Dinsdag 29/09/2020

Uit hoe we terreur bestrijden, kan respect voor politiek herboren worden

Mark Elchardus is professor emeritus sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen. Zijn bijdrage verschijnt op zaterdag.

22 maart, 22 mei, 3 juni. Drie keer na elkaar wordt Groot-Brittannië getroffen door een terroristische aanslag. "Onschuldige slachtoffers", koppen de kranten. Wat is dat voor onzin? Wat zouden dan niet-onschuldige slachtoffers van dergelijke aanslagen zijn? Ik moet toegeven dat ik vatbaar word voor de roep om oog om oog en tand om tand. Pijnlijk bewust nochtans dat sommige vormen van kwaad het slechtste in ons losmaken, terwijl precies dan het beste nodig is.

Het leven vieren als remedie

Schuilt er een patroon in die aanslagen, buiten de manifeste bedoeling zoveel mogelijk kufar, ongelovigen, op een zo gruwelijk mogelijke manier om te brengen? Kwestie van hen duidelijk te maken wat hen uiteindelijk allemaal te wachten staat als ze in hun ongeloof en verderfelijke levenswijze volharden. Soms lijkt het alsof het uitgangsleven wordt geviseerd, mensen die naar muziek luisteren, dansen, drinken en vrolijk zijn. Als dat zo is, dan was de reactie van Ariana Grande een heel gepast antwoord op het religieus fanatisme. Zij besloot aanvankelijk, na de aanslag bij haar concert in Manchester, voorlopig niet meer op te treden. Maar op 4 juni, een dag na de aanslag op de London Bridge en in Borough Market, stond ze er weer, met een bont gezelschap artiesten. Niet mijn soort muziek, verre van, maar een liefdevolle ode aan onze manier van leven, onze manier van houden van het leven. Opnieuw op de scène gaan staan, opnieuw zingen en dansen, opnieuw bevallig zijn voor elkaar.

Heel anders was de reactie van de Britse moslimraad. Die ondernam toch nog maar eens een poging om te beweren dat dergelijke aanslagen niets met de islam te maken hebben. De aanslag, zo luidde hun redenering, greep plaats tijdens ramadan. Echte moslims hebben het dan te druk met vasten en bidden, geen tijd voor aanslagen. Wat we dus in de aanslag zien, aldus de logica van de Britse moslimraad, is een gebrek aan respect voor het geloof. Steeds weer die twee onzinnige posities. Overal ter wereld hoort men ze: aan de ene kant mensen die blijven zeggen dat de aanslagen bewijzen dat alle moslims potentiële terroristen zijn, aan de andere kant degenen die een verband tussen de islam en de aanslagen ontkennen.

De Britse moslimraad rondde zijn kromme redenering af met de bewering dat "moslims overal ter wereld verontwaardigd zijn" over die aanslagen. Kom, kom, in de verste verste niet, broeders. Zelfs in Europa niet. Enquêtes in Europese landen tonen aan dat er telkens rond de 10 procent van de moslims is die terreur in naam van hun religie niet kan of wil veroordelen. Het gaat zeker niet allemaal om mensen die aanslagen gaan plegen, wel om mensen die zo sterk met een gewelddadige beleving van hun geloof verbonden zijn, dat zij een veroordeling van het religieuze geweld niet over de lippen krijgen, en dus blijkbaar minstens passief sympathiseren met de "martelaars". Het gaat om meer dan één miljoen mensen in de Europese Unie. Waarschijnlijk komen de terroristen uit die vijver. Hoeveel zetten de stap? Eén op de honderd, één op de duizend, één op de tienduizend?

Verloren zonen keren terug

Gewild blind zijn voor dat gevaar is onverantwoord. Nu IS zijn territoriale oorlog verliest, en overal ter wereld sterker inzet op terreur, wordt het nog veel groter. De terugkerende Syrië-strijders houden vooral risico's in voor de stabiliteit in de Balkan, Noord-Afrika en de Sahel, maar naar schatting zouden over de komende twee jaar ook 2.000 à 2.500 jihadisten terugkeren naar Europa. Reeds teruggekeerde Syrië-strijders hebben aan journalisten verklaard dat er inmiddels al verschillende "slapende cellen" werden ingeplant, wachtend op het bevel "de Europese bevolking aan te vallen".

Opschepperij of dodelijke ernst? Volgens interviews met jihadisten omvat hun opleiding naast indoctrinatie in een gewelddadige en door haat onderspannen vorm van islam, ook een zeer harde fysieke training, gevechtstechnieken en het zonder verpinken leren moorden. Dat laatste wordt ook de kinderen bijgebracht. Waarschijnlijk zullen we velen van hen op een bepaald ogenblik weer in onze samenleving moeten opnemen. Zullen we moeten proberen hun trauma's te overwinnen; medeburgers te maken van jongeren die als kind hebben geleerd, op de ouderwetse manier, door herhaling en nog eens herhaling, een ongelovige met één messteek in de nek om te brengen.

Het gevaar van de terugkerende jihadisten schuilt overigens niet alleen in de mogelijkheid dat zij ook hier hun religieus geïnspireerde moordlust via kennis van explosieven, koelbloedige omgang met jachtmessen en kalasjnikovs botvieren. Het zit ook in de zekerheid dat zij onder de bevolkingsgroepen die daar vatbaar voor zijn, geduldig hun boodschap verspreiden en een nieuwe generatie terroristen opleiden. Zo gebeurde het in het verleden. Bij de tweede generatie Al Qaida-strijders waren nog weinig veteranen van de strijd tegen de Sovjets in Afghanistan, maar was bijna iedereen door die veteranen geënthousiasmeerd, geïndoctrineerd en opgeleid. Het is overigens waarschijnlijk dat dit via ondergrondse netwerken zal gebeuren. In de opleidingen geboden door IS bestaat daarvoor een specifieke term 'Takiyya', de kunst van het veinzen en verhullen: de baard afscheren, de hoofddoek afnemen, broek over de enkels, een pint drinken, fundamentalistische taal mijden, perfect gederadicaliseerd lijken - attest gegarandeerd.

Wat we sinds een aantal jaren in enquêtes zien is dat dode na dode, uiteengereten kind na uiteengereten kind, verminkte na verminkte, vernield gezin na vernield gezin, de angst groeit, de haat ook, de bereidheid hard terug te slaan, en de verleiding schuldigen te zoeken onder de onschuldigen. Het is de taak van politici die impuls tegen te gaan. Het hoofd koel en het hart warm houden.

Politiek kán groot zijn

In België maakte de parlementaire commissie terreurbestrijding vorige donderdag een aantal van haar aanbevelingen bekend. Er werd, gelukkig, minder naar schuldigen uit het verleden gezocht, meer naar goede voornemens voor de toekomst: bredere toegang tot informatie, beter beheer van informatie, meer informatiedeling, betere coördinatie van de diensten, meer samenwerking. Het lijkt erop dat de commissie inderdaad het hoofd koel hield. Wachten nu wel op de experts die het lijvige rapport hopelijk gaan fileren en dan ruimte krijgen in de media. Uiteindelijk is er een vraag die alles overheerst: hoe snel beschikken onze veiligheidsdiensten over de materiële en wettelijke middelen om binnen onze rechtsstaat de veiligheid van de burgers optimaal te garanderen?

Over wat een optimale bescherming van de burgers is, over hoe terrorisme best wordt bestreden, over wat de daartoe gepaste en geschikte materiële en wettelijke middelen zijn, kunnen en zullen de standpunten van de verschillende partijen verschillen. De politiek heeft in deze een drievoudige opdracht. (1) De nodige wetgeving ontwikkelen om de inwoners van dit land zo goed mogelijk te beschermen. (2) Tegelijk de bevolking heel precies uitleggen hoe men dat wil doen en waarom men dat zo wil doen. (3) Het verschijnen van het rapport aangrijpen om te tonen dat onze politieke partijen over een moeilijke en potentieel verdelende kwestie nog een breed, sereen en vruchtbaar maatschappelijk debat kunnen dragen. Uit hoe we terreur bestrijden, kan de zin van politiek blijken, kan respect voor politiek herboren worden. De persconferentie over de aanbevelingen van de commissie werd overschaduwd door een nieuwe aflevering van de PS-reeks: zakkenvullen en vastklampen. Laat mensen toch a.u.b. eens snel de grote en onmisbare kant van politiek zien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234