafetaria van datzelfde gebouw kun je bewonderen in het cultureel centrum Abattoirs de Bomel in Namen. Door mooie en duurzame interieurelementen een andere bestemming te geven, creëer je een alternatieve vorm van erfgoedbeheer. De elementen eindigen trouwens niet in bric-à-brac projecten met een duidelijke ‘recyclage’-esthetiek, genre sloophout en afgeklopte muren. “We willen ons niet linken aan een bepaalde stijl die trendy is”, antwoordt Lionel. “Trends hebben een verval­datum.”

Voor Rotor mag er meer nagedacht worden over het volledig vernieuwen van de herwonnen producten. Remanufacturing heet dat. “Een goed voorbeeld is de vernieuwing van de caserne de Reuilly in Parijs waarvoor wij raadgever waren. De gietijzeren radiatoren die wij er geïnventariseerd hebben, ­werden door een bedrijf opnieuw gezandstraald en geverfd. Het kan niet zijn dat wij als samenleving grondstoffen blijven verspillen.” Remanufacturing moet de toekomst zijn. 

“Een productiebedrijf dat zijn materialen terugneemt en die herwerkt: dat is de evolutie die wij zullen moeten maken. Dat, en op een andere manier beginnen te bouwen oftewel: design for deconstruction. Aannemers en architecten zouden kunnen ontwerpen in functie van de latere ontmanteling. “Zo is er een bedrijf in Kampenhout dat zich toelegt op de recuperatie van bakstenen. Zij kunnen echter alleen huizen tot en met de jaren 50 ontmantelen, omdat die huizen gemetseld zijn met kalkmortel en niet met cement. Kalkmortel kun je met de hand van de baksteen kloppen, cement niet.” Er is nog werk aan de winkel.

Rotor ten voeten uit

Een mooi project van Rotor is bijvoorbeeld Librebook, een geëngageerde boekenwinkel op de Waversesteenweg in Elsene waar je boeken in alle talen van de Europese Unie vindt. Omdat de ramen te hoog stonden, ­verhoogde Rotor de vloer met oude decor­panelen afkomstig van Koninklijke Munt­schouw­burg. Die werden afgedekt met een gerecupereerd parket. De eigenaar liet één stukje decorpaneel zichtbaar, net waar ‘Der Fliegende Holländer’ te lezen staat, als ode aan die panelen. De boekenkasten in de winkel komen van de Boekentoren in Gent en zijn ooit ontworpen door Snead, een bedrijf dat ook de Library of Congress in Washing­ton DC van rekken heeft voorzien. De privé­ruimte van de winkel werd bekleed met een oud decor geschilderd op doek van wederom de Muntschouwburg. Er staat een landschap op afgebeeld. Verder zijn heel wat muren bezet met plafondelementen uit het Fortis-gebouw in Brussel.

Librebook in Elsene kreeg boekenkasten van de Gentse Boekentoren en een vloer van de Muntschouwburg in Brussel. Beeld Rotor

Spoor Oost Antwerpen

En dan is er ook Spoor Oost in Antwerpen, een betonnen vlakte van 100.000 vierkante meter genre Tempelhof in Berlijn waar de Sinksenfoor plaatsvindt. Rotor adviseerde om zo veel mogelijk van de bestaande verharding te behouden – dat is de beste manier van hergebruik. Langs de parking, een grote betonnen vlakte, legde de organisatie een gladde voetgangerslaan aan van 900 meter lang en 5 meter breed. De betonnen brokstukken die de graafwerken voor dat pad met zich meebrachten, werden herbruikt voor de aanleg van een moderne rotstuin, de opgegraven grond werd gebruikt om een groene heuvel langs het pad te creëren. Verder werden er betonklinkers ontmanteld en elders aangelegd. Kortom, de ontgonnen materialen werden teruggegeven aan de site.

Rotor gaf Spoor Oost in Antwerpen een nieuwe smoel. Beeld Rotor

Nog even over naar Namen. Het jarendertigslachthuis in de achtergestelde buurt ­achter het station, Abattoirs de Bomel, werd door de overheid gerenoveerd tot cultuurcentrum. Uiteindelijk nam Théatre de Namur er haar intrek. Het gebouw van 3.000 vierkante meter was echter niet op hen afgestemd: er was zelfs geen enkele vorm van meubilair aanwezig.

Het oude slachthuis van Namen, dat een cultuurcentrum werd. Rotor haalde kasten in houtfineer uit de voormalige Brusselse kantoren van AXA naar hier. Beeld Rotor

Rotor werd ingeschakeld om de ruimtes te bestemmen en in te vullen. De organisatie plaatste er de cafetaria van het voormalige Fortis-gebouw, een parel van ontwerper Christophe Gevers. Ook het eikenhouten plafond van Gevers’ cafetaria werd opgenomen. Verder werden er tachtig kasten in hout­fineer geplaatst, gerecupereerd uit de voormalige Brusselse kantoren van AXA. In de kantoorruimte werden er lage scheidingswanden gebouwd met houten afdekkappen van radiatoren. Het resultaat? Schitterend.

Rotor mocht in januari twee Henri van de Velde Awards in ontvangst nemen voor de projecten die ze vorig jaar uitvoerden. Kom meer te weten over hen via hun website, ook webshop, rotordc.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234