Vrijdag 07/08/2020

Twintig jaar voor Festina wilde Pollentier de Tour bedriegen

Het kon blijkbaar niet op. Dertig jaar lang had België moeten wachten alvorens in 1969 met het fenomeen Merckx een nieuwe tourwinnaar te kunnen begroeten, maar van dan af was het haast niet meer te stuiten. Na vijf keer Merckx volgde in 1976 Lucien Van Impe en twee jaar later, toen men het veel minder verwachtte, was het bijna weer feest. Eerst fietste Merckx' vroegere luitenant Joseph Bruyère lange tijd in het geel en toen die moest plooien op een domein dat het zijne niet was, nam een andere landgenoot, Michel Pollentier, de fakkel over na een imposante prestatie op weg naar Alpe d'Huez. Maar die periode van euforie knapte in '78 bruusk af toen bleek dat het mannetje Pollentier had 'getricheerd'. De oude tijden zouden definitief voorbij zijn, al wist men dat toen nog niet.

IEF Vertommen

Alpe d'Huez is wellicht de mooiste aankomstplaats in de Tour de France, maar toen Michel Pollentier op zondag 16 juli 1978 in de gele trui uit koers werd genomen - hij had bedrog gepleegd tijdens de dopingcontrole - veranderde die rots in het oord van de schande. Pollentier had vals gespeeld, iedereen voelde zich genomen. De supporters die hem als het nieuwe idool in hun armen hadden gesloten, de pers die al brede lofzangen had aangeheven. En dit alles voor iets wat achteraf niet waar bleek te zijn. Pollentier had op boertige wijze iedereen om de tuin proberen te leiden, maar dat was mislukt. Gelijk kregen achteraf zij die in het organiserende blad L' Equipe geschreven hadden dat hij niet de uitstraling had van een tourwinnaar. Pollentier, dat kaalhoofdige ventje, oud alvorens jong te zijn geweest, rijdend in een stijl die je zelfs van een occasioneel wielertoerist niet zou verwachten. Het antibeeld van een vedette. En om het allemaal nog wat irritanter te maken zat hij 24 uren na de feiten, op zijn bed, nog agressief en hooghartig te doen tegen journalisten die ten minste recht meenden te hebben op een verhelderende uitleg.

Maar wat de affaire-Pollentier altijd zo intrigerend heeft gemaakt, is precies de waas van geheimzinnigheid die er tot vandaag omheen blijft hangen. Wat heeft zich in de uren voor en na zijn fraude precies afgespeeld? Wat bedisselde hij in de dopingcaravan? Was er echt geen andere uitweg mogelijk? In het centrum van dit onverkwikkelijke schouwspel bevond zich de Fransman Jean Court, een man met een enorme staat van verdienste en toen voorzitter van de wedstrijdjury. Court had niets vandoen met de bobo's die thans een aantal prestigieuze sporten dirigeren, kon zich daarentegen als werknemer bij het office public slechts door de goodwill van zijn baas, zelf een hevige wielerfan, volop aan zijn passie wijden. Intussen is hij verschrompeld tot een huis-, tuin- en keukenfiguur, wonend in een rijtjeshuis in de Parijse banlieue, waar het angstaanjagend proper is - obligate geraniums in het voortuintje. Terwijl hij iedere zaterdag volgens een onuitgesproken scenario in het nabijgelegen Champion-warenhuis met een boodschappenkarretje gedwee in het zog van zijn vrouw trippelt.

Maar alsof het zo heeft moeten zijn, alsof het geheim nooit zwart op wit ontsluierd mag worden, is Court net die documenten kwijt die over de Tour van 1978 handelen. Aan iemand uitgeleend en nooit meer teruggekregen, meent hij. Zijn geheugen over die Tour heeft hem echter niet in de steek gelaten. Zelfs het kleinste detail herinnert hij zich nog. "Die zondag, 16 juli 1978, droeg C&A-kopman Joseph Bruyère 's morgens aan de start nog altijd de gele trui die hij na de achtste rit, een lange tijdrit van Saint-Emilion naar St. Foy la Grande, had veroverd. Naar Alpe d'Huez ging Bruyère echter finaal door de knieën. De Belgische ontgoocheling over het verlies van Bruyère sloeg om in de totale euforie. Het was feest op het podium. Op de beruchtste aller cols had Michel Pollentier in een verzengende hitte niet alleen de rit gewonnen, maar ook de gele trui veroverd. Met later in de week nog een lange tijdrit stonden de kansen van Michel er niet slecht voor.

Niets wees erop dat er nog dezelfde avond een fameuze bom zou ontploffen. Ik stond mij na afloop van de etappe dan ook in het hotel Le Rocher Blanc te kwijten van mijn taak als juryvoorzitter. Die bestond vooral in het beoordelen van het bergop duwen van renners. Zo herinner ik mij nog dat bij mij de nobele onbekende Fernand Julien aandoenlijk stond te huilen. De sukkel, lid van het obscure Jobo-ploegje, had ook een duw gekregen en dreigde nu terug naar zijn dorp te worden gestuurd. Iets wat hij helemaal niet zag zitten, vooral omdat de hele gemeente geld had samengelegd om zijn Tour te bekostigen.

Plots onstond er een zekere paniek in de permanentie. Een chauffeur van L' Equipe vroeg mij mee naar de aankomst te komen. Ik wist niet waarom, was een beetje verwonderd, zeker toen ik ook tourbaas Félix Lévitan bemerkte bij de caravan van Aspro, waar de dopingcontrole plaatsvond. Binnenin was er amper een gordijn te bekennen. Ik trof daar UCI-inspecteur Sacconi aan naast dokter Calvese, Michel Pollentier en zijn sportbestuurder Fred De Bruyne. In een hoekje bevond zich ook nog de Spanjaard Gutierrez. Pollentier weigerde een plas af te leveren.

- Ik heb een product genomen waarvan ik niet zeker ben dat het negatief is. Als ik het doe neem ik een risico, gaf hij als uitleg.

- Niets zegt dat je uiteindelijk ook niet negatief zult zijn, probeerde ik hem om te praten.

- En wat als ik positief ben?

- Denk eens na: morgen is een rustdag. De stalen komen pas op dinsdag 18 juli in Grenoble aan en worden nog een dag later geanalyseerd. Pas op donderdag zal het resultaat gekend zijn. Valt dat positief uit, dan kun je 's anderendaags een tegenonderzoek aanvragen, maar dat zal pas na het weekend, de volgende maandag, kunnen plaatsvinden. Intussen heb jij de hele tijd zonder verdenking in het geel rondgereden en je ereronde gedaan op de Champs-Elysées. Het reglement stipuleert dat zo lang een eerste positieve controle niet door een tweede bevestigd wordt de renner anoniem mag blijven. Niets zegt dat de uitslag positief zal zijn. Het zou niet de eerste keer zijn dat een positieve plas volgens het onderzoek negatief is. Het omgekeerde is onmogelijk."

Court trok na zijn vaderlijke advies aan Pollentier terug naar het hotel. Hij wist nog altijd niet dat dit slechts de proloog was voor een hectische nacht. "Ik was weer volop met mijn werk bezig toen er opnieuw een chauffeur voor mij stond. Hij gooide een omslag op tafel waarin een soort capote anglaise stak. Van onder de arm vertrok vervolgens een buisje over de rug om uiteindelijk langs voor tussen de benen uit te komen. Dokter Calvese had toevallig gemerkt dat Pollentier zo bedrog probeerde te plegen en had hem vervolgens de kleren van het lijf gerukt. De arts was misschien al een beetje op zijn hoede door het gedrag van de Belg. Die was om te beginnen heel lang op het podium gebleven. Begrijpelijk voor iemand die in Alpe d'Huez de ritzege en geel pakt. Toen Pollentier uiteindelijk van het podium kwam, verdween hij in een wagen in plaats van direct naar de controle te gaan. Nauwelijks tien minuten later verscheen hij wel in de caravan, waar hij dus eerst weigerde te plassen. Pollentier was zeker niet de eerste die bedrog probeerde te plegen, we kenden het klappen van de zweep.

Dadelijk na het bekendmaken van de feiten werd er een crisisberaad gehouden. Wat te doen? Ik zag slechts één sanctie: de onmiddellijke uitsluiting. Lévitan vroeg of het niet mogelijk was een dag te winnen. Ik denk niet dat hij van plan was naar buiten wat te camoufleren, maar dat hij alleen maar een rustige analyse in het belang van de Tour wou maken."

"Ik antwoordde dat dit perfect kon, maar dat Pollentier dinsdagmorgen in geen geval de start kon nemen. Poging tot fraude kon niet door de vingers gezien worden. Bovendien had ik enkele journalisten rond de dopingcaravan zien rondhangen en die waren nu in de kerk van Alpe d'Huez - in die tijd de perszaal - hun versie van de feiten aan het brouwen. Ik kon Lévitan ervan overtuigen een communiqué op te stellen met alle feiten, maar dat werd niet zo enthousiast onthaald door de journalisten. Het gros had op dat moment al gedaan met werken."

Voor Jean Court was dat nog lang niet het geval. Met de wagen en de chauffeur van Jacques Goddet reed hij l'Alpe d'Huez af om zich beneden in Bourg d' Oisans met de overige juryleden te buigen over de toekomst van Fernand Julien en zijn lotgenoten. Om middernacht was hij weer boven, waar hij wat voedsel nuttigde alvorens bij Lévitan te worden ontboden. Wie is dat nummer 68, vroeg die bedachtzaam. "Ondertussen was Jacques Goddet van plan zich naar het hotel van Pollentiers Velda-Flandria-Lano-team te begeven voor een onderhoud met Flandria-directeur Pol Claeys. Een vergissing, als u het mij vraagt. Zij konden gewoonweg niets onder elkaar regelen. Alleen was er de dreiging van sportbestuurder Fred De Bruyne, die volgens mij op voorhand van de fraudepoging afwist, om 's anderendaags een persconferentie te geven. Daarin zou hij de houding van de tourdirectie aan de kaak stellen, die zogezegd twee maten en twee gewichten hanteerde."

"Terug in mijn hotel merkte ik op de deelnemerslijst dat het nummer 68 de Spanjaard Antoine Gutierrez was, dezelfde die zich in de caravan bevond op het ogenblik dat Pollentier daar was. Om 2 uur in de morgen zocht ik in hotel La Renardière dopinginspecteur Sacconi op en vroeg hem wat er met Gutierrez was gebeurd. De Spanjaard was op de controle verschenen met een flesje urine in zijn broekzak. Niet om de frauderen, maar uit angst dat hij een onvoldoende grote plas zou kunnen afleveren, had hij wenend verklaard. De dokter geloofde hem."

Ik wou echter koste wat kost het regelmatige verloop van de Tour vrijwaren en één uur later bevond ik mij bij de geneesheer. Ik vroeg hem een schriftelijk rapport over Pollentier, tevens of alles in orde was met de vier andere gecontroleerden. Calvese moest schoorvoetend toegeven dat ook met Gutierrez niet alles volgens het boekje was verlopen. 's Morgens lag er een communiqué in de perszaal waarin ook de Spanjaard als schuldig werd aangewezen. Op die manier werd het gras weggemaaid voor de voeten van Fred De Bruyne. De bom was ontmijnd, de theorie over twee maten en twee gewichten hield niet langer steek. 's Anderendaags kreeg ik nog een telefoontje van de toenmalige BWB-president Albert Van Mossevelde, een goeie man die echter te veel dronk, met de vraag wat wij nog konden doen. Niet veel, vreesde ik. Achteraf is er ook gezegd dat Pollentier het slachtoffer geworden zou zijn van zijn rivaliteit met ploegmaat Freddy Maertens, maar daar weet ik niks van af - al heeft Pollentier het nooit ontkend."

"Ik blijf het jammer vinden dat Pollentier, voor wie ik heel veel respect heb, mij toen niet geloofd heeft. In zijn plaats had ik alles op alles gezet. Er was altijd een kans dat hij zuiver uit de affaire zou komen. Hij kon zijn rechten laten gelden om met het geel tot in Parijs te rijden. Bovendien was er 's vrijdags nog een tijdrit over 75 kilometer, die ook al in zijn voordeel speelde."

Het zal wel wat met de leeftijd te maken hebben, maar Jean Court wordt cynisch als hij het over de huidige dopingcontrole heeft. "Vroeger waren er soms tien tot veertien positieven in één Tour, nu geen enkele meer. Ze zullen allemaal wel zuiver zijn, zeker? (Lacht eens) Alhoewel, als je nu ziet wat er weer met Festina gebeurt. Ik kan je met de hand op het hart zeggen dat ik nooit bedrog pleegde, evenmin dat Goddet of Lévitan ooit is tussengekomen om iets te regelen. Ik denk dat in de strijd tegen de doping voorlichting en opvoeding van primair belang zijn. De bestraffing moet door burgerlijke rechters gebeuren. In het milieu zelf vindt men alleen maar partijdige beoordelers zonder vorming. Al blijf ik ervan overtuigd dat het met de doping is zoals met prostitutie: niet uit te roeien."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234