Zaterdag 10/12/2022

Twee stammen trekken ten oorlog

Jay McInerney, de bohémien-schrijver uit het Democratische bolwerk New York, gaat scheiden - van zijn vrouw en daarmee ook van zijn Republikeinse schoonfamilie in het Amerikaanse zuiden. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen ontdekte hij dat de breuk in zijn persoonlijke leven een afspiegeling is van de kloof tussen de kampen van Gore en Bush.

Vorige week ging ik uit eten met mijn vrouw en een assortiment toekomstige ex-schoonfamilieleden in country club Belle Meade in Nashville, Tennessee. Meestal kunnen we het geweldig goed met elkaar vinden, zelfs nu, net voor mijn scheiding. Ik denk graag dat ze me, ondanks al mijn persoonlijke tekorten, een nog net acceptabele Yankee vinden. Ik kan paardrijden, schieten en drinken, zonder mijzelf of hen compleet belachelijk te maken. En zolang het gesprek niet over politiek gaat, is er niks aan de hand.

Deze keer gebeurde het al meteen na het voorgerecht. "Zeg mij alsjeblieft", eiste een toekomstige ex-schoonbroer, "dat jullie verdomde New Yorkers toch zeker niet op die trut van een Hillary stemmen?" (Dat was nog redelijk beschaafd voor een man die zelden over New York of zijn inwoners kan praten zonder dat in te luiden met een scheldpartij of een etnische sneer.)

"Zodra je mij zegt dat jullie Tennesseeërs niet voor Bush gaan stemmen."

"We gaan in ieder geval niet voor die godverdomde socialist Gore stemmen."

"Ik weet toevallig wel", wou ik tegenwerpen, "dat hij en zijn vriendje Clinton..."

Ik kon mijn zin niet afmaken, iets in de trant van de grootste economische bloei in vredestijd in de geschiedenis. Mijn schoonbroer ontplofte, werd knalrood en spuwde verwensingen, zoals altijd wanneer hij het 'C-woord' hoort.

Gelukkig lagen alle wapens in de auto, zodat het geweld dat volgde redelijk beperkt bleef. (Hoewel ik moest denken aan de wet die gouverneur George W. Bush onlangs in Texas heeft doorgevoerd, die het makkelijker maakt om een verborgen wapen te dragen.)

Mijn kleine familiebijeenkomst in Nashville was symptomatisch op een aantal vlakken. De staat Tennessee is de thuishaven van Al Gore, maar hij dreigt de strijd daar te verliezen. Tijdens mijn laatste bezoek aan Nashville telde ik in de tuinen 29 borden voor Bush / Cheney en maar tien voor Gore / Lieberman. Voor iemand van eigen bodem wekt Gore verrassend veel vijandschap op in Tennessee.

Sommige Tennesseeërs vinden het uiteraard larie dat hij van eigen bodem is. Hij is grotendeels opgegroeid in Washington D.C., waar zijn vader senator voor Tennessee was. Het is trouwens opmerkelijk dat de beide senatoren van Tennessee nu Republikeinen zijn, evenals de gouverneur.

Vanaf de Burgeroorlog tot de tijd dat Ronald Reagan zijn zuidelijke strategie ontwikkelde, was het zuiden stevig in de greep van de Democratische Partij. Southerners vergeten niet snel: als je in Nashville de weg kwijt bent, dan kun je een aanwijzing krijgen in de trant van "naar rechts op de plek waar vroeger het huis van Simms stond", waarbij het huis van Simms dan zo'n vijftig jaar geleden is afgebrand.

Ruim een eeuw lang kon de blanke meerderheid van het zuiden niet vergeten dat het een Republikein genaamd Abraham Lincoln was die de - in de woorden van sommigen - 'oorlog van de noordelijke agressie' begon en dat het de zogenaamde Radicale Republikeinen in het Congres waren geweest die draconische strafvoorwaarden oplegden aan de zuidelijke overgave en de bezetting.

De band tussen de conservatieve blanke zuiderlingen en de Democratische Partij werd echter ernstig gehavend toen Kennedy en Johnson de burgerrechtenwetgeving steunden, en ze waren grondig verstoord tegen de tijd dat Reagan hen - terecht - kwam vertellen dat ze veel meer gemeen hadden met de godvrezende, patriottische Republikeinse Partij dan met die liberale, Big Brother-voorstanders van een Democraten. President Clinton wist met zijn diepzuidelijke wortels in Arkansas enkele zuidelijke staten weer in het Democratische kamp te krijgen, maar Gore houdt daar waarschijnlijk niet veel van over.

Terug in New York, een paar dagen geleden, zat ik aan de bar van een sushirestaurant in de Upper East Side, toen een politieke discussie losbarstte. Een bejaarde vrouw met een hoed in luipaardpatroon schreeuwde moord en brand omdat ze had ontdekt dat de beleggingsadviseur naast haar voor Bush wou stemmen.

"De man is een idioot", riep ze met luide stem, zo hard dat iedereen het kon horen en even was het onduidelijk of ze haar disgenoot bedoelde of gouverneur Bush.

"Dat is een terugkeer naar de Middeleeuwen", viel haar dochter haar bij.

"Hoe kun je nu in godsnaam stemmen voor Bush?", vervoegde een derde vrouw de aanval.

"Het is duidelijk dat jij geen cent geeft om het recht van vrouwen om te kiezen."

"Het is duidelijk dat hij niet om vrouwen geeft, punt."

"Macho klootzak!"

Minuten later vluchtte de dappere bankier met fladderende jaspanden weg, zijn lunch bijna onaangeroerd achterlatend. Het was een fascinerend tafereeltje, een stedelijke versie van de uil die wordt opgejaagd en verdreven door een krijsende troep kraaien.

In New York City, tegenwoordig statistisch gesproken een van de veiligste steden van het land, kun je nog steeds worden aangerand als je toegeeft dat je een Republikein bent. Helaas voor Al Gore, en overigens ook voor Hillary Clinton, is New York City niet echt een goede afspiegeling van het land in zijn geheel, iets wat Europeanen goed moeten onthouden.

De meeste Amerikanen denken over New York zoals de meeste Europeanen over Duitsland denken. Tijdens de recente honkbalfinale in de World Series tussen de New York Yankees en de New York Mets waren de landelijke kijkcijfers veel lager dan bij andere wedstrijden. Een kennis van mij uit Tennessee merkte op dat zijn enige lol in de wedstrijd de zekerheid was dat tenminste één New Yorks team een nederlaag zou lijden.

Op mijn ritten heen en weer tussen Nashville en New York ervaar ik soms een gevoel van whiplash. Het is niet overdreven te stellen dat dat de twee uiterste polen van het Amerikaanse politieke landschap zijn. De rest van het land ligt daar ergens tussen in, zoals president Clinton al lang geleden heeft begrepen.

Clinton won een tweede termijn door zich ergens tussen de orthodoxieën van de Democratische en Republikeinse kampen in het Congres te positioneren. Hij joeg de traditionele Democraten in de gordijnen met zijn steun aan de vrije handel en de hervorming van de welzijnszorg, die zij brutaal en draconisch vonden. En hij maakte de Republikeinen woedend met zijn streven naar een nationale gezondheidszorg en zijn steun voor de toelating van homo's in het leger. En toch, zelfs na de gekte rond de Lewinsky-affaire en een jaar van impeachment-procedures geeft de meerderheid van de Amerikanen hem nog steeds een ruime voldoende - een indrukwekkende zestig procent tijdens een recente Gallup-peiling in The New York Times, hoger dan Reagan aan het einde van zijn presidentschap - ook al hebben ze dan bedenkingen bij zijn persoonlijkheid.

De twee mannen die Bill Clinton willen opvolgen, proberen allebei het middenterrein te verkennen en voor zichzelf op te eisen. Bush probeert zijn tegenstander te brandmerken als een ouderwetse, geld verspillende, hoge belastingen heffende Democraat. En Gore probeert Bush te portretteren als een marionet van het bedrijfsleven en een lichtgewicht. In deze eindfase brengt George W. Bush het er beter van af, hoewel zijn standpunten over onderwerpen als abortus, sociale zekerheid en zelfs de evolutietheorie, waarover hij sceptisch is, hem lijken te doen afdrijven van de mainstream van de Amerikaanse publieke opnie in het jaar 2000.

Maar deze verkiezing zal waarschijnlijk niet worden beslist op inhoudelijke onderwerpen. Mijn toekomstige ex-schoonbroers hebben al lang geleden hun keuze gemaakt, net als de New Yorkse met de luipaardhoed. En we moeten beide kampen nageven dat ze dat deden op basis van inhoudelijke thema's en fundamentele principes. Maar de uitslag van de wedstrijd is in handen van die grillige maagd, de Onbesliste Kiezer.

Sommige van mijn vrienden vinden dat er weinig keuze is tussen beide kandidaten. 'Tweedledum and Tweedledee', zoals het thema luidt van Groene Partij-kandidaat Ralph Nader, die kans maakt zoveel Democratische stemmen weg te kapen dat hij Bush aan een overwinning helpt.

In feite is er wel degelijk een scherp contrast tussen de twee belangrijkste kandidaten. Los van Bush' gebrek aan ervaring, zowel op het vlak van betuur als op het vlak van beleid, zijn er veel gebieden waarop het mogelijk is om een positieve keuze te maken tussen beiden.

Een paar voorbeelden: Bush is tegen de beslissing in de rechtszaak 'Roe versus Wade', een mijlpaal in de rechtspraak van het Hooggerechtshof die abortus legaliseerde, en zou waarschijnlijk rechters benoemen in het Hooggerechtshof die tegen die beslissing zijn. Gore is een groot voorstander van de beslissing in 'Roe versus Wade'. Bush pleit voor het defensieprogramma tegen ballistische projectielen, 'Son of Star Wars', dat Clinton had opgeborgen, ten eerste omdat het onwerkbaar was en ten tweede omdat zo ongeveer elk ander land op de planeet ertegen was. Gore zegt dat hij voorzichtig te werk zou gaan, áls hij er al mee verder zou gaan.

Gore wil de wetgeving op het gebied van wapenbezit strenger maken, Bush vindt de huidige wetten meer dan streng genoeg. Bush wil een lineaire belastingverlaging, wat betekent dat het grootste voordeel naar de allerrijkste belastingbetalers zou gaan. Gore wil een beperkte belastingverlichting voor de midden- en lagere inkomens en een afbetaling van de staatsschuld.

Het zijn grote verschillen, maar als je de pers in dit land hoort en leest, dan zou je dat niet weten. Het gerenommeerde Brookings Institute stelde onlangs vast dat maar liefst 65 procent van de media-aandacht over de wedstrijdaspecten van de campagne gaat - die er maar zijdelings toe doen en na dinsdag onbelangrijk worden - en niet over inhoudelijke kwesties.

Een van de meest deprimerende schouwspellen in deze campagne, meer dan bij andere recente verkiezingen, is het fenomeen van de blinde die de dove leidt. De nationale pers is geobsedeerd door het willen peilen van de stemming van de kiezers, die zijn weerslag vindt in wekelijkse polls, waarvan de uitslagen op hun beurt de volgende polls beïnvloeden.

Dat brengt ons terug bij de geheimzinnige kiezer in het centrum van dit proces, de Onbesliste Kiezer. Hij is een schepsel dat even mysterieus is als Bigfoot, en waarschijnlijk een stuk minder intelligent. Hij is een vage figuur, niet goed te onderscheiden op een afstand. Iedereen die in dit late stadium van de campagne nog onbeslist is, is een imbeciel - en omdat deze hele campagne gericht is op de Onbesliste Kiezer, is dit ook een imbeciele campagne.

Misschien was het zijn jacht op de Onbesliste Kiezer die Gore ertoe heeft aangezet om zo'n ondoeltreffende campagne te voeren. Het is een bizarre paringsdans geweest, waarin Gore de afzichtelijkste kleren aanprobeerde die hij in zijn kast kon vinden en de minst oprechte gezichtsuitdrukking uit zijn repertoire opzette. De man heeft geen ritme. Soms lijkt hij wel een robot of een supergoed geïnformeerd buitenaards wezen dat alleen niet vertrouwd is met de menselijke gewoontes. Terwijl Bush duidelijk one of the guys is en ons met veel meer stijl het hof maakt.

Als het neerkomt op een populariteitswedstrijd, dan wint Bush. Dat was de boodschap van de drie televisiedebatten in oktober.

Ondanks zijn frequente verkrachtingen van de Engelse taal, is Bush een natuurlijkere en gewiekstere spreker. Dankzij het geringe respect dat van meetaf aan bestond voor zijn kennis en verstand, heeft Bush veel krediet gekregen voor het feit dat hij geen al te terminale blunders heeft gemaakt en omdat hij de namen van tenminste een aantal buitenlandse staten goed heeft weten uit te spreken. Als het een bokswedstrijd was geweest, dan had Gore gewonnen op punten. Maar uiteindelijk wilden meer kijkers aan het eind van de avond met Bush naar boven gaan.

Je zou denken dat Gore zijn rol als de copiloot van de langste en sterkste economische bloei uit de Amerikaanse geschiedenis zou benadrukken, maar om de een of andere reden is hij bang deze troefkaart te trekken, misschien omdat hij dan verplicht zou zijn om dat lijk uit de kast te halen, zijn collega in de regering. Maar het doodzwijgen van de president tijdens deze campagne zou wel eens de grootste blunder van een hele reeks verkeerde inschattingen kunnen zijn.

Hier in het Democratische New York is de stemming bedrukt. Gores zwakke vooruitzichten waren het hoofdonderwerp tijdens een etentje dat ik eerder deze week gaf. Een jonge vrouw uit de uitgeverswereld zei: "Ik zit alsmaar te denken: als ik ooit ongewenst zwanger word, dan kan ik het maar beter snel doen."

"En meteen een uitkering aanvragen ook", voegde een kunstenaar eraan toe.

Er werd een lading verwijten uitgestort over Ralph Nader. En er was grote discussie over in hoeverre Gores keuze van Lieberman, zijn joodse running mate, de eindresultaten zou beïnvloeden.

"Mensen verkondigen hun antisemitisme niet in een peiling", zei een van de gasten, die halfjoods was, "maar eens ze in het stemhokje staan, komt dat wel naar buiten."

"De meeste antisemieten gingen toch al Republikeins stemmen", zei de kunstenaar.

"In ieder geval krijgt Gore de joodse stemmen", zei iemand anders hoopvol.

"Niet noodzakelijk", zei de halfjoodse gast. "Veel joden vinden het niet goed dat iemand uit de eigen rangen op zo'n hoge positie zit."

De stemming werd eventjes iets vrolijker toen schrijver Bill Buford het nieuwste neologisme van Bush vertelde. Die ochtend had hij tegen een groep in Californië gezegd dat hij Gores boodschap niet "resignating" vond bij het Amerikaanse volk (°). Het goede nieuws, zoals ik het zie, is dat we ons kunnen verheugen op veel meer van dit soort hilariteit als Bush de komende vier jaar de hoofdspreker wordt.

Terwijl ik dit stuk schrijf, wordt de race er met het uur spannender op. We moeten die andere Democratische underdog niet vergeten: Harry Truman, die op het laatste moment een verrassende overwinning behaalde. Misschien dat de meerderheid van de Amerikanen, vadsig en welvarend als ze zijn, op het laatste moment toch beslist om op hetzelfde paard te wedden. Maar als ik er op dit moment geld op zou moeten verwedden, dan zou ik zeggen dat mijn toekomstige ex-schoonbroers in Tennessee woensdag een feestje kunnen bouwen.

Jay McInerney is de auteur van onder meer Bright Lights, Big City, Story of My Life, The Last of the Savages en Model Behavior. Zijn nieuwste boek, How It Ended, is op 18 september in hardcover verschenen bij uitgeverij Bloomsbury in Londen (ISBN: 0747549222). De Nederlandse vertaling is in voorbereiding bij uitgeverij J.M. Meulenhoff.

(°) Bush bedoelde dat Gores boodschap geen weerklank vond bij het volk ('to resonate') maar gebruikte in de plaats 'to resignate' (berusten in). Meer 'bushisms' op http://politics.slate.msn.com.

In New York kan je nog steeds worden aangerand als je toegeeft dat je Republikein bent. Helaas is New York Amerika niet

Mijn schoonbroer in Tennessee ontplofte, zoals altijd wanneer hij het 'C-woord' hoort. Gelukkig lagen alle wapens in de auto

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234