Donderdag 21/01/2021

Uitgedanst, dronken, berooid

De expo in Brussel, die dit jaar nog naar Korea en Noorwegen trekt, is niet alleen een hommage aan Rops en Munch. Ze vertelt ook het verhaal van het moderne levensgevoel in de biotoop van de negentiende-eeuwse kunstenaar: de grote stad.

Eric Min

De prent Modernité van Félicien Rops uit 1883 zegt eigenlijk alles. Een modieus geklede Parisienne kijkt uitdagend om; op een dienblad draagt ze het afgehakte hoofd van een gebrilde heer. Uit het lint dat achter hem aan wappert, leren we dat hij iets met de academie te maken had. Tel er in gedachten Munchs litho Madonna bij op, waarvan het Charliermuseum de versies uit 1895 en 1902 heeft opgehangen, en je begrijpt meteen waar het fin de siècle zijn kwalijke reputatie vandaan haalde.

De vooruitgang en de versnelling hadden hun eigen demonen voortgebracht. De almacht van de rede werd te kijk gezet, de trotse burger in het kruis getast. Voor de flaneurs op de boulevards was alles koopwaar geworden, maar stakende arbeiders sloegen de droom aan stukken. Geslachtsziekten en nieuwerwetse theorieën over de krochten van de menselijke geest gooiden roet in het eten; het vuurwerk van Sigmund Freuds in 1899 gepubliceerde standaardwerk Die Traumdeutung luidde een nieuwe eeuw in.

Niets was nog als voorheen. Zelfs de vrouw, sinds mensenheugenis het gewillige fundament van de hoeksteen van de samenleving, het 'gezin', bleek er een eigen politieke en erotische agenda op na te houden. Nog even en dan behoorden zelfs de straten en de cafés haar toe. De scherpe pen van criticus Karl Kraus noteerde dat vrouwen in de nieuwe wereldordening vrijgevochten 'vaginale wezens' zouden zijn. Een beetje Heer der Schepping ging voor minder door het lint.

Dat subjectieve onveiligheidsgevoel had ook zijn gevolgen voor de kunst. Het eeuwenoude zorgende, zogende gebaar van de heilige en de huismoeder kwam tot stilstand. In de klassieke schilderkunst sloeg een gevallen vrouw hooguit de hand aan zichzelf om de schande uit te wissen; voortaan deed ze dat nog hooguit figuurlijk, onderweg naar de extase van haar eigen petite mort tussen de lakens.

Rops' Maria Magdalena komt klaar in de schaduw van het kruis, met de blik op oneindig en de handen tussen de dijen geklemd. Met Pornokratès, de dame op hoge hakken die verder enkel gekleed gaat in grootsteedse accessoires als zijden kousen, handschoenen en een hoed, voegde hij een nieuwe figuur toe aan het repertoire.

De gebroeders Goncourt merkten op dat Rops "de wreedheid van de hedendaagse vrouw, haar stalen oogopslag en haar openlijke kwaadaardigheid tegenover mannen" uitstekend in beeld bracht. En dan hadden ze nog niets van Edvard Munch gezien...

Wat bij de notoire homme à femmes Rops vooral provocatie was, sloeg in het werk van de depressieve Noor om in doodsangst en een grimmige existentialistische kramp. Zijn ets Puberteit uit 1894 is een uitzondering in de reidans van demonen, dikke hoeren, castrerende Salomés en verlammende Medusa's waarnaar hij met een lege blik zit te staren. Het skelet schemert al door het vlees heen. Zijn lust wil alleen nog de diepe eeuwigheid en de grote dood van het vergeten. Rops' motto was het aloude 'dansen, drinken, betalen' van de grootstad by night; naast de weelderige blote derrière van een vrouw die omkijkt, krabbelde hij een strijdvaardig Appel aux masses. Munch deed niet meer mee. Hij was uitgedanst, stomdronken en berooid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234