Woensdag 14/04/2021

U bevindt zich hier

Architect Jon Jerde over het shopping centrum als ervaringsruimte

Als ik na een urenlang gesprek in zijn kantoor weer buiten sta en alle winkelende mensen zie op Ocean Front Boulevard, Venice/Los Angeles, komt de vraag in mij op of hij dat bikkelharde, sociale commentaar van kunstenaar Barbara Kruger kent: 'I shop, therefore I am.' Maar ik hoef niet terug naar binnen, want ik weet ondertussen wel wat Jon Jerde zou antwoorden: 'Ze heeft gelijk. Maar biedt dat geen geweldige mogelijkheden?'

Jon Jerde, een zestig jarige, vrij kleine, slanke man, met een bronzen stem en een intense uitstraling, is de architect van de beroemdste shopping centra ter wereld: de City Walk van Universal Studios in Los Angeles, Horton Plaza in San Diego, Californië en Canal City Hakata in het Japanse Fukuoka. Hij is tegelijk een zeer omstreden architect die wordt verweten stijlen door elkaar te husselen tot een monsterlijke mengelmoes en als populist medeverantwoordelijk te zijn voor de pretparkcultuur die de wereld overspoelt. Jarenlang kon je zijn naam dan ook niet met goed fatsoen noemen, maar sinds kort is daar een kentering in opgetreden. Tegenwoordig wordt hij, zo vertelt hij verbaasd in de loop van ons gesprek, zelfs voor lezingen uitgenodigd aan Harvard University.

Die verbazing is gespeeld, want het is Jerde niet ontgaan dat er onder intellectuelen, architecten en kunstenaars een omslag gaande is. Er verschijnen nu om de haverklap publicaties over het fenomeen shopping, kunstenaars kiezen het als onderwerp en een toonaangevende architect als Rem Koolhaas heeft er recentelijk zelfs een universitair onderzoek aan gewijd.

Wat daaruit naar voren komt heeft Jerde al twintig jaar geleden gezien: shopping is een veelzijdig fenomeen waarbij entertainment, economie en stedenbouwkundige ontwikkeling steeds meer in elkaar schuiven. De term die Jerde voor zijn winkelcentra heeft bedacht, Urban Entertainment Center, is nu dan ook een begrip geworden. Hij staat voor een zorgvuldig vormgegeven city van winkels, cafés, restaurants, theaters en bioscopen, waarbij alles erop gericht lijkt te zijn om de klant te behagen en amuseren. Onaangename elementen als bedelaars of daklozen tref je er niet aan, de auto's staan keurig in parkeergarages en overal knipogen vrolijke uithangborden, lonken gezellige terrassen en glimmen duizenden lichtjes.

Mijn bezoek aan Jerde valt kort na de opening van een nieuw deel van City Walk, het shopping centrum van het reusachtige studiocomplex van Universal Pictures. Ook deze keer was het ontwerp van Jerde en zijn bureau, The Jerde Partnership International. Ik zeg dat het dezelfde bijna kinderlijke blijheid en positiviteit uitstraalt als Disneyland.

Jerde: "Zo wil ik het ook. De mensen die mijn cities bevolken willen niets wat hen afschrikt, niets wat ze niet kennen en dus ook niets wat experimenteel is. Ze moeten ernaartoe geloodst worden met middelen die hen een comfortabel gevoel geven, het gevoel dat het leven eindelijk is zoals het hoort te zijn: veilig, plezierig, met alles wat je nodig hebt." Waarom wilt u dat? Dat heeft toch niets met het werkelijke leven te maken?

"Weet ú wat het werkelijke leven is? Voor mij is dat niet iets wat zich buiten je bevindt, het heeft ook niets te maken met de dingen die je met je meesleept. Dat zijn maar bijkomstigheden die het werkelijke verbloemen. Voor mij zit het echte leven binnen in je. En daar richt ik mij op."

Maar wat u bouwt draait toch juist zeer om de dingen?

"Ja, maar niet alleen, en zelfs niet in de eerste plaats. Wat wij ontwerpen zijn experiences, om precies te zijn omgevingen waarin ervaringen zo optimaal mogelijk plaats kunnen vinden. Dat maakt dat wij volledig buiten de modernistische architectuur vallen. Ik ben zelfs antimodernist. Ik heb weliswaar een conventionele architectenopleiding gehad, maar gaande door het leven kwam ik tot de conclusie dat de modernistische ideeën fout waren, dat het fout is om te denken dat er een universele oplossing bestaat voor wereldproblemen, en dat het fout is om een soort kathedralen te bouwen die vooral een eerbewijs zijn aan de technologie. Het modernisme is volkomen gebaseerd op het rationele en wijst al het irrationele af, dus ook de kunst. Kent u het gezegde one hand clapping? Dát is de modernistische architectuur: ze reflecteert alleen maar zichzelf. Haar geschiedenis is de geschiedenis van objecten, van hoe het ene object een ander kon worden en dat weer een ander enzovoort. Dat is pure armoede. Mijn theorie is dat de werkelijke rijkdom in de wereld van de ervaring ligt."

In de economie zegt men nu hetzelfde. Kent u het boek The Experience Economy?

"O ja! Toen ik de titel van het boek hoorde, werd ik woest. Die vent heeft mijn woord gestolen, zei ik. Maar toen ik met de schrijver, Joseph Pine, sprak, realiseerde ik mij dat dit het beste nieuws was dat ik in lang had gehoord. Deze econoom bevestigt wat ik als architect al jaren beweer en dat maakt het voor ons alleen maar makkelijker om onze ideeën te slijten."

In 'de beleveniseconomie' verkoopt men niet zozeer producten, als ervaringen. Het is een illusoire, volledig door de commercie geschapen wereld, vol merknamen en schijnbare saamhorigheidsgevoelens. Waarom wilt u zo graag daaraan bijdragen?

"Omdat we op een grauwe planeet leven, in het bijzonder hier in Amerika. Daar wil ik iets aan doen."

Door hen tot shoppen aan te zetten?

"Het kan me niet schelen dat ze shoppen, dat is voor mij bijzaak. Waar het mij om gaat is dat ze een ruimte binnengaan die op ze inwerkt als een perceptuele machine en dat ze daar gezamenlijk iets beleven. Dat gemeenschapsgevoel is belangrijk, want dat is in het rationele tijdperk van het modernisme volkomen verloren gegaan. Als shoppen de verbindende factor is, dan vind ik dat uitstekend."

Jerde, die een gepassioneerd spreker is, vertelt nu de diepere gedachte achter zijn verlangen om mensen samen te brengen. Hij gelooft in de waarheid van Gaia, zegt hij, het idee dat wij allen deel uitmaken van hetzelfde ding en dat dit weer deel uitmaakt van een groter ding, enzovoort. In dat geloof is hij bevestigd door een visioen dat hij ruim twintig jaar geleden had, en dat hij white light noemt. Vanaf dat moment wist hij dat alles één was, dat mensen weer in harmonie met de aarde moesten leven en dat het zijn taak was eenheid en harmonie te bevorderen door gemeenschappelijke ervaringen te creëren. Hij richtte zich daarbij allereerst op de gewone mensen met de gewone problemen, want die kende hij het beste. Bij hen ligt zijn persoonlijke achtergrond.

Jerde: "Ik vond dat met de behoeften van gewone mensen geen rekening werd gehouden, niemand boog zich daarover, niemand besteedde aandacht aan de vormgeving van zulke banale dingen als wasserettes, supermarkten en winkelcentra. Ik voelde dat ik op dat gebied iets belangrijks kon doen, dus koos ik voor de bodem van de emmer, het simpelste van het leven, om te zien of daar mogelijkheden lagen. En zie, het werkt. Ze komen er in groten getale op af!"

En uw opdrachtgevers, vraag ik, hun motieven zijn vast niet zo nobel.

Jerde: "We krijgen nog steeds opdrachten van mensen die geen idee hebben van waar u en ik over praten, the greedy guys. Zij schrijven me voor wat ik moet bouwen en ik ben verplicht om dat te doen. Maar ik kan er wel mijn eigen bedoelingen in onder brengen zonder dat ze dat in de gaten hebben, en zo bewegen we langzaam voorwaarts."

Hoe zou u uw bedoelingen omschrijven?

"Wij streven ernaar om mensen het gevoel te geven dat er de laatste tien minuten iets wezenlijks met hen is gebeurd, iets wat ze misschien niet begrijpen, maar wat hen een gevoel van verhoogde gevoeligheid en waarneming geeft, het soort gevoel dat kunstenaars hebben. Wij doen dat door de ruimte tussen de gebouwen als het ware sculpturaal vorm te geven en perceptueel zo te manipuleren dat bijvoorbeeld het gevoel voor hoog of laag wordt verstoord. Op die manier worden mensen in een staat gebracht waarbij ze plotseling beginnen te twijfelen aan het bekende, een staat die in de kunst 'het opschorten van ongeloof' wordt genoemd. Dan staan ze open voor nieuwe, rijkere ervaringen, ervaringen die van henzelf zijn, want ik bedenk ze niet voor hen. Ik maak ze alleen mogelijk."

Jerdes visioen heeft hem niet minder praktisch gemaakt. "Ik ben heel flexibel," zegt hij als ik doorvraag over zijn opdrachtgevers, "ik heb geleerd samen te werken." Hoe ver hij daarin gaat blijkt als ik Bellagio noem, een zich over vijftig hectare uitstrekkend casino in Las Vegas, voltooid in 1998, kosten 1,9 miljard dollar (82 miljard frank). Het complex thematiseert de dorpen rond het Comomeer en ligt aan een grote plas waarin waterfonteinen ieder half uur een waterballet ten beste geven. Het telt, naast de in patserige Italiaanse stijl ingerichte speelzalen, een hotel met 3.000 kamers, winkelarcades met luxe merkartikelen, Italiaanse restaurants, parkeergarages, binnentuinen, zwembaden, en een tentoonstellingsruimte met impressionisten en klassieke modernen. Het ontwerp staat op naam van The Jerde Partnership International, maar tot mijn verbazing wuift Jerde die credits nonchalant weg.

Bellagio is niet van mij, maar van Steve Wynn, de eigenaar. Híj heeft precies gezegd hoe hij het wilde hebben, en wij hebben de tekeningen gemaakt. Het is jammer dat die man gokken tot zijn wereld heeft gemaakt, want hij is een genie, met een scherp inzicht in wat mensen willen.

Toch wordt Bellagio in You Are Here, het boek dat over uw werk is verschenen, uitvoerig beschreven.

"Ik ben ertegen dat het op mijn conto wordt gezet, maar je komt er niet omheen. Ik troost mijzelf met de gedachte dat ik veel van Wynn heb geleerd en dat ik daarvoor een prijs betaal. Daarnaast moet u wel bedenken dat ik, als ik alleen maar mijn eigen ideeën zou uitvoeren, veel te weinig werk zou hebben. Dus neem ik alles aan. Gelukkig kan ik de laatste tijd meer mijn eigen zin doen."

Als voorbeeld van zo'n eigen idee noemt hij het Beursplein in Rotterdam, een project dat in 1996 werd voltooid. Jerde verbeterde het sfeerloze stadsdeel door er een verlaagd wandelgebied aan te leggen en de verschillende bestaande winkelgebieden door middel van sierbestrating, trappen en een bochtige, glazen overkapping visueel met elkaar te verbinden. Jammer genoeg heeft hij ook hier concessies moeten doen, deze keer aan de gemeente Rotterdam, die niet wilde dat de glazen overkapping ook over de Coolsingel zou reiken. De autostraat doorsnijdt nu bot het totaalbeeld.

Ik vraag naar zijn plannen om rond het Centraal Station in Utrecht een Urban Entertainment Center aan te leggen, maar hij wil alleen kwijt dat de onderhandelingen moeizaam verlopen. Toch zou hij graag werken aan dat treurige gebied tussen het station en de oude stad, want daarin ligt zijn missie: uitgebluste steden of stadsdelen tot nieuw leven wekken. Hij heeft dat gedaan met San Diego, Fukuoka en de Reeperbahn in Hamburg en hij zal het doen met onder meer Kansas City, Salt Lake City en downtown Los Angeles. San Diego was een dode stad tot hij er zijn Horton Plaza bouwde. Daar kwamen in het eerste jaar vijfentwintig miljoen mensen op af.

Dat wens ik Utrecht niet toe, zeg ik.

Jerde: "Ze zijn erg strikt in Holland, heel erg strikt. Europa is voor ons sowieso problematisch. Het is versteend door rigide ideologieën en behoudzucht. Ze kunnen niet buiten de traditie denken. In Los Angeles hebben we geen traditie. Hier kun je denken wat je wilt."

Maar traditie is wel de bron waaruit u put. U wordt zelfs verweten dat u traditionele stijlen schaamteloos verbastert.

"Begrijp me goed, ik heb niets tegen traditie! Het is zelfs een belangrijk stuk uit mijn gereedschapskist. Traditie is wat je nodig hebt als je mensen bij elkaar wilt brengen, omdat dat hetgene is wat ze kennen of herkennen. Maar ik denk daarbij globaal. Dat is nodig nu de wereld zo dicht bevolkt raakt en de verschillende culturen zich mengen. Dan moet je nieuwe spelregels opstellen, zodat zich nieuwe perspectieven kunnen openen. Wat ik uit de traditie pluk zijn dingen die universeel begrepen kunnen worden. Die breng ik over naar een andere plaats, een gastland, na ze zodanig te hebben getransformeerd dat ze in de gastcultuur passen. Het kan dus gebeuren dat ik in Holland iets vind wat op een spectaculaire manier functioneel is voor de Filippijnen. Dat de achtergrond verschillend is, maakt in mijn ogen niets uit. We moeten ons losmaken van de ik- en jijcultuur, van het krampachtig vasthouden aan verschil. Het wordt tijd voor de overstap naar de wijcultuur, want de wereldbevolking groeit, en daarmee de noden van de mensen. Al die nieuwe mensen hebben een vriendelijke, positieve en geestrijke leefomgeving nodig. Die wil ik hen bezorgen."

Die wijcultuur is wel de Amerikaanse cultuur.

"Dat zegt iedereen, maar dat is onjuist. Kijk naar onze projecten: ze hebben niet met Amerika te maken, maar met de gastcultuur. Je kunt Venetië niet lukraak naar Hongkong exporteren."

Disneyficatie blijkt zich uitstekend te laten exporteren.

Jerde, gekwetst: "Daar heb ik niets mee te maken. Als mensen dat van mij zeggen, is dat hún probleem."

Zijn assistente, die de hele tijd notities maakt van het gesprek en hem af en toe feitelijk ondersteunt, wijst hem nu op de tijd. Hij weigert echter resoluut het gesprek op dit punt te beëindigen. Hij is eraan gewend te moeten vechten voor zijn ideeën, zegt hij. Hij heeft altijd gevochten: met projectontwikkelaars, politici, de detailhandel, en hij heeft altijd gewonnen en er vriendschappen aan overgehouden. Maar hij blijft een outsider. Ook en vooral in de architectenwereld. De beroemheidscultus die architecten nu rondom zichzelf creëren, interesseert hem niet in het minst, zoals het hem ook koud laat dat zijn ideeën in die kringen worden genegeerd.

Architecten hebben een eeuw lang geprobeerd om juist weg te komen van wat u doet: een set-up maken van decorachtige gebouwen en façades.

"Ja, en daarom hebben ze objecten gemaakt die niets met de omgeving en met de mensen die er leven te maken hebben. Het heeft troosteloze, geestdodende gebieden opgeleverd. Ik streef ernaar eenheid en levendigheid in een stad te brengen, en het werkt. Ik denk helemaal niet dat ik de oplossing heb voor de planeet, maar ik breng wel iets wat beter is dan wat er was."

U bent een pragmaticus met een scherp gevoel voor de wereld waarin we leven. Wat ziet u voor u als u aan de toekomst denkt?

"Ik zie meer en meer sterk geconcentreerde, gemeenschappelijke ruimten ontstaan, waar mensen massaal bij elkaar komen. Steeds minder plaatsen zullen steeds meer mensen in hun behoeften voorzien, waarbij de concurrentie tussen die plaatsen groot zal zijn. Die concurrentie draait om de kwaliteit van de ervaring die ze bieden. Hoe hoger die kwaliteit, hoe meer mensen er komen. Well, I am waiting for them!"

Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad.

Jon Jerde: 'Ik vond dat met de behoeften van gewone mensen geen rekening werd gehouden'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234