Dinsdag 26/10/2021

UITGEMOLKEN

De Europese melkveehouders krijgen morgen te horen op welke manier Europa hen precies uit hun benaderde economische situatie wil redden. Wat politici en boerenorganisaties niet openlijk zullen vertellen, is dat de Europese drang naar schaalvergroting en efficiëntie onvermijdelijk tot nog meer faillissementen en jobverlies zal leiden. Landbouwexperts hebben het over een groot taboe.

Voor de Europese melkboeren wordt het morgen een belangrijke dag. Na de betoging in Brussel van vorige maandag beloofde de Europese Commissie voor 500 miljoen aan maatregelen die de economische problemen van de sector moeten verzachten. De Commissie legt vandaag aan de lidstaten een plan voor waarin zou moeten staan hoe dat half miljard concreet besteed moet worden. Morgen debatteren zowel de Europese landbouwministers als het Europees Parlement over dat document.

Hoewel vele noodlijdende boeren deze steunmaatregelen goed zullen kunnen gebruiken, is nu al duidelijk dat de Commissie morgen enkel noodingrepen zal voorstellen. Wie in dit document op zoek gaat naar structurele maatregelen die de toekomst van de Europese landbouw moeten veiligstellen, zal teleurgesteld worden. Op zich is dat niet verwonderlijk. Europa voert al meer dan twintig jaar een beleid waarbij subsidies en andere steunmaatregelen worden afgebouwd. Minimumprijzen voor melkveehouders bestaan al lang niet meer en dit jaar werd ook het systeem van productiequota afgeschaft.

De gevolgen van deze laatste ingreep waren niet zo moeilijk te voorspellen: zodra de maximumquota wegvielen, gingen de boeren meer melk produceren, waardoor de markt oververzadigd raakte en de prijs in elkaar stuikte. Steeds meer boeren werken momenteel met verlies en een aantal geopolitieke evoluties zoals extra buitenlandse concurrentie en het Russische embargo op Europese zuivelproducten maakten de situatie nog erger.

Tot nu toe raakte over het Commissie-plan bekend dat er meer geld komt voor promotie en exportbevordering. Er wordt ook een budget vrijgemaakt voor private opslag van melkpoeder, zodat boeren hun product op de markt kunnen brengen als de marktprijs hoger is. Maar aan het principe van het Europees landbouwbeleid wordt niet getornd. Minder subsidies, minder steun, meer vrije markt: kortom de boeren krijgen alle verantwoordelijkheid om het hoofd boven water te houden. Het Europese langetermijnbeleid ligt vast.

Schaalvergroting

Het blijft een opmerkelijk element dat eigen is aan elk landbouwplan dat de jongste dertig jaar op tafel kwam: tussen de lijnen van al die teksten schuilt een behoorlijk groot taboe waarover landbouwministers en boerenorganisaties het liefst zo hard mogelijk zwijgen. Door alle steun voor de landbouw in te trekken, zet Europa in op grootschalige productie, waardoor het aantal boerderijen en de tewerkstelling in de sector afneemt. Wat zich momenteel op de markt afspeelt, is een shake-out waarbij veel boeren de concurrentie met grote landbouwondernemingen niet meer aankunnen en over de kop gaan.

Deze trend blijkt uit alle statistieken: in Vlaanderen nam de tewerkstelling in de landbouw tussen 2001 en 2013 af van 72.000 naar 51.000. Ook landbouweconoom Erik Mathijs (KU Leuven) bevestigt de evolutie: "Tussen nu en vijf jaar zullen de sterke bedrijven overblijven. Ik vrees dat vele andere boeren hun onderneming zullen moeten stopzetten. Enkel landbouwers die op zoek gaan naar efficiëntere productiemethodes of een schaalvergroting doorvoeren zullen overleven."

Mathijs zegt dat het hier over een trend gaat die al vele jaren bezig is en waarover inderdaad te weinig gesproken wordt. "Ja, je zou kunnen zeggen dat het hier over een taboe gaat en daardoor wordt een deel van de echte discussie niet gevoerd. Als een sector dermate achteruitgaat zou je verwachten dat er middelen worden ingezet om deze reconversie in goede banen te leiden. Je zou op een serieuze manier aan outplacement en veranderingsmanagment moeten doen, maar dat gebeurt momenteel slechts op kleine schaal. Bij mijn weten doet enkel de vzw Boeren op een Kruispunt dit soort begeleiding."

De vraag rijst waarom politici en boerenorganisaties hier hun verantwoordelijkheid niet nemen. "Dat is een goede vraag en ik heb er eigenlijk geen antwoord op. Ik denk dat landbouworganisaties als de Boerenbond het vooral willen opnemen voor de actieve landbouwer. En ook de overheid lijkt vooral bezig met maatregelen die de pijn verzachten. Wellicht is er hier iets psychologisch aan de gang: velen willen blijkbaar niet onder ogen zien dat het klassiek boerenbedrijf aan het verdwijnen is."

Guido Van Huylenbroeck, hoogleraar landbouweconomie aan de Universiteit Gent: "Het is inderdaad zo dat de Europese landbouwpolitiek al jaren een mechanisme is om tijd te kopen om een sociale transformatie mogelijk te maken. Kijk naar de statistieken: jaarlijks neemt het aantal landbouwbedrijven met 2 à 3 procent af. De transformatie van de landbouwsector is te vergelijken met die van de steenkoolindustrie of de auto-industrie. Met dit verschil dat voor die twee laatste sectoren allerlei steunmaatregelen gelden. Ook voor de landbouw zou hierover een denkoefening moeten gebeuren: met welke sociale maatregelen kunnen we boeren begeleiden naar een andere toekomst? Hoe kunnen we de persoonlijke drama's vermijden?"

De klok terugdraaien lijkt voor de Gentse expert geen optie: "Is schaalvergroting goed of slecht? Feit is dat technologische innovaties in de landbouwsector pas rendabel worden als je op grotere schaal gaat werken. Neem de nieuwste machines waarmee koeien worden gemolken. Dat gebeurt volautomatisch, er komt haast geen mens aan te pas. De methode heeft tal van voordelen maar het is wel zo dat die investering niet rendeert als je slechts tien koeien in de stal hebt staan. Nogal wat mensen vinden dit een negatieve evolutie en dat heeft voor een stukje te maken met een nostalgische reflex: het boerderijtje met scharrelende kippetjes, een rondlopend varken en een mesthoop op de binnenkoer beantwoordt misschien wel aan ons romantisch beeld, maar beantwoordt het nog wel aan de realiteit van de sector?"

Creatief met producten

Tegelijk benadrukken zowel Mathijs als Van Huylenbroeck dat er nog wel degelijk toekomstkansen zijn voor de Belgische landbouwsector. Een belangrijke voorwaarde is dan wel dat beleidsmakers, landbouworganisaties en boeren op een meer creatieve manier omspringen met de producten.

Van Huylenbroeck haalt daarbij graag het voorbeeld aan van de parmigianokaas. "Door een goede samenwerking tussen melkveehouders en de industrie ontstond een zogenaamde valorisatieketen: in plaats van hun melk op de bulkmarkt te gooien, sloten de melkveehouders een akkoord met een bekende kaasfabriek om zo een hoge toegevoegde waarde te creëren. Ook de Andalusische ham is hiervan een goed voorbeeld. Het gaat hier om een hoogwaardig vleesproduct dat zijn typische smaak krijgt door enkel gebruik te maken van bepaalde varkensrassen. De dieren eten ook vooral eikels. Boeren werken hier samen met de vleesindustrie en genieten mee van de toegevoegde waarde."

Van Huylenbroeck wijst erop dat die valorisatieketens ook al in België bestaan. "In West-Vlaanderen gaat de afzet van de groenteboeren voor een aanzienlijk deel naar de plaatselijke industrie van diepvriesgroenten. Ook hier gelden afspraken tussen boeren en industrie, en dat creëert voor die boeren zekerheid en een extra opbrengst. Meer recent is er het voorbeeld van de paters van Westmalle. Die hebben een grote melkveehouderij en toen bekend raakte dat Europa de quota zou afschaffen, beslisten de paters om een deel van hun geld dat ze met hun trappistbrouwerij verdienen te investeren in een nieuwe abdijkaas. Ze maakten dankbaar gebruik van hun naamsbekendheid en kwaliteitslabel om een nieuw topproduct te maken. Slim gezien."

Mathijs: "Het parmigianovoorbeeld doorprikt ook de stelling dat efficiëntie altijd gepaard moet gaan met schaalvergroting. Het gaat hier namelijk om vrij kleine melkveehouders die bijdragen tot de grootschalige productie van parmezaanse kaas. Creativiteit en markgerichtheid: daar draait het om. In ons land zou de coöperatie Milcobel (waarbij 2.800 melkveebedrijven aangesloten zijn, KoV) een soortgelijke rol kunnen spelen."

Een evolutie die volgens Milcobel trouwens al volop aan de gang is. Recentelijk haalden de kazen Brugge Prestige en Brugge Dentelle de gouden en bronzen medaille op de prestigieuze Nantwich International Cheese Awards. De coöperatie werkt met een kaasmasterplan dat tot doelstelling heeft om tegen 2020 een kwart van de melkaanvoer te verwerken tot diverse specialiteiten.

Ook Dominique Michel, directeur van de federatie van de Belgische handel en diensten (Comeos), verdedigt het kwaliteitsargument met steeds luidere stem. Zijn argumentatie: in een overzadigde markt heeft het geen zin om nog langer in massaproducten te investeren. Belgische boeren moeten met exclusieve producten nichemarkten creëren.

Een landbouwexpert die heel rechtlijnig doordenkt op dit soort ideeën, is Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie aan de universiteit van Wageningen. Volgens hem is er nog een mooie toekomst voor hoogwaardige landbouwproducten en het opmerkelijke aan zijn redenering is dat kleinschalige boeren het best geplaatst zijn om topkwaliteit te garanderen. Van der Ploeg berekende dat kleinschalige boeren efficiënter en beter werken dan grote landbouwondernemers. De grote bedrijven spitsen zich toe op één à twee gewassen en worden gedwongen om zwaar in nieuwe technologie te investeren. Dit maakt hen veel minder shockproof voor allerlei economische turbulenties en dat is volgens de hoogleraar ook gebleken tijdens de economische crisis van 2008.

Van der Ploeg gelooft meer in kleinere boerderijen die stap voor stap evolueren. "Boeren kopen beter eerst een tweedehandstractor in plaats van zo'n monster van 200 pk, investeren het best in eigen veevoeder en eigen mest, waardoor ze betere producten maken en minder afhankelijk zijn van de agro-industrie." Gezond boerenverstand moet opnieuw de leidraad worden van de sector, redeneert de Nederlander. Zo is het bijvoorbeeld wijs dat de vrouw van de boer een eigen job neemt en zich niet professioneel verbindt aan de boerderij. "Als het dan even minder gaat, is er nog altijd een tweede inkomen."

Korteketenverkoop

Criticasters die beweren dat je met kleinschalige boerderijen onvoldoende produceert en voedseltekorten creëert, krijgen van Van der Ploeg het Beijing-verhaal voor hun voeten geworpen. De hoogleraar geeft ook les aan de universiteit van de Chinese hoofdstad en stelde daar vast dat de tien miljoen inwoners er hun levensmiddelen aanschaffen op allerlei markten waar landbouwers rechtstreeks aan de bevolking verkopen: een soort korteketenverkoop maar dan op de schaal van een miljoenenstad.

Ook Lode Speleers, directeur van de bio-distributieketen Biosana is groot voorstander van deze korteketenverkoop. "Het is geen wondermiddel waarmee je in Europa de hele sector redt, maar het is wel degelijk een van de elementen om boeren een beter inkomen te geven. Als je de hele keten tussen boer en consument uitschakelt, verdwijnen er heel veel kosten en kan de boer een betere prijs vragen voor zijn product."

Met zijn organisatie Biodia creëerde Speleers ook een nieuwsoortig prijsmechanisme dat volgens hem even simpel als efficiënt is. "Samen met de ngo Vredeseilanden lieten we een deskundige een lastenboek samenstellen die alle kostenelementen van biologische melkveehouders in kaart brengt. Op die manier kregen we een heel duidelijk beeld van de kosten van die boeren en konden we ook een eerlijke aankoopprijs van 46 cent vaststellen. Op die manier geven we de boeren bestaanszekerheid en kunnen zij de garantie geven dat ze ons biowinkels hoogwaardige melk leveren."

Volgens Speleers is dit model niet enkel geschikt voor de biomarkt, maar kun je het ook toepassen voor de hele melkmarkt. "Als iedereen dit systeem zou aanvaarden, zijn de economische problemen van de boeren opgelost. De aankoopprijs zal daardoor misschien van 29 cent naar 38 cent stijgen. Voor de boeren is dit vaak het verschil tussen overleven en ten onder gaan.

"Voor de consument lijkt die 10 cent me niet onoverkomelijk. Want nu zijn we met de sector toch in een heel bizarre situatie verzeild geraakt. De melkprijs blijft maar dalen waardoor niemand in de keten nog winst kan maken: de boer niet, de melkerij niet, de distributeur niet en ook de supermarkt niet. Enkel de consument heeft een minivoordeel van 10 cent. Dat is toch niet vol te houden. Het kan toch niet dat de consument op deze manier blijft vegeteren op de rug van de boer. Als je die consument helder uitlegt wat een boer allemaal moet doen om een liter kwaliteitsvolle melk te produceren, gaat volgens mij niemand klagen dat hij of zij 10 cent extra per liter moet betalen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234