Woensdag 24/07/2019

Tips

U gooit geld weg zonder het te weten, dit kunt u eraan doen

Beeld Shutterstock

De september en de oktobermaand zijn voor veel gezinnen een zware dobber: de vakantie heeft handenvol geld gekost, de eerste schoolrekeningen tikken aardig aan en bij elk bezoek aan de supermarkt blijkt dat het leven niet bepaald goedkoper wordt. Maar met hier en daar een kleine inspanning of door slim en inventief te zijn, kunt u meer besparen dan u denkt. Wij gingen te rade bij experts en sprokkelde voor u een voordeelpakket met tips voor een zo zuinig mogelijk leven.

Björn Verdoodt, netbeheerders Eandis en Infrax: “Verwarming is in de herfst- en wintermaanden goed voor 60 procent van onze energiekost. Met een paar eenvoudige ingrepen kun je daar op besparen. Zet bijvoorbeeld een uur voor je gaat slapen de verwarming al in de nachtstand. Dat voel je niet, maar voor een gemiddeld Vlaams gezin kan dat tot een 100 euro per jaar opleveren. Bij de meeste mensen staat de verwarming overdag op 21 graden. Door ze één graadje lager te zetten, kun je tot 50 euro per jaar besparen. ’s Avonds overal de gordijnen of de rolluiken sluiten, kan je aardgasrekening per jaar met 60 euro doen dalen.

"Sluipverbruik kan ook veel geld kosten. We hebben veel meer toestellen in huis dan twintig jaar geleden. Opladers van smartphones, tablets en andere elektronica haal je best uit het stopcontact als er geen toestel op aangesloten is. Zet je tv helemaal uit, in plaats van stand-by. Door sluipverbruik te vermijden kan een gezin gemiddeld tussen de 40 en 75 euro per jaar besparen.

"Er zijn nog meer kleine ingrepen: stof je lampen regelmatig af, want stof zorgt voor extra verbruik. Ontdooi minstens één keer per jaar de diepvriezer. Kook met een deksel op de pot en doe er zo weinig mogelijk water in. Kleine porties aardappelen kook je beter in de microgolfoven. Dat is weer een winst van 12 euro per jaar.”

Katrien Smet, Vlaamse Milieumaatschappij: “De Vlaming verbruikt dagelijks gemiddeld zo’n 114 liter water per persoon. Dat gaat dan om kraantjeswater, regenwater en grondwater. Vergeleken met andere Europese landen zijn wij vrij zuinig. Het grootste verbruik zit bij – in die volgorde – de douche, het toilet en de wasmachine.

"Op het verbruik in de douche kun je besparen door gewoon korter te douchen. Het is al een goeie zaak dat we tegenwoordig vaker een douche nemen dan een bad, dat nog meer water verslindt. Maar als je lang onder de douche staat, verbruik je nog altijd veel. Je kunt in plaats van aparte kranen voor warm en koud water een kraan met één hendel in de douche plaatsen. Je verliest dan geen water door te zoeken naar de juiste temperatuur.

"Of neem een zogeheten navy shower: daarbij maak je je eerst even nat, zet je vervolgens de douche uit om je in te zepen en shampoo in je haar te doen, en spoel je je daarna kort weer af. Door zo te douchen verbruik je een goeie tien liter water. Bij een gewone douche verbruik je 10 à 15 liter water per minuut. Of, als je er tien minuutjes onder staat, tien à vijftien keer meer dan bij een navy shower.

"Voor het toilet verbruiken wij in Vlaanderen dagelijks gemiddeld 21 liter water per persoon. Uit een enquête van ons blijkt dat 37 procent van de Vlaamse gezinnen nog geen toilet met een spaarknop heeft, terwijl je daarmee minstens 60 procent minder water verbruikt. Als je geen toilet met een spaarknop hebt, kun je een baksteen in de spoelbak leggen.

"Door je wasmachine elke keer helemaal te vullen en op een lagere temperatuur te wassen, verbruik je minder water én minder energie. Veel mensen doen dat nog altijd niet. Soms hoef je kleding zelfs niet te wassen en volstaat het om ze een keer te verluchten.”

Via lekkende kranen kan er ook flink wat water wegvloeien.

“Mensen zijn soms enorm verrast door hun hoge waterfactuur. Dat ligt vaak aan een lek. We horen soms schrijnende verhalen.

"Je kunt nochtans eenvoudig nagaan of je een lekkende kraan hebt. Noteer de cijfers van je watermeter wanneer je gaat slapen. Als het cijfer ’s ochtends hoger is, heb je een lek. In het toilet of in de keuken zul je dat snel opmerken, maar vaak zijn lekken onzichtbaar. Onderschat niet hoeveel water zo kan wegsijpelen. Tien druppels water per minuut komt op zo’n 2.000 liter per jaar.”

Regenwater kost dan weer helemaal niks, en daar kun je ook veel mee doen.

“Absoluut! Met regenwater kun je perfect het toilet doorspoelen, de wasmachine laten draaien, poetsen, de auto wassen of het gazon besproeien. Geef je planten ook water met de gieter in plaats van met de tuinslang, dan verbruik je veel minder. Je hoeft geen grote investeringen te doen om regenwater op te vangen. Dat kan met een goedkope regenton. In Vlaanderen ben je bij een grote verbouwing of een nieuwbouw overigens verplicht om een regenwaterput te installeren.

"We zijn het gewoon dat we de kraan opendraaien en dat er water uitkomt, maar de voorbije zomer heeft ons geleerd dat dat niet zo vanzelfsprekend is. De bronnen waaruit de watermaatschappijen putten, grondwater en oppervlaktewater, zijn zeker niet onuitputtelijk. Als je op je waterverbruik bespaart, is dat niet alleen goed voor je portemonnee, maar ook voor de natuur en voor de generaties na ons.”

Voor we het vergeten: je kunt ook besparen door kraantjeswater te drinken in plaats van water uit flessen.

“Flessenwater is veel duurder dan water uit de kraan. Voor een fles water van een liter betaal je al gauw 50 eurocent, voor een liter kraantjeswater nog geen halve eurocent. Water uit de kraan is bovendien van uitstekende kwaliteit. Alleen in een oud huis waar nog loden leidingen liggen, moet je er een beetje mee uitkijken en geen water drinken dat lang heeft stilgestaan.”

Tom Mondelaers, Livios/Verstandig Bouwen: “Uit onderzoek blijkt dat mensen die hun huis grondig geïsoleerd hebben achteraf vaak niet minder energie verbruiken. Gewoon omdat ze er dan niet meer zo goed op letten en het hele huis warm stoken, terwijl het niet in alle kamers even warm moet zijn. Met een slimme thermostaat kun je elke verschillende ruimte in je huis precies voldoende verwarmen. Zo’n thermostaat kost 100 euro, maar die investering heb je snel weer teruggewonnen.

"Veel mensen verwarmen hun water met een boiler. De temperatuur staat vaak te hoog ingesteld, op 70 of 80 graden. Je kunt dat gerust naar 60 à 65 graden laten zakken, want je mengt dat warme water toch met koud water om de gewenste temperatuur te verkrijgen. Een spaardouchekop is ook een goed idee: je verbruikt er 40 procent minder water mee én je bespaart energie, omdat je veel minder water hoeft op te warmen.

"In zeer goed geïsoleerde nieuwe woningen kost water verwarmen ondertussen meer dan de verwarming van het huis zelf. Dan is een douchewarmtewisselaar een goeie investering: dat is een systeem waarbij het warme water dat wegvloeit het binnenkomende water bijkomend verwarmt. Het kost een paar honderd euro, maar die verdien je op termijn terug.”

Misschien is het ook interessant om te controleren waar er nog warmteverlies is in je huis?

“Zeker. Als je een zolder hebt die je niet gebruikt, heeft het geen zin om je dak te isoleren maar isoleer je beter de zoldervloer. Je kunt dat makkelijk zelf en je krijgt nu nog een premie van 3 euro per vierkante meter. Verder kost het je enkel een paar rollen isolatiemateriaal. Een isolatiespecialist of energiedeskundige kan met een thermografische camera een beeld maken van je gevel en dak. Dan zie je precies waar de warmte naar buiten gaat. Het kost wat geld om dat op te lossen, maar isolatie blijft nog altijd de beste investering.

"Laat ook je ketel van de centrale verwarming eens nakijken. Een gas- of stookolieketel die niet goed is afgesteld, verbruikt vaak te veel. Die controle is jaarlijks verplicht – voor gasketels is dat tweejaarlijks – maar het kan geen kwaad om ze wat vaker te laten doen. Het kan je namelijk geld opleveren.

"Als je plannen hebt om te verbouwen of te isoleren, is het raadzaam om er op tijd een specialist bij te halen, want vaak doen mensen onnodige investeringen. Een zonneboiler is bijvoorbeeld niet per se rendabel als je weinig warm water verbruikt.”

Verborgen verleiders

Jens Van Herp, Test Aankoop: “Supermarkten die breed uitpakken met blijvende prijsverlagingen zijn niet altijd goedkoper. Vaak verlagen ze de prijs van populaire producten zoals koffie, maar verhogen ze tegelijk de prijs van minder opvallende producten zoals vinaigrette. Als je niet uitkijkt, betaal je uiteindelijk méér aan de kassa. Wij raden aan om de prijs per kilo te vergelijken. Dat is de beste manier om te zien of een product goedkoper is, los van alle promoties. Dat geldt ook voor grotere verpakkingen. Klanten denken vaak dat die goedkoper zijn dan kleinere verpakkingen, maar dat is zeker niet altijd zo.

"Door huismerken of witte producten te kopen kun je ook flink wat geld uitsparen. Die producten zijn gemiddeld respectievelijk 30 en 63 procent goedkoper dan de bekende, grote merken. En ze doen zeker niet onder in kwaliteit. In onze tests komen huismerken niet zelden als beste uit de bus.

"Prijzen zijn voorts seizoensgevoelig. We weten dat uiteraard van groenten en fruit, maar ook de prijs van veel andere producten schommelt. Fitnesstoestellen zijn bijvoorbeeld goedkoper in januari, als iedereen zich heeft voorgenomen wat meer te gaan bewegen. Insectenspray koop je dan weer best in mei, tablets en laptops zijn scherper geprijsd in augustus, wanneer het nieuwe schooljaar voor de deur staat.”

Els Breugelmans, professor marketing aan de KU Leuven: “Je kunt veel geld uitsparen als je de slimme technieken doorziet die supermarkten hanteren om ons zoveel mogelijk te doen kopen. Winkels proberen je voortdurend tot impulsaankopen te verleiden. Als je met een boodschappenlijstje gaat winkelen, en je houdt je daaraan, is de kans veel kleiner dat je duurdere producten koopt, of producten die je niet absoluut nodig hebt. Ga ook nooit met je kinderen winkelen. Producten voor kinderen staan altijd op hun ooghoogte, en ze zijn meestal ook duurder.

"Als je de winkel binnengaat, draai je meestal naar rechts. Dat is een psychologische gewoonte omdat we – of toch de meeste mensen – met onze rechterhand schrijven en rechts rijden in het verkeer. Supermarkten zetten daarom de producten waarop ze iets meer winst maken aan de rechterkant. Wij hebben ook de neiging om in de winkel aan de buitenkant te blijven. Daar plaatst men vaak producten die in promotie staan of die meestal impulsief gekocht worden. Producten die je vaak nodig hebt, en die je dus op voorhand plant te kopen, zoals melk, brood of koffie, staan meestal achteraan in de winkel. Als klant moet je dan de hele winkel door en kom je voorbij zo veel mogelijk andere producten.

"Winkels werken ook graag met kleuren. Promoties duiden ze bij voorkeur in het rood aan, want dat valt op. Maar niet elk product met een rood label is daarom een betere koop. Daar is ooit onderzoek naar gedaan: voor klanten volstaat een rood label om te denken dat ze iets in promotie hebben gekocht, ook al is het product helemaal niet afgeprijsd. Denk dus niet te snel dat je een goeie deal hebt gedaan.

"Tegenwoordig zie je vaak promoties waarbij je bij aankoop van twee producten er één gratis krijgt. Bij producten die je kunt stockeren, zoals wasmiddel, doe je dan een goeie zaak. Maar bij eetbare producten zoals chocolade is de kans groter dat je ze dan vaker gaat eten. Dat betekent vooral winst voor de winkel.”

Is online shoppen goedkoper?

“Alleen als je je geen producten laat aansmeren die je anders niet zou kopen. In sommige webshops van supermarkten moet je bijvoorbeeld de servicekosten niet betalen als je grote hoeveelheden van bepaalde producten koopt. Je moet je dan afvragen of je er zo veel van nodig hebt.

"Uit onderzoek blijkt wel dat je veel minder impulsaankopen doet als je online winkelt. Zelfs met alle aanbiedingen en suggesties die je daar krijgt. Online kopen we rationeler, wellicht omdat je daar visueel niet wordt geprikkeld.”

Hoe kunnen we vermijden om te veel te kopen?

“Het is vooral een kwestie van tijd. We doen onze supermarktinkopen heel snel, niet doordacht en niet rationeel. Als je de tijd neemt om iets meer na te denken, zul je heel vaak verstandiger beslissingen nemen. Een winkelkar voor de grote wekelijkse inkopen bevat gemiddeld 40 à 50 producten. Je kunt natuurlijk niet voor al die producten het hele rek afspeuren naar de beste koop. Maar door iets bewuster te winkelen zul je sneller de tactieken van de supermarkt doorzien en doorprikken. Hoe beter voorbereid je naar de supermarkt gaat, hoe minder vatbaar je bent voor die vaak heel subtiele verborgen verleiders.”

Uit onderzoek van Test Aankoop blijkt dat het ook interessant kan zijn om in het buitenland naar de supermarkt te gaan. Dat kan voor bepaalde producten zelfs een besparing van 27 procent opleveren.

“Een aantal producten is merkelijk goedkoper in onze buurlanden. Het probleem is dat we dikwijls ook andere producten meenemen die niet voordeliger zijn. En om alleen naar Nederland te rijden om er zuivel te halen, moet je wel héél veel kopen om er je voordeel uit te halen." (lacht)

Michel Van Bellinghen, Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie: “Wij hebben voor een paar profielen het verschil berekend tussen het duurste en het goedkoopste telecomtarief. Voor mobiele telefonie – 120 minuten bellen, 5.000 sms’jes en 3 gigabyte data – kan je dat 132 euro per jaar opleveren. Voor internet met een vaste lijn met een gemiddeld verbruik en een standaard snelheid loopt het verschil op tot 120 euro per jaar. En op een bundel met televisie, internet en vaste telefonie kun je per jaar zelfs 231 euro besparen. Het loont dus de moeite om te vergelijken. 

"Omdat er zoveel verschillende tarieven zijn – voor vaste telefonie zijn er tien, voor internet 72, voor bundels 117 en voor mobiele telefonie liefst 145 – hebben wij een tool ontwikkeld, te vinden op www.bestetarief.be, waarmee je kunt zien wat voor jou de beste en goedkoopste optie is. Alle operatoren zijn overigens wettelijk verplicht om hun tarieven in die tool in te voeren. Die gegevens controleren wij uiteraard ook grondig.

"Als je van operator wil veranderen, kan dat bovendien makkelijker dan ooit. Dankzij Easy-Switch wordt je overstap snel en zonder onderbreking van de diensten geregeld. Een probleem is dat mensen vaak hun eigen gebruikersprofiel niet kennen. Tegen het einde van het jaar kun je dat echter met één simpele klik via de website van je operator opvragen. Zo wordt het nog makkelijker om tarieven te vergelijken.”

Tram 5 van Linkeroever naar Antwerpen. Beeld Wouter Van Vooren

Vervelende kost

Joni Junes, VAB: “Veel mensen nemen uit gewoonte de auto, terwijl je veel verplaatsingen makkelijk met de fiets, te voet of met het openbaar vervoer kunt maken. Uit cijfers van het verkeersinstituut VIAS blijkt dat één op de vier verplaatsingen met de auto korter is dan 5 kilometer. Die korte afstanden kosten je meer. De motor heeft tijd nodig om op te warmen, waardoor het verbruik de eerste 15 kilometer iets hoger ligt. Denk dus wat vaker na voor je in de auto stapt. Als je naar de stad moet, kan dat perfect met het openbaar vervoer. Je bespaart meteen ook op parkeerkosten.

"Als je moet tanken, vermijd dan benzinestations langs autosnelwegen. Die zijn meestal het duurst. Tankstations zonder shop, en dus zonder personeel, geven soms grotere kortingen. Of kies een tankstation op een plaats waar er meerdere bij elkaar liggen. Door de grotere concurrentie zullen ze vaak scherpere prijzen hanteren. Op een volle tank kan dat toch enkele euro’s schelen.

"Sommige navigatiesystemen geven niet alleen de kortste of snelste maar ook de zuinigste route aan. Als je aan een constantere snelheid kunt rijden, verbruik je minder dan wanneer je veel moet optrekken en afremmen. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat je tot 12 procent op je brandstofkosten kunt besparen als je consequent die zuinige routes volgt.

"Veel mensen rijden ook nog altijd met een te lage bandenspanning. We hebben het eens onderzocht, en bij liefst 11 procent van de auto’s was de bandenspanning te laag. Daardoor hebben de banden meer wrijving met de weg, en stijgt het brandstofverbruik. Met de juiste bandenspanning bespaar je al snel tot 3 procent op je verbruik én je banden gaan langer mee.”

Kun je ook besparen door je rijstijl aan te passen?

“Dat kan zeker. Door anticiperend te rijden, vermijd je dat je plotseling moet remmen, wat veel brandstof kost. Als je ziet dat het licht op oranje springt, kun je al geleidelijk aan op de motor beginnen af te remmen. Veel moderne wagens geven ook aan wanneer je best naar een hogere versnelling schakelt. Zo kun je flink wat brandstof uitsparen. En hou je aan de snelheidslimieten, want als je sneller rijdt, verbruik je extra brandstof. Door je aan de maximumsnelheid te houden, voorkom je ook nog eens hoge boetes, toch óók een vervelende kost. (lacht)

“Wij hebben berekend dat je een goeie 15 procent op je brandstofkosten kunt besparen als je alle zogenaamde ecodriving-technieken rigoureus toepast. Als je dan ook nog eens stroomverbruikers als airco, gps en verwarming uitschakelt als je ze niet nodig hebt, met de juiste bandenspanning rijdt en niet te veel overbodig gewicht in de wagen legt, kun je zelfs tot 20 procent uitsparen.”

Nog goedkoper is het wellicht om je auto gewoon weg te doen en op autodelen over te schakelen.

“Autodelen is zeker interessant, en ook andere vormen van slimme mobiliteit zijn dat, carpoolen bijvoorbeeld. Autodelen zit bij ons flink in de lift: jaarlijks zien we een groei van 30 tot 40 procent. Er zijn ondertussen allerhande deelsystemen: Cambio heeft zelf wagens, bij CozyCar delen gebruikers de kosten van een privéwagen. Er zijn ook online platformen zoals CarAmigo, waar gebruikers en aanbieders elkaar vinden.

"Hoeveel je juist kunt besparen met een deelauto hangt natuurlijk af van het aantal kilometers dat je rijdt. Een doorsneewagen kost, aankoop inbegrepen, ongeveer 5.000 à 6.000 euro per jaar. Met autodelen kun je makkelijk 1.000 à 3.000 euro per jaar uitsparen. Op de website van de VAB staat een overzicht van de verschillende formules autodelen en de prijs ervan.”

Kristof De Paepe van spaargids.be: “Veel mensen laten hun loon storten op hun zichtrekening en schrijven dan wat ze nog over hebben op hun spaarrekening over. Maar je kunt het net zo goed omgekeerd doen en je loon laten storten op een spaarrekening. De bedragen die je nodig hebt, schrijf je dan over naar je zichtrekening. Zo rendeert je geld vanaf dag één. En je denkt misschien ook meer na over wat je uitgeeft.

"Weinig mensen weten dat, maar de meeste grote banken hebben ook een gratis aanbod. Meestal moet je ernaar vragen, want ze bieden het niet spontaan aan. De kosten die banken aanrekenen kunnen ook flink verschillen. Het hangt natuurlijk af van je profiel, maar van bank veranderen kan je toch makkelijk 30 à 40 euro per jaar opleveren.”

Loont het nog de moeite om een woonlening te herzien of is het daar ondertussen te laat voor?

“Mensen die al geherfinancierd hebben, zullen waarschijnlijk niet meer lager kunnen. Maar als je nog een rentevoet van 2,5 procent of meer hebt, en je lening loopt nog een tijd, dan is het zeker aan te raden om eens rond te vragen. Wij hebben een tool op onze website waarmee je eenvoudig kunt berekenen of het voor jou nog interessant is.”

Aangezien spaargeld weinig tot niks meer opbrengt, overwegen steeds meer mensen om in aandelen te beleggen. Is dat een goed idee?

“Je moet goed weten waar je aan begint. De beurs kan stijgen, maar ze kan ook dalen. Je moet bereid zijn om dat risico te nemen. Laat je vooraf goed adviseren of informeer je grondig. Stap geleidelijk in, en koop een wat defensieve portefeuille. Interessant voor mensen die hun eerste stapjes op de beurs willen zetten, zijn de beleggingsplannen die banken tegenwoordig aanbieden. Daarbij zet je elke maand een vast bedrag opzij. Dat kan al vanaf 50 euro. De bank belegt je geld dan in een standaardportefeuille of een portefeuille op maat. Het voordeel is dat je met kleine bedragen kunt instappen. Het rendement hangt uiteraard af van het risico dat je wil nemen. Kijk vooraf naar de kosten die de bank aanrekent. Dat kan je ook weer een aantal procenten opleveren.”

En staatspapier? Is dat nog interessant?

“De laatste staatsbon zat aan 0,65 procent, bruto dan nog. Ik zou er eerlijk gezegd mijn geld geen tien jaar voor vast willen zetten (lacht). Nog één tip: als je een krediet aangaat, vergelijk goed op voorhand. En het is altijd beter te lenen voor iets waar een voorwerp tegenover staat. Voor een autolening zijn de tarieven veel lager dan voor pakweg een vakantielening. Nog beter is het natuurlijk om helemaal níét te moeten lenen."

Dankzij onze tips kan dat geen probleem zijn. Wel opletten dat u aan het eind van de maand straks niet te véél overhoudt!

Copyright: HUMO.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden