Woensdag 26/01/2022

Holebivluchtelingen

"Uit de kast komen is de enige manier om iets te veranderen"

Holebivluchteling Pukkie Keith:
Holebivluchteling Pukkie Keith: "Ik kan reizen, maar de meesten zitten nog vast. Te veel mensen zijn gestorven omwille van wie ze zijn."Beeld Pieter Hugo

'De staat mag niet discrimineren op basis van seksuele geaardheid', meldt de Zuid-Afrikaanse grondwet trots. Een unicum op het door homofobie geteisterde zwarte continent. Vooral Kaapstad is de laatste jaren het toevluchtsoord bij uitstek voor talloze Afrikaanse holebi's en transgenders.

Matthias Verbergt

Drie politiewagens staan voor haar huisje in Manenberg, een van de grootste en gevaarlijkste sloppenwijken van Kaapstad. "Mijn buurman is zonet neergeschoten", zegt Tiwonge Chimbalanga laconiek, alsof zoiets elke dag gebeurt. Of liever: omdat zoiets hier elke dag gebeurt. Toch is het voor Tiwonge, een transgender die vanuit Malawi naar Zuid-Afrika vluchtte, veiliger hier dan in haar thuisland.

Zuid-Afrika heeft een van de meest liberale holebiwetten ter wereld. Het was in 1994 - toen Zuid-Afrika de apartheid achter zich liet - dat het land op aansturen van Nelson Mandela als allereerste volk in de grondwet inschreef dat discriminatie op basis van seksuele geaardheid verboden is. De regenboognatie is daarmee een uitzonderlijk lichtpunt op het Afrikaanse continent.

In het Westen gaan holebirechten er de laatste jaren zienderogen op vooruit. Dit jaar zal wellicht in alle staten van de VS het homohuwelijk mogelijk moeten worden gemaakt, en zelfs in het oerkatholieke Ierland vindt binnenkort een referendum over het homohuwelijk plaats.

In andere delen van de wereld lijkt het de laatste jaren echter bergaf te gaan met de homorechten. In de moslimwereld, maar ook in niet-islamitisch Afrika. Sinds vorig jaar riskeren homoseksuelen in onder meer Oeganda, Nigeria en Gambia strengere vervolgingen. Vooral de Oegandese anti-homowet veroorzaakte wereldwijd controverse. In 38 van de 54 Afrikaanse landen is homoseksualiteit bij wet verboden. In sommige gevallen geldt zelfs de doodstraf.

Een veelgehoorde bewering van Afrikaanse anti-homoactivisten is dat homoseksualiteit geïmporteerd zou zijn vanuit het Westen, en dat het niet zou passen bij de Afrikaanse cultuur. Maar er zijn historische bewijzen bekend die duiden op de aanwezigheid van homoseksualiteit op het Afrikaanse continent lang voor de komst van Europese kolonisten.

De laatste jaren is de holebi- en transgenderbeweging in Afrika assertiever geworden. Dat heeft te maken met de aidsepidemie, de opgang van de homorechtenbeweging wereldwijd en de verdere verspreiding van toegang tot internationale berichtgeving over mensenrechten.

Ironisch genoeg maakte die evolutie verschillende Afrikaanse landen eveneens vatbaar voor de invloed van voornamelijk Amerikaanse radicaal-conservatieve evangelische predikers, die actief lobbyen voor een strengere anti-homowetgeving. Vaak met succes.

"Zuid-Afrika, en vooral Kaapstad, is het toevluchtsoord bij uitstek voor vele holebi- en transgendervluchtelingen", zegt Guylain Koko, een Congolese mensenrechtenadvocaat in Kaapstad die tientallen holebivluchtelingen begeleidt. "Wat ze hebben meegemaakt, is vaak te hallucinant voor woorden. Al zijn er geen officiële statistieken beschikbaar over hun aantal."

Het Zuid-Afrikaanse ministerie van Binnenlandse Zaken, bevoegd voor het asiel- en migratiebeleid, wil officieel geen commentaar kwijt over de kwestie. "Maar we merken wel een duidelijke stijging de laatste jaren", zegt een anonieme medewerker van het ministerie. "In Kaapstad zijn er op dit moment naar schatting 2.000 tot 4.000 holebivluchtelingen. Maar dat is wellicht een onderschatting, want velen geven niet die reden op als ze hier asiel aanvragen."

Dat komt omdat ze ook hier in Zuid-Afrika te maken krijgen met discriminatie. De wetten zijn mooi op papier, maar met de grondwet zwaaien maakt zelden indruk. Vooral in de buurten waar de arme en niet-opgeleide bevolking woont.

"En dat is net waar de meesten van hen terechtkomen", zegt Koko. "Ze komen hier aan met niets, en verzeilen in de armoede." De sloppenwijken van Kaapstad kampen met een torenhoge werkloosheid en tekenen één van de hoogste interpersoonlijke criminaliteitscijfers ter wereld op. "Ze krijgen er te maken met discriminatie omwille van hun geaardheid en omdat ze buitenlander zijn."

Ook vanwege de overheid moeten de vluchtelingen op niet veel mededogen rekenen. "Zuid-Afrika kampt met een enorme werkloosheid bij zijn eigen bevolking", aldus de regeringsfunctionaris. "Gezien vluchtelingen niet kunnen stemmen, zijn politici dan ook geneigd hen te benadelen."

Veel van hen zijn bang om te spreken. Bang voor hun buren, hun familie, hun regering. Maar sommigen steken bewust hun nek uit. "We moeten vechten voor de vrienden die we achterlieten toen we hierheen kwamen."

"Zuid-Afrika is niet de veilige haven die ik verwacht had aan te treffen", vertelt Tiwonge. "Maar het is de enige plek op ons continent waar we terechtkunnen."

Kaapstad. Beeld Pieter Hugo
Kaapstad.Beeld Pieter Hugo
null Beeld Mathias Verbergt
Beeld Mathias Verbergt

'Mashoga.' Als je dat woord - 'homo' in het Swahili, de meest gesproken taal in zwart Afrika - intypt in Google, krijg je een foto te zien van Tiwonge Chimbalanga.

Vijf jaar geleden was Tiwonge wereldnieuws. Wanneer hij op 28 december 2009 symbolisch wil trouwen met zijn vriend Steven Monjeza, is dat een voorpagina waard bij The Nation, de belangrijkste krant van Malawi, een klein Oost-Afrikaans land met zo'n 15 miljoen inwoners.

"Deze ceremonie is de eerste publieke daad voor homoseksuelen in dit land ooit", klinkt het. Niet veel later worden Tiwonge en Monjeza veroordeeld tot 14 jaar cel en dwangarbeid, op basis van Malawi's draconische anti-homowet.

De internationale kritiek is niet mals. De Amerikaanse president Obama dreigt ermee de ontwikkelingshulp naar het straatarme land af te snijden; Madonna en de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu leiden een internationale campagne tegen hun veroordeling en Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, laat in het parlement van Malawi persoonlijk zijn afkeur blijken.

Onder de massale druk ziet president Bingu wa Mutharika zich genoodzaakt om Tiwonge en Steven, na vijf maanden cel, zijn 'presidentieel pardon' te schenken en hen vrij te laten. Al noemde hij hun daden wel nog "walgelijk, vernederend, en een veronachtzaming van onze cultuur, religie en wetten".

Zo bekend als Tiwonge toen was, zo anoniem leeft ze vandaag in Manenberg, een sloppenwijk bij Kaapstad. Ze - "Ik ben een vrouw nu" - leeft er in een geïmproviseerd huisje, heeft geen geld of job, en krijgt er geen Madonna of Ban Ki-moon meer over de vloer.

Vijf jaar geleden was Tiwonge wereldnieuws. Wanneer hij op 28 december 2009 symbolisch wil trouwen met zijn vriend Steven Monjeza. Beeld Pieter Hugo
Vijf jaar geleden was Tiwonge wereldnieuws. Wanneer hij op 28 december 2009 symbolisch wil trouwen met zijn vriend Steven Monjeza.Beeld Pieter Hugo

Nieuwe vriend

"In Malawi kon ik niet meer blijven", zegt ze met een brede glimlach, die het hele gesprek lang haar gelaat zal blijven sieren. "Iedereen kent me daar; ze zouden me afmaken als ik me er ooit nog vertoon." Amnesty International gaf haar na haar vrijlating de kans om naar Zuid-Afrika te verhuizen. Malawi weigerde een jaar lang om haar een paspoort uit te reiken, maar in oktober 2011 kon ze dan toch vertrekken. Ze was een van de eerste holebivluchtelingen die in Zuid-Afrika asiel kreeg op basis van seksuele geaardheid.

In Kaapstad leeft ze samen met haar nieuwe vriend, de wat verlegen Benson, die hier vorig jaar vanuit Malawi heen vluchtte. Toenmalige vriend Steven verliet haar een week nadat ze waren vrijgelaten in 2010, voor een vrouw. "Ik wil niets meer met homoseksualiteit te maken hebben", verklaarde die toen. "Ik wil een normaal leven leiden, niet één waarin ik door iedereen achtervolgd, uitgescholden en aangevallen word."

Tiwonge zelf heeft er helemaal geen spijt van dat ze als eerste in haar land openlijk uit de kast kwam. "Hoewel ik nooit meer terug kan naar mijn thuisland, zou ik het vandaag zo opnieuw doen. Het is de enige manier om iets te veranderen." En haar statement heeft iets veranderd. Sinds een tweetal jaar heeft Malawi, onder internationale druk, geen holebi's meer gearresteerd.

Ze probeert werk te vinden, maar spreekt nauwelijks Engels of een andere Zuid-Afrikaanse taal. "Maar ik werk eraan", vertelt ze in het Chichewa, de nationale taal van Malawi, via een tolk. "Zo ben ik nu eenmaal: open en positief. In Malawi werkte ik als kok en huishoudhulp; dat moet me hier ook lukken."

Tiwonge koos voor Kaapstad omdat ze dacht dat ze hier veilig ging zijn, vertelt ze. Maar dat valt tegen. Vooral geëmigreerde landgenoten van haar nemen haar regelmatig in het vizier. Ze draagt de littekens van een tiental aanvallen, waarvan er een aantal in het ziekenhuis eindigden. "Toch is het hier veiliger dan in Malawi."

Wanneer ze in haar gewaden van Malawi trots op straat rond paradeert, noemen haar buren haar 'Aunty' - tante - een respectvolle term voor oudere dames in Malawi. Ze zegt dat ze 28 jaar oud is, maar wellicht is ze ouder. Wel nog jong genoeg om haar leven opnieuw over een heel andere boeg te gooien. "Als ik ooit het geld heb, vertrek ik hier, naar ergens ver weg. Liefst een westers land."

En ze heeft nog een tweede droom: eindelijk officieel van geslacht veranderen. "Ik heb me altijd al een meisje gevoeld, van toen ik een kind was. Ik wil heel graag een geslachtsoperatie, maar heb er het geld niet voor. Toch ben ik van één iets zeker: ooit zal ik een echte vrouw zijn."

"Het is de eerste keer dat ik mijn levensverhaal vertel." Langzaam vullen zijn ogen zich met vocht. Tot er een druppel naar beneden parelt, die een blinkend spoor trekt over z'n magere wang - vel over been. En nog een. "Het doet deugd."

"Mijn naam is Bonnie Lokolo. Ik ben geboren in Nairobi, Kenia, op 4 april 1983. Ik kom uit een familie van negen kinderen, zeven jongens en twee meisjes. Ik ben de voorlaatste. Mijn beide ouders komen van verschillende gemeenschappen. Mijn vader, een politieman, werd grootgebracht in een Masai-stam in Centraal-Kenia. Mijn moeder is van Mombassa, een kuststad.

"Ik hou van Mombassa omwille van de gastvrijheid en manier van leven. Bijna elk weekend bracht ik daar door op de warme, zonnige stranden. Ik werkte als bibliothecaris in Nairobi, en had een goed leven.

"In 2008 wilde ik mijn verjaardag vieren in Mombassa, op het strand. In de zee ontmoette ik David, mijn soulmate. Het was liefde op het eerste gezicht. We brachten samen de avond door, en ook de nacht. Alles ging zo snel.

"Maar ik zat nog in de kast. Niemand in mijn familie wist dat ik homo was. Ik was zo bang om het hen te vertellen. Ik reisde met David naar Nyeri, het landelijke dorp waar de familie van m'n vader woonde.

"Ze hebben het nieuws nooit aanvaard. Eén van mijn ooms zei me dat ik m'n familienaam nooit meer mocht gebruiken, omdat ik een schande voor de familie ben. Ik verdiende het niet om één van hen te worden genoemd."

null Beeld Pieter Hugo
Beeld Pieter Hugo
null Beeld Pieter Hugo
Beeld Pieter Hugo

Brandbommen

"In juli 2008 planden David en ik een onofficieel huwelijk in Nairobi. We nodigden een aantal goede vrienden uit die we vertrouwden. Twee dagen voor het feest, waren we thuis aan het voorbereiden. Rond acht uur 's avonds hoorden we mensen buiten roepen. 'Dood die homo's.'

"Ik keek door het raam. Ik zag drie van m'n eigen vrienden die we hadden uitgenodigd. Ze hadden molotovcocktails in de hand. David en ik sprongen door een raam naar buiten, en vluchtten weg naar onze buurvrouw Anna. M'n vrienden gooiden twee brandbommen door het raam ons huis binnen. Gelukkig konden de buren de brand op tijd blussen. Ik zag de daders wegrennen; ze waren in totaal met zo'n vijftiental.

"We brachten de nacht door bij Anna. Vroeg in de ochtend ging ik werken. Rond 10 uur kreeg ik telefoon van Anna. Diezelfde mannen van de avond ervoor hadden David aangevallen, toen hij onderweg was naar de winkel om melk te kopen. Hij was twee keer met een mes in de rechterhelft van zijn borst gestoken. Het enige wat de politie had gedaan, was hem zwaargewond afzetten aan het ziekenhuis. De daders zijn nooit gezocht.

"Na twee dagen kwam de broer van David hem halen om hem mee te nemen naar Mombassa. Ik moest weg, alles achterlaten, want die mannen waren naar mij op zoek. Ze stuurden me constant bedreigingen via sms en e-mail. 'We vermoorden je.' Wie ik was, was in hun ogen niet Afrikaans. Ze zijn ook naar Nyeri gegaan, om mijn familie te bedreigen.

"Ik contacteerde een van m'n nichtjes, die toen in Kaapstad woonde. Binnen de week vluchtte ik hierheen. Ik heb hier altijd als barman gewerkt, tot de bar in 2013 gesloten werd. Ik kon niet anders dan naar de sloppenwijken te verhuizen. Nu woon ik in het township Delft.

"In augustus vorig jaar kreeg ik een longinfectie door het vele stof hier. Mijn verblijfsvergunning liep diezelfde week af. Met een brief van de dokter ging ik een paar dagen na het verstrijken van de deadline naar het ministerie om mijn papieren opnieuw in orde te krijgen. Ze weigerden. Ik moet 2.500 rand (zo'n 190 euro, MV) boete betalen, maar dat krijg ik nooit bij elkaar. Sindsdien ben ik illegaal in het land. Zonder verblijfsvergunning kan ik niet werken, en heb ik geen inkomen. Er is een vrouw in m'n buurt die me elke dag een bord eten geeft. Gisteren was ze er niet, ik heb niets gegeten.

"In Delft heerst xenofobie. Toen ik onlangs een taxi nam en de chauffeur hoorde dat ik niet van Zuid-Afrika was, viel hij me aan. Ze noemen me hier altijd kwerekwere. Dat betekent: iemand zonder plaats in deze wereld, een vreemde van een andere planeet. Zo noemen ze ons, zwarten van andere Afrikaanse landen. Ze zeggen dat Mandela dood is, en dat ik nu terug moet gaan naar vanwaar ik kom.

"'s Nachts slaap ik nauwelijks. Vorig jaar werd ik om middernacht overvallen door twee mannen. Ze staken me met een mes in de arm. Ze namen m'n reistassen mee en al m'n kleren. Het enige wat ik nog heb, zijn twee broeken, twee hemden en drie foto's. Eén van de stam van m'n vader, één van de boom waaronder m'n zus geboren is, en één van David. In juni vorig jaar kreeg ik telefoon. David had een auto-ongeval gehad in Tanzania, en is overleden.

Iedere avond dronken

"Ik woon in een hutje van negen vierkante meter, dat ik huur van een Zuid-Afrikaans koppel. Als ze niet dronken zijn, zijn ze best vriendelijk. Maar net zoals vele mensen hier, drinken ze zich elke avond te pletter. Dan pissen ze m'n huis onder en roepen ze voor de hele buurt dat ik m'n huur niet op tijd betaal.

"In oktober moest ik buiten slapen omdat ik hen niet had betaald. De huur bedraagt 300 rand per maand. Een Somaliër schoot me twee maanden huur voor. Hij werd kort daarna zelf aangevallen. Mijn huisbaas heeft me tot komende zaterdag gegeven om mijn achterstallige huur van december en januari te betalen.

"Eens per maand bel ik met mijn moeder. Sinds vorig jaar ben ik gestopt met te vertellen hoe het echt met me gaat - het brak haar hart. Mijn vader kreeg twee jaar geleden diabetes, al het geld van m'n familie gaat daarheen. Ze kunnen me niet helpen. En teruggaan, kan ik niet.

"Ik weet niet wat doen. Ik wil de hand niet aan mezelf slaan, daarvoor geloof ik te erg in God. Er is een gedachte in m'n hoofd, die zegt: er komen betere tijden aan."

"Ik kwam van een verjaardagsfeestje van één van m'n vrienden. Het was vijf over twee 's nachts: ik en m'n beste vriend waren verkleed als vrouwen, en hadden wat gedronken. De politie hield ons tegen. 'Wat zijn jullie?' vroegen ze. 'Mannen of vrouwen?' Mijn vriend zei: 'We zijn homo's'. De agenten wisten niet wat ze hoorden. 'Jullie beseffen toch dat zoiets verboden is in ons land?'

"Ze namen ons mee, en sloten ons op. Ze vroegen ons nogmaals of we homo waren. Nee, zei ik. Maar m'n vriend zei: jawel. Hij was zo dapper. Toen begonnen ze ons te slaan. Op onze hoofden, benen, overal. Ze riepen dat we demonen waren. Bijna twee weken lang hielden ze ons vast. Bij het martelen hingen ze ons omgekeerd op aan onze benen, en staken ze onze hoofden in een waterton, zodat niemand ons kon horen schreeuwen.

"Op een woensdag lieten ze ons plots vrij. M'n vriend, die aan zware astma leed, kon niet meer eten of lopen. Ik ging met hem naar het ziekenhuis. Toen ik hem de volgende dag wilde bezoeken, was hij dood."

Onder het Zimbabwaanse regime van Robert Mugabe is het officieel een misdrijf om iemand van hetzelfde geslacht te knuffelen, kussen of bij de hand vast te houden. 'Sodomie' wordt er gedefinieerd als "een daad van contact tussen twee mannen, dat door een redelijk persoon als onfatsoenlijk wordt beschouwd."

Pukkie Keith kon en wilde niet langer in Zimbabwe blijven, en stak kort na de dood van zijn beste vriend illegaal de beruchte grens met Zuid-Afrika, aan de rivier Limpopo, over. "Toen ik nog op school zat, zeiden we de hele tijd onder vrienden dat we zo graag in Kaapstad zouden willen zijn", vertelt Pukkie, zittend op bed in zijn containerhuisje in het township Delft.

"Hier konden we vrij zijn, dachten we. Toen mijn vriend stierf, beschuldigde zijn familie me ervan dat ik hem de dood had ingejaagd. 'Jij hebt onze zoon vermoord', zeiden ze. 'Je hebt hem geleerd om homo te zijn.' Ik wilde ver weg zijn van huis, en kwam hierheen."

Pukkie woont hier in een door de overheid gebouwd kamertje, tussen vele andere vluchtelingen. Hij verkoopt illegaal bier en andere alcoholische dranken om wat geld te verdienen. Tot een jaar geleden werkte hij als sekswerker. "Ik kon niet anders." Tot één van zijn klanten hem besmette met hiv.

null Beeld Pieter Hugo
Beeld Pieter Hugo

''Ophouden' met homo zijn

Pukkie vertelt hoe hij zich al van kindsbeen af anders voelde. "Toen ik met mijn broer speelde, merkte ik dat we anders waren. Mensen zeiden over mij: die wordt 'gay'. Ik wist niet eens wat dat betekende; ik dacht dat ik een gewone jongen was. Maar in Zimbabwe is homo zijn verre van gewoon. Mensen geloven gewoon niet dat zoiets bestaat.

"Als ze merken dat je anders bent, vragen ze of je iets verkeerds hebt gegeten. Of ze denken dat homo zijn iets is voor blanken. Alsof iemand ervoor zou kiezen om gehaat te worden. Om het hart van je geliefden te verliezen, die plots niet meer van je houden omdat je homo bent."

Ook Pukkies naasten aanvaardden zijn geaardheid niet. Zijn familie dacht dat hij bezeten was door een voorouder van het andere geslacht. Ze namen hem mee naar traditionele helers, om hem daarvan te 'genezen'. "Maar dat hielp natuurlijk niet: ik ben een mens. Ze hebben me zelfs geld gegeven opdat ik ermee zou 'ophouden'."

Veel van Pukkie's homoseksuele vrienden leven nog altijd in Zimbabwe. Hij heeft regelmatig contact met hen via Facebook. "Niemand wil daar blijven. Ze willen allemaal naar hier komen." Zijn droom is om andere holebi's te helpen. "Ik kan reizen, maar de meesten zitten nog vast. Te veel mensen zijn gestorven omwille van wie ze zijn."

Pukkie is een spraakwaterval, en lijkt gelukkig hier. Toch is het ook in Kaapstad niet altijd veilig voor hem. Hij toont een groot litteken in zijn nek. Een tijd geleden werd hij hier in Delft met een mes gestoken door andere Zimbabwanen. "'Zimbab-wanen zijn geen gays', riepen ze.

"We moeten blijven tonen dat dit niet fake is, geen ziekte." Pukkie noemt zijn geaardheid een talent, een geschenk van God. "Ik ben gezegend dat ik homo ben. Op een dag gaan de Zimbabwanen dat beseffen, dat weet ik zeker. Het is een kwestie van tijd. Ooit zal iedereen het begrijpen."

In afwachting daarvan blijft Pukkie in Kaapstad. "Ik weet niet of ik tevreden ben met dit leven. Maar ik ben trots op mezelf, niets doet me nog pijn. Ik krijg te maken met veel haat, ik verloor mijn beste vriend. Maar het maakte me sterk. Niets of niemand krijgt me nog klein."

Deze reportage kwam tot stand met de steun van de Stichting Filip Decock.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234