Zondag 15/12/2019

Undercover

Undercover in de namaakindustrie: in China op zoek naar de herkomst van onze neprugzak

Beeld rv

Adidassen aan je voeten, een Rolex om je pols, een Louis Vuitton-tas in de hand en toch maar enkele tientjes lichter? Dan heb je vast genoegen genomen met de vervalste versies van die populaire merkproducten. Achter die namaakgoederen gaat een business schuil met fabrieken die het daglicht niet kunnen verdragen maar met een omzet die even groot is als die van Apple en Amazon sámen.

“Ik ben momenteel in Guangzhou”, mailt Sebastian Köhler, een Duitser die doet alsof hij op grote schaal namaakrugzakken uit China wil verkopen. “Gelieve te laten weten waar en wanneer we elkaar kunnen ontmoeten.” Bella en Jack hebben tot nu toe altijd heel snel geantwoord op mails, maar dit keer laten ze niets van zich horen. Wellicht hebben ze door dat Sebastian Köhler een val is, die hen met hun eigen methodes probeert te strikken.

Sebastian Köhler, dat zijn wij, een team Duitse journalisten. Wie Bella en Jack zijn, weten we niet. We hebben cybercrimespecialisten, privédetectives en microbiologen ingezet om dat uit te zoeken. We hebben geprobeerd te achterhalen waar geldstromen en postzendingen vandaan komen. En we hebben Sebastian Köhler in het leven geroepen om onze identiteit te verhullen.

Nu zijn we in Guangzhou, een stad in het zuiden van China. Het is 35 graden, subtropisch warm. We rijden door een oerwoud van flatgebouwen. In deze regio wonen 44 miljoen mensen. Hoe moeten we hier in hemelsnaam Bella en Jack vinden? We weten dat onze zoektocht weinig kans op slagen heeft. Maar we zetten door.

‘De rugzak bevat zware metalen. Als die vrijkomen, kunnen ze kanker veroorzaken.’

Het begon allemaal met Anna, de vrouw van Christian, één van de auteurs van dit verhaal. Een dik jaar geleden, in augustus 2018, ligt ze in haar hangmat foto’s en filmpjes te bekijken op Instagram. Ineens ziet ze reclame voorbijkomen voor een rugzak van Fjällräven, het Zweedse merk met de rode poolvos in het logo. Anna heeft toevallig een rugzak nodig en die blijkt ook nog eens goedkoper te zijn dan normaal, dus klikt ze door.

Op dat moment is Anna in het rijk van Bella en Jack beland, maar dat heeft ze helemaal niet door, want de webshop waarnaar de link in de advertentie haar doorverwijst, lijkt op een onlinewinkel van Fjällräven. Je ziet het logo en foto’s van een sportief stel in outdoorkledij dat de natuur intrekt. Niets dat Anna’s wantrouwen wekt. Ze bestelt voor 58,65 euro een blauwgroene rugzak met roze hengsels van het model Kanken, die ze met haar kredietkaart betaalt. Ze ontvangt meteen een mail van een servicemedewerker die haar dankt voor de bestelling en belooft dat haar rugzak binnen de vier dagen verstuurd wordt.

Maar de rugzak wordt vervolgens niet geleverd. Ongeveer een maand later krijgt ze wel een brief van de douane in Hamburg. Het ter beschikking stellen van de rugzak, heet het daar in het mooiste ambtenarees, wordt uitgesteld. “Er is waarschijnlijk sprake van een vervalst product.”

Voor Anna is dat een totale verrassing, maar voor de douaniers is het dagelijkse kost. Vorig jaar heeft de Duitse douane in totaal 5.066.261 nepproducten in beslag genomen: uurwerken, schoenen, kleding, koptelefoons, tassen, parfums, medicamenten, erectiepillen… In totaal 50 procent meer dan het jaar daarvoor. De meeste producten arriveerden per post, zoals Anna’s rugzak. Daarachter gaat een totaal nieuwe aanpak van de handel in nepproducten schuil. Die heeft niet langer nood aan een fysieke plek om haar waren aan de man te brengen, geen winkel, geen toeristische markt. Het businessmodel is gedigitaliseerd. De vervalsers lokken hun kopers via sociale netwerken en versturen hun producten als pakjes rechtstreeks naar de klant.

Dat lijkt misschien kleine criminaliteit, maar die talloze zendingen stapelen zich op tot een gigantisch probleem. De OESO heeft berekend dat er jaarlijks voor 500 miljard dollar aan vervalste waren worden verkocht. De markt in namaakproducten haalt een omzet die even groot is als die van Apple en Amazon samen. En het wordt steeds meer een globaal probleem. In 2013 bedroeg het aandeel ervan in de wereldwijde handel 2,5 procent. Drie jaar later was dat al 3,3 procent. Het Amerikaanse tijdschrift Forbes noemt de verkoop van nepproducten lucratiever dan drugs- of mensenhandel en spreekt van ‘de grootste criminele onderneming ter wereld’.

Krek hetzelfde

De aanbieders zijn voornamelijk terug te vinden in één land: China. Volgens de OESO komt 63 procent van de valse goederen uit de Volksrepubliek. Andere schattingen gaan uit van bijna 80 procent. Het is dan ook één van de belangrijke oorzaken van de handelsoorlog tussen Amerika en China. Want de nepproducten richten vooral schade aan op de plekken waar de oorspronkelijke merken gevestigd zijn: in Amerika en Europa. Door de creativiteit van dat soort ondernemingen verdwijnen in Europa ook heel wat banen. In Duitsland alleen al zijn door de handel in namaak naar schatting 75.000 jobs verloren gegaan. Het Duits Economisch Instituut spreekt zelfs van 500.000 jobs. De jaarlijkse schade bedraagt meer dan 54 miljard euro.

Er zit een wit papier vastgeplakt op het pakje dat bij de douane in Hamburg op Anna ligt te wachten: het aangiftedocument. Daarop staat dat haar rugzak uit China komt. Er staat ook een naam van een afzender bij: Jack. Geen familienaam. Geen handtekening. Alleen Jack. Een douanebeambte maakt het pakje in Anna’s bijzijn open. Er zit een groenblauwe rugzak met roze hengsels in, zoals ze die besteld heeft. Op het eerste gezicht verschilt hij in niets van het origineel: het logo, de ritsen, zelfs de etiketten binnenin zijn krek dezelfde. Maar hij voelt anders aan, een beetje plasticachtig, en hij ruikt naar chemische producten.

Anna realiseert zich dat ze bij een nepwinkel terechtgekomen is en ze maakt de betaling bij haar bank ongedaan. Maar dat zint de oplichters niet. In nogal krom Engels sturen ze een mail: “Je hebt bij ons besteld, we hebben de levering bezorgd, dus kun je de betaling niet zomaar annuleren.” En de oplichters dreigen in alle ernst: “Je kunt niet én het geld én het product houden. Als je niet betaalt, moet je het terugsturen, anders laten we je vervolgen!” De e-mail eindigt met hartelijke groeten. Van Bella.

Nu hebben we al twee voornamen. En welke! Bella en Jack, dat doet denken aan Bonnie en Clyde, aan roadmovies met sensationele achtervolgingen. Maar Bella en Jack razen er niet in gestolen auto’s vandoor, ze bestoken hun slachtoffers met brutale e-mails. Dat kan grappig klinken, maar het roept ernstige vragen op: waaraan heeft de namaakindustrie haar groei te danken? En waar haalt Bella zoveel branie vandaan? Als Anna haar laat weten dat de rugzak door de douane in beslag genomen is, schrijft Bella: “Onze producten komen uit de oorspronkelijke fabriek.” En ze beweert dat haar klanten nagenoeg altijd tevreden zijn en nieuwe bestellingen plaatsen. Zou dat waar kunnen zijn? Of is Bella een leugenaar?

De douanebeambte in Hamburg vertelt ons dat Anna’s rugzak normaal gezien moet worden verbrand. Maar voor ons is hij een belangrijk spoor. We willen hem in het laboratorium laten onderzoeken. Daarom wordt hij in zes stukken gesneden, vijf daarvan mogen we meenemen.


Afzender onbekend

De zoektocht naar Bella en Jack kan beginnen. We starten waar Anna de rugzak besteld heeft: op de website kankeninc.com. Intussen is die offline gehaald. Je kunt niet zien wie erachter zit, want hij werd anoniem aangestuurd, via een Amerikaanse provider. Zelfs een cybercrimespecialist helpt ons niet vooruit. Na urenlang zoeken is zijn magere conclusie: ze zijn niet dom, Bella en Jack, ze weten hoe ze zich verborgen moeten houden. Via sporen op het internet wordt wel duidelijk dat hun webshop is geüpload via de server van een Chinese provider.

Dat we zeker niet met beginners te maken hebben, bevestigt ons ook Stefan Moritz van MarkMonitor, een bedrijf dat in opdracht van grote ondernemingen het internet afspeurt naar vervalsers. Volgens Moritz zijn die bedrijven professioneel georganiseerd, als normale ondernemingen, met een productie-, een marketing- en IT-afdeling. Er is zonder meer sprake van ‘georganiseerde criminaliteit’. Het is zijn job om ‘de Bella’s en Jacks online uit te schakelen’, bijvoorbeeld door hun websites door bevoegde instanties van het net te laten halen. Maar hoe kun je Bella en Jack in de echte wereld vinden, zoals wij van plan zijn? Moritz denkt niet dat het mogelijk is.

Onze eerste pogingen mislukken inderdaad stuk voor stuk. De Nederlandse post, die Anna’s rugzak volgens de gegevens op het document van de douane naar Duitsland heeft verstuurd, laat ons weten geen informatie te hebben over de afzender – en zelfs als ze die hadden, mogen ze die ons niet geven. Ook onze poging om Anna’s overschrijving aan Bella en Jack te traceren levert niets op. Kredietkaartenbedrijf Visa zegt dat het niet beschikt over gegevens van eindverbruikers en verwijst ons door naar de instelling die de kaarten uitgeeft, in ons geval de Deutsche Kreditbank. Daar blijkt men ons uit juridische overwegingen onmogelijk te kunnen helpen in onze zoektocht naar Bella en Jack.

Maar wat we dankzij Stefan Moritz wel vinden, zijn diverse nog actieve online nepwinkels. Ze heten Fjallkankan.com, Fjallravenshop.eu of Kankenbagssale.com en lijken perfect op die waar Anna haar rugzak heeft besteld. Of Bella en Jack erachter zitten, weten we niet, een colofon is op geen enkele van deze websites te vinden. Soms worden ze na enkele dagen alweer offline gehaald. Maar op Instagram duiken dan vervolgens weer andere advertenties op, die naar nieuwe nepshops leiden. Het is een heel eigen wereld, die zichzelf voortdurend heruitvindt.

Om de wereld van de vervalsers beter te begrijpen, nemen we een dag lang de rol aan van Bella en Jack – en we zetten onze eigen nepwinkel op. Met Shopify, een doe-het-zelfsysteem voor onlinewinkels, bouwen we een website die lijkt op die van Fjällräven. Logo’s en foto’s pikken we gewoon van de oorspronkelijke site en we voegen aan het menu een paar vertrouwenwekkende punten toe, zoals ‘over ons’, ‘contact’, ‘levering’.

Het enige wat we nog niet hebben zijn de producten zelf. Ook daarvoor bestaat er een app. Hij heet Oberlo. Daarmee kun je alles wat op het Chinese handelsplatform Ali-Express – een Chinese versie van Amazon – aangeboden wordt, in je eigen webshop downloaden. Ook valse Kanken-rugzakken. Je vindt ze voor 15 euro per stuk in alle mogelijke kleuren en formaten. Met één klik importeren we 93 varianten van de rugzak in onze shop – en we bieden hem voor iets minder dan 60 euro aan.

Nu zouden we onze webwinkel alleen nog maar online moeten zetten en voor enkele advertenties op Instagram zorgen. Elke bestelling die bij ons binnenkomt, zou dan rechtstreeks naar de Chinese aanbieder worden doorgestuurd. Hij zou de goederen vervolgens opsturen naar onze klanten. Dropshipping wordt dat model genoemd. Voor de namaakindustrie is het een droom: je kunt nepspullen verkopen en er goed aan verdienen – zonder er ooit zelf mee in aanraking te komen.

Het eerste resultaat van ons onderzoek: je wordt makkelijker zelf verkoper in nepartikelen dan dat je er één kunt opsporen.


Dubbele schade

Met de kapotgesneden rugzak rijden we naar Ispo, de beurs voor outdoorsporten in München. Daar ontmoeten we Martin Nordin, de baas van Fenix Outdoor, een bedrijf met een omzet van bijna 600 miljoen euro per jaar waar Fjällräven deel van uitmaakt. Nordin staat voor een wand vol Kanken-rugzakken, het bekendste product van Fjällräven. Nordin wordt razend als we over de vervalsingen beginnen.

Martin Nordin: “Je doet al wat je kunt om duurzame en milieuvriendelijke producten te ontwikkelen, en dan word je genekt door dergelijke rommel.” (wijst naar onze kapotgesneden rugzak)

Waar Nordin zich nog het meest over opwindt, is dat de vaak slechte kwaliteit van de namaakrugzakken op rekening wordt geschreven van Fjällräven zelf. Op Amazon bijvoorbeeld krijgt de Kanken-rugzak gemiddeld een score van vier sterren op vijf, met zeer veel goede beoordelingen en een paar slechte.

Nordin: “Ik heb de slechte beoordelingen op verschillende platforms bekeken. Bij beoordelingen met één ster gaat het heel zeker om mensen die een kopie hebben gekocht.”

Maar dat merken kopers vaak niet. Fjällräven is dus twee keer slachtoffer: er worden minder rugzakken van het merk verkocht én de namaakrugzakken schaden het imago van het bedrijf.

Wij bellen vervolgens zelf iemand op die via Amazon Kanken-rugzakken verkoopt. Behalve veel goede heeft ook hij een aantal zeer slechte beoordelingen gekregen. Hij verkoopt alleen originelen, zegt hij. Wel slaat hij zijn producten bij Amazon op, en Amazon verwisselt soms de waren van verschillende verkopers. Dat is niet helemaal onlogisch: als dezelfde rugzak van een andere verkoper zich dichter in de buurt bevindt, krijgt de klant die toegestuurd. Dat spaart tijd en brandstof. Maar als er valse exemplaren in dit systeem zijn binnengekomen, kan je als eerlijke klant bij een eerlijke verkoper bestellen en toch namaak toegestuurd krijgen. Dat knaagt aan het vertrouwen.

Toch kaarten heel wat merken het probleem van de namaakindustrie liever niet aan. Ze zijn bang dat klanten hun producten uit angst voor vervalsingen niet meer zullen kopen. Nordin pakt het anders aan. Hij wil het onderwerp op de agenda plaatsen. “Waarom doet de overheid hier niets aan?”

Hier krijgt onze rugzak een politieke dimensie. De Amerikaanse president Donald Trump wil de strijd aanbinden tegen de schending van intellectuele eigendom. Ook daarom legt Trump strafheffingen op. Maar dat heeft in China niet tot betere inzichten geleid, integendeel, het wakkert de economische spanningen alleen maar aan.

Wie navraag doet bij de Europese Commissie, wordt doorverwezen naar vijf deskundigen ter zake, van wie we geen enkele mogen citeren. Het is duidelijk dat Europa, anders dan Trump, niet inzet op invoertaksen maar op dialoog. De Duitse staatssecretaris Thomas Bareiss heeft bijvoorbeeld recent nog gesprekken gevoerd in China.

Thomas Bareiss: “Het onderwerp is daar op tafel gekomen, maar het ligt moeilijk, vooral omwille van de Duitse economie. We moeten immers altijd rekening houden met bedrijven die zeggen: ‘Voorzichtig, China is onze belangrijkste markt.’”

Je zou dus kunnen zeggen dat de Duitsers de stroom aan nepproducten erbij nemen, als ze maar dure auto’s kunnen blijven verkopen aan de Chinezen. Maar wat betekent dat voor de consument?


Lood en cadmium

In het labo voor chemische en microbiologische analyse in Delmenhorst heeft Gary Zörner de rugzak van Anna onderzocht. Er zijn hoge concentraties zware metalen in teruggevonden: antimoon, lood en cadmium. In de originele Kanken zijn die niet aanwezig.

Gary Zörner: “Door zweet komen die stoffen mogelijk vrij en de drager kan ze via de huid in zijn lichaam opnemen. Dat kan kanker veroorzaken. Nog erger is het voor de arbeiders die de rugzak produceren. Zware metalen tasten de zenuwen en de hersenen aan.”

Anna’s rugzak kan dus onmogelijk afkomstig zijn van de originele fabriek. Bella liegt. Nu liegen wij op onze beurt: we verzinnen Sebastian Köhler. Vanaf een speciaal aangemaakt e-mailaccount schrijft hij Bella op het e-mailadres waarmee ze met Anna gecommuniceerd heeft. Hij zegt dat een vriendin van hem een rugzak heeft besteld in Bella’s webshop, die fantastisch was van kwaliteit, maar dat de shop nu helaas van het net is gehaald. “Is het nog mogelijk rugzakken te kopen?” vraagt Köhler. “Ik ben geïnteresseerd in een grote bestelling.”

De e-mail is een valstrik. We hebben er een tracking pixel aan vastgehecht. Dat is een heel klein grafiekje van slechts één pixel groot. Zodra Bella de e-mail opent wordt het door een server gedownload. Die registreert niet alleen wanneer de e-mail geopend werd, hij slaat ook het IP-adres van de computer op, dat normaal gezien naar een bepaalde locatie kan verwijzen. Die informatie stuurt de server dan naar ons.

Algauw wordt onze mail meermaals geopend. Maar blijkbaar telkens vanop een andere locatie. De ene keer in Europa, de andere keer in Azië en dan weer in Amerika. Bella en Jack hebben hun IP-adres verborgen. In hun antwoord aan Köhler danken ze voor de belangstelling en ze sturen een foto van Kanken-rugzakken in verschillende kleuren. Het is niet duidelijk waar de opname gemaakt is.

Het wordt ons stilaan duidelijk dat we Bella en Jack in de gedigitaliseerde wereld niet zullen vinden. Dus proberen we ze daar weg te lokken. Köhler schrijft dat hij van plan is een ‘redelijk groot bedrag’ te investeren, en stelt een telefoongesprek voor, wat Bella afwijst. E-mail lijkt haar ‘efficiënter’. Zo wordt er een tijdje heen en weer gemaild. Köhler bestelt vervolgens nog een rugzak, zogenaamd om de kwaliteit te testen. Daarop krijgt hij een bevestiging van topbackpackmall.com. Dat is de nieuwe nepwinkel van Bella en Jack. Dit keer staat er zelfs een telefoonnummer bij. Met een Brits kengetal. Als je dat nummer belt, krijg je een automatische boodschap dat de abonnee niet te bereiken is – in het Chinees.

Köhler schrijft dat hij sowieso binnenkort naar China gaat en vraagt of er geen ontmoeting mogelijk is om zakelijke relaties aan te knopen. Bella lijkt nu toch geïnteresseerd. Ze neemt het voorstel ernstig in overweging, schrijft ze terug. Niet veel later vertrekken we. Naar het land van de vervalsers.

Vanaf de luchthaven rijden we via een weg met acht rijstroken Sjanghai binnen. Het is een stad vol wolkenkrabbers, een symbool voor de economische bloei van China.

In Sjanghai ontmoeten we Kevin, een Amerikaan die al meer dan dertig jaar in China woont. Hij wordt liever niet met zijn familienaam vermeld. Vroeger werkte hij voor Pinkerton, het bekendste detectivebureau ter wereld. Inmiddels heeft hij een eigen bedrijf met bijna twintig medewerkers in Sjanghai. In opdracht van grote bedrijven spoort hij Chinese productvervalsers op.

We hebben Kevin alles gegeven wat we weten over Bella en Jack. Hij spreekt een typisch detectivetaaltje. Hij heeft het over objects, assets, cases en reports. En hij heeft fiches voorbereid waarop mogelijke targets staan. Grof gezegd is het de bedoeling dat we steeds verder doordringen in de wereld van de nepindustrie. Daarvoor zullen we ons voordoen als zakenlui die in grootse stijl rugzakken willen kopen. Kevin zegt: “We vragen niets wat een goede zakenman ook niet zou vragen.” Als journalist mogen we ons niet bekendmaken. Anders krijgen we narigheid.

Ons eerste doel is het Sjanghai Science and Technology Museum, één van de meest bezochte musea in China. Het imposante spiraalvormige gebouw is een ware sensatie voor toeristen. Er is ook politie ter plekke. En toch bevindt zich tegenover het museum een wirwar van winkeltjes in nepproducten. In honderden kleine zaakjes vind je nagemaakte T-shirts van Levi’s, Fila en Patagonia, vervalste uurwerken van Rolex, Casio en Swatch, nephandtassen van Louis Vuitton en Dolce & Gabbana. In een van de zaakjes vragen we naar tassen van Fjällräven. De verkoopster, een elegante jonge vrouw, laat ons Kanken-rugzakken zien in blauw, zwart en roze. De prijs tikt ze op een zakrekenmachientje, omgerekend bijna 60 euro per stuk. Als we eerst afdingen en vervolgens ook voor 20 euro niet willen kopen, wordt ze heel kwaad: “Waarom verspillen jullie mijn tijd?” roept ze ons achterna.

De nepwinkels in het hartje van Sjanghai kunnen blijkbaar ongestoord hun gang gaan. Officieel heeft de Communistische Partij de strijd aangebonden met de vervalsers. Ze willen ‘de bescherming van de intellectuele eigendom aanzienlijk verbeteren’ en ook de belangen van buitenlandse ondernemingen beschermen, beloofde de Chinese president Xi Jinping dit jaar op een conferentie in Parijs. Tegen inbreuken hierop zal ‘hard worden opgetreden’.

Zijn dat niet meer dan lege woorden? De Duitse advocaat Falk Lichtenstein werkt al twaalf jaar in China voor CMS, één van de grootste advocatenkantoren ter wereld. Daar helpt hij buitenlandse ondernemingen op te komen voor hun belangen. De situatie is de afgelopen jaren inderdaad iets verbeterd, zegt hij. De regering wil dat China een hightechland wordt, en namaakproducten zorgen dan eerder voor ‘reputatieschade’. Ze had zelfs ‘bulldozers in stelling gebracht’ om nepmerken kapot te maken. Er zijn inmiddels ook al drie rechtbanken actief die gespecialiseerd zijn in intellectuele eigendom: in Sjanghai, Peking en Guangzhou.

Falk Lichtenstein: “Maar dat is slechts één kant van de zaak. Er dreigen nooit echt zware consequenties voor de vervalsers. Ze worden zo goed als nooit gevangen gezet. Dat kan ook aan het Openbaar Ministerie liggen: daar krijg je soms onverbloemd te horen dat ze zich met klachten van buitenlanders niet bezighouden.”

‘In de opslag­ruimte liggen duizenden rugzakken, per tien verpakt en op kleur ge­sorteerd. Gele, groene, rode en bontgekleurde stapels. Ze reiken bijna tot aan het plafond. Als we er meer dan duizend kopen, is de prijs 4 euro per stuk.’


Concreet spoor

De Chinese werkelijkheid is, zoals zoveel dingen, complex. Maar als je ziet in welk tempo de Partij nieuwe steden uit de grond stampt, technologische innovaties stimuleert en corrupte kameraden aan de kaak stelt, heb je niet echt het gevoel dat de bestrijding van de handel in nepwaren even prioritair is.

Misschien is onze westerse blik op het fenomeen ook te eenzijdig. Volgens de OESO is de Volksrepubliek nog een ontwikkelingsland. Kun je het de mensen dan kwalijk nemen dat ze alles proberen te doen om hogerop te komen? Het gaat steeds beter met China, anders kun je het niet zeggen. Een goed opgeleide en goed verdienende middenklasse wil westerse merkproducten. Ook outdoorartikelen worden populair. Voor Fjällräven is China daarom een belangrijke markt voor de toekomst, het bedrijf heeft al meer dan veertig winkels van dat merk geopend. Ongeveer de helft ervan verkoopt uitsluitend Kanken. “Wie geld heeft, koopt een echte Kanken”, zegt een jonge verkoopster van een Kanken-winkel in de bekende winkelstraat Nanjing. “Zo’n nepexemplaar wil toch niemand hebben”, zegt ze.

Voor we Sjanghai verlaten, sturen we Bella en Jack nog een mail. “Ik ben op dit moment in China. Kunnen we elkaar ontmoeten?” vraagt Sebastian Köhler. Ze doen hun best, is het antwoordt, en ze zullen zo snel mogelijk iets laten horen.

We vliegen naar Guangzhou, het bolwerk van de nepproductie in China. De stad ligt in het zuiden, aan de grens met Hongkong. Het is de hoofdstad van de provincie Guangdong, die beschouwd wordt als de ‘fabriek van de wereld’. Ongeveer een vierde van de Chinese exportproducten wordt hier vervaardigd: kleding, speelgoed en gsm’s. Het is een reusachtige moloch, drukkend warm. Buiten op straat hebben mannen hun T-shirts opgestroopt tot aan hun borst om een beetje verkoeling te krijgen.

We rijden naar de Sunrise Leather Shop, ons concreetste spoor naar Bella en Jack. Detective Kevin is er zeker van dat ze betrokken zijn bij deze zaak. Via Chinese sociale netwerken is het hem gelukt een verbinding tussen de e-mail van Bella en een account bij WeChat te maken, een in China wijdverbreide app waarmee je niet alleen kunt chatten, maar ook betalen en bestellingen plaatsen. Dat account is dan blijkbaar weer verbonden met de Sunrise Leather Shop. ‘Het hoeven niet Bella en Jack te zijn,’ zegt Kevin, ‘maar ze hebben er wel iets mee te maken.’

Boven de winkel staat in geelverlichte letters de naam van het bedrijf. Binnen worden we begroet door een vrouw, twee mannen zitten aan een bureau achter een computer. De winkel ligt vol rugzakken. Op het eerste gezicht zijn er geen bekende merken bij, maar er valt ons een model op dat bijzonder goed op Kanken lijkt, alleen het logo is anders: in plaats van ‘Fjällräven’ staat er ‘Encompassing all’, in plaats van de rode vos staat er een rode bloem in het logo.

Met één van de twee mannen, die zich de baas noemt, raken we in gesprek. Maar hij blijkt ons niet te vertrouwen. En wat hij zegt, klinkt ongeloofwaardig. Zo beweert hij dat ‘Encompassing all’ een bekend merk is in Amerika, Zweden, Rusland, Vietnam en China. We kopen een exemplaar en vragen de man of hij ook exporteert naar het buitenland. Hij zegt van niet. Maar onlangs is er een koper in de zaak geweest die overzeese verzendingen per schip organiseert. Op de vraag of die man geen Engelse naam heeft, of hij niet Jack zou kunnen heten, lacht hij en zegt hij weer: neen. En hij kent ook verder in de zaak geen enkele Jack.

Verder kunnen we niet gaan als we niet ontmaskerd willen worden. Was deze man onze Jack? We weten het niet. Ook onze e-mailcommunicatie met Bella valt plotseling stil. We doen nog enkele pogingen om een afspraak te maken, maar ze antwoordt niet meer.

Als je op Google de naam ‘Encompassing all’ intikt, krijg je geen enkele verwijzing naar het merk. Als we de rugzak openen, blijkt dat de naam en het logo met de rode bloem camouflage is: vanbinnen is het typische Fjällräven-logo ingenaaid, op de etiketten staat als modelaanduiding ‘Kanken’.


BMW 5 met Mao

Omdat onze sporen naar Bella en Jack doodlopen, besluiten we de producenten van de nepproducten te benaderen. Zonder een concreet spoor te hebben, bezoeken we een groothandelsmarkt. Hier zijn talloze winkels die te maken hebben met de handel in rugzakken. Sommige verkopen stoffen op lange rollen, andere alleen ritsen of draagriemen. In één van de winkels zien we in een glazen vitrinekast een Kanken-rugzak. Maar de uitbaatster verklaart dat ze alleen het materiaal vervaardigt, niet de rugzak zelf. Ze kent wel iemand die er maakt. Na enig aandringen geeft ze ons een telefoonnummer. We voeren het nummer in en doen ons zoals altijd voor als zakenlui. De vrouw aan de andere kant van de lijn is bereid ons te ontmoeten.

We hebben de volgende ochtend om halftwaalf in een hotel met haar afgesproken. Ze verschijnt iets voor twaalven: een vrouw van net geen 40, in jeans en een wit T-shirt. Ook haar dochtertje is mee, een meisje van een jaar of 8. De vrouw laat ons verschillende Kanken-rugzakken zien en zegt dat ze er massa’s op voorraad heeft. Als we de indruk geven dat we geïnteresseerd zijn om zaken te doen op langere termijn, stemt ze toe ons de fabriek te laten zien.

In haar witte BMW 5 met sportpakket rijden we een halfuur door de stad. Op het dashboard troont een gouden Mao-beeldje.

We zijn aangekomen. In een onopvallende woonwijk gaan we door een zware metalen deur een gebouw binnen. Via een donker trappenhuis komen we in een fabriek van drie verdiepingen hoog. Het stinkt er naar chemische producten. Op de benedenverdieping wordt het materiaal geverfd. Op de eerste verdieping zitten arbeiders zonder mondkapjes of handschoenen op houten stoelen rugzakken te naaien. Er lopen kleine kinderen rond, naaimachines ratelen, ventilatoren moeten voor wat afkoeling zorgen. Op de tweede verdieping bevindt zich de opslagruimte. Hier liggen duizenden rugzakken opgestapeld. Ze zijn per tien verpakt en op kleur gesorteerd. Er zijn gele, groene, rode en bontgekleurde stapels. Ze reiken bijna tot aan het plafond. Zoiets heeft hij nog nooit gezien, zegt Kevin. Hij schat dat het om tienduizend rugzakken gaat. Allemaal Kanken. De fabriek produceert niets anders.

We gaan met de vrouw aan een tafel zitten en krijgen een frisse Red Bull aangeboden. Ze leidt dit bedrijf al vijf jaar, vertelt ze ons. Tot dertigduizend rugzakken per maand kan ze produceren. Als we meer dan duizend stuks zouden afnemen, ligt de prijs bij 4 à 5 euro per stuk. Ze kunnen worden verscheept naar Rotterdam of naar Hamburg. We kopen een paar rugzakken op proef. Eén ervan is blauwgroen en heeft roze hengsels, net zoals de rugzak die Anna heeft besteld. Hij voelt ook hetzelfde aan. Het is goed mogelijk dat ons verhaal hier begonnen is.

Terug thuis sturen we Bella en Jack een laatste mail. Waarom ze ons in China niet hebben willen ontmoeten, vraagt Sebastian Köhler. En of ze hun producten eigenlijk ook kopen in de fabriek die hij daar heeft bezocht? Een antwoord krijgen we niet, maar we krijgen wel een melding van ons kredietkaartenbedrijf. De kaart waarmee we in de loop van het onderzoek enkele neprugzakken besteld hebben, werd ingetrokken. Reden: de vervalsers hebben geprobeerd met deze kaart nieuwe advertenties te betalen. Dit keer op Facebook.

© Die Zeit/vertaald door Els Snick (HUMO)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234