Maandag 21/06/2021

interviewLust en liefde

‘Twintig jaar lang was ik zijn fiancée’

‘Ik dacht aan alle tomaten die zijn vingers in rozen ­hadden omgetoverd.’ Beeld thinkstock
‘Ik dacht aan alle tomaten die zijn vingers in rozen ­hadden omgetoverd.’Beeld thinkstock

Tijdens een liftvakantie in Bretagne leerde Anneke (69) een hartelijke visser met een vreselijk geheim kennen. Ondanks de taalbarrière, en ondanks het feit dat hij nooit zei ‘ik hou van je’, werd die bonkige Matthieu de liefde van haar leven.

In 1969 was ik achttien en studente verpleegkundige, en liftte met een vriendin door Bretagne. Op een dag werden we opgepikt door een man van 28, Matthieu, en toen we vertelden dat we op weg waren naar de jeugdherberg van St. Brieuc zei hij dat hij iets verderop een veel leukere herberg kende, in Dinan, toevallig ook de plaats waar hij woonde. Hij zette ons af met de belofte ons de volgende ochtend om negen uur op te halen, hij wilde ons zijn streek laten zien. En inderdaad, de dag erop stond hij stipt op het afgesproken tijdstip voor de deur. Hij bleek een Bretonse zeeman en toonde ons plekken die we zelf nooit hadden kunnen ontdekken. Aan het eind van de dag bracht hij ons weer terug en zei, wat denken jullie ervan als ik jullie morgen weer kom halen? Wij vonden het fantastisch, alleen al het feit dat hij een auto had bracht ons in verrukking, wat een energie en een gelift scheelde dat niet.

“De dag erop zat er een achtjarig meisje op de achterbank dat hij voorstelde als zijn nichtje maar zijn dochtertje bleek te zijn en niet lang daarna werd duidelijk wat een afschuwelijk drama zich nog maar twee weken eerder had afgespeeld. Bij een verkeersongeluk was zijn vrouw omgekomen, hij, als bestuurder van de auto, had slechts lichte verwondingen.

“Ineens begrepen we waarom hij zoveel tijd had, tot vissen was hij niet in staat, maar zonder afleiding werd hij gek. We vonden het vreselijk verdrietig maar hadden intussen een topvakantie. Iedere dag belandden we in cafés waar hij iedereen kende, aan zijn broer op de camping stelde hij ons voor als de twee Nederlandse ­zusters, we aten aan lange tafels, en onze benen legden we op de kratten wijn eronder. Hij droeg wijde T-shirts met cartoonfiguren en tegen groepjes soldaten op straat maakte hij grappen die ik niet kon verstaan maar waar zij hard om moesten lachen. Wij noemden het onze ménage à trois, ieder zwierden we aan een arm.

“Toen mijn vriendin naar huis ging, bleef ik nog even. In zijn huisje in de Rue Pasteur stonden knotsen van meubels met gebloemde bekleding en als hij voor me kookte keek ik naar zijn dikke stompe vingers die in een mum van tijd tomaten veranderden in roosjes. Ik raakte verzot op hem, hij liet me logeren in de zijkamer en begreep dat ik niet bij hem wilde slapen want ik was nooit eerder met iemand naar bed geweest. Hij zocht geen seks, hij zocht vertrouwen, hij zocht troost en vriendschap, denk ik nu.

“Eenmaal thuis zond ik hem een lange brief die ik had laten vertalen door een vriendin die Frans studeerde en ik kreeg meteen een brief terug met veel meer spelfouten dan de mijne. Vanaf dat moment reisde ik iedere drie, vier maanden naar Bretagne. Als ik tien diensten in het ziekenhuis draaide had ik vier dagen vrij, dan nam ik de trein naar Parijs en van daar de nachttrein naar Rennes waar hij me ophaalde.

Fiancée

“Soms kwam hij naar het havenstadje waar ik met mijn ouders woonde, ’s ochtends dronk hij een pintje met de vissers daar en reed dan net zo lang rondjes om het ziekenhuis tot ik klaar was. Dan gingen we naar mijn kamer. Eén keer stormde mijn moeder binnen, ze wilde weten wat ik aan het doen was met die man, maar we deden niks, we praatten alleen maar. Later veranderde dat en vreeën we wel. Maar gedurende de twintig jaar dat ik heen en weer reisde, heeft hij nooit ook maar één keer gezegd: ik hou van je, laten we trouwen, kom hier wonen. Ik wachtte. Het komt wel een keer, dacht ik, zo is het ook fijn.

“Als ik bij hem was, spraken we over gewone dingen die we meemaakten, hij sprak moeilijk verstaanbaar Frans. Na vier dagen was ik blij om even alleen te zijn. Toch bleven we elkaars grote liefde. Twintig jaar lang stelde hij me voor als zijn fiancée en wimpelde ik andere mannen af. Ongeduldig was ik niet, evenmin heb ik er ooit bij hem op aangedrongen een knoop door te hakken. Misschien waren we zo zeker van elkaar dat we geen huwelijk nodig hadden. Of misschien was hij gewoon zo beschadigd door de dood van zijn jonge vrouw dat hij zich nooit meer wilde binden. Misschien, misschien. Zelf had ik graag willen trouwen, maar we hadden het er niet over. Na vijfentwintig jaar, ik was intussen ruim de veertig gepasseerd, leerde ik een man kennen op wie ik zo verliefd werd dat ik geen weerstand kon bieden. Met hem ben ik acht jaar geleden getrouwd. Ik dacht, nu zal ik de Bretonse visser wel niet meer zien, maar mijn man zei: waarom gaan we hem niet samen eens opzoeken?

“Vanaf dat moment brachten we samen iedere zomervakantie in Bretagne door. Matthieu, de visser, leek het allemaal goed te begrijpen, maar vroeg niet door naar mijn keuze. Onze gesprekken bleven gaan over het leven van alledag. Hij bleef onverminderd attent en lief, smeerde me in met zonnecrème, deed onze was, kookte voor ons en weer waren we een soort driemanschap.

“Tot we twee jaar geleden het bericht kregen dat Matthieu ernstig ziek was. We gaan er meteen naartoe, besliste mijn man, maar onderweg belde zijn dochter, nu een vrouw van in de vijftig, met het nieuws dat Matthieu was overleden. Die avond, op de ­camping, stortte ze zich in mijn armen alsof ik haar moeder was. “Ik ben zo blij dat je er bent”, zei ze, “Papa wist dat je zou komen, hij heeft op je gewacht.” De volgende dag bezochten we met z’n drieën het mortuarium. Matthieu droeg een prachtige schipperstrui met een rits. Ik legde de mooiste rozen die ik had kunnen vinden naast hem neer, keek naar de stompe vingers en dacht aan alle tomaten die zijn vingers in rozen ­hadden omgetoverd.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234