Maandag 21/09/2020

Muziek

Underworld: ‘Onze grootste angst? Een belegen orkestje worden’

Beeld BELGAIMAGE

Met DRIFT Series 1 spendeer je exact één jaar in de wereld van Underworld. Dat levert een box-set op die megalomaan lijkt, maar je vooral een blik gunt in de waanzinnige Wunderkammer van Karl Hyde en Rick Smith.

“Dit is geen album. Eerder een collectie songs”, corrigeert Karl Hyde ons vriendelijk maar vermanend, nadat we een compliment gaven over een bepaalde song, die niet eens de finale versie van DRIFT Series 1 zal halen. “Wat jij te horen kreeg, moet je beschouwen als een voorproefje. Uiteindelijk gaan er bijna veertig songs te horen zijn op de box-set. We hebben gewoon de deur op een kiertje gezet naar een epische reis. Niet alle bagage gaat mee, maar de reis blijft spannend. Dat kan ik wel beloven (lacht).” 

Over een week komt DRIFT Series 1 uit. Er is de ‘Sampler Edition’ (cd/lp) met daarop extracten uit het hele project. Maar ook een allesomvattende box-set, met liefst zeven cd’s, één blu-ray en een boek van 80 pagina’s vol interviews, commentaar, teksten, foto’s en gedichten. 

“Verveling is blijkbaar de beste inspiratiebron”, gelooft Hyde. “We waren de aloude cyclus spuugzat: je schrijft een song, die wordt de single, daarna volgt een album en de tour. Been there, done that, bought the T-shirt… we’ve burnt that fuckin’ T-shirt now (lacht). Dit is een vorm van muzikale mindfulness. Voor onszelf, maar ook voor de luisteraar. Het idee om elke drie jaar een album uit te brengen en op tournee te gaan, werkt voor ons gewoon niet meer. Het onderdrukt alle creativiteit en misschien zelfs onze levenslust. Underworld gaat nu al zoveel jaren mee: ofwel moesten we met verplicht en zelfopgelegd pensioen, ofwel moesten we iets radicaal anders bedenken. Om ons terug te plooien op onze oude zelf voor de fans: it would be a bullshit excuse. Rick (Smith, de andere helft van Underworld; GVA) begreep ook meteen dat we dingen een beetje moesten opschudden. Je kunt jezelf niet herhalen als veteraan in een artistieke business. Dus stelde hij het DRIFT-concept voor.”

Karl Hyde van Underworld, op Tomorrowland 2018. Beeld BELGA

“We deden elkaar een belofte”, zegt Karl Hyde. “En de luisteraar werd medeplichtig aan dat complot. Een jaar lang wilden we elke week een nieuwe Underworld voorstellen. Met een nieuw geluid, nieuwe visuals, nieuwe manieren om te communiceren. Dat was een uitdaging, maar ik wilde me ook niet beroepen op het voorrecht om twee weken lang te lummelen in de zetel omdat ik (zet een prinsessen-stemmetje op:) geen inspiratie heb. Boe-hoe, zeg. Een gebrek aan inspiratie bestaat ook niet. De weerzin om te werken wel. We zetten onszelf verplicht op scherp met deze opdracht.”

Op 1 november 2018 bracht de band het nummer ‘Another Silent Way’ uit. Dat was het begin van hun trip. “Een zwerfroute zonder plan of eindbestemming. Slechts één regel hebben we onszelf opgelegd, dat bijna een mantra werd: “Drift is het tegenovergestelde van ‘normaal’ of usual practice. En we zullen dit blijven doen tot we tot stof vergaan.” 

Jukebox

DRIFT Series 1 markeert het einde van een jaar lang experiment voor Underworld. Zanger Karl Hyde en knoppendraaiend buitenbeentje Rick Smith losten wekelijkse ‘afleveringen’ waarin muziek, film en schrijven werden gecombineerd. “Die druk van wekelijkse releases gaf ons als veteranen een vrijbrief om risico’s te nemen. Meer dan 52 afleveringen bliezen we het stof van oudere nummers, brachten we vergeten materiaal uit en werkten we samen met jonge artiesten die ons een nieuwe levensadem bezorgden. Ik wilde allesbehalve in herhaling vallen, of de fans van ‘Born Slippy’ vervelen met een doordrukje.”

Zou íémand zich daar dan een buil aan vallen? “Waarschijnlijk niet”, grinnikt Hyde. “Maar daarmee maak je alleen maar fairweather friends. Ik ben nu in de zestig, en ik draai al zo lang mee in de clubwereld. Het idee dat Rick en ik een duf straatorkestje met belegen hits zouden worden, was mijn grote angst. Underworld speelde altijd op het scherp van de snee. Een jukebox worden, kun je bezwaarlijk ambitie noemen. Al zijn we dat natuurlijk wel, daar moet ik je gelijk in geven. Na elfendertig jaar hebben we zoveel songs die in het collectieve geheugen zitten. Daar ben ik oprecht dankbaar voor. Maar teren op oude successen is zo’n slappe flauwekul. Dan leef je in een vacuüm. Om die reden schuim ik ook Instagram en Facebook af: ik heb voortdurend nieuwe input nodig, en zelfs ondanks alle rotzooi die je daar aantreft, krijg ik het gevoel dat ik dagelijks goud delf.”   

“Sociale netwerken maken het ook mogelijk om dichter dan ooit bij onze fans te staan. Ik ben de stem van deze groep, maar ik wil die rol niet alleen vertolken op het podium of op plaat. Door op deze manier te werken, voel ik me vrijer. Bedenk dat DRIFT tjokvol songs zit, die zich in verschillende genres ontvouwen. Soms duren de songs langer dan tien minuten, en meer dan eens gluren we in de richting van jazz. Ik weet dat die uitleg vandaag weer hip klinkt, maar dat is puur toeval (lacht). Bedenk dat Rick en ik twee oude mannetjes zijn. We zijn ook altijd geïntrigeerd geweest door wat in de jazzwereld gebeurt.”

“We hebben trouwens nooit een verschil gezien tussen de rockscene of de clubwereld van techno. We zijn altijd een eclectische band geweest. De barrières tussen genres sneuvelden gelukkig in het begin van de jaren 90. Dat was ons groot geluk. Ineens waren we niet meer de rare jongetjes achter hun batterij elektronica, maar de coole jongens van de klas. De rocksterren! Op die periode kijk ik nog altijd terug met een beetje weemoed en weerzin. Ik was een alcoholist geworden, die zich niet meer binnen de lijntjes van de werkelijkheid kon gedragen.”

De film Trainspotting katapulteerde de Britse groep in de jaren 90 van de clubs en warehouses tot de hitparade. Sindsdien is ze nooit echt uit de aandacht verdwenen. Maar het hoogtepunt van Hydes drankverslaving verliep wel zowat synchroon met de topjaren van Underworld. “Het kost me nog altijd veel moeite om naar Dubnobasswithmyheadman (1994) te luisteren zonder de tranen in mijn ogen te voelen opwellen. Toen ik die plaat maakte – een superieure plaat, dat wel – was ik mezelf aan het vermoorden. Letterlijk. Ik denk niet dat ik toen één keer de volgende dag wilde ontwaken. Dat merk je eigenlijk ook aan mijn teksten: het is een soort landkaart die je voert langs steden, maar ook langs mijn innerlijke landschappen van leegte en wanhoop. In mijn ogen is er maar één reden waarom we met zo’n fuckin’ zwartgallige plaat succesvol konden worden: Rick wilde in onze muziek het licht verspreiden, en maakte een euforisch muzikaal verhaal van mijn donkere, deprimerende gedachten. Ik wilde de duisternis vieren, de scheurtjes en kraakjes in het bestaan, de smerigheid en het verval. Maar dankzij Rick werd de luisteraar niet mee met mij de dieperik in gesleurd.”

Stiekeme clubbers

Naar de Britse muziekscene van toen kijkt hij wél met warme nostalgie terug. “Wist je dat de broertjes Gallagher van Oasis, die zich toen ook gedroegen als volbloed rocksterren, stiekeme clubbers waren? We kruisten hen vaak in het nachtleven. Maar omgekeerd is er ook altijd een groot respect geweest: wanneer ik me ver van Engeland voel, heb ik één plaat op zaak die me terugbrengt naar thuis. De schijf in kwestie? (What’s The Story) Morning Glory? van Oasis. Zo Brits, zo tijdloos, zo goed.”

Met nostalgie hebben zijn kinderen en hun vrienden kennelijk ook iets, vertelt hij trots. “Een jonge generatie, die niet eens geboren was toen ik die platen maakte, houdt van Underworld. Mijn kinderen verzetten zich niet eens tegen hun ouweheer. Hoe eigenaardig is dat?! (lacht) Ik hoor verrassend vaak via hun vriendenkring dat we integer zouden klinken. Dat mag nu lijken alsof ik mezelf zit op te vrijen, maar het is hen blijkbaar bittere ernst. Ik ben daar zo blij om, maar ik kan er nog steeds niet bij dat die jonkies Underworld te gek vinden. De enige verklaring die ik kan bedenken is dat Rick en ik altijd outsiders waren. De jongetjes die nergens bij hoorden, maar door een vreemde speling van het lot mee aan de grotemensentafel mochten aanschuiven. We vielen nooit enorm op, want we zijn altijd underground gebleven. Maar we gedroegen ons zo netjes aan die tafel dat niemand onze aanwezigheid in vraag stelde (lacht). We zijn geen dj’s, geen rockact, maar onze muziek dringt blijkbaar toch overal door – zelfs bij een jonge generatie die geen boodschap zou moeten hebben aan ouwe gozers zoals wij.” 

Met zijn kwajongensachtige oogopslag en postuur van een smal vogeltje, lijkt Hyde natuurlijk helemaal niet de grijze knar die hij zelf in de spiegel ziet. “Ik voel me eigenlijk ook helemaal niet oud, als ik zo eerlijk en verwaand mag zijn. Muziek is de beste drug die er bestaat. Muziek houdt je écht jong, in tegenstelling tot wat domme klootzakken zeggen over coke (lacht). Wat Underworld dan weer jong houdt, is dat Rick en ik elkaar uitdagen. We stonden elkaar daarbij soms naar het leven, maar zelfs dat heb ik nooit erg gevonden. Klinkt gruwelijk? Ach, op de ogenblikken dat we elkaar het licht niet in de ogen gunden, hebben we soms fantastische muziek gemaakt. Ik zou hem niet kunnen missen in mijn leven. Dat belooft dus: als jij lang genoeg leeft, zul je ons nog als bejaarde knakkers over hun rollator gekruld het podium zien opgaan. Wat een ontroerend vooruitzicht!”

DRIFT Series 1 verschijnt op 1/11 bij Caroline.

Underworld speelt op 22/11 in de Lotto Arena, Antwerpen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234