Donderdag 04/03/2021

U rookt? Dat is dan geel. En de volgende keer rood

Was het Europees Parlement er niet geweest, dan mochten de asbakken wellicht nog iets langer blijven staan in Belgische cafés dan 30 juni 2011. In oktober 2007 keurde het parlement een resolutie goed die erop aandrong om de strijd tegen de nicotinestaafjes in Europa stevig op te voeren. Onder meer door roken in alle openbare gebouwen, werkruimten en horeca resoluut te verbieden. Met succes: het aantal EU-landen waar je nog een sigaret mag opsteken op café wordt met de dag kleiner. Eén na één passen de lidstaten, de ene al iets enthousiaster dan de andere, hun wetgeving aan.

Maar terwijl de rest van Europa zich braaf aan de regels moet houden, wordt in de wandelgangen en kantoren van het zelf ook rookvrij verklaarde parlement lustig verder gerookt. In die mate dat de quaestuur op 6 april van dit jaar alle parlementsleden en ambtenaren een interne memo stuurde om hen op de hoogte te brengen van een nieuwe tuchtprocedure. Een kopie belandde op ons bureau: “Leden die roken in een ruimte waar dat niet is toegestaan, zullen door de bodes en leden van het beveiligingspersoneel vriendelijk aan de regels worden herinnerd. Als ze hun rookgedrag niet aanpassen, zal hun naam worden gemeld aan de quaestoren, die een schriftelijke herinnering zullen sturen (gele kaart).” “Indien een lid die schriftelijke herinnering negeert en de regels herhaaldelijk overtreedt”, zo gaat de memo verder, “zal de voorzitter een financiële sanctie opleggen met een waarde van één dagvergoeding. Het overeenkomstige bedrag zal in mindering worden gebracht op de algemene kostenvergoeding (rode kaart). De leden kunnen in beroep gaan.” Tegen medewerkers en ander personeel die hun voeten vegen aan het rookverbod zullen “disciplinaire procedures worden opgezet, zoals omschreven in het statuut van de ambtenaren”.

“We hadden geen andere keuze”, legt quaestor Bill Newton Dunn uit. “Het werd ons een beetje te hypocriet: regelgevers die zich zelf niet aan de regels houden. De enige manier om mensen aan het luisteren te krijgen, is via de portemonnee.”

ONAANTASTBAAR

Aan waarschuwingen anders geen gebrek. Je moet bijna blind zijn om de ‘verboden te roken’-bordjes in het gebouw van het Europees Parlement niet op te merken. Ze prijken boven de metaaldetectoren bij het binnenkomen, in de lift, op elke deur die naar de traphal leidt. Zelfs in de toiletten is er geen ontkomen aan. Dunn: “Een normaal mens zou de hint begrijpen. Maar op sommige Europarlementsleden hebben ze blijkbaar geen enkel effect. Beleefde verzoeken om niet in het gebouw te roken, werden onthaald op een laconiek: ‘Wat ga je doen als ik niet luister?’ Omdat ze wisten dat er toch geen straf aan verbonden was.”

Zelfs herhaalde pleidooien van Elizabeth Lynne, Brits parlementslid met gevoelige luchtwegen, waren een maat voor niets. “Ze heeft last van astma, en het feit dat collega-parlementsleden in het gebouw roken maakte het naar haar gevoel erger”, zegt perswoordvoerder Ben Jephcott. “Eén astma-aanval was ooit zo erg dat ze naar het ziekenhuis moest worden gevoerd.”

Bepaalde Europarlementsleden wanen zich onaantastbaar, weet Bart Staes, parlementslid voor Groen! “Het is een stukje arrogantie: omdat ze parlementslid zijn, vinden sommigen dat de regels niet voor hen gelden. Ik ben ooit tussenbeide gekomen toen ik een parlementslid een bode hoorde uitschelden. Gewoon omdat die het gewaagd had hem op het rookverbod te wijzen. Het is een oud zeer: de quaestuur hamert al jaren op het rookverbod in het gebouw. Terwijl men hier het goede voorbeeld moet geven.”

Dat de quaestoren nu toch hebben beslist om tot harde maatregelen over te gaan, heeft echter vooral te maken met de angst voor juridische gevolgen. De vakbonden dreigden immers met gerechtelijke stappen. “Het personeel in de cafetaria, dat tewerk wordt gesteld via externe dienstverleners, was het beu afgeblaft te worden”, vertelt Hans Torrekens van vakbond CONF-SFE. “Aan de ene kant moeten ze erop toezien dat er in de bars niet gerookt wordt, aan de andere kant zijn ze bang om hun job te verliezen als ze er iemand op aanspreken. En dan is er natuurlijk nog de kwestie van het passief roken.”

Begin 2007 had het Europees Parlement zelfs het plan opgevat om sigaretten volledig te bannen uit het gebouw. Een beslissing waarop het amper zes weken later terug moest komen wegens onhaalbaar. Sindsdien is er één plaats in het parlementsgebouw waar rokers welkom zijn: een glazen ruimte op de derde verdieping, met uitzicht op de bar. Ook wel de ‘gaskamer’ genoemd.

“Die ruimte is een aanfluiting, in strijd met de rechten van de mens”, zegt Italiaans parlementslid Rosario Crocetta, roker van een pakje Marlboro per dag. Eerst al lachend, dan plotseling serieus: “De ventilatie in die kamer stelt, in tegenstelling tot die in de twee kleine rokerscabines in het parlement, weinig voor. De rookconcentratie is er enorm. Men heeft het altijd maar over de rechten van de niet-rokers, en ik kan me daar volledig in vinden, maar wat met de rechten van de rokers? Wij willen ook gerespecteerd worden.”

Het klopt, zegt Crocetta, dat gezondigd wordt tegen het rookverbod in het gebouw. “De wet moet inderdaad gerespecteerd worden, maar mensen blijven mensen. Het gaat hier ook om een fysieke verslaving, waartegen wilskracht niet altijd bestand is. En als we met onze eigen gezondheid willen spelen, dan is dat ons goed recht. Toch ben ik blij dat de quaestoren deze nieuwe regel hebben ingeroepen en zal ik mij er aan houden. Niet vanwege de geldboete, nee. Zoals ik al zei: je moet ieders rechten respecteren.”

Maar volledig kappen? Geen haar op zijn hoofd dat eraan denkt. “Ik word bedreigd door de maffia. Daartegen valt het gezondheidsrisico van nicotine in het niet. Nee, ik zal me wel willens nillens naar die rookkamer begeven.”

Als we er woensdag zelf een kijkje gaan nemen, is de glazen bokaal quasi leeg. Niet echt verwonderlijk want de thermometer buiten geeft 26 graden aan. Iedereen, rokers en niet-rokers, geniet vandaag in het zonnetje van hun pauze. Binnen zit een vijftal mannen en vrouwen te keuvelen, een sigaret losjes tussen de vingers bungelend. “Echt gezellig kun je het hier niet noemen”, zegt ambtenaar Smail. “Persoonlijk stoort het me niet. Thuis stuurt mijn vrouw me ook altijd de tuin in als ik wil roken. Ik ben gedrild.”

“Als je het mij vraagt,” pikt een Duitse ambtenaar in, “is het probleem cultuurgebonden. Ik wil niet stigmatiseren, maar die leden uit zuiderse landen vegen er hun voeten aan.”

DE TRAPHAL ALS ASBAK

Tot dusver werd geen enkele gele of rode kaart uitgedeeld. Of dat het gevolg is van een mentaliteitswijziging is twijfelachtig. Een blik op de traphal van het gebouw leert dat de EP’s de plaats van hun rookpauzes nu gewoon strategischer uitkiezen. Ondanks de waarschuwing ‘Dit is een trappenhuis, geen asbak’, in koeien van letters, liggen de treden ter hoogte van de achtste verdieping bezaaid met peuken. Dunn: “Iedereen neemt hier de lift, ze weten dat ze in de traphal ongestoord kunnen roken zonder veel kans te lopen om betrapt te worden. En dan te denken dat op deze verdieping vooral liberalen en groenen kantoor houden.”

Zoals verwacht ontkent 99 procent van de rokende parlementsleden die we opbellen dat ze ooit een sigaret hebben opgestoken in de wandelgangen van het parlement. De insinuatie alleen al. Eén man komt er wel voor uit dat hij af en toe rookt in zijn kantoor. En dat hij niet meteen van zins is daarmee te stoppen. Rode kaart of niet. Nigel Farage: parlementslid voor de United Kingdom Independence Party, maar vooral bekend als de man die Europees president Herman Van Rompuy met een natte dweil vergeleek.

“Wie heeft er in hemelsnaam last van als ik in mijn kantoor rustig een sigaretje rook?”, zegt Farage aan de telefoon. “Tijdens lange dagen snak je gewoon naar een saf. Ik ben dus hoegenaamd geen voorstander van het systeem met de gele en rode kaarten, nee. Ik denk trouwens dat de quaestuur zich daar heel wat last mee op de hals zal halen. Neem het van mij aan: iemand tot iets verplichten, helpt doorgaans niet. EP’s zullen het gewoon negeren. Ik heb ook tegen het rookverbod in openbare ruimten gestemd. Ik vind het buitengewoon triest om te zien hoe al die fijne cafés daardoor op de fles gaan. Van hypocrisie kun je mij dus niet beschuldigen. En als ze denken dat ze met deze regel parlementsleden van het roken gaan afhelpen, mogen ze van mij naar de hel lopen.”

VOLGENDE STAP: DE ROOKPATROUILLE?

Dunn beseft dat zijn masterplan nog enige lacunes vertoont. “We kunnen moeilijk een rookpatrouille oprichten die alle bureaus controleert of de wacht optrekt in de traphal tot iemand er stiekem komt roken”, zegt de quaestor. “We hopen dat mensen zich door de nieuwe regelgeving gesterkt zullen voelen om overtreders nu wel terecht te wijzen. Daarbij: we hebben alle andere alternatieven al bekeken en geklasseerd. Van grotere waarschuwingsborden tot een eventueel toegangsverbod. We hebben er een jaar over gedaan om in overleg met advocaten tot deze oplossing te komen, dus gaan we niet meteen de handdoek in de ring gooien. Binnen afzienbare tijd volgt een evaluatie. Het systeem van de financiële sanctie om het rookverbod af te dwingen, bestaat ook in Mumbai en daar werkt het. Een stad met miljoenen inwoners. Waarom zou het hier dan niet lukken?”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234