Zondag 25/10/2020

U bent een kunstenaar! *

Kunstcriticus Will Gompertz (50) ontleedt in zijn nieuwe boek het begrip creativiteit met het scalpel. Terwijl iedereen dat 'creatief zijn' verafgoodt, vind Gompertz er namelijk helemaal niets goddelijks aan. 'Je moet gewoon nieuwsgierig zijn naar iets, meer niet. Dat kan koffie, cupcakes of CSI Miami zijn.'

Donderdag 28 april, 11.30 uur, BBC4. Voor het programma Will Gompertz Gets Creative besluit de gelijknamige presentator om de Coventry Singer Songwriters Group in de studio uit te nodigen, een bende amateur-muzikanten van middelbare leeftijd, 35 man sterk. De groep zit namelijk met een creatief probleem: ze willen graag een degelijk liefdeslied kunnen schrijven maar weten niet hoe. Om aan te voelen hoe groot het probleem is, vraagt Gompertz om een stand van zaken. Oprichter John offert zich op en speelt de eerste minuut van zijn eigen love song, 'Telephone' genaamd. De eerste zin luidt: "I called my baby on the telephone/ 'cause I was tired of feeling all alone." Er blijkt wat werk aan de winkel. Gompertz laat twee experten in liefdesliedjes opdraven. Vijfentwintig minuten later speelt de bende op de nationale radio een zweverige intro gevolgd door een clichéloze openingszin en verder wat melodie in mineur. Kortom, een liefdeslied dat - mits enige goodwill - zó in de top 40 zou kunnen belanden.

Deze situatie is classic Gompertz. De radio- en tv-presentator van de BBC brengt zijn boodschap met de inslag van een cabaretier. Zijn ietwat vreemde tronie is zijn handelsmerk, kunst en creativiteit zijn werkveld. De man verliet het klaslokaal op zijn vijftiende maar zetelde een decennium later bij Tate Modern als hoofd media, gevolgd door BBC in 2009. Sinds enkele jaren schrijft de man ook boeken. Na Dat kan mijn kleine zusje ook in 2013, over hoe je als leek naar kunst moet kijken, is er nu het vertaalde Denk als een kunstenaar.

Iedereen is een genie

Dat boek borduurt op een zekere manier verder op de studiosessie van de Coventry Singer Songwriters Group. Met Denk als een kunstenaar fileert Gompertz het abstracte begrip creativiteit, dat een privilege zou zijn van de kunstgenieën van deze wereld. "Het licht in hun ogen is een bijna tastbare levenskracht", schrijft hij lyrisch in zijn inleiding, maar hij nuanceert ook meteen dat die glinstering niets uitzonderlijks of aangeboren is. Creativiteit, zo stelt hij, is latent aanwezig in iedere mens. Hij drijft die gedachte zelfs op de spits met: "We are all artists. We just have to believe it. That's what artists do."

Bij onze ontmoeting in de erg kleine en met Karel Appel-achtige schilderijtjes versierde lobby van het Ambassade Hotel in Amsterdam leggen wij hem die boude stelling meteen voor. Iedereen kunstenaar? Alsof onze moeder, die haar avonden vult met varianten van de tv-reeks CSI Miami, de nieuwe Tuymans kan zijn. "Wie weet", repliceert de gewiekste Engelsman met het bijzondere haar. "Nee, even serieus, ik bedoel dat we allemaal de wonderlijke eigenschap bezitten om over abstracte concepten na te denken. Verbeeldingskracht en creativiteit heeft iedereen. Toch verheffen wij de kunstenaar tot genie dat een of ander groots, aangeboren talent bezit. Dat klopt niet."

Gompertz gelooft niet in het geniale individu. Grote kunstenaars hebben hun creatieve denken gewoonweg goed kunnen kanaliseren en kregen op een of andere manier hulp van de omgeving. "Het gaat niet alleen om degene die het penseel vasthoudt", zegt hij. "Kunst is altijd het product van een gemeenschap. Neem Andy Warhol. Hij nodigde een klant uit in zijn studio om zijn zeefdrukken van Monroe te tonen. 'Zo, welke wil jij?', vroeg hij op dat typisch zagende toontje van hem. Hij had namelijk zeefdrukken in zwart-wit en in kleur te koop staan. De vrouw zei: 'Weet je wat leuk zou zijn, Andy? Als je ze samen zou voegen tot een diptiek'. 'Waaaw, wat een gewèèldig idee', antwoordde Andy. En bang! Je hebt een groots werk."

Conclusie: de dame met de gulden tip had net zo goed onze CSI-liefhebbende moeder kunnen zijn? "Inderdaad."

Met de Warhol-anekdote wil Gompertz vooral illustreren dat iedereen in staat is om geweldige ideeën te ontwikkelen. Natuurlijk is de kans op een eureka groter bij mensen die voor creatieve impulsen openstaan, ernaar op zoek gaan en zich ook realiseren wat een goede vondst is. "Creativiteit betekent: ideeën van waarde hebben én dat beseffen", zegt Gompertz. Kortom, creatief zijn is in de eerste plaats geloven dat je creatief bent. Net zoals Neo in de scifiklassieker The Matrix pas kogels kon ontwijken zodra hij overtuigd was de messias te zijn, zo komt creativiteit pas tot een mens als hij gelooft goede ideeën te kunnen produceren.

Zelfgeloof geldt niet als de enige karaktertrek die kunstenaars bindt. "Door observatie van vele kunstenaars ben ik tot tien persoonlijkheidskenmerken gekomen die zij allen gemeen hebben", zegt Gompertz. Die tien intrinsieke eigenschappen beschrijft hij nu in zijn boek. "Niet dat ik een 'how to'-boek heb geschreven, hoor: volg deze regels en je wordt een groot kunstenaar. Maar misschien zijn dit wel goede gewoonten om over te nemen."

De tien geboden van de creativiteit bestaan allerminst uit wazige concepten. Zo stelt Gompertz dat een creatieveling in de eerste plaats nieuwsgierig is. "Je moet gewoon geïnteresseerd zijn in iets. Dat is het startpunt. Het kan eender wat zijn. Stel, ik ben net zoals je moeder geïnteresseerd in CSI Miami. Ik kijk alle afleveringen en bestudeer de acteurs en de verhalen. Vervolgens ontdek ik de andere tv-projecten van die acteurs alsook van de scenaristen. Ik exploreer de wereld van de politiereeks. Op een gegeven moment ga ik die informatie willen delen en schrijf ik er een boek over. Als je je nieuwsgierigheid weet te kanaliseren, dan kun je jezelf uitdrukken."

Glij over de bananenschil

Het klinkt haast kinderlijk: 'wees nieuwsgierig'. Maar een oprechte vorm ontbreekt vaak bij creatieven in spe. En daarmee zakt het hele proces in elkaar. Hetzelfde geldt voor de andere geboden zoals 'neem de tijd om na te denken', 'wees kritisch' en 'durf op je bek te gaan'. Vooral met dat laatste heeft de gemiddelde creatieveling het moeilijk. Nochtans is het een noodzaak. "Het kan best zijn dat je bedrijf, je soufflé of je boek niet meer te redden is, jijzelf bent wel te redden en juist dankzij die mislukking", schrijft Gompertz in zijn boek hierover. "We beseffen niet altijd dat grote creatieve teleurstellingen zowel normaal als onmisbaar zijn."

Het falen der artiesten illustreert Gompertz - net zoals zijn andere punten - met hopen en hopen anekdotes. Het wordt immers te vaak vergeten dat Mondriaan eerst figuratieve Hollandse landschappen schilderde waar niemand op zat te wachten alvorens de meester van De Stijl te worden. Dat The Beatles op de planken debuteerden met dwaze r&b-covers voordat zij popgeschiedenis schreven, dat Bridget Riley tot haar dertigste moedeloos aanmodderde om uiteindelijk tot de pionier van de optical art te transformeren en dat Roy Lichtenstein quasi-kopieën van Miró kladderde om zich uiteindelijk te ontpoppen tot popartgenie. Gompertz schrijft: "Pas in 1961 kwam zijn (Lichtenstein, red.) plan B: Look Mickey. Het sloeg in als een bom. Dat plan B kwam er dankzij zijn zoontje, dat hem uitdaagde tot een wedstrijd wie de beste Mickey Mouse kon schilderen." De creatieve wedergeboorte van Lichtenstein berust dus op een schoolse tekenwedstrijd. Die zou hij nooit serieus genomen hebben, moest hij enig succes gekend hebben met zijn Miró-nabootsingen.

Een van de meest omstreden geboden uit het boek luidt: wees ondernemend. Kunstenaars zijn nu eenmaal ondernemers en denken na over de kunstwereld, de kunstmarkt en geld. "Het is geen toeval dat grote historische kunstcentra zoals Venetië, Amsterdam en New York tegelijkertijd belangrijke commerciële centra waren", schrijft Gompertz. "Een ondernemende kunstenaar reageert op geld zoals een graffitikunstenaar op een lege muur. En zo is het altijd geweest. Ze willen overleven en hopelijk genoeg geld verdienen om hun ding te blijven doen."

Een kunstenaar neemt zijn werk serieus. Dat betekent dat hij zijn product beschermt én promoot. Hij wil koste wat het kost zijn expressies op de best mogelijke manier tonen aan de wereld. Daarnaast wil hij zijn leven wijden aan zijn kunst en er dus ook geld mee verdienen. Dat alles vereist een ondernemende geest. "Kunst vormt het levensonderhoud van kunstenaars", stelt Gompertz eenvoudiger. "Daarbij maken zij nu eenmaal kunst in een kapitalistisch bestel, wat betekent dat de wetten van vraag en aanbod van toepassing zijn."

Velen laten de zakenkant aan een galerie over. "Dat neemt echter niet weg dat die kunstenaars nog altijd contacten onderhouden, met de juiste mensen praten, op de juiste feesten present zijn, enzovoort."

Pieter Paul Rubens deed niet anders. Hij liep de deuren der adel plat om hen ervan te overtuigen dat zij ab-so-luut een vlezig portret van zijn hand nodig hadden om de notie van rijkdom staande te houden. Zelfs de 'arme' Vincent van Gogh had een erg zakelijke band met broer Theo en relaties in Parijs.

Kunstenaars, hoe wazig zij ook lijken, zijn berekend en ondernemend. Dat laatste staat niet synoniem voor 'opportunistisch'. Een goed kunstenaar laat zijn artistieke visie niet bepalen door jute zakken met dollartekens erop. Zijn werk is zijn kind en dat beschermt hij met hand en tand tegen de kwaadaardigheid van de commercie. Wel onderhoudt hij zijn kind, brengt hij brood op de plank en verkoopt hij dus zijn waar.

De figuurlijke ballen

Naast ondernemend zijn, heeft een kunstenaar vooral cojones. Ballen. Lef. "In werkelijkheid zijn we gewoon schijtlaarzen. We willen onze ideeën met de wereld delen maar durven het niet", schrijft Gompertz. "Bescheidenheid is een handrem voor je creativiteit." De logica hierachter is eenvoudig: een creatief idee is een idee dat vernieuwend is, brokken maakt. De goegemeente, en in het verlengde de kunstwereld, is over het algemeen behoudsgezind en wantrouwt vernieuwing. Want wat mensen (her)kennen, dát verkoopt. Een creatieveling brengt dus de moed op om tegen de gang van zaken in te gaan.

Luc Tuymans is zo iemand. "Hij schilderde figuratief in een tijd dat niemand dat nog deed", zegt Gompertz. "Dit was de tijd van Damien Hirst en zijn haai. Maar Tuymans is een sterk karakter, een echte alfaman. Hij weet dat en vindt het leuk. Zijn stad Antwerpen heeft nooit een echte kunstbeweging gekend maar altijd een alfatype dat diens tijdperk domineerde. Tuymans ziet zichzelf in het rijtje van de andere Antwerpse grootheden. Dat is arrogant maar ook nederig. Hij wilt geen andere oorden veroveren."

Gompertz had het genoegen om Tuymans te interviewen en vond de kunstenaar sterk, baldadig maar niet hooghartig. "Ik had één voordeel: enkele weken daarvoor moest ik Rem Koolhaas interviewen. Wanneer het aankomt op alfa-zijn, kent Rem geen gelijke. Hij was charmant maar liep tijdens het interview plots naar buiten om op een medewerker te brullen. Vervolgens wandelde hij netjes terug en zei: 'Dat klonk niet zo goed, zeker?'" (lacht) "Luc heeft een soort swagger maar achter die pose van 'ik rook heel de tijd' zit een heel gulle en grappige man verscholen. Hij heeft een twinkle in zijn oog."

Die ene, kleine vlek

Anekdotes over Luc Tuymans staan in Gompertz' boek vooral opgetekend onder het gebod: een kunstenaar denkt in grote gehelen en kleine details. Tuymans verklapt aan Gompertz hoezeer de details van belang zijn. Waarover volgende dialoog uit het boek:

Luc: Elk schilderij heeft een ingang.

Ik: Wat bedoelt u daarmee?

Luc: Een klein detail dat je aandacht trekt en je erheen trekt.

Ik: Dat neemt u dan als uitgangspunt?

Luc: Natuurlijk.

Ik: Geef eens een voorbeeld.

Luc: Soms is het onzichtbaar. De toeschouwer kan het dan niet zien. Het kan een heel dun lijntje zijn, zelfs een barstje.

Ik: Kunt u dat op een van uw portretten aanwijzen?

Luc: Jazeker. Hier bijvoorbeeld. [Hij tikt met zijn vinger bijna op het linkeroog.] Op de bovenkant van de oogkas. Het is veel donkerder, intenser. Maar geloof me, dat is de ingang.

Van Tuymans valt veel op te steken. Zo leert hij ons hoe belangrijk het is om ieder detail aandacht te schenken zonder het zicht op het geheel te verliezen. "Tuymans vertelde me dat hij de volledige tentoonstelling in zijn hoofd heeft uitgewerkt voordat hij nog maar aan het eerste schilderij begonnen is", zegt Gompertz. "Hij weet op voorhand exact welk schilderij tegen welke muur zal hangen."

Tuymans is een perfecte case om de geboden van Gompertz op los te laten. Andere geboden zoals 'wees sceptisch', 'heb een geheel eigen standpunt' en 'steel ideeën' zijn bij hem maar al te zeer van toepassing. Dat laatste gebod kreeg op een pijnlijke manier gestalte tijdens Tuymans-gate, waarbij een fotografe hem voor de rechter sleepte nadat hij een foto van haar had 'nageschilderd'.

Stelen is nochtans niet verkeerd: kunstenaars doen het de hele tijd. De meesten beginnen hun carrière met het kopiëren van hun meesters. Verschillende grote werken zijn het gevolg van een idee van een ander. Zo komt Lichtensteins Mickey Mouse uiteraard van Disney, en persifleert Étant donnés van Marcel Duchamp (je ziet doorheen een piepgat een naakte vrouw in een landschap) Courbets L'origine du monde. Zelfs het kubisme van Picasso zou ontstaan zijn door een voortborduren op het postimpressionisme van Paul Cézanne. Oude Griek Aristoteles zei het al: creëren is kopiëren. Voltaire, Einstein en Picasso deelden die mening. Want een goede kunstenaar steelt een idee en bouwt erop verder. Hij is de bedenker van de volgende schakel van een concept. Niet overtuigd? Bevraag maar eens een ontwerper. Hij zal prompt antwoorden: 'ontwerpen is stelen'. Een goed idee verschijnt niet uit het niets, het heeft een basis, het steunt op iets wat al bestaat.

Tien regels voor iedereen

"Wat is het verschil tussen Steve Jobs en Vincent van Gogh?", vraagt Gompertz. We hebben hem er net op gewezen dat dit boek niet alleen opgaat voor kunstenaars maar ook voor wetenschappers, ingenieurs, marketingjongens, CEO's, advocaten, enzovoort. Iedereen die creëert, wat wil zeggen: iedereen die probleemoplossend denkt.

We melden hem dat zijn boek - lichtjes herschreven - zelfs perfect een Amerikaanse bestseller zou kunnen zijn, genre Ten Rules for Living a Successful Life. "Niet als je met succes geld bedoelt", antwoordt hij. "Wel als je bedoelt: een bijdrage leveren aan de maatschappij, hoe klein ook." Dat is de beweegreden achter dit boek: Mensen wat zuurstof geven om kleine bijdrages te leveren door zichzelf te uiten. "Jezelf uitdrukken - en daarmee je creativiteit gebruiken - is datgene wat ons onderscheidt van de dieren en van intelligente computers. Er is niets wat menselijker is dan creatief zijn."

Gompertz is ervan overtuigd dat iedereen zijn geboden makkelijk kan aanleren. Dat onze CSI-moeder zich wat nieuwsgieriger of ondernemender kan leren opstellen, geloven we zeker. Maar aan alle tien geboden voldoen? Neen. Daarvoor dien je een geniaal kind te zijn. En zo belanden we wéér in de mystiek van de creativiteit. Wee de catch 22. Sorry Gompertz.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234