Maandag 25/10/2021

Twee planken en een hartstocht

Robert Anker voert in zijn nieuwe roman, Een soort Engeland, een acteur op die geprangd raakt tussen twee werkelijkheden, die van het podium en de 'echte'. Een boek dat hard is voor de theaterwereld.

Robert Anker

Een soort Engeland

Querido, Amsterdam, 268 p., 731 frank.

Dertien jaar lang was Robert Anker werkzaam als dichter en essayist voor hij in 1992 ook proza begon te publiceren, en in geen tijd zat hij daarin op kruissnelheid. Hij schrijft nu (ook door hun volume) indrukwekkende romans, waarin hij zich met overvloedig veel taal ingraaft in de psychologie van zijn personages die evolueren in een chaotisch tijdsbeeld, aan de rand van de totale instorting, de onmacht, de hopeloosheid. Doorgaans proberen ze voeling te krijgen met de werkelijkheid die hen omringt, maar de meeste moeite hebben ze nog met hun eigen werkelijkheid. Wat Anker in zijn jongste roman, Een soort Engeland, doet, lag in de lijn van de verwachtingen: hij voert er een acteur in op (zeker toneelacteurs moeten elke avond opnieuw de werkelijkheid waarmaken), die wat er op het podium gebeurt vol zelfbegoocheling tot een verhevener werkelijkheid verklaart, maar die dan toch moet inzien dat het leven hem met de neus op de banale werkelijkheid drukt.

De aanleiding daartoe is dat David Oosterbaan, drieënvijftig, van het ziekenhuis de melding krijgt dat zijn dochter er is opgenomen met een overdosis. Ze is eenendertig, maar hij heeft haar nooit gekend. Toen destijds Davids schoolvriendinnetje onverwacht zwanger bleek, kon het premature gezinnetje zich redden met een tabakswinkeltje, maar hij vervreemdde spoedig van haar toen hij zijn filosofiestudie verruilde voor een ongeregelde theateropleiding. Nu is hij een gevierd acteur, met de allure - en de hebbelijkheden - van een ster, die graag opschept over zijn vak en zijn repertoire, en graag jonge tegenspeelsters inpalmt. Zoals de Antwerpse Lena ("Ook nog les gehad van Dora van der Groe-oen?"), die hem inneemt met haar "zoete" Vlaams. Cliché tot en met.

David rakelt tussendoor dus zijn hele carrière op, ingebed in de theatergeschiedenis, van de 'Actie Tomaat' tegen het burgerlijke theater over de invloed van de theaterpausen als Artaud, Stanislavski, Brecht, Pinter, Beckett en Bernhard tot de hedendaagse chaos op het podium, die hij haat omdat de tekst er nauwelijks nog aandeel of betekenis in heeft. "Allemaal kunstjes. En waar gaat het over? Geen idee. Maar kom daar dan gotverdomme voor uit! Amuseer de mensen en lul niet over diepgang of kunst. Of hou je koest en breng de tekst van de schrijver bij het publiek." Theater als oerervaring, als inleving en identificatie, de vervreemdingseffecten, hij heeft het allemaal achter de rug, maar het heeft ook aan zijn ziel gevreten. Na een opvoering van De theatermaker moet hij er een jaar van tussen. In een psychiatrische instelling, behandeld voor zelfverlies.

Naarmate hij onwillig inziet dat er een einde komt aan zijn tijd en dat de misprezen werkelijkheid hem wél raakt, trekt hij zich het lot van zijn dochter meer aan. Maar hij kan haar volkomen ontspoorde leven niet in handen nemen. Hij studeert een stuk in van de jonge Oostenrijkse auteur Thomas Schwaigl, met hem in de rol van De Onbekende Acteur die "ontredderd dwaalt door het Theater van de verloederde westerse cultuur", waarin iedereen aan de pillen, de drank of de drugs is. Zo kan hij de magie van het theater, de "werkelijkheid van het toneel", mooi toetsen aan de gore werkelijkheid waar zijn dochter zich niet uit kan losrukken. En ook met Lena krijgt hij niet de band waar hij op gehoopt had. In de eerste scène van het stuk van Schwaigl speelt hij een overjaarse Hamlet, "een buikige kale relnicht met een geblondeerde snor en een snerpende falset", een gelegenheid om Lena te imponeren met ronkende interpretaties van het personage. "Hamlet is niet één iemand. Hij is een intellectueel, de eerste echt moderne intellectueel in de literatuur, iemand die eindeloos nadenkt over zichzelf en daardoor begrepen heeft dat dat zelf niet bestaat, dat wij uit talloze vaak tegenstrijdige zelven bestaan." Een spiegeling van David zelf dus - en van zijn eigen aftakeling.

Op de première, aan het einde van het boek, stort hij weer in. Uiteindelijk draait alles dus volkomen fout uit. Of toch niet. Want de ambtenaar van de gemeente die zijn illegale woonaak laat wegslepen, is misschien iemand anders dan hij leek. David kent wel eens momenten van uittreding en Robert Anker laat deze ambtenaar, een mysterieus personage, David als "de noodzakelijke engel" meenemen op een tocht boven Amsterdam en zijn bestaan, en misschien heeft die wel enige redding in de werkelijkheid te bieden. In die tocht wordt ten overvloede de overvloed geïllustreerd die zo typisch is voor Ankers proza.

Eigenlijk draait Anker al de sluizen open. Hij heeft een manisch oog voor de overweldigende hoeveelheid requisieten van zijn verhaal, detailopnames van interieurs, hoe mensen die maar even verschijnen eruitzien, wat er voorvalt tijdens een fietstocht van hier naar ginds in Amsterdam, taferelen in het park, herinneringen, herinneringen. Informatie die vaak dan nog verweven zit in omstandige bewustzijnsmonologen. Daarbij laat hij graag mensen aan het woord in hun taalvariant, het Amsterdams, Antwerps of provinciaal of allochtonennederlands. Die overdadige taalbarok komt als een pletwals op je af en werkt erg vermoeiend. Anker bekreunt zich niet om de balans, hij trekt gewoon alle registers open, hij neemt heel de ruimte in die hij met taal kan bezetten, alles moet en zal benoemd worden, de wereld reikt zover als woorden haar kunnen maken.

Maar, toegegeven, uit die overvloed doemt een krachtige, veelzijdige en genuanceerde wereld op, waar een korte beschrijving als die hierboven maar een fractie van belicht. De panden waarin David zijn dochter gaat zoeken en zijn helletochten met haar langs de Amsterdamse dealers leveren hallucinante en beklijvende beschrijvingen op. Maar vooral komt David uit zijn clichés te voorschijn als een man die, gedreven door oprechte hunker, door "het Verlangen, de Vervoering" (Anker schroomt het gebruik van hoofdletters niet), zijn leven en werkelijkheid schrijnend verkeerd inschat en te laat vaststelt dat hij op een integrale persoonlijke nederlaag afstevent. Daar steken de hartverheffende herinneringen aan de beginjaren van zijn carrière, toen een acteur genoeg had aan "twee planken en een hartstocht", en vooral de van emotie deinende reconstructie van zijn adolescententijd in een kleine gemeente aan het IJsselmeer aan het einde van de roman schril tegen af. De notie van het 'verloren paradijs' in een vroeger levensstadium zat ook al heel nadrukkelijk in zijn vorige, opmerkelijke roman Vrouwenzand (1998).

Als je je voldoende schrap zet tegen de overstroming van woorden valt in Een soort Engeland een vermetele en met een brede waaier aan betekenissen geladen roman te ontdekken over de relatie tussen het theater en de 'authentieke' werkelijkheid. En over de rol van acteurs daarin, volgens Schwaigl in de woorden van de gelouterde David volkomen onecht: "Kinderen zijn het. Primitief. Een volwassen mens die een spelletje speelt. Volkomen primitief! Iedereen geneert zich voor een acteur. Als het stuk begint, en de acteur komt op, en hij spreekt zijn eerste woorden - tenenkrullende schaamte. Alsof er plotseling iemand opstaat in de tram en begint te zingen."

Met zijn proza heeft Robert Anker zich nu ook op het terrein van het theater begeven. En er vallen rake klappen. Het lijkt mij weinig waarschijnlijk dat dit boek in het theatermilieu - als het tot daar doordringt - geen reacties zal losweken.

Jos Borré

Voor Robert Anker reikt de wereld zover als woorden haar kunnen maken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234