Donderdag 26/11/2020

Twintig jaar na de genocide

Rwanda blijft een vulkaan waarop een deksel wordt gehouden

Op 7 april 1994 begon in Rwanda de genocide. Op amper honderd dagen werd drie vierde van de Tutsi-minderheid uitgeroeid. Bij het begin van de slachting startte het Rwandees Patriottisch Front (RPF), de Tutsi-rebellenbeweging die in oktober 1990 het land was binnengevallen vanuit Oeganda met de steun van dat land, een offensief dat begin juli eindigde in een militaire overwinning.

Het RPF greep de macht, terwijl het veinsde de logica van machtsdeling van het in augustus 1993 gesloten vredesakkoord van Arusha te respecteren. De Hutu-extremisten vermoordden de Tutsi 'live', voor iedereen zichtbaar op televisie. Zij waren de 'bad guys'. Degenen die hen bestreden, de rebellen van het RPF, moesten dus de 'good guys' zijn. Zo zien we dat graag, het maakt de zaak eenvoudig en leesbaar, cowboys tegen indianen. Weinigen zagen toen dat dit geen conflict was tussen 'goeden' en 'slechten', maar één tussen 'slechten'.

Tutsificatie

Vanaf de eerste dagen na hun machtsovername begonnen de 'goeden' van het RPF het politieke landschap volledig af te sluiten. De oppositie werd stapsgewijs maar grondig geëlimineerd (de laatste oppositiepartij werd in 2003 verboden), het middenveld werd geïnfiltreerd, geïntimideerd en monddood gemaakt (de laatste autonome mensenrechtenorganisatie werd in 2004 uitgeschakeld), onafhankelijke journalisten werden vermoord, gearresteerd of vluchtten naar het buitenland. Vanaf 2001 werden verkiezingen een middel om de hegemonie van het RPF een legitiem vernis te geven, niet om Rwanda een democratische toekomst te geven. Rwanda is nu de facto een eenpartijstaat.

Mensenrechten werden op massale schaal geschonden: het RPF vermoordde minstens honderdduizend onschuldige burgers. Vele grondig onderzochte en geloofwaardige rapporten van de VN en internationale ngo's tonen hoe het nieuwe regime oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid pleegde in Rwanda in 1994 en 1997-1998 en wellicht zelfs een genocide in Zaïre/Congo eind 1996-begin 1997. De Hutumeerderheid werd slachtoffer van discriminatie, en de 'tutsificatie' werd snel zichtbaar in de nationale en lokale politiek, het leger en de veiligheidsdiensten, de administratie, de parastatale sector, het gerecht en de diplomatie.

Hoewel het een klein en uiterst hulpafhankelijk land is, gedroeg Rwanda zich als een regionale mogendheid en pakte het de internationale gemeenschap op een agressieve manier aan. Het land viel tweemaal grote buur Zaïre/Congo binnen, en wist op het grondgebied van deze zwakke staat een buitengewone politieke, militaire en economische controle uit te oefenen. Het deed dat door directe militaire interventie, maar ook door in hoofdstad Kigali opgerichte rebellenbewegingen actief te ondersteunen. Congolese bodemrijkdommen werden massaal geplunderd en ondersteunden, samen met aanzienlijke buitenlandse hulp, het Rwandese economische 'succesverhaal'.

Het regime kwam weg met zijn misdaden dankzij een performant informatiemanagement en een cynisch gebruik van het genocidekrediet. Het slaagde erin het schuldgevoel van de internationale gemeenschap over haar passiviteit tijdens de genocide te exploiteren, door zich voor te doen als de woordvoerder van de slachtoffers: elke kritiek op het regime wordt afgedaan als ontkenning van de genocide en als een belediging van de doden.

Deze communicatiestrategie en de steun van sterke bondgenoten in Washington en Londen stelden het RPF in staat straffeloosheid te verwerven voor zijn misdaden. Niet één van zijn militairen werd vervolgd voor het Internationale Rwanda-tribunaal in Arusha, voor de Rwandese nationale rechtbanken of in derde landen zoals België, waar een aantal verdachten van de genocide werd vervolgd en veroordeeld in toepassing van het principe van de universele rechtsmacht. Overwinnaarsjustitie dus, die het RPF de (terechte) indruk geeft dat het boven de wet staat.

Niet alleen goede communicatie en het genocidekrediet hebben die straffeloosheid verzekerd. Behalve een desastreus politiek bestuur heeft het Rwandese regime een bureaucratisch/technocratisch bestuur ontwikkeld dat een stuk beter is dan het Afrikaanse gemiddelde: dat heeft geleid naar economische groei (rond 8 procent in de jaren 2000), een ondernemersvriendelijk klimaat, vooruitgang op domeinen zoals onderwijs en gezondheidszorg, een vastgoedboom in Kigali, de bestrijding van kleine corruptie, een competent ambtenarenkorps en, in het algemeen, een snelle modernisering.

Donoren houden daarvan. Hun geld wordt 'goed besteed', vooruitgang is zichtbaar, en dat is broodnodig 'goed nieuws' uit Afrika. Maar dat is de korte en middellange termijn, en het is waarschijnlijk dat de verworvenheden van goed bureaucratisch bestuur zullen worden tenietgedaan door de uitwassen van slecht politiek bestuur.

Uitsluiting

Het vele veldonderzoek dat de laatste jaren in Rwanda werd uitgevoerd vindt wijdverbreid structureel geweld, dat niet onmiddellijk zichtbaar is maar dat zich uit in frustratie, ontevredenheid, marginalisering en gevoelens van uitsluiting en haat. Dat structureel geweld is een voedingsbodem voor later acuut en potentieel grootschalig geweld.

De uitsluiting treft niet enkel de Hutu-meerderheid, maar ook vele Tutsi, nochtans de 'natuurlijke' machtsbasis van het RPF. De repressie is niet meer etnisch maar treft nu alle opposanten, Hutu zowel als Tutsi. Op korte termijn zijn deze laatsten voor president Paul Kagame de grootste bedreiging, en hij aarzelt niet ze, desnoods fysiek, uit te schakelen, zelfs in het buitenland. Net zoals in de jaren voorafgaand aan de genocide van 1994 is Rwanda een vulkaan waarop een deksel wordt gehouden. Niemand weet wanneer hij opnieuw zal uitbarsten.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234