Vrijdag 14/05/2021

Unhalfbricking 1969

Hadden we niet plechtig beloofd dat we mekaar niet meer gingen beliegen dit jaar? Ja, toch? Daarom zal ik het u maar meteen bekennen: deep down inside ben ik gewoon een folkie. Meer en meer stel ik vast dat muziek die mij écht kan bekoren eerder zacht van aard is, niet bang is van wat sentiment en ook wel graag wat plaatsmaakt voor het woord.

Dat ik niet van samba of andere wereldmuziek houd, heeft er vooral mee te maken dat ik geen knijt begrijp van waar die gekleurde medemensen het over hebben terwijl zij staan te schudden met hun gat. Dat ik wel van folk houd, heeft ook een beetje te maken met de lichte aanvallen van anglofilie die mij wel eens overvielen in de gouden jaren zestig en met het kwaliteitslabel Island Records waar in die tijd behalve potige groepen als Traffic en Mott The Hoople ook barden als Cat Stevens en Nick Drake thuis waren en tevens regelrechte volksmuziekensembles als Amazing Blondel, Fotheringay, John & Beverly Martin en vooral de onvolprezen Fairport Convention.

Voor de Fairports heb ik altijd al een boon gehad. Dat had bijvoorbeeld te maken met het feit dat ze niet op een folkgroep leken, maar eerder op een stelletje ongewassen rockers. Ze waren ook, net als ik, van in den beginne devote volgers van leven & werk van de heer Robert Zimmerman. Ze lieten tevens hun liefde voor r&b, doo-wop en pure rock-'n-roll graag doorklinken, zeker tijdens live optredens, en ze waren, vooral via de intrigerende figuur van Richard Thompson, nooit vies van een gemene gitaarpartij op de lichtjes gehavende Fender Stratocaster.

Fairport Convention refereerde graag aan het verleden, maar was eind jaren zestig, begin jaren zeventig toch heel erg eigentijds. Alsook prettig onberekenbaar. De ene keer klonken ze als het huisorkest van Hendrik VIII, de andere keer kwamen ze in de buurt van de nog steeds onderschatte Jefferson Airplane, getuige hun versie van Dylans fantastische 'Down In the Flood', op een vergeten live-lp uit 1974.

Algemeen wordt aangenomen dat hun vierde langspeelplaat Liege & Lief (uit december 1969, alweer) hun meesterwerk is en er bestaan weinig redenen om daaraan te twijfelen. Op Liege is Fairport Convention zeer zeker tot volle artistieke wasdom gekomen en vinden ze eigenlijk aan de hand van traditionals, bewerkingen en een paar zelfgeschreven songs niets minder dan een eigen soort Britse folkrock uit, een transatlantische tegenhanger van wat de Byrds al een tijd in Amerika deden. Mooie muziek voorzeker, en ook nog for all seasons.

Dus driewerf hoera !

Maar mijn eigen Fairport-favoriet was toch hun derde lp, het nauwelijks zes maanden eerder dan Liege & Lief verschenen Unhalfbricking.

Ik vond die plaat alleen al geweldig vanwege de hoes: twee oude mensen die gewillig poseren voor een tuinmuur, ergens in een oer-Engels dorp. En op de achtergrond links ziet men, nauwelijks herkenbaar, de groepsleden die gezellig aan het kouten zijn. Niemand weet waarover. Misschien over hun toekomst die er toen schitterend uitzag. Maar die twee maanden na die fotoshoot verbrijzeld werd door een ongeluk met hun toerbusje, waarbij de drummer Martin Lamble en Richard Thompsons meegereisde vriendinnetje Jeannie Franklyn om het leven kwamen. Misschien hadden ze het over dat wonderlijke jaar 1969 waar ze behalve Liege & Lief en Unhalfbricking tijdens de maand januari ook nog het fijne What We Did On Our Holidays uitbrachten.

Hoe dan ook: de hoes van Unhalfbricking - waar enige vermelding van zowel de naam van de groep als de titel van de plaat volledig op ontbraken - gaf mij geweldig zin om ook in die tuin te gaan zitten en te luisteren naar wat voor muziek dat bonte gezelschap aan die tuintafel eigenlijk voortbracht.

Eer we verder gaan, nog wat wistjedatjes: Unhalfbricking is een woord dat één van de bandleden bedacht heeft tijdens een spelletje Ghost, een soort van Scrabble waarbij je uitsluitend gebruik mag maken van onbestaande woorden. Folkgroepen beoefenen het vreemde gezelschapsspel wel eens wanneer ze zich onderweg vervelen. De twee oude mensen die te zien zijn op die hoesfoto, zijn dan weer Neil en Edna Denny, de ouders van de tweede Fairport-zangeres Sandy Denny.

En precies om die Sandy Denny is het in feite te doen op deze Unhalfbricking. Natuurlijk wordt haar geweldige stem op formidabele wijze gediend door groepsleden en gastmuzikanten als Thompson, Ashley Hutchins, Simon Nicol, Ian Matthews, Dave Swarbrick, Trevor Lucas (allemaal namen als klokken in de folkwereld!), maar waar de Fairports zich hier toch vooral door onderscheiden van andere leden van de baard- & teensletsbrigade is door de manier waarop mevrouw Denny omgaat met lange boterhammen van songs als de traditional 'A Sailor's Life', Richard Thompsons 'Genesis Hall' of 'Cajun Woman' en Bob Dylans 'Percy's Song' en 'Million Dollar Bash'.

Serious stuff, al moet de boog gelukkig niet altijd gespannen zijn en komen Denny en haar Vieze Gasten ook goed weg met de lichtvoetige Dylan-cover 'Si Tu Dois Partir', wat Frans is voor 'If You Gotta Go, Go Now'. Een ijzersterke song overigens die vijf jaar eerder al eens prachtig gecoverd werd door de toen nog voortreffelijke Manfred Mann en hun sensationele zanger Paul Jones. Maar in deze vreemde vorm werd de song wel de eerste en enige singlehit voor de Fairports.

Maar het wonder van deze Unhalfbricking is toch vooral de revelatie van Sandy Denny's songschrijverstalent. Luister bijvoorbeeld naar 'Autopsy', een beklijvende en vlijmscherpe analyse van een misgelopen liefdesaffaire. Luister naar 'Who Knows Where the Time Goes', misschien wel dé beste folkballade van de vorige eeuw.

Easy listening zijn de Fairports en Denny nooit geweest en dat zijn ze vanop dertig jaar afstand bekeken en beluisterd nu ook nog niet. Hun muziek straalt miserie en pijn af en is niet echt ontworpen om te behagen en ik merk ook wel dat veel mensen rondom mij en elders er vaak moeite mee hebben. En dat ze een lap verdriet als 'Who Knows Where the Time Goes' toch beter verteren in versies van Judy Collins, 10.000 Maniacs, Nanci Griffith of het probleemmeisje Cat Power.

Toch is 'Who Knows' wel degelijk een standard geworden, ook al heeft die arme Denny daar weinig van geprofiteerd vermits ze op 21 april 1978 - ze was nauwelijks 31 - schielijk overleed door domweg van een trap te vallen.

Ondanks al die covers is wat Sandy Denny doet met haar eigen meesterlijke song het ware ding en loont het beslist de moeite om er eens een mistige namiddag voor uit te trekken. En dan stilzwijgend te luisteren naar hoe Sandy zuchtend zingt van:

'And I am not alone while my love is near me

I know I will be so until it's time to go

So come the storms of winter and then the birds in spring again

I do not fear the time.

For who knows how my love grows?

And who knows where the time goes?'

Mijmeringen op niveau zijn dat, zeer zeker. En ook wel zinvolle levensvragen. Of weet u soms waar de tijd naartoe gaat wanneer hij u weer eens voorbij steekt? Weet ik het? Nee? Woaroem vroagt 't dan?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234