Zaterdag 10/12/2022

Uitloggen maakt vrij

Tot een paar jaar geleden kon ik zonder oogknipperen beweren dat ik niet verslavingsgevoelig was. Toen kwam Facebook. Ik was een relatief late ‘instapper’. Dankzij Facebook vond ik, als zoveel anderen, mensen terug die ik twintig jaar of zelfs langer uit het oog was verloren. Met een jonge schrijver uit Lissabon en een jonge journalist met wie ik in 1987 twee maanden in Washington en New York had opgetrokken, raakte ik door middel van Facebook weer in gesprek. Vrienden van vrienden van vrienden werden via Facebook ook mijn vrienden. Zij deelden op hun profielpagina links naar krantenberichten en recensies uit tijdschriften die ik niet kende. Dankzij weer andere Facebookvrienden stuitte ik op bandjes en singer-songwriters die ik zonder links en tips op Facebook had gemist. Ik werd al snel een Facebookevangelist.

Opmerkelijk was ook het web van virtuele vriendschappen die mensen tot elkaar bracht die in de wereld buiten Facebook geacht werden zich op grote afstand van elkaar te bevinden. Maar op Facebook bleek de onbegrepen cultschrijver zowaar ongeveinsd hartelijke gesprekken te voeren met de thrillerschrijfster met spectaculaire verkoopcijfers. Je ontdekte onvermoede kanten van Facebookvrienden, en die onvermoede kanten stemden altijd blij. Een fotomodel annex soapactrice plaatste nu en dan berichten die zó onweerstaanbaar geestig waren dat je als Facebookvriend het voortaan wel uit je hoofd zou laten om te beweren dat ‘soapies’ grossierden in inwisselbare oppervlakkigheden. Met een collega-schrijver en een componist voerde ik via Facebook vrolijk makende gesprekken over vergeten avant-gardemuziek uit de jaren tachtig. In het café zouden we elkaar vermoedelijk nooit tegen zijn gekomen, maar dankzij Facebook kon ik me laven aan hun kennis en muziekarchief. Ik zeg het de Britse schrijfster Zadie Smith na: “Facebook was de fijnste afleiding van mijn werk die ik ooit heb gekend”.

Wie neigt naar misantropie, moest, eenmaal aanbeland op Facebook, zijn blik op de medemens toch echt duchtig herzien, was mijn overtuiging. Een zanger van een popband had ooit een gloeiende hekel aan een schrijver die zich laatdunkend over zijn muziek had uitgelaten. Op Facebook raakten ze, bijna per ongeluk, met elkaar in gesprek. Als gemeenschappelijke vriend‚ was ik er getuige van hoe de twee per ‘posting’ en ‘statusupdate’ ontdooiden. They agreed to disagree, maar mooi wel dat ze allebei van Marvin Gaye bleken te houden. De twee ex-kemphanen wisselden linkjes uit van YouTubefilmpjes met docu’s over Gaye. Je zou er bijna weeïg en sentimenteel van worden, maar wie met goede moed en frisse zin Facebook afstruint, gaat er nog in geloven ook: Alle Menschen werden Brüder. Ik accepteerde dan ook blind iedereen die zich als ‘vriend’ bij me aanmeldde. Het mochten dan wel wildvreemden zijn, maar wie weet hadden ze me iets te vertellen of konden ze het waarderen als ik op mijn profiel een link plaatste naar dat ene cultmagazine uit Australië met dat geweldige essay over ‘de onbekende jaren van Andy Warhol’, waarvan ik vond dat iedereen‚ die nog niet is uitgekeken op Warhol, het moest lezen. Zo werkt dat op Facebook: je probeert potentiële geestverwanten tips aan de hand te doen, zoals jijzelf je voordeel doet met andermans onverwachte tips en links en aanverwante postings.

Levens redden

Dat de revolutie in Egypte begonnen is met strategisch geplaatste berichten op Facebook wil ik graag geloven, ik heb me er niet echt in verdiept. Maar in het klein maakte ik van een afstand een levensreddende vriendenactie mee op Facebook. Een Nederlandse Facebooker van een jaar of zestig die doorgaans opgeruimd en attent reacties op andermans postings plaatst, raakte op een kwade dag door een brand zijn huis kwijt, en na een andere, nog veel ergere tegenslag, plaatste hij op zijn profielpagina een merkwaardig cryptisch bericht dat door één gemeenschappelijke vriend werd gedecodeerd: hij ondernam een zelfmoordpoging. Via razendsnelle Facebookconnecties tussen mensen uit Amsterdam, Brussel en steden in Spanje, konden mensen worden geïnformeerd die bij hem in de buurt woonden. De Facebookvriend in kwestie werd tijdig gered en belandde in een ziekenhuis, waar hij een paar dagen later, een tikje beschaamd maar vooral opgelucht, weer uit werd ontslagen. Het was een achteraf ook voor hemzelf onbegrijpelijke impulsdaad geweest, en zijn posting erover was zeker géén schreeuw om aandacht, maar zonder die interventie had hij het misschien niet overleefd. Nu wel, en de Facebookvriend in kwestie is, na de inzinking, weer enigszins in oude vorm.

Het zou te makkelijk zijn om dit indicent schamper af te doen als een uitzonderlijke doorbreking van de schijncultuur van intimiteit en vriendschap die Facebook zou exploiteren; die levensreddende interventie werd er niet minder indrukwekkend door. Opvallend is ook dat de direct betrokkenen die pijlsnel reageerden, er later niet meer in openbare postings op terugkwamen. Deelnemers aan Facebook blijken in de regel te beschikken over een soort zelfgenererende discretie die juist buiten Facebookdomeinen steeds brozer en zeldzamer wordt. Facebook appelleert aan ons betere ik, vond ik destijds, maar ook voor wie dit allemaal te mierzoet is, biedt Facebook een aantrekkelijk podium. Gerrit Komrij heeft op Facebook bijna het maximum van 5.000 vrienden die natuurlijk allemaal zijn stekelige aforismen willen volgen, en op de een of andere manier zijn de soms tientallen reacties op zijn berichten ook weer het volgen waard. Atte Jongstra schreef in NRC Handelsblad een lofzang op Facebook. De slimste en geestrijkste passages uit zijn essaybundel Over rusteloosheid van de jonge classicus Arjen van Veelengaan over Facebook. Stine Jensen kwam via Facebook in contact met de man die nu haar echtgenoot is. In haar essay van de Maand van de Filosofie, Echte vrienden, over op intimiteit en identiteit in tijden van Facebook, Twitter en Wikileaks, is zij weliswaar kritisch over de uitsluitend handige nutsvriendschappen‚ die Facebook oplevert, maar nog altijd is zij enigszins gehecht aan het sociale netwerk, ondanks de verzuchting in haar essay dat ze er ‘eigenlijk‚ de brui aan zou moeten geven’, zoals ook de eerdergenoemde Zadie Smith vertrok uit de Facebookenclave.

Eeuwig durend feest

Tot zover de lofzang. Ik vul er bijna deze hele column mee, maar ik zou wel vijf columns kunnen volschrijven met méér montere getuigenissen over de zegeningen en aantrekkelijkheden van Facebook. Maar ik ben er vertrokken, voorlopig in ieder geval. Dat kan, je kunt je account deactiveren. Dan besta je nog wel, maar niemand die je nog kan zien, op Facebook, jijzelf ook niet meer, want als je opnieuw inlogt, is deactivatie meteen weer ongedaan gemaakt en draai je weer volop mee in het eeuwig zonnige digitale resort.

De reden van vertrek? Die fijnste afleiding van je werk‚ eiste zó veel tijd en energie op dat het vrolijke tijdverdrijf sluipenderwijs die tijd genadeloos dreigde op te slokken. Facebook is als een bruisende receptie of een eeuwig durend spectaculair feest dat je bijna niet meer durft te verlaten uit vrees alle tornado’s van positiviteit en andermans eloquentie en hartelijkheid te missen. Het daagde mij dat ik beland was in een sekte waar niemand volgeling is omdat iedereen de Bhagwan zélf kan, mag, nee: móet zijn. Miljoenen shiny, happy people op een kluitje, dat is een paradijs waarover niemand durft te verklappen dat er toch echt muren omheen staan. Die muren zijn van fluweel, stel ik me zo voor, je kunt er behaaglijk tegenaan leunen, maar het blijven muren.

Ik ben eroverheen gesprongen, en ik zou liegen als ik zou beweren dat ik andermans postings niet mis en dat ik het helemaal niet erg vind dat ik nu niet meer aan mijn Facebookvrienden kan vertellen hoe verdomd goed de nieuwe albums van TV On The Radio en PJ Harvey zijn, mét linkjes naar recensies uit de Britse en Amerikaanse pers, natuurlijk.

Ik mis het allemaal enorm en vooral ’s avonds laat, na gedane schrijfarbeid, vecht ik tegen de neiging om weer in te loggen, want ik ken zo vijftig Facebookvrienden van wie ik wil weten wat zíj van de nieuwe PJ Harvey vinden. Dat is een gemis. Maar ik ben wél weer vrij. Ik heb de uren herwonnen waarin ik, net als in pre-Facebookjaren, ‘Niets’ mag zijn, in de - kuch - Taoïstische zin van het woord. Facebook is en blijft het geweldigste virtuele café ter wereld, maar voor wie er, zoals ik, niet tegen bestand is dat men er niet doet aan sluitingstijd, is er maar één remedie: zelfopgelegd caféverbod. Met Facebook is het alles of niets. Je mist letterlijk alles, maar krijgt er méér dan dat voor terug: niets. Stilte.

Ik zal nooit ontkennen dat voor Facebook geldt dat de ingelogde mens bevoorrecht en op momenten benijdenswaardig is. Inloggen versnelt, verbreedt, verdiept, verdooft (ook heel fijn en lekker), vergroot, verrijkt en vertroost. Maar uitloggen maakt vrij.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234