Woensdag 20/01/2021

Uit liefde voor het geld

In mijn laatste jaar op Wall Street bedroeg mijn bonus 3,6 miljoen dollar - en ik was boos omdat het bedrag niet hoog genoeg was. Ik was 30 jaar oud, moest geen kinderen grootbrengen, geen schulden afbetalen, had geen liefdadig doel voor ogen. Ik wilde meer geld om precies dezelfde reden dat een alcoholicus nog wil drinken: ik was verslaafd.

Acht jaar voor ik opstapte, had ik de beursvloer van Credit Suisse First Boston (CSFB) betreden om aan mijn zomerstage te beginnen. Ik wist al dat ik wilde rijk worden. Ik had van mijn vader geleerd dat het belangrijk was rijk te zijn. Hij was de moderne versie van Willy Loman (hoofdpersonage in Arthur Millers Death of a Salesman, nvdr), een verkoper met grote dromen die nooit leken uit te komen. "Stel je voor hoe het leven eruit zal zien," zei hij dan, "als ik een miljoen dollar verdien." Terwijl hij droomde van de verkoop van een scenario verkocht hij in werkelijkheid keukenkastjes en dat liep niet zo vlot. We leefden van mijn moeders salaris, die werkte als verpleegster.

Vader geloofde dat geld al zijn problemen zou oplossen. Toen ik 22 werd, dacht ik dat ook. Toen ik de beursvloer voor de eerste keer betrad en de gloeiende tv-flatscreens, hightechcomputers en telefoontorens zag met genoeg wijzerplaten, knoppen en toetsen om de cockpit van een gevechtsvliegtuig te vormen, wist ik wat ik wilde doen voor de rest van mijn leven. Het leek alsof de beurshandelaren een videospel in een ruimteschip speelden; als je dit spel won, werd je wat ik het liefst wilde zijn: rijk.

Het was een wonder dat ik Wall Street gehaald had. Ik was competitief en ambitieus, een worstelaar aan de Columbia University, maar ik dronk ook op dagelijkse basis en rookte marihuana en gebruikte regelmatig cocaïne, Ritalin en xtc. Ik had een neiging tot zelfvernietiging wat had geresulteerd in mijn schorsing aan de universiteit van Columbia wegens inbraak, ik werd twee keer gearresteerd en ontslagen door een internetbedrijf omdat ik op de vuist ging met iemand. Ik zag de woede ook bij mijn vader. Ik zie nog zijn rood aangelopen gezicht toen hij tegen me uitviel.

Ik kreeg al liegend mijn CSFB-stage omdat ik mijn overtredingen van mijn cv schrapte en ik was vastberaden om mijn zogenaamd laatste kans niet te verprutsen. Het enige wat net zo belangrijk voor mij was als die stage was mijn vriendin, een beginneling bij het Columbia-volleybalteam. Maar ook al was ik verliefd op haar, toen ik dronken was, deelde ik soms met andere vrouwen de lakens.

Na drie weken stage dumpte ze me, wat verstandig was. Ik hou niet van de man die je bent geworden, zei ze. Ik kon het haar niet kwalijk nemen, maar ik was er zo kapot van dat ik mijn bed niet uit kon. Uit wanhoop belde ik een hulpverlener die ik met tegenzin een paar keer had ontmoet en ik vroeg haar om hulp.

Ze hielp me inzien dat ik alcohol en drugs gebruikte om de machteloosheid af te stompen. Ik voelde me als een kind en stelde voor er komaf mee te maken. Dit was het begin van enkele van de moeilijkste maanden in mijn leven. Zonder alcohol en drugs voelde ik me alsof mijn borst was opengerukt en mijn hart was ontbloot. De hulpverlener zei dat mijn misbruik van drugs en alcohol een symptoom was van een onderliggend probleem - een 'geestelijke ziekte', noemde ze het. CSFB bood mij geen voltijdse baan aan en ik keerde terug, radeloos, naar Columbia voor mijn eindexamen.

Omhoog op de ladder

Toen ik was afgestudeerd, kreeg ik een baan bij de Bank of America. In de komende jaren werkte ik als een maniak en klom hoger op de Wall Streetladder. Ik werd een makelaar in obligaties en kredietverzuimswaps, een van de lucratievere functies in het bedrijf. Slechts vier jaar nadat ik was begonnen bij de Bank of America, bood Citibank me een '1.75 door 2' aan, wat zoveel betekent als 1.750.000 dollar per jaar gedurende twee jaar, en ik gebruikte dat om promotie te krijgen. Ik begon een mooie blonde te daten en huurde een appartement in een loft op Bond Street voor 6.000 dollar per maand.

Ik voelde me toch zo belangrijk. Toen ik 25 was, kon ik in om het even welk restaurant in Manhattan gaan eten, ik moest gewoon een van mijn makelaars opbellen, die in de gunst willen komen bij beurshandelaars met entertainment en onbeperkte uitgaven. Ik kon op de tweede rij zitten van een wedstrijd Knicks-Lakers als ik liet doorschemeren aan een makelaar dat ik misschien geïnteresseerd was om te gaan kijken. Ik was niet alleen tevreden omwille van het geld. Het ging om macht. Omwille van hoe slim en succesvol ik was, was het iemand anders zijn taak om mij gelukkig te maken.

Toch werd ik door afgunst gekweld. Aan een transactietafel zit iedereen samen, van stagiaires tot directeurs. Als de man naast je 10 miljoen dollar verdient, lijkt 1 of 2 miljoen niet meer zo fantastisch. Toch was ik blij dat ik vorderingen maakte.

Mijn hulpverlener deelde mijn opgetogenheid niet. Ze zei dat ik geld gebruikte zoals drugs en alcohol - zodat ik mezelf machtig zou voelen - en dat het misschien beter voor me was me niet meer te concentreren op het vergaren van nog meer geld maar dat ik me in de plaats daarvan op mijn innerlijke wonde moest richten. Innerlijke wonde? Ik dacht dat dat een beetje ver ging en ging werken voor een speculatiefonds.

Ik wilde een miljard dollar. Het is verschrikkelijk dat ik na verloop van vijf jaar - ik was immers ontzettend blij met mijn eerste bonus van 40.000 dollar - teleurgesteld was toen ik in mijn tweede jaar 'slechts' 1.500.000 kreeg.

Maar uiteindelijk hielpen mijn absurd rijke bazen me eigenlijk de beperkingen van onbeperkte rijkdom inzien. Ik was in vergadering met een van hen en een paar andere handelaren en ze hadden het over de nieuwe speculatiefondsregelgeving. Bijna iedereen op Wall Street dacht dat die regelgeving een slecht idee was. "Maar is het niet beter voor het systeem in zijn geheel?", vroeg ik. Iedereen zweeg en mijn baas keek me met een vernietigende blik aan. Ik herinner me wat hij zei: "Ik beschik niet over de hersencapaciteit om na te denken over het systeem als geheel. Ik ben nu alleen bezig met wat voor een invloed dit heeft op ons bedrijf."

Het voelde aan als een stomp in mijn maag. Hij was bang geld te verliezen, ondanks alles wat hij had. Vanaf dat moment begon ik Wall Street met andere ogen te bekijken. Ik merkte hoe handelaren op de overheid spuwden omdat ze na de crash bonussen verlaagden. Ik hoorde de woede in hun stem bij het noemen van hogere belastingen. Deze handelaren verachten alle zaken of mensen die een bedreiging vormen voor hun bonussen. Al gezien hoe een drugsverslaafde is als hij zijn spul heeft opgebruikt? Hij zal alles doen, 32 km lopen in de sneeuw, een oma beroven, voor drugs. Wall Street was net zo. In de maanden voor de bonussen werden uitgedeeld, begon de beursvloer eruit te zien als een wijk in The Wire wanneer de heroïne opraakt. Ik had altijd met afgunst gekeken naar de mensen die meer verdienden dan ik; nu, voor het eerst was ik beschaamd over hen en mezelf. Ik verdiende in een jaar meer dan mijn moeder in haar hele leven.

Nieuwe inzichten

Ik loog tegen mezelf. Er was genoeg onrecht in de wereld, zoals de enorme armoede en uitpuilende gevangenissen of een seksuele geweldepidemie, een obesitascrisis. Ik ondernam geen enkele poging om die problemen de wereld uit te helpen, sterker nog, ik verdiende eraan. Socioloog en toneelschrijver Philp Slater beschreef geldverslaving al in een boek van 1980, maar onderzoekers naar het fenomeen 'verslaving' hebben er sindsdien weinig aandacht aan besteed.

Geldverslaafden brengen iedereen in gevaar, net als dronken alcoholisten achter het stuur. Geldverslaafden zijn, meer dan wie dan ook, verantwoordelijk voor de steeds groeiende kloof die ons eens zo prachtige land uit elkaar scheurt. Geldverslaafden zijn verantwoordelijk voor de enorme en vergiftigde ongelijkheid tussen rijk en arm en de vernietiging van de middenklasse. Alleen een geldverslaafde vindt een compensatie van 14 miljoen dollar, waaronder 8,5 miljoen in de vorm van bonussen, terecht - zoals Don Thompson, CEO bij McDonald's, in 2012 terwijl zijn bedrijf een brochure publiceerde voor het personeel over hoe te overleven op hun lage salaris. Alleen een geldverslaafde verdient honderden miljoenen bij een speculatiefonds om vervolgens te lobbyen voor een lager belastingtarief dan dat van zijn secretaresse.

Ondanks mijn nieuwe inzichten was het ongelooflijk moeilijk om op te stappen. Ik was doodsbenauwd om zonder geld te zitten en bonussen mis te lopen. Maar ik was vooral bang dat ik het mezelf vijf of tien jaar later enorm kwalijk zou nemen dat ik was weggelopen van de enige kans om werkelijk belangrijk te worden. Wat het nog moeilijker maakte, was dat de mensen om mij heen mij voor gek verklaarden dat ik aan vertrekken dacht. In 2010, in een laatste uitbarsting van mijn wegkwijnende verslaving, eiste ik 8 miljoen dollar in plaats van 3,6 miljoen. Mijn werkgevers gingen ermee akkoord, als ik zou instemmen om nog een paar jaar te blijven. Ik stapte op.

Het eerste jaar was erg moeilijk. Ik ging door een periode die ik het beste kan omschrijven als een ontwenningskuur - paniekaanvallen midden in de nacht omdat ik dacht dat mijn geld op was en de krantenkoppen langsgaan om te zien wie van mijn ex-collega's promotie had gemaakt. Met de tijd ging het beter. Ik realiseerde mij dat ik genoeg geld had en, indien nodig, altijd kon bijverdienen. Maar mijn geldverslaving is nog steeds niet helemaal verdwenen. Soms koop ik loterijtickets.

In de drie jaar dat ik nu opgestapt ben, ben ik getrouwd, heb ik toespraken gehouden in gevangenissen en jeugddetentiecentra over 'afkicken', heb ik een schrijfklas voor meisjes onderwezen die in een pleeggezin zijn geplaatst en ben ik een non-profitorganisatie begonnen onder de naam 'Groceryships' om arme gezinnen te helpen in hun strijd tegen obesitas en eetverslaving. Ik ben zoveel gelukkiger. Ik heb nu het gevoel dat ik echt bijdraag en naarmate de tijd voorbijgaat, is het beeld minder vertekend. Ik zie nu de ware betekenis van de Wall Streetmantra - "Wij zijn slimmer en werken harder dan wie dan ook, dus hebben wij recht op al dit geld" - namelijk de rationalisatie van verslaafden. Van op een afstand zie ik nu wat ik toen niet zag, dat Wall Street een vergiftigde cultuur is die grandioosheid aanmoedigt van mensen die wanhopig streven naar macht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234