Zaterdag 18/01/2020

Twintig jaar geleden zei Johan Cruijff tegen Hugo Camps: 'Ik neem de beslissingen alleen, continu. Als er mensen zijn die het daar moeilijk mee hebben, dan ga ik.' Aan de vooravond van een week die de revolutie bij Ajax moet afsluiten, brengt de interviewer van weleer een uniek portret. 'Aan ongrijpbaarheid heeft Cruijff niet ingeboet. Aan verruïneringslust ook niet.' tekst Hugo Camps

Op de dag dat Ajax voor de Champions League tegen het koninklijke Real Madrid speelde, woensdag 7 december, stond Johan Cruijff, Ajacied in hart en nieren,met een tiental jeugdtrainers voor de rechtbank in Amsterdam om de raad van commissarissen (rvc) van Ajax te liquideren. En met name om de aanstelling van zijn aartsvijand Louis van Gaal tot directeur ongedaan te maken. Hij had er zelfs een kortgeding voor over. Zijn generatiegenoot, ook begenadigd oud-voetballer, Willem van Hane- gem, sprak er schande van. In zijn wekelijkse column schreef hij: "Dit is een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis van Ajax. Wie procedeert er nu tegen zijn eigen club? Dat doe je gewoon niet."

Nee, Willem: als clubman doe je dat niet, maar Cruijff is allang alles en iedereen ontstegen. Hij voelt zich een hemellichaam, met Ajax als persoonlijk speeltje. De legendarische nummer 14 is ook als zestiger nog steeds een paradox: brille en oorlog in een en dezelfde persoon. Sinds jaar en dag is hij onnavolgbaar in zijn dissidenties. Sterker nog: hij is zijn eigen dissident.

Soms staat de tijd stil. Goed twintig jaar geleden zei Johan Cruijff op een gemoedelijke avond tegen steller dezes: "De nummer één wordt altijd aangevallen. Tegen wie zouden ze zich anders moeten afzetten? Ik ben dat mijn leven lang al gewend. Ik neem de beslissingen alleen, continu. Als er mensen zijn die het daar moeilijk mee hebben, hoor ik het wel. Dan zijn we gauw uitgepraat. Dan ga ik. Verder heb ik geen enkele toekomstvisie, geen enkele carrièreplanning. Mijn vrouw Danny wordt daar ook gek van."

De Verlosser was toen nog coach van Barcelona, maar Ajax en het Nederlandse voetbal lieten hem niet los. Hij brandde er vrolijk op los, die dag in het idyllische Drenthe, waar hij met Barça het nieuwe seizoen kwam voorbereiden. "Een bestuur is in principe geen partij voor me, want die heren hebben geen verstand van de materie. Het zijn vrijetijdsbesteders met wie ik over mijn vak eigenlijk niet kan praten. Ik kan het hun wel half uitleggen, maar dan nog neem ik de boel in de maling. Voor alle duidelijkheid: ik lieg nooit. Als ik de waarheid niet kan vertellen, zwijg ik liever."

Afdreigingen en telefoontap

Dat was dus twintig jaar geleden. Vandaag heeft hij nog geen millimeter van zijn steile superioriteit prijsgegeven. Nog steeds is er die onbedaarlijke aversie voor alles wat zich in bestuurskamers ophoudt. De door hem nu aangehitste crisis bij Ajax stond in de sterren geschreven. Hij mag dan wel sadder and wiser zijn geworden, het conflictmodel blijft het handelsmerk van Johan Cruijff. Aan verruïneringslust heeft hij niet ingeboet met het voortschrijden van de jaren. Aan ongrijpbaarheid ook niet. Het is een genetische kwestie, zou je denken.

Johan Cruijff: altijd deus ex machina.

Waar hij verschijnt, ontstaat de splitsing tussen het ego en de wereld. Gemakshalve wordt alles in contrapunt tegen elkaar gezet. Maar nu, in zijn putsch op het 'apparaat' dat zich Ajax noemt, is hij een stap verder gegaan: "Ik schrijf jullie kapot", liet hij ter attentie van het Ajaxbestuur optekenen in zijn lijfkrant.

Met dat schrijven bedoelt hij zijn wekelijkse column in De Telegraaf. Een ouderwets pamflet dat door een ghostwriter, in casu de chef-sport, wordt geschreven en dat door Cruijff begroet wordt als riant appeltje voor de dorst. Het zijn van oudsher aanvallerige stukjes, poëtisch wordt het nooit. De rode draad van zijn oeuvre is contramine. Tegen het Ajaxbestuur, tegen de Nederlandse voetbalbond KNVB, tegen de nitwitten van parlement en regering, tegen de mensheid in het algemeen.

Cruijff als vijfde colonne van een wereldrevolutie, zoiets.

De open oorlog, inclusief afdreiging, telefoontap, verdachtmakingen, karaktermoord en georganiseerde lekken tussen hem en Ajax, verwacht je alleen in Zuid-Europese voetbalculturen. Of zoals de hoofdredacteur van Voetbal International, Johan Derksen, suggereerde: bij de KGB van de oude Sovjet-Unie. In ieder geval wordt alleen nog de man gespeeld, niet de bal. Nooit eerder was de ruige chaos bij Ajax groter.

Voor een goed begrip van de historie: Johan Cruijff was al een tijdje bezig met ferme oorlogstaal in zijn columns. Van het beleid van Ajax deugde niets, vroeger niet en nu niet. Na de vernedering van Ajax door het door hem zo verfoeide Real Madrid in de winter van 2010 sloegen de stoppen door. Ineens verliet hij de loopgraven. De 'geest van De Toekomst' (het opleidingscentrum van de club) vond het zelfs nodig de ledenraad van Ajax te mobiliseren en te infecteren met eigen voetbalvrienden. De Telegraaf coverde van harte de 'etnische zuivering' en ging systematisch mee in de frontale aanval op de zittende leiding van Ajax. Uiteindelijk stelde het bestuur de portefeuilles ter beschikking. Want dat weten ze een voor een bij de club: van Cruijff kun je geen oorlog winnen.

Eerst was er nog sprake van een soort academische ambiance: klankbordgroep, technische bijsturing, een doorwrocht rapport. Enfin, exegeten op de bres ter reanimatie van de club. Toen Cruijff zijn visie concreet invulde in gesprekken met de bestuursvoorzitter en de algemeen directeur werd duidelijk dat zijn Statenbijbel allesbehalve vrijblijvend was. Er zouden koppen rollen. Hij eiste dat Frank de Boer (hoofdtrainer), Dennis Bergkamp en Wim Jonk (jeugd) het technische hart van Ajax zouden gaan vormen. In de plannen van Cruijff was geen plaats meer voor assistent-trainer Danny Blind. Die volgens voorzitter Uri Coronel door Cruijff onbetrouwbaar en onbekwaam werd genoemd. Ook het hoofd jeugdopleiding, Jan Olde Riekerink, zes jeugdtrainers en zowat de hele medische staf moesten langs het hakblok van de oude meester passeren. En de hele directie moest natuurlijk als eerste weg.

In deze kleine genocide wilde de raad van commissarissen niet meegaan. Ook algemeen directeur Rik van den Boog zei geen gevolg te zullen geven aan de gevraagde ontslaggolf, die zou leiden tot forse opzegvergoedingen. Daar zat de Ajaxpaus niet mee. Over de uitvoering van zijn technische adviezen viel niet te onderhandelen. Of hij zelf ook beleidsverantwoordelijkheid zou nemen bleef lang onduidelijk. In het interne Ajaxlogboek staat genoteerd dat hij met de gedachte speelde om tot de rvc toe te treden Zo ver was hij in het verleden nooit gegaan, want Cruijff hield wel van het comfort van de zijlijn. Het liefst kwam hij aangewaaid als een geest boven de Arena en boven De Toekomst. Als een atoom: verschijnen en verdwijnen.

Uiteindelijk werd hij toch de vijfde commissaris, maar niet van harte. Hij nam niet deel aan de vergaderingen en beperkte zich tot videoboodschappen vanuit Barcelona. In alles lag hij dwars. En dus was de rvc niet in staat een bestuur te installeren of een technische bovenbaas te benoemen. Cruijff wou maar één directeur: zijn oude vriendje en ex-Ajaxspeler Tscheu La Ling. Dat was onacceptabel voor de overige leden van de rvc, want zij zagen La Ling toch als een iets te dubieuze rommelaar.

De patstelling sleepte maanden aan. Toen de commissarissen vervolgens met Marco van Basten op de proppen kwamen als algemeen directeur, stelde Cruijff zijn veto. Terwijl Marco altijd als zijn zoon was gekoesterd. Maar het moest en zou La Ling zijn. Om uit de impasse te raken stelde de rvc uiteindelijk Louis van Gaal aan als directeur, buiten medeweten van collega-commissaris Cruijff om. Vanaf dat moment werd de guerrilla een open oorlog.

Het gif van de roddel

In persoonlijke gesprekken is Johan Cruijff best een aangename causeur. Al vraagt het een niet geringe inspanning om hem in zijn eeuwige wijsheid te volgen. De beste Nederlandse voetballer ooit gaat smeuïge anekdotes niet uit de weg. En soms eindigen de gesprekken in een familiekroniek. Als hij één bovenmeester naast God erkent, dan is het wel zijn echtgenote Danny. Fraaie dochter van wijlen voetbalmakelaar Cor Coster, de man die zijn transfer van Ajax naar Barcelona regelde.

Er is een donkere rand aan de aimabele privépersoon. Reeds als voetballer liet de nummer 14 zich kennen met liquidatiezucht. De PSV'ers Jan van Beveren en Willy van der Kuijlen werden genadeloos uit het Nederlands elftal weg getreiterd. Te provinciaal, te katholiek, te domme zachte g? Cruijff heeft zijn allergie nooit benoemd, maar hij heeft de interlandcarrière van een beeldschone keeper en een verdienstelijke spits wel gebroken. Reeds als voetballer dacht hij alleen maar in kampen.

Ook lag hij geregeld overhoop met coach en bestuur. Ex-trainer van Ajax en Oranje Rinus Michels - en met hem de hele KNVB - werden door de Verlosser nog net niet uitgerookt. Het gif van kwaadaardige roddel deed zijn werk. Cruijff kon bondscoach van Oranje worden, maar hij eiste volmachten (lees alleenheerschappij) en daarnaast de slaafse invulling van een hilarisch salarisplaatje. Er is vaak beweerd dat Rinus Michels de komst van zijn beste leerling aan het hoofd van Oranje heeft geboycot. Maar er zijn ook insiders die beweren dat Cruijff nooit het lef heeft gehad om zich in het diepe water van het Nederlands elftal te gooien.

De legende kan niet zonder vijandbeelden.

In de jaren negentig leverde hij een bitse strijd met Louis van Gaal, die in zijn ogen iets te parmantig omging met zijn succes bij Ajax. Dat Van Gaal later door 'zijn' Barcelona als coach werd ingehuurd, sneed de Verlosser al helemaal dwars door het hart. De aartsvijandschap is volgens Van Gaal begonnen na een etentje. Omdat hij was weggeroepen voor een zieke zus was hij Johan en Danny Cruijff vergeten te bedanken voor de aangename maaltijd. Voor die onbeschoftheid bestond geen vergiffenis. In de Spaanse media en in de wandelgangen van Nou Camp opende Cruijff bijna dagelijks een trommelvuur op coach Van Gaal. Hij had geen oog voor de schoonheid van het spel en hij zou de traditie van Barça naar de filistijnen helpen - dat soort teksten.

In tegenstelling tot Guus Hiddink en Dick Advocaat kunnen er bij Cruijff ook weinig lovende woorden af voor bondscoach Bert van Marwijk. Misschien ook omdat hij een bloedhekel heeft aan diens schoonzoon Mark van Bommel. Het is Johans eeuwige repetitio: zonder bête noire geen leven.

Wat aanvankelijk nog de fluwelen revolutie bij Ajax werd genoemd, werd door de maestro al eerder beproefd. In 2008 had hij ook een plan om Ajax beter te maken. Toen al decreteerde hij een klein bloedbad in de Ajaxgeledingen. Voorzitter John Jaakke weigerde de hand aan de hakbijl te slaan en werd zelf slachtoffer van het revolutionaire gestook uit Barcelona. Hij stapte op. Sindsdien is iedereen die bij Ajax leiding geeft door Cruijff uit het zadel gelicht.

Cruijff voert altijd oorlog via een derde partij. Een van zijn handlangers was lange tijd Marco van Basten. Tot hij als Ajaxcoach het bevel van Cruijff tot tabula rasa bij de jeugdopleiding negeerde - einde vriendschap. Als bondscoach werd Van Basten regelmatig vanuit Barcelona met venijnige kritiek bestookt. De legendarische spits kon geen goed meer doen. Iedereen die boven Cruijff dreigt uit te groeien, gaat aan het spit.

Zijn nieuwe gunstelingen zijn nu Dennis Bergkamp en Wim Jonk, die de jeugdopleiding voor hun rekening nemen. Cruijff positioneert beide veertigers als sleutelfiguren in de voetbaltechnische renaissance van Ajax. Het blijft een vreemde keuze: ervaren coaches zijn ze niet, die twee. Geboren managers ook niet. Eerder timide dorpelingen die zich nooit als leider hebben geprofileerd.

Wilde feestjes

Het laatste bestuur van Ajax kon het moddergevecht met Cruijff niet winnen. Zeker niet nu hij de ledenraad - het parlement - op zijn hand heeft. En ook niet omdat de iconische betekenis van de nummer 14 voor de aanhang van Ajax te groot en onaantastbaar is. Cruijff heerst over hysterische gelovigen als een preconciliaire kerkvorst. Hij is te geliefd om hem te negeren en tegelijk is hij te eigengereid om er beleidsmatig mee in zee te gaan. Johan is een garantie voor chaos. Niet zelden met de kwalijke bijkomstigheid van een nauwelijks versluierd nepotisme.

Toch zit er iets van sleet op de devotie, die al zijn leven lang aan de grens van verdwazing banjert. Uitspraken als 'elk nadeel heb zijn voordeel' beginnen het volk te irriteren. Er wordt niet meer gelachen om zijn unieke, halfholistische vocabulaire. De relatie met de NOS als gevierde analist is verbroken. Een geldkwestie, zeggen sommigen. Johan heeft altijd al een vrekkig kantje gehad. Nog wordt het heiligenleven JC afgedekt door ghostwriters, spindoctors en nederige klusjesmannen, maar er worden steeds meer gaten geschoten in deze pantsers. Zeker nu de crisis bij Ajax maar blijft dooretteren in de regie van Cruijff is Nederland oorlogsmoe geworden. Journalisten en columnisten kunnen het woord Ajax niet meer horen.

Maar crisisfactor Cruijff heeft nog wel een harde kern om zich heen die de ledenraad en de supporters van Ajax genadeloos manipuleren. Vooral oud-voetballers blijven met het wierookvat zwaaien, al liet Piet Keizer - ook een legende - een tijd geleden weten dat Johan elke grond onder de voeten was kwijtgespeeld. Hij distantieert zich van het gekonkel.

Ajax heeft magere jaren achter de rug, in Europa en in de Nederlandse competitie. De conclusie van Cruijff dat het zijn geliefde club aan voetbalverstand ontbreekt, was voor iedereen waarneembaar. Alleen de manier waarop hij het zei, was niet echt chic voor een heer van stand die in de hoogste voetbalregionen van Europa en de wereld wordt gerespecteerd en gefêteerd.

De illusie dat Johan Cruijff Ajax weer naar de Europese top kan voeren is op drijfzand gebouwd. De schoonheid van de meester blijft zijn (kolderieke) abstractie, maar in deze wijsgeer schuilt geen bouwer. Johan heeft vooral de afbraak lief. Zo er van zijn wilde hervormingsplannen al iets structureels overblijft, dan zal het met afstandsbediening zijn. Vanuit zijn boomgaard in Barcelona fluitend op twee vingers, want een mobieltje heeft de Verlosser niet.

Zijn vrouw Danny wel.

De jongen uit Betondorp die twee vaders verloor op jonge leeftijd is onklopbaar in eigenwijsheid. Maar hij is ook als de dood voor gezichtsverlies en afbladdering. Dat hij liever geen bondscoach van Oranje werd, had echter ook te maken met zijn vrouw. Zij wilde hem geen weken meer afstaan aan vreemde hotels in het buitenland. De huisplicht van Cruijff dateert van het WK '74, toen in de kranten verhalen verschenen over wilde feestjes met blote meiden aan het zwembad in een Duits hotel. Die dag besliste Danny dat het uit moest zijn met de pret - uithuizigheid op verre, vreemde bodem in gezelschap van jonge hengsten die voetballers nu eenmaal zijn, was niet langer toegestaan.

Zijn carrière als voetballer en coach was een aaneenschakeling van incidenten met spelers en bestuur. En overal waar hij figureerde, verliet hij de club met slaande deuren. De spelers bewonderden zijn voetbalcapaciteiten, zijn geniale speelsheid, maar buiten het veld hield de bewondering op. Daar hoorde je zelfs iets van rancune opklinken. De bemoeial Cruijff werd niet echt liefdevol gepruimd. Daar had hij het zelf naar gemaakt.

Johan wist alles beter.

Tegen Søren Lerby foeterde hij dat de Deen altijd zijn flesje Spa verkeerd openmaakt. Hij bleef dat herhalen. De betere biljarter La Ling kreeg systematisch te horen dat hij de keu anders moest vasthouden. Voor Johan was nooit iets goed. Zijn assistent bij Barcelona, Carlos Rexach, zei het zo: "Johan praat soms alleen maar om zijn mond niet te moeten houden."

Te veel geld en aandacht

In 1973, toen Cruijff al gerekend werd tot de beste speler van Europa, kwamen de mindere goden van Ajax in opstand tegen zijn onuitputtelijke betweterij. Aanvoerder Arie Haan riep dat Johan te veel verdiende en te veel aandacht opeiste. Op het zomerkamp legde coach George Knobel het voorstel neer om het aanvoerderschap ter stemming te brengen. Cruijff werd weggestemd. Een dag later stond in de krant: 'Johan Cruijff heeft het gehad met Ajax. Hij vertrekt.'

Ook bij Barcelona kon de Verlosser zijn machtsspelletjes niet laten. Gevolg: iedereen was hem zat. Toen het eerste elftal eens getroffen werd door een griepgolf, ging hij kabaal maken bij het bestuur. "De griepgolf is het gevolg van de verbouwing van het stadion", foeterde de speler. "Er is te weinig ventilatie. Daar moet meteen iets aan gedaan worden."

Altijd weer kritiek. Spelers en bestuur werden er hoorndol van. Net als zijn schoonvader en zaakwaarnemer Cor Coster, met wie de botsingen legio waren.

Een leven als een jongensboek

Wie Johan Cruijff herinnert aan zijn rampzalige investeringen aan het einde van zijn carrière komt op de zwarte lijst. Onder druk van Danny had hij samen met een Joegoslaaf zwaar geïnvesteerd in een varkensfokkerij. De Joegoslaaf ging er met het geld vandoor. Het verplichtte Cruijff om weer te gaan voetballen. Dat deed hij bij de aartsvijand van Ajax, Feyenoord. Feyenoord werd kampioen. Insiders beweren dat Cruijff nagenoeg de hele recette van een wedstrijd opstreek.

In het boek De coup van Cruijff maakt schrijver Menno de Galan een reconstructie van wat er het laatste jaar bij Ajax is voorgevallen. Iemand vergeleek het met de Russische maffia. Duidelijk is dat Cruijff de zaken zelf wil regelen, zonder inspraak en zonder overleg. Als een alleenheerser. Het gaat puur om macht. "Johan ziet iedere discussie als een wedstrijd. Het sluiten van een compromis beschouwt hij als een nederlaag. Hij kan niet tegen zijn verlies."

In de films die over Cruijff zijn gemaakt zie je dan weer zijn leven als een jongensboek. Het begon met straatvoetbal in Betondorp. Het frêle, aalvlugge jongetje laat dan al de monden van omstanders openvallen. Die klasse was niet eerder gezien in Betondorp. Vanzelfsprekend werd hij meteen ingeblikt door Ajax. Dat kwam goed uit, want stadion De Meer lag om de hoek van de groentewinkel van vader Cruijff.

De laatste jaren manifesteert Johan Cruijff zich met enige maatschappelijke betrokkenheid. Hij heeft het Cruijff Institute for Sport Studies opgericht. Oud-minister Pieter Winsemius bejubelde hem zelfs ooit tot een van de grootste managers van zijn tijd. "Dat zie je ook aan de Cruijff Foundation, die overal ter wereld kinderen aan het sporten en bewegen probeert te brengen."

Toch, alles aan Cruijff is selfmade. Als jonge voetballer kreeg hij van Ajax een premie om een middenstandsdiploma te halen. Het is er niet van gekomen: in plaats van op de schoolbanken te zitten stond Johan te voetballen in de Europa Cup. Hij mocht geen eindexamen doen, wegens structurele afwezigheid.

Praten met Johan Cruijff is ook kijken naar ballet. De schouders dansen mee op het ritme van de woorden. Samba. Die avond in Barcelona zei hij polemisch: "Het lijkt wel of journalisten fenomenen zijn die én kunnen schrijven én verstand van voetbal hebben. Jullie beheersen dus twee vakken, terwijl ik er maar één kan. Klopt natuurlijk niks van."

De avond eindigde met een weemoedige klacht: "Weet je wat het probleem is? Naar mijn idee over- tuigt niemand ooit iemand. Voor een nummer één als ik is dat een ondraaglijke gedachte."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234