Dinsdag 29/11/2022

Uit de weg voor het WK!

‹ Doodseskaders die jacht maken op daklozen: in het verleden haalde Brazilië er al vaker de internationale misdaadkronieken mee.
‹ In de aanloop naar het WK voetbal van 2014 en de Olympische Spelen van 2016 neemt de 'sociale schoonmaak' fors toe.
‹ In een dik jaar tijd werden 195 straatbewoners omgebracht. De betrokkenen slaken een noodkreet.

Het gebeurde vorige week in het stadje Jacupiranga, 280 kilometer ten zuidwesten van de megapool São Paulo. In de nacht van zaterdag op zondag brandde Jorge Afonso (49) als een toorts. Op het moment dat buurtbewoners hem opmerkten, in de berm van de weg, was Afonso al dood. In de halsstreek vertoonde de man een steekwonde. "Niets bijzonders, en al helemaal niets te maken met het WK", zegt - laconiek - een woordvoerder van de plaatselijke polícia civil, de gerechtelijke politie. "Een handgemeen tussen twee aan drank verslaafde daklozen. De ene verwondt de andere met een scherp voorwerp, wil de sporen uitwissen en steekt zijn slachtoffer in brand. De dader is nog niet gearresteerd."

Afonso was al eerder met de politie in aanraking gekomen, voegt de zegsman eraan toe, "voor drugsdelicten en geweld". Maar dan wordt het interessant. "Hij kwam niet uit Jacupiranga. We konden hem traceren tot São Vicente, niet ver van Santos (de zeehaven van São Paulo, LD)." Waarom Afonso de banlieue van 's werelds op twee na grootste stad verruilde voor een provincienest als Jacupiranga mag Joost weten, zegt de bron. Toch, beaamt hij, sijpelen daklozen uit 'Sampa' steeds vaker naar de buitengewesten door. "Hier kent niemand hen."

Voor alle duidelijkheid: Afonso is, voor zover het onderzoek uitwijst, niet door een moordbende omgebracht. Veeleer blijkt zijn dood een veelzeggend nevenverschijnsel. "Hij maakte deel uit van de groeiende groep daklozen die de grootstad is ontvlucht", bevestigt Anderson Miranda, zelf een vroegere dakloze. "Ze stranden in godvergeten gaten, zonder familie of vrienden, vaak ook zonder papieren."

Voor Miranda, die op z'n veertiende uit een weeshuis ontsnapte en twintig jaar op straat doorbracht, is het fenomeen zonneklaar. "De druk op de daklozen is enorm en neemt gestaag toe. De jongste vijftien maanden werden in Brazilië 195 moorden op straatbewoners geregistreerd - meer dan ooit tevoren. Vaak worden die, gemakshalve, aan banale vechtpartijen toegeschreven. In realiteit blijkt er echter meer aan de hand. De mega-evenementen van de komende jaren, het WK voetbal in 2014 en de Olympische Spelen in 2016 gaan niet enkel met opschoon- en infrastructuurwerken gepaard, in één ruk door poetsen de autoriteiten ook de daklozen uit het straatbeeld weg. In die sfeer duiken krachten op die ons dood willen."

Speelbal

Voor Anderson, vandaag actief bij de nationale daklozenbeweging MNPR, klinken de verhalen vertrouwd in de oren: doodsbange zwervers die met de kogel bedreigd worden en, indien niet dát, minstens gesommeerd worden het veld te ruimen. "Er is fysieke druk van winkelhouders en privébewakers die hen uit hun portieken weg willen of de stoep daklozenvrij hopen te maken."

Maar dan nog: wie precies zit achter de vele moorden? Wie is de onzichtbare belager van de daklozen? Neonazi's? Drugsbendes? Misschien. Maar als het verleden spreekrecht heeft, dan mogen de slachtoffers zo hun vermoedens koesteren. Vooral de polícia militar (PM), de gendarmerie in de deelstaten zeg maar, sleept een kwalijke reputatie achter zich aan. De straatkinderen op het voorplein van de Candelária-basiliek, in hartje Rio, zijn het niet vergeten: in 1993 werden er acht van hen met één enkele kogelspray neergemaaid door doodseskaders. Politieagenten, zo bleek na onderzoek.

Of neem de slachtpartij voor de kathedraal van São Paulo in 2004. Tussen 19 en 22 augustus van dat jaar werden er zeven daklozen met stokken doodgemept terwijl ze sliepen. Acht anderen overleefden de klopmoorden ternauwernood. De hypothese luidde dat de daklozen weet hadden van drugsdeals waar ook agenten een percentje in hadden, en dat eliminatie de efficiëntste wijze was om hen het zwijgen op te leggen. Zes leden van de PM en een privébewaker werden in verdenking gesteld en enkelen werden ook aangehouden. Bij gebrek aan bewijs moest het gerecht hen echter laten gaan.

Anno 2013 gaat het opnieuw die kant op, vreest Anderson. "Neem Goiânia (een agrarische boomtown van anderhalf miljoen inwoners in centraal Brazilië, LD). Daar tekenden we de laatste maanden dertig moorden op." Op 15 april jongstleden bijvoorbeeld: toen werd een 40-jarige man gestenigd en met messteken gedood. Diezelfde dag raakte een dakloze van 21 zwaargewond toen hij in armen en benen werd beschoten. Goiânia mag dan een plattelandsmetropool zijn, straks strijkt het WK voetbal er voor trainingssessies neer en in de buurt, 200 kilometer oostwaarts, ligt Brasília, de federale hoofdstad en een van de epicentra van het voetbalfeest. "Wat gebeurt er?" redeneert Anderson. "Simpel: Brasília stuurt zijn daklozen naar Goiânia en vice versa. Om het met een voetbalbeeld te zeggen: de straatbewoners zijn de speelbal van hogere belangen in beide steden."

Uitroeicampagne

Ook in Goiânia worden de straten volop schoongeveegd - 'gehygiëniseerd', een 19de-eeuws woord dat critici vandaag opnieuw gebruiken om het wegmoffelen van al te opzichtige armoede te omschrijven. Surfend op een golf van bouw- en afbraakwoede zijn ook daar, diep in het binnenland, schimmen aan het werk die daklozen uitroeien, niet zelden door hen in lichterlaaie te zetten.

"Volgens de plaatselijke autoriteiten gaat het om disputen over de verkoop en het gebruik van crack", zegt, vanuit São Paulo, Dazi Amourim van de Landelijke Organisatie van Ophalers van Recycleerbaar Afval, de MNCR. "Maar dat zijn praatjes voor de vaak. Alsof gerechtigheid niet nodig is voor wie zijn armoede zelf gezocht heeft, want op die redenering gedijt de straffeloosheid wonderwel."

Natuurlijk: het is geen zwart-witverhaal. In Goiânia heeft de politie heus wel enkele affaires opgehelderd waarbij bedreigde daklozen toegaven dat ze drugs dealden en hun belagers identificeerden. In april nog ontketenden de ordediensten Operatie Lucas 6:20, ingegeven door het Bijbelse vers in kwestie: "Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk Gods."

Meerdere verdachten werden in de boeien geslagen. Aan de krant Folha do Interior gaf politiechef Murilo Polati intussen te kennen dat hij schoon genoeg had van de beschuldigingen aan het adres van zijn agenten. Daklozenorganisaties, sneerde hij, hadden zo te zien meer interesse voor hun makkers eenmaal ze onder de zoden lagen dan toen ze nog leefden. "Als het erop aankomt die mensen van de straat te halen en hun een betere toekomst te bieden, zie ik niets gebeuren", citeert het blad Polati. "Als ze doodgaan, regent het kritiek op de politie."

Maar Dazi Amourim, die net als Anderson Miranda kompanen heeft zien sterven, is niet onder de indruk. "Wat meer is, dankzij de federale regering in Brasília is het gerecht in actie gekomen." Staatssecretaris voor Mensenrechten Gabriel Rocha is een van de gezagsdragers die geloven dat er doodseskaders aan het werk zijn. "Er is een uitroeicampagne aan de gang", zei hij aan Agência Brasil. Achter de vele moordaanslagen zit te zeer een systeem opdat er van toeval sprake is. Alleen zijn er geen bewijzen.

Onderbetaalde politie

Braziliaanse politieagenten, en zeker die van de PM, worden slecht betaald. In het verleden leverden ze in ruil voor extra inkomsten wel vaker hand- en spandiensten aan de meest biedende. Wat meer is: na de militaire dictatuur (1964-1985) bedongen zijzelf en het leger amnestie. Anders dan bij de Argentijnse buren hoefden mensenrechtenschenders zich de voorbije decennia amper zorgen te maken. Aardig wat officiële ordehandhavers zagen in de straffeloosheid een vrijbrief om met oude praktijken door te gaan. Per slot van rekening: statistisch worden agenten zélf veel vaker vermoord dan gewone burgers, de neiging om zelfverdediging in te roepen is bij velen een tweede natuur geworden.

"Nochtans, de aanval tegen Braziliës oude orde is ingezet", zei ons enige tijd geleden kolonel Robson Rodrigues van de PM in Rio, tevens antropoloog. "Vroeger verdedigden leger en politie de macht, en die zat volstrekt niet bij het volk. Onze taak bestond erin de massa op afstand te houden van de elite. Oom agent die de gemeenschap ten dienste staat? In jullie oude democratieën klinkt dat vanzelfsprekend. Hier niet, de dictatuur heeft sporen nagelaten."

Een PM'er op een lager echelon, Réis, verwoordt het zo: "Onze jongens vertrekken nog altijd van het idee dat een deel van de samenleving rot is en geëlimineerd moet worden. We boeken vordering, de mensenrechten dringen almaar vaker door, maar echte resultaten zullen de autoriteiten pas zien als ze ook de motivatie van die kerels verhogen. De salarissen moeten beter."

Het is een ironische speling van de realiteit, maar als agenten en daklozen elkaar al ergens vinden, dan minstens in de vaststelling dat het leven kolossaal duur geworden is in Brazilië. "Ook de economische druk jaagt mensen op", zegt Dazi Amourim. "In Rio hebben de vastgoedspeculatie en herwaardering van het centrum de prijzen angstwekkend doen stijgen. Voor gewone mensen zijn voedsel en drank al onbetaalbaar, wat moeten daklozen dan niet zeggen?" Het pletwalsgevoel is totaal, zucht Amourim. De moorden zijn hooguit het topje van een ijsberg aan ellende.

"Neem het werk dat wij deden als catadores, afvalrecycleerders. Dat besteden gemeentebesturen steeds vaker uit aan flashy bedrijven, die de overheid met goedkope leningen besprenkelt. Geld van de nationale ontwikkelingsbank BNDES gaat massaal naar dat soort firma's, terwijl wij verdreven worden, weggestopt, aan ons lot overgelaten. Goed, een deel van ons krijgt formele banen in sorteercentra buiten de stad. Maar geloof me vrij: niet iedereen wil, en niet iedereen kan in zo'n loods terecht.

"Begrijp me goed, we hebben niets tegen het WK. En we hebben niets tegen economische groei. Maar het moet sociaal blijven. Het gaat niet op dat iedereen profiteert terwijl de armsten, daklozen evengoed als favelabewoners die her en der moeten opkrassen, slechter af zijn."

Gemiste buitenkans

Blijft Brasília dan domweg bij de pakken neerzitten? "Geenszins", zegt advocate Luana Ferreira beslist, en ze somt op: "In 2009 kondigde president Lula, de voorganger van huidig president Rousseff, een nationaal beleidsplan af voor daklozen. Een omvattend onderzoek in opdracht van de regering wees uit dat 82 procent van de groep jong, mannelijk en mesties of zwart is. In heel Brazilië wordt het aantal daklozen op 150.000 geraamd, maar dat is een extrapolatie op basis van een telling in 71 steden met meer dan 300.000 inwoners. In São Paulo werd er dan weer totaal niets becijferd - helaas!"

Ferreira houdt kantoor op het Nationaal Centrum voor de Rechten van Straatbewoners en Afvalverwerkers (CNDDH) in Belo Horizonte, een van de zeldzame grootsteden die Lula's wet al uitgevoerd heeft. Het centrum bracht het lokale daklozenprobleem niet alleen in kaart, het maakte ook werk van opvang, verzorging en rechtsbijstand. Én, een primeur in Brazilië, Ferreira's organisatie heeft partnerschappen opgezet met de polícia civil en justitie.

Luana Ferreira weet niet of ze het op de keper beschouwd goed nieuws moet vinden of slecht, of het aan een efficiëntere rapportage ligt dan wel aan de drieste situatie op het terrein, maar uitgerekend haar 'Belo', stad van het beroemde Mineirãostadion en medeorganisator van zowel het WK als de Spelen, tekent de meeste moorden op daklozen van het hele land op. "Vijfennegentig tussen maart 2011 en april dit jaar, om nog te zwijgen van de tientallen gewonden."

Sociale schoonmaak, vreest ook Ferreira, al hoedt ze zich voor de term 'uitroeiingsgroepen' of 'doodseskaders'. "Daar heb ik geen aanwijzingen voor. Maar zoals het aantal straatbewoners de jongste jaren schrikbarend toegenomen is, mensen aan wie Braziliës economische succesverhaal straal voorbijging, zo zit ook het geweld tegen hen fors in de lift. Aan de vooravond van de internationale sportgebeurtenissen komen onze steden niet verder dan een laagje vernis om het bezoekers naar de zin te maken, veeleer dan de problemen eindelijk bij de wortel aan te pakken. De evenementen hadden een buitenkans kunnen zijn."

Maar eerlijk is eerlijk: alsnog beginnen de moorden de autoriteiten zorgen te baren. "Beter laat dan nooit", zucht Ferreira. "Alleen: wat als het feest voorbij is? Zullen ze dan nog naar de daklozen omzien? Daar ben ik hoegenaamd niet zeker van."

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234