Zondag 17/01/2021

Ultraliberalisme rijmt met financieel terrorisme

Een systeem waar de financiële wereld zelf de spelregels bepaalt en soeverein beslist wat mag en niet mag, is onhoudbaar. A fortiori als die vrijheid rampen veroorzaakt

Paul Goossens ziet de profeten van het markt-absolutisme van hun wolk vallen

@5 INFO Opinie:Paul Goossens is Europees journalist en voormalig hoofdredacteur van De Morgen. Om de twee weken schrijft hij voor 'De Gedachte' een bijdrage.

Meer dan dertig jaar werden ze de hemel in geprezen, omdat ze de remedie voor alle grote politieke vragen hadden. Meer markt, minder overheid. Vandaag vallen de profeten van het marktabsolutisme één voor één van hun wolk. De laatste in de rij is Alan Greenspan, jarenlang het orakel en de goeroe van het Amerikaanse en internationale financiële systeem. Dat systeem danst nu al maanden op de vulkaan en dat heeft alles te maken met de mythe van de onzichtbare hand. Zij zou de vrije markt in toom moeten houden, maar in 2008 werd opnieuw duidelijk dat die hand inbeelding en pure fictie is. Daarmee valt een van de pijlers weg waarmee de laatste kwarteeuw samenlevingen, landen en continenten overhoop werden gehaald en electorale veldslagen gewonnen.

Een maand terug raamde het Internationaal Muntfonds (IMF) de verliezen van de bankcrisis op 400 miljard dollar. Deze week 'verfijnde' het zijn schatting en maakte er 945 miljard dollar van. Meer dan het dubbele dus en ook al zitten daar virtuele of boekhoudkundige verliezen tussen, het blijft waanzinnig veel geld. 945 miljard dollar is nog altijd 602 miljard euro of zes keer het jaarbudget van de Europese Unie. Tot dusver werd slechts 250 miljard verlies 'gelokaliseerd', maar dat was voldoende voor paniekvoetbal bij de Centrale Banken en de Amerikaanse regering. Zeer tot ongenoegen van boekhouders en economen richten virtuele verliezen niet zelden even grote, zo niet grotere ravages aan dan echte verliezen.

De vragen die er echt toe doen, slaan allang niet meer op de omvang van de verliezen, wel op de gevolgen en de verantwoordelijkheden. Immers, deze crisis is geen natuurramp en nog minder een straf van god, het is puur mensenwerk. Om de aandeelhouders te plezieren, de winstcijfers op te trekken en de CEO's hun miljoenenbonus door te schuiven, begaven de financiële wizzards zich in de wondere wereld van de CDO's, de SIVs, de ABS en de CDS. Hermetische acroniemen die in de goktempels van Las Vegas thuishoren en die pas begrijpelijk worden als ze aan dat andere, wel begrijpelijke acroniem WMD's (weapons of mass destruction) worden gekoppeld. Het zijn financiële bommen die bij iets te veel risicobanken financiële systemen, zo niet hele economieën doen crashen. Tienduizenden Amerikanen raakten er hun huis mee kwijt, de VS-economie verzeilde in een recessie en Europa verspeelt er zowat 1 procentpunt groei door. Er zijn terroristen die voor minder levenslang achter de tralies verdwijnen.

Voor het financieel establishment en lucide liberalen zijn dit beroerde tijden. Ze beseffen dat deze crisis de politieke en ideologische ankerpunten naar links en naar meer overheidsregulering zal verleggen. Als zelfs André Bergen, manager van het jaar en directievoorzitter van de KBC, het "heilig geloof van de Angelsaksische financiële wereld in de markt" aanklaagt, wijst dat op enige ontreddering. Zo ook de veroordeling door een volbloed liberaal als Paul De Grauwe van het "laisser faire" van Greenspan en "zijn religieuze geloof in de goedwilligheid van de markten en de schadelijkheid van de overheidsinterventies". En omdat het hem hoog zit en hij het dossier grondig kent, voegt De Grauwe eraan toe: "De banken hebben enorme, onredelijke winsten gemaakt. Ze moeten gesanctioneerd worden, we moeten hen nu zeggen dat het feest voorbij is." Dat roept herinneringen aan meer dan honderd jaar oude geschriften op. Van ene Karl Marx bijvoorbeeld, die had het ook over de zelfdestructie van het kapitalisme.

Veelbetekenend voor de verwarring in hoge kringen is het intrigerende onderscheid dat de Europese chefs sinds kort tussen de reële en de andere, de financiële economie maken. Zowel in Brussel, Frankfurt als het Sloveense Brdo, waar de Europese ministers van Financiën en de gouverneurs van de Centrale Banken vorig weekeinde topberaad hielden, kon je geruststellende praatjes over de gezonde reële economie van Europa horen. De Europese betalingsbalans, begroting en tewerkstelling zouden een stuk solider dan de Amerikaanse zijn en beter weerstand aan het virus van de Amerikaanse rommelhypotheken bieden. Of die diagnose steek houdt, is zeer betwistbaar. Het komt er voor de chefs nu op de eerste plaats op aan om de politieke meubelen te redden. Daarom de vondst van de twee economieën. De reële (Europese) economie, waar ze zich de onderscheiding 'goed bestuur' toekennen, en de financiële (Amerikaanse), waar ze geen vat hebben, want onbevoegd en onmachtig.

Het is geen schande dat de politiek voor een natuurramp capituleert. Niemand, ook politici niet, moeten het onmogelijke klaren. Voor de zelfverklaarde onmacht tegenover een financieel systeem dat landen en continenten kan destabiliseren is echter geen excuus. Een systeem waar de financiële wereld zelf de spelregels bepaalt en soeverein beslist wat mag en niet mag, is onhoudbaar. A fortiori als die vrijheid sociale en economische rampen veroorzaakt. Als politici dan niet ingrijpen en een ontspoord systeem niet onder controle krijgen, zullen ze daar zwaar op afgerekend worden.

Ook voor de linkerzijde, die zich decennialang ideologisch in de vernieling liet spelen, is deze crisis een 'wake-up call'. Nu kan ze wel een steekhoudend verhaal en een geloofwaardig alternatief formuleren. Ze moet dan wel het provincialisme opgeven, de confrontatie aandurven en afstand nemen van de rode, zelfgenoegzame prelaten als een Guy Quaden. Zelfs in de Verenigde Staten begint het te dagen. Een parlementscommissie die de verloningen van enkele prominente bankiers onder het vergrootglas hield, wees begin maart op de ontsporing tussen de topinkomens en het gemiddelde arbeidersloon. In 1980, zo signaleert het Congresdocument, verdienden de CEO's 40)maal meer dan het gemiddelde loon, in 2006 was dat 600 keer zoveel. "Terwijl de CEO's, aldus het Congresmemoran-dum van 6 maart, hun inkomsten voortdurend zagen groeien, daalde de reële vergoeding van werknemers die onderaan op de ladder stonden met 10 procent." Het verbazende is dat mensen niet heel kwaad worden als ze met zulke cijfers worden geconfronteerd en hun leiders niet vragen waarom ze nooit nog iets over klassenstrijd vertellen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234