Zaterdag 05/12/2020

Tycoon in Congo

Hij wordt al jaren beticht van allerlei dingen die niet deugen: het leegzuigen van de Congolese mijnen, corruptie, gedoe met wapenfabrieken. Met de groeiende invloed van de Chinezen in de regio dreigde zijn imperium af te brokkelen, maar George Forrest weigerde te capituleren en bleef Congo trouw. Geen kwaad woord over Kabila, natuurlijk: 'Ik respecteer de macht, ook al is dat niet altijd even gemakkelijk.'

Het hoofdkwartier van de Groupe Forrest in de industriezone van Waver oogt klinisch. Rondom het moderne kantoorgebouw zie je amper beweging, enkel maar geparkeerde auto's. Op de benedenverdieping is er evenmin teken van leven. Geen receptie. Wel een vrouwenstem die via de intercom zegt dat je de lift mag instappen. "Druk niet op de knopjes, dat doe ik wel voor u. Ik breng u naar de tweede verdieping." Even later gaan de metalen liftdeuren open en staat een vriendelijke dame me op te wachten. "Laat me u naar het bureau van de heer Forrest brengen."

Even later sta ik in een L-vormige ruimte met laag plafond waarvan het interieur gerust als oogverblindend omschreven mag worden. Op de grond een levensgroot beeld van een liggende leeuw met blauwe manen, aan de muur werken van Congolese en westerse schilders, daarnaast een foto van George Forrest die de hand drukt van president Joseph Kabila, op een bijzettafeltje een schaalmodel van een zilvergrijze Mercedes SL, een wand met familiefoto's en naast het bureau een imposant antiek Congolees masker. Gordijnen dempen het buitenlicht. George Forrest zelf zit in een comfortabel salon. Gekleed in een - voor zijn doen - sober grijs geruit pak. Naast hem zit Quicky, een hagelwit hondje. "C'est un toy caniche", zegt George Forrest. Een minipoedel. "Quicky is zijn naam. Hij reist overal met me mee. Nu ben ik in België. Maar volgende week maak ik een aller-retour naar Kinshasa en zal Quicky me vergezellen."

Forrest overhandigt me een boek met een harde, gele kaft: Ensemble nous construisons l'avenir, is de titel van de mooi uitgegeven publicatie. "Met artistieke foto's van de activiteiten van mijn bedrijven. Want u weet: zowel fotografen als industriëlen zijn kunstenaars."

Annus horribilis

Ondanks een Belgische griep stelt de nu zeventigjarige George Forrest het goed. Hij praat met kalme stem, ook later in het gesprek, wanneer de beschuldigingen van corruptie en wapenhandel aan bod komen. Hij is goedgemutst en heeft daartoe ook alle redenen. Want George Forrest is back in business. De laatste jaren kende 'de ongekroonde koning van Katanga' - een bijnaam die hij weinig op prijs stelt - meerdere tegenslagen en leek het familie-imperium langzaam te verschrompelen. Hij was uit de gratie van de directe entourage van president Kabila gevallen, die hem had gedwongen om enkele winstgevende mijnconcessies aan de Chinezen te verkopen. Forrest bleek bovendien niet kapitaalkrachtig genoeg om te wedijveren met de echte wereldspelers van de grondstoffenindustrie.

2011 kan gerust als een annus horribilis omschreven worden. Door toedoen van Kabila's toenmalige rechterhand Katumba Mwanke en diens Israëlische zakenpartner Dan Gertler dreigde Forrest opnieuw een belangrijke grondstoffenmijn te verliezen. Ook zijn Korongo-luchtvaartproject met Brussels Airlines werd gedwarsboomd.

Maar de jongste weken kwam er plotseling beweging in die probleemdossiers. "Korongo Airlines is gedeblokkeerd", zegt Forrest tevreden. "We hebben nu alle toelatingen. Tot en met de allerlaatste handtekening. Over een maand kunnen we van start gaan. In een eerste fase beginnen we met dagelijkse vluchten van Kinshasa naar Lubumbashi, Kolwezi en Mbuji Mayi. Er komt ook een verbinding Lubumbashi-Johannesburg. In een tweede fase, over vier à vijf maanden, starten we met trajecten naar Kisangani, Goma, Entebbe en Nairobi. Waarom Korongo nu plotseling wel mogelijk is? Ik heb de president ontmoet en die weet dat wij als investeerder veel bijdragen aan het land. Vele mensen zijn gediend met een veilige luchtvaarmaatschappij die de belangrijke steden met elkaar verbindt.

"Het is een lang gevecht geweest. Ik geef toe, de afgelopen vier jaar waren moeilijk. Sommige concurrenten konden het ook niet nalaten om voortdurend olie op het vuur te gooien om zo hun monopolie veilig te stellen. (Zonder hem bij naam te noemen, heeft Forrest het hier over zijn rivaal Philippe De Moerloose, die andere Belg die een zakenimperium uitbouwde in Congo en eigenaar is van de luchtvaartmaatschappij Hewa Bora, KoV). De president zag natuurlijk ook wel in dat niemand gediend was met een luchtvaartmonopolie waarbij de elementaire veiligheidsregels met de voeten worden getreden. Wie een luchtvaartmaatschappij opstart, moet ook over vluchtsimulators beschikken om piloten op te leiden en moet z'n vliegtuigen correct onderhouden. Over Hewa Bora hoorde ik voortdurend dat ze de regels niet respecteerden."

Ook zijn conflict met de Congolese staat over de verloren mijnconcessie, lijkt de goede richting uit te gaan, al wil Forrest daarover niet al te veel kwijt. Het is een publiek geheim dat Katumba Mwanke en zijn Israëlische zakenpartner Dan Gertler hem het leven moeilijk maakten.Forrest zelf neemt die twee namen niet in de mond. "Ik heb aan president Kabila proberen duidelijk te maken dat je een land niet met enkele mensen kunt opbouwen. Monopolies wurgen dit land. Congo is gediend met de vrije concurrentie en met investeerders die niet enkel aan zichzelf denken. Er moet een einde komen aan de praktijk waarbij één zakenman voor een lage prijs grondstoffenmijnen van de overheid koopt om ze daarna voor een veelvoud door te verkopen. Dat heeft niets met investeren te maken. Dát noem ik plunderen. Ik weigerde dat spel mee te spelen en dat verklaart waarom ik de jongste jaren zo veel problemen had. Wij wilden de regels wél respecteren."

Voor alle duidelijkheid: Forrest voerde zijn onderhandelingen met president Kabila voor de dood van de machtige Katumba Mwanke in een vliegtuigcrash, nu twee weken geleden. Op de vraag of de plotse dood van Mwanke het leven voor hem makkelijker maakt, wil Forrest geen commentaar leveren. "Daarop ga ik niet antwoorden. Dat zou ongepast zijn."

Doorzetten

Georges Forrest doet al decennialang zaken in een straatarm land waar een corrupte overheid voor een grillig investeringsklimaat zorgt. En toch lijkt de vraag of hij Congo nooit beu wordt, hem te verrassen. "Dat is een goede vraag. Neen, neen, het is niet evident, aan het hoofd staan van een bedrijf in Congo. Veel ups and downs. Maar neen, ik heb er nooit aan gedacht om de boel op te doeken en Congo te verlaten. Vertrekken was nooit een optie. Ik kan mijn duizenden werknemers toch niet zomaar in de steek laten? Het is altijd ons principe geweest om achter ons personeel te blijven staan. We geven nooit op. Ook niet op moeilijke momenten. Doorzetten. La persévérance.

"Wij zijn al sinds 1922 in Congo. Eerst mijn vader, dan ik en nu mijn zoons. Als je in een project gelooft, moet je ervoor gaan en als je iets realiseert, moet je het vasthouden. Wel heb ik op een bepaald moment beslist om geen nieuwe investeringen meer te doen. Tot enkele maanden geleden was dat mijn lot. Telkens als ik iets nieuws wou lanceren, werd ik geblokkeerd. Maar nu heb ik weer goede hoop dat we met president Kabila aan de slag kunnen. De president weet dat een nieuwe dynamiek pas mogelijk is als hij investeerders aanmoedigt en ondersteunt. En dat doet hij ook."

Vreemd toch. George Forrest die in 2006 de presidentiële campagne van Kabila financieel ondersteunde, vervolgens in ongenade viel en nu wederom fréquentable is. Het feit dat de Kabilaploeg zich bij de jongste verkiezingen aan massale fraude bezondigde, lijkt voor Forrest niet echt een punt. "Naast persévérance legt u ook behoorlijk wat pragmatisme en opportunisme aan de dag", luidt de vraag. Forrest: "Iedereen weet dat de verkiezingen niet bepaald een succes waren. Maar ik denk dat de fraude niets aan de rangschikking van de kandidaten heeft veranderd. Weet u, zulke zaken maak je ook in andere Afrikaanse landen mee. Zelfs in de Verenigde Staten verlopen verkiezingen soms problematisch: herinner u de overwinning van George W. Bush op Al Gore die er eigenlijk geen was.

"In Congo heeft Kabila gewonnen. Dat heeft hij trouwens ook te danken aan de blunders van zijn tegenstander Etienne Tshisekedi. Die presteerde het om zich nog voor de verkiezingen tot president uit te roepen. Dat heeft hem verschrikkelijk veel stemmen gekost. Veel mensen dachten toen: 'Wat is dit? Krijgen we een dictator?'

"U noemt mijn relatie met Kabila opportunistisch. Ik zou ze eerder als realistisch omschrijven. Een belangrijke regel in het zakendoen is dat je de macht respecteert. Kabila is opnieuw verkozen en hij is erkend. Kijk maar naar de plechtige eedaflegging, twee maanden geleden: alle ambassadeurs waren daarop aanwezig. Ik respecteer de macht, ook al is dat niet altijd even makkelijk. Maar hij heeft duidelijk lessen uit deze verkiezingen getrokken. Zijn houding ten aanzien van investeerders is duidelijk veranderd."

Mobutu

Als het over Congolese machthebbers gaat, is George Forrest natuurlijk een ervaringsdeskundige. Een bevoorrechte getuige van vijftig jaar Congolese geschiedenis die zaken deed met alle presidenten. Mobutu Sese Seko, Laurent-Désiré Kabila, Joseph Kabila. "Ook onder Mobutu was ik al een belangrijke investeerder. Ik werd regelmatig door hem ontvangen. Om over een of andere kwestie advies te geven. Maar Mobutu bemoeide zich zelden met mijn bedrijven. Als ik met de overheid onderhandelde, dan gebeurde dat met de premier of een minister. Die hadden toen nog echte macht en hoefden niet telkens toestemming te vragen aan de president of zijn entourage."

Er valt een stilte. "Tja Mobutu. Ik vind dat de geschiedenis te hard over hem heeft geoordeeld. Echt waar. Iedereen omschrijft hem als een dictator en als de man die Congo naar de vaantjes heeft geholpen. Dat klopt niet. De eerste jaren van zijn regeerperiode - tussen 1965 en begin de jaren zeventig - waren magnifiek. Het land was opnieuw gelanceerd. Je hoort altijd dat hij een kolossaal fortuin bij elkaar heeft gegraaid. Maar ik stel vast dat die man uiteindelijk arm en eenzaam is gestorven. Om aan de macht te blijven moest hij immers veel geld uitdelen aan zijn entourage: dat was nu eenmaal het systeem. Ik ken presidentiële medewerkers die veel rijker waren dan Mobutu zelf. Het beeld van de plunderaar die zijn land uit puur persoonlijk gewin heeft leeggezogen, klopt niet.

"Natuurlijk had hij veel meer voor Congo-Zaïre kunnen doen. Natuurlijk heeft hij fouten gemaakt. Het was Mobutu die het roemruchte Article 15 cultiveerde: het fictieve grondwetsartikel dat Congolezen het recht geeft om via corruptie en plantrekkerij aan de kost te komen. Dat had hij nooit mogen doen. Mobutu heeft het rijke Congo slecht beheerd. Als iemand die een nieuwe wagen krijgt en niets doet om die wagen te onderhouden. Let op, hij was niet de enige: veel Afrikaanse leiders zijn in hetzelfde bedje ziek."

George Forrest krijgt vaak het verwijt dat hij zijn imperium opbouwde door handig gebruik te maken van het corrupte Mobutu-systeem, waardoor hij medeverantwoordelijk is voor de miserie in Congo. Forrest: "Weet u, het is soms heel moeilijk werken in Afrika. Maar als ik bij de autoriteiten goodwill wou afdwingen, dan deed ik dat altijd door middel van sociale projecten. Als een lokale chef mij kwam vragen om een waterpomp voor zijn dorp, dan installeerden wij die waterpomp gewoon. Voor die chef was dat goede publiciteit en voor ons was het een deontologisch verantwoorde manier om aan sociaal werk te doen. Neen, ik gebruik dit niet als excuus om minder fraaie praktijken toe te dekken. De waarheid is dat wij altijd binnen de lijnen bleven. Als ik op een bepaald moment al problemen heb gehad met de Congolese autoriteiten, dan was dat omdat ik weigerde het corrupte spel mee te spelen."

'Hypocriet België'

Is er dan niets waarvan George Forrest spijt heeft? "Natuurlijk. Dat ze de jongste jaren verschillende mijnconcessies hebben willen afpakken waardoor ik in het defensief werd gedrongen. Afin, ik ga daarover niet meer huilen. Dat is het leven."

"U hebt de vraag niet goed begrepen", zeg ik. "Is er dan niets waarvan u zelf spijt hebt? Bepaalde daden die u beter niet had gesteld? Beslissingen die niet correct waren?" Forrest is nu dubbel op zijn hoede. "C'est à dire?", vraagt hij argwanend. Ik probeer: "Misschien uw plan om in 2005 in Tanzania een munitiefabriek te bouwen die de oorlogsregio van de Grote Meren moest bedienen en die op het allerlaatste moment werd tegengehouden door de Waalse regering."

Gekuch. "Ik ga u één ding zeggen en ik ben blij dat u die vraag stelt. Ik ben geen wapenhandelaar. Met mijn fabriek New Lachaussée maak ik machines die met grote precisie puntige voorwerpen produceren: niet enkel kogels maar ook balpennen. Die machines worden in zestig procent van de gevallen gebruikt voor burgerdoeleinden. Bovendien gaf Tanzania garanties dat de kogels niet naar andere landen zouden worden uitgevoerd. Om dat te controleren hadden we een systeem van traceability opgezet, de kogels zouden een merkteken krijgen. Mochten ze in verkeerde handen gekomen zijn, dan hadden we dat snel geweten.

"Maar wat is er gebeurd? Wij mochten de machines niet uitvoeren en uiteindelijk hebben Indiërs die fabriek gebouwd zonder dat er enige controle was over de eindbestemming van de munitie. Is dat beter misschien?" Stilte. "Ik vind dat we in België maar eens de knoop moeten doorhakken. Willen we nog een wapenindustrie of niet? Ik ben bereid om New Lachaussée meteen te verkopen. Als iemand me morgen voor die fabriek een bod doet, verkoop ik ze. Maar zolang dat niet gebeurt, wat moet ik dan doen? Alle werknemers aan de deur zetten? Want dat is de vraag: zijn we bereid om een wapenindustrie op te doeken die momenteel 15.000 mensen tewerkstelt? Dat is een keuze die de Belgische politici moeten maken.

"Mijn voorkeur is dat onze bedrijven, die tot de beste ter wereld behoren, ook in de toekomst voor werkgelegenheid blijven zorgen. Maar de huidige situatie is hypocriet en niet langer houdbaar: de overheid wil de wapenindustrie behouden maar weigert tegelijk exportlicenties te verlenen, ook al gaat het om leveringen aan landen die helemaal niet in oorlog zijn.

"Eerlijk, het geneert me heel erg wanneer mensen me afschilderen als een wapenhandelaar. Dat ben ik helemaal niet. Het maakt me woest. Ik haat geweren. Ik hou niet van jagers. Hetzelfde met al die verwijten over het leegzuigen van de Congolese economie. Op basis van valse beschuldigingen door mensen die het slecht met mij voorhadden, belandden allerlei onwaarheden in onderzoeksrapporten van de Verenigde Naties.

"Ondertussen hebben de VN hun fouten toegegeven en is mijn naam gezuiverd. Maar het was een penibele periode. De Belgische media en allerlei ngo's hebben me hard aangepakt. In België was ik kop van Jut. Het was natuurlijk makkelijk om een bekende persoon als ik aan te vallen. Anonieme vennootschappen waarvan ik pertinent zeker weet dat ze wél plunderden, bleven buiten schot. Gewoonweg omdat het veel ingewikkelder is om die te onderzoeken."

Thuis

En toch, ondanks alle controverses en polemieken, blijft Forrest gehecht aan België. "Natuurlijk. In België voel ik me thuis. Of ik me meer Belg voel dan Congolees? Dat is een moeilijke. Waarschijnlijk niet. Congo blijft natuurlijk iets speciaals. De plaats waar ik geboren ben, waar ik opgroeide en waar ik nog steeds een groot deel van mijn leven doorbreng.

"In tegenstelling tot vele anderen ben ik niet wanhopig over dat land. Ik geloof in Congo en ik geloof dat mijn bedrijven daar een toekomst hebben. Misschien heeft dat te maken met mijn karakter. Ik blijf altijd het positieve zien. Je suis optimiste. Ik vecht al mijn hele leven en geloof in wat ik doe. Want als je wanhopig bent; wat levert dat op? Dan beland je in een depressie. En er zijn al zo veel mensen depressief.

"Neen, ik voel me nog steeds uitstekend in Congo. In Lubumbashi zijn we met onze sociale projecten zeer aanwezig. Scholen, ziekenhuizen, culturele centra. Mijn vrouw Lydia heeft de zoo van Lubumbashi overgenomen en maakte er een prachtige tuin van waar de dieren gerespecteerd worden. Vroeger waren de leeuwen ondervoed en werden ze bekogeld met stenen. Nu zijn die beesten gezond en zitten ze in nieuwe kooien.

"In die zin zijn onze sociale projecten ook vaak educatieve projecten. Het is belangrijk dat de mensen van Lubumbashi beginnen te beseffen dat je dieren niet mag mishandelen. Wilde dieren zijn een belangrijk deel van het cultureel patrimonium van Congo en de natuurparken zijn een bron van rijkdom. Die sociale kant erfde ik van mijn ouders. 'Als je iets verdient, moet je dat met de bevolking delen', zegden ze altijd. Daar geloof ik in: welzijn creëren voor de bevolking, daarmee is iedereen gebaat. Dat is het grote verschil tussen mij en de Angelsaksische en Chinese investeerders. Die komen naar Congo om winst te maken en de rest interesseert hen niet. Ik wil in de Congolese maatschappij investeren en respecteer de bevolking. En daardoor respecteert de Congolese bevolking George Forrest.

"Ik ben een van de weinigen die in Congo zonder een lijfwacht kan rondlopen. Het beste bewijs voor het feit dat de mensen mij appreciëren is toch dat een van de mooiste avenues van Lubumbashi naar mij werd vernoemd. Dat hebt u toch gezien toen u daar was, niet? Als dat geen erkenning is van de kant van de Congolese bevolking, dan weet ik het ook niet meer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234