Donderdag 05/08/2021

Twitter bevestigt mijn geloof in de lucide krachten van de mensheid

null Beeld Peter Casteels
Beeld Peter Casteels

Peter Casteels (@pcasteels) is journalist bij de nieuwssite Apache.be

Wat was het een jaar, zeg. Eindelijk drong het tot ons door dat de veiligheidsstaat geen romantische herinnering is aan de Sovjet-Unie en dat belastingparadijzen geen al even romantische vakantiebestemmingen zijn, maar de houdbaarheid van overheidsfinanciën in de hele wereld bedreigen. De groeilanden stagneerden - China op kop - en de eurocrisis sluimerde als een giftige rookwolk verder. Een land als pakweg Italië haalde geen spectaculaire krantenkoppen meer, maar haar politieke en economische systeem zit nog steeds muurvast. Toch koos de nochtans in Genua gehuisveste schrijver Ilja Leonard Pfeijffer als zijn bijdrage aan de kerstessay-industrie voor een heel ander onderwerp. Hier hebt u de eerste zin: "Het belang van emoties wordt schromelijk overschat in deze tijden."

Ik hoef het u verder vast niet te verduidelijken. Oftewel las u de tekst van Pfeijffer in de krant, oftewel las u één van de vele intellectuelen die hem eerder reeds voorgingen in de klaagzang over de teloorgang van de rede en de allesverwoestende krachten van de onderbuik. Sterker nog: er zijn andere denkers die ondertussen ver zijn uitgelopen op deze troep malcontenten. Alessandro Baricco deed in 'De barbaren' (2010) alleszins een aardige poging het een en het ander te begrijpen, en Bas Heijne probeert al jaren - onlangs in de Huizingalezing - een zinvolle betekenis te geven aan die emotionele en verhalende krachten. Zij zijn de fasen van verontwaardiging en teleurstelling reeds voorbij.

Ilja Leonard Pfeijffer richtte zijn pijlen voorts op sociale media. Vooral Twitter moest het ontgelden. Uit de slotalinea, waar ook de titel aan was ontleend: "Het medium dat het meest van al symbool staat voor de dictatuur van het gevoel, is Twitter. Als je maar 140 tekens mag gebruiken, is argumenteren onmogelijk. [...] Het is actueel en vluchtig. Het is onmiddellijk. Het laat nauwelijks andere nuances toe dan 'bah' en mmm."

Bij de cultuurpessimistische praatjes van Pfeijffer dacht ik nog verveeld: mmm. Maar dat deel over Twitter: bah.

U moet weten: Ilja Leonard Pfeijffer zit niet op Twitter. Ik heb hem er alleszins nog niet gezien. Net als bijna alle andere heren - ook deze stelling van hem is niet bijster origineel - die de discussie al eerder met een even gestrekt been ingingen. Zijn essay leest eigenlijk als een schools verslag van 'Het Kraus-project' waar Jonathan Franzen ons dit jaar mee... euh... verraste. Luc Huyse ziet al jarenlang op internetfora de ondergang van onze samenleving opdoemen, en ook voor David Van Reybrouck was het oorverdovende gekwetter op sociale media een reden om de vlucht vooruit te kiezen en te pleiten voor - ja, voor wat was het ook alweer? Het is allemaal zo vluchtig. Net als de clichés die - in deftige koffiehuizen, zo stel ik het mij voor - de ronde doen over het gepeupel op sociale media. En over die site met dat tsjilpende vogeltje dus. Van dat gebrek aan nieuwsgierigheid begrijp ik niets. De micro-blog, zoals Twitter vaak wordt omschreven door journalisten die er zelf ook niet meteen raad mee weten, oogt, toegegeven, ietwat chaotisch en ongeordend. Maar wie daar doorheen kijkt, ziet een wonderlijke wereld voor hem opengaan.

Twitter is - misschien tot verbazing van velen - in de eerste plaats een immense bibliotheek. Ik wil er niet aan denken dat ik alle artikels was misgelopen waar het twitterati mij het voorbije jaar op heeft gewezen. Vaak uit bladen als The New York Review of Books of Vrij Nederland: Pfeijffer hoeft zich geen zorgen te maken. Tijdens de kerstdagen lees ik het monumentale 'Slaapwandelaars' van Christopher Clark nadat het mij door lezers als Ewald Engelen (@ewaldeng) was aangeraden. Twitter is verder een bron van nieuw talent. De opiniepagina's van De Morgen mochten zo bijvoorbeeld Ingrid Verbanck (@Kroy_Wendy) en Matthias Somers (tegenwoordig @matthias_somers) verwelkomen. Zij vonden eerst hun stem op internet en worden daar vergezeld door veel andere twitteraars die in scherpte en originaliteit de meeste columnisten het nakijken geven.

En het is waar: Twitter wordt soms gebruikt als megafoon voor emotionele verontwaardiging. Maar voor zover daar iets mis mee is in deze akelige crisistijden leert mijn ervaring me dat die dan meestal wordt verpakt in koele ironie of geestige satire. Overigens altijd in algemeen Nederlands. Dat heeft de groepsdruk die daar heerst toch maar mooi weten afdwingen. Ook de discussies zijn er vinnig maar hoffelijk. Waar Pfeijffer de dictatuur van het gevoel ziet opereren, heeft Twitter mijn geloof in de lucide krachten van de mensheid bevestigd. Het helpt daarbij weliswaar dat je weinig last hebt van alle sujetten die je zelf niet volgt. Die bezopen figuren hebben meer kans om zich in een café aan je op te dringen: een plek waar Twitter wel eens mee wordt vergeleken. Dat klopt waarschijnlijk. Maar de doctorandi, journalisten en politici die ik op Twitter te horen krijg - ja, het is ook een luie vorm van netwerken -, hebben toch vaak intelligentere opmerkingen te maken dan het stelletje dat zich mijn vrienden noemt.

U weet ondertussen al waar dit soort replieken mee eindigt. Ik zou Ilja Leonard Pfeijffer Twitter van harte willen aanbevelen. Kom eens kijken. Leer iets bij. Maar schrijf toch geen kerstessays over onderwerpen waarbij je zelf niet verder raakt dan 'bah'.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234