Maandag 18/01/2021

Uitgelezen Deluxe voor in de reiskoffer

Gisteren pakte Uitgelezen in Gent uit met een luxe-editie als afsluiting van het seizoen. Wij vroegen enkele hoofdrolspelers op deze literaire soiree welke toppers in hun ogen garant staan voor een zomer vol leesplezier.

Robert Graves, Dat hebben we gehad, De Arbeiderspers.

Dit boek heeft het allemaal.

Een goed motief. De Britse schrijver Robert Graves (1895-1985) wou rijk worden, om zijn scheiding te kunnen betalen. Tot Graves' grote verbazing werd een oorlogsboek dat de Duitse veteraan Erich Maria Remarque eind jaren twintig schreef een grote bestseller, tien jaar na die verdoemde oorlog. Graves, begin de dertig, besloot om niet enkel de hele Eerste Wereldoorlog het genadeschot te geven, maar meteen ook zijn opvoeding en kostschoolverleden.

Daarmee zwaaide hij de grote waarden en gewoonten die tot dan toe het Verenigd Koninkrijk schraagden een laconiek goodbye toe.

Het boek heeft een ongelooflijk verhaal doordat het zich in een waanzinnig tijdsvak afspeelt.

Hoewel het kostschoolverhaal best te pruimen is, vormt de beschrijving van de belevenissen van Graves als officier in de Eerste Wereldoorlog het indrukwekkendste stuk van het boek. De historische achtergrond is hallucinant: een Britse officier overleeft gemiddeld maar een paar weken in de loopgraven op dat moment in de oorlog. Graves raakt in Frankrijk zo zwaar gewond dat hij maar net genoeg leven in zijn lijf overhoudt om een paar dagen later in de krant zijn eigen overlijdensbericht te lezen.

En dat is de derde en ultieme kwaliteit van dit boek. Graves mag dan wel afrekenen met zijn verleden, de stiff upper lip die hij aangeleerd kreeg, behoudt hij in zijn schrijfstijl, en net daar schuilt zijn humor.

De verhalen en anekdotes uit de loopgraven zijn zo veelvuldig en grotesk, dat Graves ze haast terloops beschrijft. Die terloopsheid maakt zijn relaas zo mogelijk nog indrukwekkender, en het gif in zijn afrekening met het Grote Britse Verleden nog doeltreffender.

Wouter Deprez

Zadie Smith, De ambassade van Cambodja, Prometheus.

Een paar weken geleden was de Britse schrijfster Zadie Smith (°1975) in Amsterdam, waar ze publiekelijk in gesprek ging met Arnon Grunberg. Het was een van die zeldzame avonden waarvan je al na een kwartier weet: ik ga me nog lang herinneren dat ik hier was, en in mijn herinnering zal dit gesprek - voor de verandering volledig terecht - epische vormen aannemen.

Smith praatte moeiteloos maar bedachtzaam over onderwerpen variërend van schrijven en lezen tot racisme en stand-up comedy. Erudiet, grappig, bloedmooi en met een diepe stem waarbij je iedere avond wel in slaap zou willen vallen. Ja, ik was starstruck, en wie dat die avond niet was, is gemaakt van steen (niemand, dus).

Smith vertelde onder andere het moeilijk te vinden om haar eigen werk terug te lezen en het niet te haten. In wezen, zei ze, is ieder project mislukt. Het enige waar ze met enige tevredenheid op kon terugkijken, was een verhaal dat ze voor The New Yorker had geschreven, en dat afgelopen jaar ook als kleine novelle in het Nederlands werd uitgegeven: De Ambassade van Cambodja.

Met 21 kleine hoofdstukken is het verhaal opgezet als een badmintonmatch, en niet toevallig: de jonge schoonmaakster Fatou loopt iedere maandag langs het mysterieuze ambassadegebouw van Cambodja in de Londense wijk Willesden. Het enige wat ze boven het ommuurde gebouw ziet uitkomen, is een op en neer gaande shuttle: 'Pof, pets, pof, pets - alsof de ene speler slechts op een gewelddadig einde uit was, en de andere slechts zijn hoop wilde vestigen op voortzetting van het spel.'

In zeer kort bestek weet Smith Fatous zware leven als Afrikaanse migrant, even wrang als onbeduidend, op te tekenen, maar zonder van haar een zielige, hulpbehoevende vrouw te maken. Integendeel. Ondanks alles triomfeert Fatou, en Smith met haar.

Niña Weijers

Jean Echenoz, 14, De Geus.

'Misschien is het ook niet erg nuttig of relevant om de oorlog met een opera te vergelijken, vooral als je niet zo van opera houdt, ook al is die net als hij overweldigend, pompeus, buitensporig, vol langdradige passages, en ook al maakt die net als hij veel lawaai en is hij op den duur nogal saai.'

De minzame Anthime is boekhouder in een schoenenfabriek. Hij heeft 'drie vis- en drinkvrienden die zich elk op hun manier zeer interesseerden voor dieren, er veel hadden gezien en er nog veel meer zouden tegenkomen.' Anthimes interesse gaat vooral uit naar Blanche, de enige dochter van de fabriekseigenaar. Zij heeft echter een relatie met de arrogante Charles, de onderdirecteur. En dan komen ze allen terecht in een wereld 'van wegrottende paarden en gesneuvelde manschappen in ontbinding'.

In amper 120 bladzijden evoceert Jean Echenoz (°1947) op meesterlijke wijze hoe de Grote Oorlog het weinig sensationele leven van doordeweekse mensen onherroepelijk door elkaar schudt. In korte passages combineert hij schaarse informatie over de hoofdpersonages met gedetailleerde beschrijvingen van de bepakkingen van de soldaten of de belangrijke rol van dieren in de frontlinie.

Het trauma van de oorlog zit ook in de alledaagse dingen waarmee kleine mensen zich overeind moeten houden in de regen, de stank, de hitte, het wachten en de genadeloosheid waarmee het zoeken naar een stukje lente als desertie wordt veroordeeld.

14 ontroert door eenvoud, vakkundigheid en subtiliteit. Een prachtig kleinood van een auteur die eerder met zijn trilogie over bijzondere personen - de componist Maurice Ravel (Ravel), de atleet Emil Zatopek (Hardlopen) en de uitvinder Nikola Tesla (Flitsen) - zijn literaire kwaliteit toonde.

Jos Geysels

P.F. Thomése, De onderwaterzwemmer, Atlas Contact.

Niets fout doen en zich toch schuldig voelen, een heel leven lang. En daardoor zelf verzuipen. Dat is het centrale thema van de laatste roman van de in Vlaanderen te weinig gelezen Nederlandse auteur P.F. Thomése. (°1958)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakt de veertienjarige Martin bij de oversteek van een rivier zijn vader kwijt. Hij zal hem nooit vinden. Tussen hoop en woede ontwikkelt zich een leegte, 'alsof zijn vaders afwezigheid zijn gedachten weer uitvlakt', en een allesoverheersend schuldgevoel dat zijn hele leven, zijn gedragingen en gedachten blijft bepalen.

Ook als hij dertig jaar later met zijn vrouw in Afrika hun Foster Parents-kind wil opzoeken, blijft de schim van zijn vader hem achtervolgen. 'Hij wil zo zielsgraag iets goedmaken. Iets rechtzetten. Met een verhaal terugkomen dat klopt. Maar zijn pogingen om tot een plot te komen worden elke keer verpest door hiaten. Zo wordt zijn leven een verhaal dat bestaat uit hiaten en handelt over afwezigheid.'

Hun Afrikaanse ontdekkingstocht wordt een echte helletocht. De afwezige vader blijft prominent aanwezig en Martin zelf wordt een afwezige, waardoor ook hij moeilijk aan de overkant geraakt. Of komt er, weer dertig jaar later, in Cuba, op het einde van Martins leven, toch een zekere verlossing?

De onderwaterzwemmer is een krachtige, beklijvende en spannende roman over verdriet, angst, afwezigheid, schuld(gevoel), boete en de (soms vruchteloze en krampachtige) pogingen om het hoofd en het leven boven water te houden.

Jos Geysels

Yuval Noah Hariri,

Sapiens,

Thomas Rap.

Sapiens van Yuval Hariri (°1976) is mijn favoriet populair-wetenschappelijke boek van de voorbije jaren. Het is een heerlijke en toegankelijke brok non-fictie over de 200.000 jarige carrière van de Homo Sapiens, de meest intrigerende apensoort op deze planeet. Wat Bill Bryson deed met de geschiedenis van de wetenschap in Een kleine geschiedenis van bijna alles doet Hariri met de geschiedenis van de mens.

Vlot geschreven en stevig onderbouwd verschaft het boek niet alleen kennis, maar ook een stevig basisinzicht in wat zich de voorbije 200.000 jaar heeft afgespeeld tussen onze oren, en tussen mensen onderling, van de eerste vuistbijl over de wereldreligies tot het kapitalisme.

Het is een boek ook dat veel dieper gaat dan wat men in het Engels 'cocktailparty knowledge' noemt. Er is geen groter genot in wetenschapspopularisering dan de aha-erlebnis, en dit boek verschaft er wel een paar, zowel over de geschiedenis als over onszelf in het heden.

Kortom, dit is een smakelijke én voedzame portie vakantielectuur, een vakkundige combinatie van biologie, psychologie, geschiedenis en antropologie. En omdat het over onszelf gaat, kun je moeilijk anders dan vele zaken diepgaand overpeinzen. Genoeg stof dus ook voor gesprek en filosofie op het avondterras.

Lieven Scheire

Lydia Davis, De taal van dingen in huis en andere verhalen, Atlas Contact.

Ze observeert, ze luistert, ze denkt, ze noteert, ze verzamelt. Die verzameldrift mondt uit in spaarzaam geschreven miniaturen. Lydia Davis (°1947) staat in haar verhalen stil bij zinnen die lang blijven hangen. Ze wandelt door gedachtegangen. Ze is de grootmeester van de resonantie.

Niet voor niets won de Amerikaanse schrijfster twee jaar geleden de Man Booker Prize. Sommigen noemen wat zij doet poëzie. Anderen kort verhaal. Zelf noemt ze het gewoon proza. Dat 'gewoon' is bedrieglijk. Ze legt met een technisch vernuft het bedrieglijk gewone op een ander denkspoor.

Ze loopt met een boog rond het emotionele om de lezer naar het intieme te leiden. Ze vertrekt vanuit iets heel herkenbaars. Met welke maatstaven mensen in een trein een tijdelijke medereiziger kiezen, bijvoorbeeld: 'Het zou kunnen helpen als we allemaal een plaatje droegen waarop staat op welke manieren we andere passagiers vermoedelijk al dan niet zullen storen...'

Soms vertrekt ze vanuit een kunstzinnige ergernis. 'Geachte Diepvries- doperwtenproducent, Wij schrijven u omdat wij van mening zijn dat de doperwten die op uw pakken diepvriesdoperwten staan afgebeeld een hoogst onaantrekkelijke kleur hebben...'

Ze weet de vinger op de wonde te leggen, zonder uitleg. Neem nu mannen: 'Er zijn ook mannen op de wereld. Soms vergeten we dat en denken we dat er alleen maar vrouwen zijn - eindeloze heuvels en vlakten van zich niet verzettende vrouwen. We maken grapjes en troosten elkaar en onze levens gaan snel voorbij. Maar af en toe, dat is waar, verrijst er onverwachts een man in ons midden als een pijnboom, en hij kijkt ons woest aan, en laat ons in groten getale wegstrompelen om ons te verstoppen in de grotten en geulen totdat hij weg is.'

Anna Luyten

Georges Simenon, De burgemeester van Veurne, De Bezige Bij Amsterdam.

'Hij had eraan gewend moeten raken haar te zien huilen om niets, haar door het huis te zien lopen met een eeuwige schrik in haar ogen.'

Hij heeft genoeg aan zesentwintig woorden om een heel huwelijksdrama te evoceren. Georges Simenon (1903-1989) verstaat de kunst van de evocatie. In zijn roman De burgemeester van Veurne, schitterend vertaald door Rokus Hofstede, beoefent zijn hoofdpersonage Joris Terlinck de kunst van de provocatie. Wonderlijk hoe een boek, geschreven in 1939, zo hedendaags leest. De beste boeken groeien mee met de tijd.

De Belgen hebben hem lang onderschat, onze grootste Belgische schrijver, die een voorbeeld was voor Hemingway, Márquez, Julian Barnes en andere wereldtoppers. Dus: eindelijk, eindelijk is er een nieuwe reeks vertalingen van het werk van Simenon.

Zijn commissaris Maigret uit zijn politieromans is legendarisch. Maar de echte parels zitten tussen zijn psychologische romans: Brief aan mijn rechter (wel opnieuw vertaald), De man die de treinen voorbij zag komen (helaas niet opnieuw vertaald).

Simenon schrijft met een alertheid voor het gewone die verslavend werkt. Hij wordt vanzelf een compagnon de route. In De burgemeester van Veurne vertelt hij niet alleen een huwelijksdrama van een man maar ook een politiek drama, een bourgeoisdrama, een persoonlijk drama. De burgemeester zit gewrongen tussen zijn eigen hoogmoed en de vijandigheid van zijn politieke tegenstanders, tussen burgerlijkheid en begeerte. Hij denkt alles te kunnen controleren. Altijd zijn zakhorloge in het vizier.

Traag maakt Simenon het drama van de burgemeester zichtbaar. In taferelen, zonder uitleg. Hoe hij zijn gehandicapte dochter voedsel brengt. Hoe hij in Oostende koestering zoekt. Simenon doet dat met zo veel inleving en voorzichtige afstandelijkheid dat niemand die het boek ooit heeft gelezen die titel nog kan horen zonder een kleine krak in het hart.

Anna Luyten

Joël Dicker, De waarheid over de zaak Harry Quebert, De Bezige Bij Amsterdam.

Wat je deze zomer zeker moet lezen - als je het nog niet gedaan hebt - is Schitterende ruïnes van Jess Walter en Een bijna volmaakte vriendschap van Milena Michiko Flasar. Maar hét ideale vakantieboek is De waarheid over de zaak Harry Quebert van Joël Dicker. Bij ons heeft het boek minder aandacht gekregen dan in Nederland en Frankrijk. In Frankrijk kreeg het zelfs de Grand Prix du roman de l'Académie française en de Prix Goncourt des lycéens.

Succesauteur Marcus Goldman staat onder zware druk om een nieuw meesterwerk uit te geven. Hij blokkeert daardoor, writer's block. Hij zoekt zijn mentor op, Harry Quebert. Net tijdens zijn verblijf wordt in de tuin van Quebert het lijk van een jong meisje gevonden. Op haar lichaam ligt het manuscript van de bestseller waar Quebert mee doorbrak. Blijkt ook nog eens dat hij ooit een verboden relatie met het meisje had. En dan begint de zoektocht naar de dader... Een bochtig parcours met vele wendingen.

Een thriller, maar ook een verhaal over vriendschap, liefde, schrijverschap, onzekerheid...

Misschien niet literatuur met grote L, maar wel een leestrip van jewelste. In De wereld draait door noemde het panel het boek een slaapsteler. En dat is het beslist!

Birgit Van Mol


Deze zomer slaat Uitgelezen zijn tenten op aan zee. De Grote Post, Oostende, za. 1 t/m vr. 7 augustus, 17 uur. Met Tom Lanoye, Erwin Mortier, David Van Reybrouck, Job Cohen, Griet Op de Beeck, Annelies Verbeke, Natali Broods, Marc Didden, Tommy Wieringa, Phara de Aguirre, Paula Semer, Wouter Deprez, Maaike Cafmeyer, Marc Reugebrink en Erik Vlaminck. Jos Geysels en Anna Luyten vormen het vaste panel, Fien Sabbe presenteert.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234