Maandag 17/02/2020

'Twintig jaar lang zijn we sportieve rivalen geweest, en af en toe zelfs iets meer'

Michel Verschueren:

En toch is bij u toen niet gevoetbald.

Verschueren: "Wacht mannekes, laat mij uitspreken. En toen de stadions werden verdeeld, vielen wij uit de boot. In Brussel is - onder druk van Jean-Luc Dehaene - gevoetbald op de Heizel. Ze hebben dat stadion gemoderniseerd, maar hoe? Catastrophe. En Standard en Club, onze twee rivalen, kregen met overheidssteun een compleet vernieuwd stadion. En wij: snolles. Zij (wijst naar Vanhove): 400 miljoen frank, 10 miljoen euro."

Vanhove: "Allez, allez. 250 miljoen van de gemeenschap, 125 miljoen federaal en 50 miljoen van de Nationale Loterij en dan nog wat van de stad Brugge, maar niet veel."

Dat is meer dan 10 miljoen euro.

Vanhove: "Ja."

En nu denken beide clubs weer aan een nieuw stadion.

Verschueren (onverstoorbaar docerend): "Ziet ge het? Het is misgelopen in het Belgische voetbal in 2000. Maar goed, dat is niet de reden waarom al die clubs in financiële problemen zitten. We hebben niks gekregen maar ze hebben ons allemaal willen volgen. Ze bouwden nieuwe tribunes, maar ze gingen bijna failliet. St-Truiden, Lierse, zelfs Vaessen heeft zich in Genk een beetje overbouwd. Waar staan we vandaag? We zijn de laatste van de klas in Europa.

"En Roger Vanden Stock heeft gelijk: onze stadions beantwoorden niet meer aan de normen van de Champions League. Wij verliezen te veel inkomsten. Maar goed: een nieuw stadion kunnen wij niet meer bouwen. De overheid moet nu tussenkomen. Zonder kan niet meer. We zullen zien.

"In Brugge willen ze bouwen en er is protest, zelfs van de burgemeester. Misschien zijn goed recht, maar toch... Gent gaat een nieuw stadion bouwen. Van 22.000 toeschouwers, daar kun je internationaal niks mee. Er moeten vier stadions komen voor minimaal 40.000, zelfs 50.000 toeschouwers."

Vanhove: "Als we ooit voor het WK van 2018 een kans willen maken, zal het wel moeten."

U bent Loppemnaar, mijnheer Vanhove. Uw gemeente zou onleefbaar worden als Club zijn stadionplannen mag uitvoeren, zegt men.

Vanhove: "Dat is fel overdreven. Er zijn een paar zelfstandigen die denken dat hun zaak wordt bedreigd, maar dat is ook alles. Ze zijn bang voor het winkelcentrum. Een stadion zonder winkels zouden ze wel aanvaarden. Ik kan ze begrijpen: voor het centrum van Loppem en voor de winkels daar zou dat geen goeie zaak zijn. Ik ben ook zelfstandige geweest."

Wat hebt u meegenomen uit dat zakenleven om in het voetbal te slagen?

Vanhove: "Geduld."

Verschueren: "Dat heeft hij meer bij de duiven geleerd. Zo heb ik hem een keer kwaad gekregen, toen ik zei 'die duivenmelker'. Dat was met respect gezegd, maar hij had het niet zo begrepen."

Vanhove: "Elke ochtend in de zomer ga ik om 5.30 uur door mijn hokken en ik observeer die beesten en dan zeg ik tegen mijn soigneur - sinds ik bij de bond meer doe heb ik er iemand bijgenomen - 'pas op, hok 2 en hok 4, die en die duiven zijn niet 100 procent in orde. En ik ben altijd juist."

Een soigneur voor uw duiven?

Verschueren: "Een psycholoog." (schatert het uit)

Vanhove: "Ik word zeventig jaar en het wordt te veel en ik wil mij als voorzitter van de technische commissie volledig geven. Maar geduld, dát heb ik geleerd. Elke speler die ik heb gehaald, was als een duif die op haar hok kwam. Ik wist dat hij zou komen en ik had hem al lang in de gaten. Zo heb ik Degryse ook gehaald toen hij dertien was.

"Het is feeling. Ik was zelf geen goeie voetballer, maar het zat wel in mij. Mijn vader heeft elf jaar in het eerste elftal van Club gespeeld en mijn broer was ook een groot talent. Maar als ik naar een wedstrijd kijk, haal ik in de eerste vijf minuten de beste eruit."

Degryse, de naam is gevallen, ging vervolgens naar Anderlecht. Hoe is dat verlopen?

Verschueren: "Constant en ik zijn ontvangen bij Michel Van Maele. Twee keer. Dat was niet simpel hoor. Voor mij was dat een openbaring: die twee oude ratten tegenover elkaar, die twee rijke duivels die een spelleke speelden."

Vanhove: "Constant had van die zwarte leren schoentjes aan en de hele avond had hij op het tapijt van Van Maele heen en weer zitten wrijven met zijn voeten. Daar stonden van die zwarte strepen op toen hij wegging, dat weet ik nog.

"Maar Aad de Mos en KV Mechelen waren de grootste kandidaat voor Degryse. En Marc wilde ook. Of Marc per se weg wilde, weet ik niet. Zijn manager Pavkovic wilde hem verkopen omdat hij dan geld kon verdienen."

Verschueren: "Niemand kon betalen wat wij toen konden betalen: negentig miljoen frank. Maar we waren nog niet van het domein van Van Maele weg of Constant begon tegen mij te zagen: 'Verschueren, wat hemme nu gedaan, hemme nie teveul betoeld?'"

Vanhove: "Dat was de tweede keer, maar de eerste keer na het bezoek aan Van Maele stonden we samen aan de verkeerslichten, weet je nog? Jij hebt met je lichten geknipperd, ik ben uitgestapt en je hebt gezegd: geef hem aan mij.

"Ik heb goeie herinneringen aan Constant Vanden Stock. Die is nog een jaar ondervoorzitter geweest bij Club, maar toen hij Van Moer wilde halen, mocht hij niet van de voorzitter toen en is hij weggegaan."

Verschueren: "En toen heeft hij Rensenbrink meegenomen naar Anderlecht."

Omgekeerd heeft Club Brugge ooit Sandy Martens gehaald, terwijl Anderlecht hem ook wilde.

Verschueren: "Dat was niet hetzelfde niveau."

Vanhove: "De pa van Sandy was duivenmelker en ze zijn een dag bij mij thuis geweest, juist voor de duiven van Barcelona thuis kwamen. De journalisten stonden van achteren in mijn tuin te wachten, met fotografen erbij. En Sandy heeft bij ons getekend.

"Ik kon het beste rustig thuis praten met die mensen. Daarom heb ik ook nooit spelers getest. Daar geloof ik niet in. Je moet hem gezien hebben in zijn omgeving en dan moet je al weten wat hij kan."

Verschueren: "Het systeem was toen anders dan nu. Elke ploeg heeft nu een prospectieteam, die mannen doen niets anders. In mijn tijd werkte ik met drie, vier managers die ons een goeie speler tipten en dan gingen wij kijken. Maar nu is de markt helemaal veranderd, omdat het veel zenuwachtiger is door al die cowboys."

Vanhove: "Wat is veranderd, is het geld van de buitenlandse clubs. Onze betere spelers gaan niet meer naar Anderlecht, maar naar andere landen. Maar moeten wij daarom zot doen? Ik zeg altijd: vier miljoen euro geven voor een Belgische speler is te veel. Dat is geen enkele Belg waard."

Dat had u uw sportleider moeten zeggen afgelopen zomer, toen hij dat voor Daerden betaalde.

Vanhove: "Ik zeg niets."

Met uw geld...

Verschueren: "... draaide de voetbaleconomie in België."

Vanhove: "Ik deed dat graag, spelers bekijken. Samen met Van Maele heb ik nog in Denemarken rondgetrokken. We zagen soms zes wedstrijden per weekend. Zo heb ik nog de Laudrups zien spelen met hun vader in Kopenhagen. Wij konden die twee broers krijgen, maar ik kreeg van het bestuur van Club niet de toelating. Kenneth Brylle, zelfde verhaal. Wij zaten daar in het hotel. Vier miljoen en hij was bij ons. Ik belde naar de financiële directeur van Club - zijn naam doet er niet toe, de mens is dood - en ik mocht niet. We stapten op het vliegtuig en met dat vliegtuig was de makelaar Bekkefi geland. Een dag later was Brylle bij Anderlecht."

Verschueren (monkellachje): "Ja."

Vanhove: "Brylle ging van Anderlecht naar PSV en van PSV naar Marseille, en toen wij Papin verkochten aan Bernard Tapie, vroeg ik een bankgarantie. Aan Tapie, hij kreeg bijna iets. Toen heb ik gezegd dat ik Brylle gratis erbij wilde en we hebben nog veel plezier aan hem gehad. Ik heb hem later nog verkocht voor negen miljoen frank aan Beerschot. Commerce doen, heet dat."

Bestaat er een regel om een ploeg uit te bouwen?

Vanhove: "Nooit je goudhaantjes laten weggaan. Ik weet wel dat de tijden zijn veranderd, maar Timmy Simons had bij mij wel voor negen jaar getekend. Dat is een beetje onze dood geweest, al die spelers die we hebben laten vertrekken. Simons vooral, maar ook de jongeren die er aan kwamen: Cornelis, Geraerts, Lombaerts en nu Roelandts ook, pas op van Roelandts. Waarom moesten die allemaal weg?"

Verschueren: "Ze gaan allemaal te vroeg weg. Scifo bij ons. Gouden schoen, achttien jaar, naar Inter Milaan om de ploeg te dragen. Niet gelukt natuurlijk."

Vanhove: "De meesten komen met hangende pootjes terug, Timmy Simons niet, die was ook al volwassen en hij doet het ook goed in PSV. Ik heb nog veel contact met Timmy en zijn ouders. (stil) Timmy Simons wilde niet weg bij ons, maar hij bracht wel geld op."

Verschueren: "Maar de markt is veranderd, Antoine. De makelaars dreigen meteen een contract op te blazen met de wet van 1978."

Vanhove: "Anderlecht zou daar nooit hebben mee gedreigd en wij ook niet, nietwaar Michel?"

Verschueren: "Nooit goddomme. Nooit. Wij zouden elkaar nooit dood hebben gedaan."

Hoe moeilijk was het voor u beiden om een stap terug te zetten in het management?

Vanhove: "Niet moeilijk. Daar is veel over geschreven. Ze hebben daar een circus van gemaakt. Misschien had ik iets langer moeten blijven om Marc Degryse op te leiden, maar Marc wilde niet opgeleid worden. Hij wilde autonoom werken. (aarzelt) Het is te snel gegaan." (In het daaropvolgende weekend werden sportleider Degryse en zijn trainers Ferrera en Van der Elst ontslagen, red.)

Wat had u Degryse kunnen bijbrengen?

Vanhove: "Hoe de onderhandelingen te voeren, van transfers maar ook van merchandising. Wanneer toehappen en wanneer niet, dat is een aanvoelen. Je wordt geboren met een gevoel voor zakendoen, maar dat volstaat niet."

Iemand die heeft gevoetbald op hoog niveau is toch beter in staat om talent te herkennen dan u.

Verschueren: "Niet akkoord."

Vanhove: "Ik heb zes jaar met Happel gewerkt als trainer. En ook zes jaar Broos, zes jaar Leekens en zes jaar Sollied, dus goeie trainers gehad. Happel kon geen speler ontdekken. Dat zijn mijn zaken niet, zei hij. Leekens kon ook spelers ontdekken. Sollied? Ook, maar Van Puyvelde (assistent van Sollied) was beter.

"Maar ik heb Jan Ceulemans ontdekt. Tweede Pinksteren, om 6 uur 's ochtends stonden Michel Van Maele en ik in Lier. We hebben Jan gekocht en nog een jaar bij Lier laten voetballen."

Verschueren: "Onze opvolgers, Marc Degryse bij Club en Herman Van Holsbeeck in Anderlecht, hebben een schoon cadeau gekregen van ons. Iedereen komt op zijn knieën van Scherpenheuvel om te doen wat die mannen doen."

Vanhove: "Het waren gemaakte functies."

Hoe groot is uw invloed nog?

Verschueren: "In bestuursvergaderingen zeg ik mijn gedacht, maar de uitvoering is voor Herman. Als ik daar zou tussenbeide komen, ben ik verkeerd bezig."

Vanhove: "Ik kom nog tussen. Waarom niet? Als ik zie dat het fout loopt."

Was Jan Ceulemans de trainer van uw keuze? Want zowel D'Hooghe als Degryse zeggen dat hij niet hun eerste optie was.

Vanhove: "Ik zweer op alles wat mij heilig is, dat dat niet waar is. Niettegenstaande dat: ik heb het voor Jan. Natuurlijk heb ik nog contact met hem en ook met René Verheyen."

Wie was de lastigste trainer met wie u bij Brugge te maken had?

Verschueren: "Sollied?"

Vanhove: "Michel, ze gaan nog dikwijls denken aan Sollied, onthoud dat. Hij heeft bewezen wat hij kon."

Verschueren: "Maar hij had van die caprices. Een dag wegblijven of een halve dag te laat komen."

Vanhove: "Maar Michel, dat is allemaal niet waar. Als je hem kunt nemen voor Anderlecht, moet je geen minuut twijfelen. Al mijn trainers zijn zes jaar gebleven, ik heb nooit met een trainer problemen gehad."

Verschueren: "Als een trainer vandaag drie jaar blijft, is het al een record. Die trainers moeten niet moeilijk doen: ze hebben een conditietrainer, een assistent, een keeperstrainer, twee kine's, drie dokters."

Was René Vandereycken de lastigste bij Anderlecht?

Verschueren: "Euh, ik ga geen namen noemen want ik wil geen vijanden maken. Ivic was lastig om dat hij wilde laten voetballen met de precisie van basketbal. Na twee jaar was het te veel.

"We hebben in feite maar twee accidenten gehad: Neumann en Leekens. Georges is bij ons te vroeg gekomen en Neumann bleek een sisser op alle vlakken.

"Over Vandereycken wil ik niet spreken want hij zit bij de nationale ploeg. Misschien één ding: hij ging te biechten bij een psycholoog in plaats van bij het bestuur en dat is slecht gevallen. Buiten de club hulp gaan zoeken terwijl er binnen de club ervaring is, dat heb ik nooit begrepen."

Vanhove: "Michel, ik werk heel goed samen met René."

Verschueren: "Ja, in een andere functie."

Vanhove: "Misschien dat hij met Michel Preud'homme nog meer over voetbal kon praten, maar met mij kan dat ook. Graag zelfs. Decroo werd ooit door Polspoel en Desmet uitgedaagd en gevraagd wanneer hij eindelijk zou opstappen. Hij zei: ervaring mag je nooit weggooien. Heeft hij gelijk?

"Ik werkte met vaste managers die ik had uitgetest om te weten of ze betrouwbaar waren. Nadat ik weg was, waren ze niet meer welkom. Dat stel ik gewoon vast. Is het dan ineens zoveel beter geworden?"

Door die opmerkingen sluimert een lichte ergernis.

Verschueren: "Neen, we zeggen de dingen zoals ze zijn. Als je ziet dat jonge mensen die na jou komen, kemels schieten en je kunt dat op een rustig manier overbrengen zodat iedereen er beter van wordt, dan is daar niks mis mee.

"Al die voetballers stoppen met voetballen en rollen zomaar in functies en meestal zijn het van de eerste keer managers. Sommigen hebben amper hun lagere school afgemaakt. Geen universitairen als ik of commerçanten als Antoine. Dat is niet makkelijk voor die gasten."

Mijnheer Vanhove, ik heb een dilemma voor u: het EK veiligstellen met de Rode Duivels of kampioen spelen met Club.

Vanhove: "Dat is een moeilijke vraag. Het EK halen en tweede worden."

Verschueren: "Dat zijn streken van een oude vos met veel ervaring."

Wordt Anderlecht kampioen?

Vanhove: "Ik denk het wel."

Verschueren: "Dat zeg ik nooit. We gaan er alles aan doen. Op de laatste Gouden Schoen hebben we alle prijzen gewonnen. Dus heb ik gezegd aan Vercauteren: we hebben de spelers om kampioen te spelen. En de grootste tegenkandidaat - en nu ga ik Antoine ontgoochelen, sorry Antoine - is Standard."

Vanhove: "Dat is juist."

Wat scheelt er aan het huidige Club?

Vanhove: "Ik weet wat er scheelt, maar dat ga ik niet in de gazetten zeggen. Het spijt mij."

Verschueren: "Just Constant. Die heeft ook nooit gezegd dat zijne gueuze zuur was, ook al was hij een beetje zuur."

Die voetballers stoppen met voetballen en rollen zomaar in functies. Amper hun lagere school afgemaakt en ze zijn al manager

Antoine Vanhove:

Michel, ze gaan nog dikwijls denken aan Sollied. Hij heeft bewezen wat hij kon. Als je hem kunt nemen voor Anderlecht, geen minuut twijfelen

Michel Verschueren:

we hebben de spelers om kampioen te spelen. En de grootste tegenkandidaat - en nu ga ik Antoine ontgoochelen - is Standard

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234