Donderdag 29/07/2021

Twee keer linksaf en dan rechtdoordoor Eric Min

Knip- en plakwerk in een reisdagboek door de literaire Provence

Stefan van den Bossche

Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 272 p., 995 frank.

Blij met een boek. Ik heb De adem van Mistral uit de bus gegrist, het lampje bij de leesstoel aangeknipt en een goede fles gekraakt: stel je voor dat iemand een reisverhaal schrijft over de literatuur in een land dat je koestert als een verre geliefde. Het kon ook Toscane of Parijs zijn, maar Stefan van den Bossche koos de Provence, meer bepaald de Vaucluse en grote omgeving, met uitlopers tot Grasse en Aix. Ooit, heel veel later, wil ik daar gaan sterven en als oefening trek ik er alvast minstens één keer per jaar naartoe. Benieuwd dus, en blij. Met mate, zo bleek alras.

Meer heeft een mens niet nodig: de tekst op het omslag belooft "flarden literatuurgeschiedenis, reisbeschrijvingen van betoverende landschappen en steden, én een ik-figuur die door de Provence trekt". Goed, een reisverhaal dus - intellectuele diepgang en esprit, de vreugde van het formuleren, een landschap dat taal wordt. Gemakkelijk is dat niet, en misschien moet een schrijver wel Nooteboom, Van Istendael of Hertmans heten om het te kunnen. Hier lukt het niet.

Geen reisdagboek is het geworden, meer een 'rijverslag'. De schrijver rijdt (letterlijk) van de ene plek naar de andere, van het ene lemma in de encyclopedie naar het volgende. "Ik sla tweemaal linksaf en kom zo op de Route de Servanes uit." Van de D976 gaat het naar de D67 richting Violès, waarna de D8 volgt. Het zíjn leuke landwegen, maar in een boek klinken ze vooral vermoeiend. Wie heeft er wat aan dat de auteur de tweede afslag neemt "aan de zoveelste afzichtelijke rotonde", straatnaamborden en wegwijzers overschrijft, gedenkplaten kopieert, vitrines in een museum opsomt? Rue des Moulins, Avenue de Verdun, suivre Avignon centre... even is het sfeervol, maar het wérkt niet als je de truc over een heel boek uitsmeert. "'De Boulevard Mirabeau heette vroeger Avenue d'Eyragues', schrijft Rudolf Bakker." En dan? "Links en rechts van deze stijgende kloosterweg staan de veelzijdige abdijgebouwen: de hostellerie met daarnaast een expositieruimte en een trap naar een hoger gelegen parkeerplaats." Neen maar. We vernemen ook dat de auteur door nieuwbouwwijken het stadje Valensole binnenrijdt, de Cours Zus en de Rue Zo volgt tot op een pleintje, waarna hij de plek... gewoon weer verlaat "via de D6 richting Riez". Een literaire reis als een vorm van cartografie, het is weer eens wat anders. Alinea na alinea wordt het boek geteisterd door structurele files van namen, door sluipverkeer en ladingverlies.

Het lijkt wel alsof de uitgever zijn auteur even apart genomen heeft, hem op het hart heeft gedrukt om toch maar een onderhoudend boek voor de toeristische meerwaardezoeker te schrijven, iets afwisselends met veel herkenbaar 'ik' als glijmiddel. De stukjes 'onderweg' moeten de overgangen maken, maar ze slagen er niet in. Soms zitten ze zelfs klem in een of ander schrijversverhaal, als puin dat geruimd moet worden.

Het is natuurlijk ook een hele klus om een dik boek te schrijven en nooit leentjebuur te spelen bij de encyclopedieën uit je kast. Tal van uiteenlopende figuren passeren de revue; het personenregister telt zes bladzijden. We volgen het spoor van schrijvers als Petrarca, Robberechts, Couperus, Buysse, Marsman, Rilke, Mistral, Hugo, Daudet, Char of Camus (de grote afwezigen Reve, de markiezin de Sévigné en Pagnol vielen buiten de geografische grenzen die de auteur zichzelf had opgelegd). Geen mens beschikt over voldoende parate kennis of branie om voor ieder van hen een creatieve biografie, een reisroute en de juiste anekdotes uit de hoed te toveren.

Al te vaak maakt Van den Bossche er zich echter op een drafje van af. Zijn sneer aan het adres van Johan Daisne, die in een roman de insectenkenner Fabre "nogal stereotiep en reisgidsachtig" opvoert, is dan ook misplaatst. Een steenworp verderop neemt Van den Bossche zelf de beschrijving van een berglandschap of de arena van Arles letterlijk over uit de boekjes, én het officiële biografietje van Ivo Michiels, én iets over Campert (die zit "in een overgangsfase van romantisch en geëngageerd schrijven naar een terughoudende, veeleer bescheiden zegging waarin het waargenomene meteen ook wordt gerelativeerd"). Af en toe mogen de aanhalingstekens zelfs blijven staan of blinken de aantekeningen uit door nietszeggende encyclopedieënwijsheid. "Bosco onderzoekt in zijn romans de plaats van de ik-figuur in de omringende werkelijkheid." Dat weten we dus ook weer.

Toch is het niet allemaal kommer, kwel en badwater. In het mooie stuk over de Mont Ventoux draven de juiste auteurs af en aan, en ook de wandelingen in het voetspoor van Buysse of Couperus lezen aardig weg. Het hoofdstuk over Vincent van Gogh is sober en efficiënt. Af en toe vinden we zelfs een verborgen parel: Louise Colet en André de Richaud bijvoorbeeld, of een fraai Marsman-citaat.

Maar we moeten te veel onkruid wieden. Clichés: "een soort tijdloosheid (...) die op momenten zelfs literair aandoet", namen van wijnbouwers die "als poëzie" in de oren klinken. Bergtoppen ogen altijd vervaarlijk, beekjes schilderachtig, caféterrassen gezellig. Op pagina 166 krijgen we de volle lading: een bedrijvig stadje, een dreigende rotsmassa, blind vertrouwen, de ongekende krachten van de natuur... En wat heeft de lezer aan de mededeling dat Daniël Robberechts in zijn overigens prachtige tekst Aankomen in Avignon "een absolute visie (op deze stad, EM) wil poneren", dat René Char over Van Gogh schrijft "in functie van een allesomvattend, onuitgesproken beeld" of Nostradamus twee keer getrouwd is? Stromingen en auteurs duiken op en krijgen vaak pas duiding in het volgende hoofdstuk, weetjes en citaten worden al eens - in hetzelfde fragment dan nog - herhaald, namen fout afgeschreven.

Is De adem van Mistral een te mijden boek? Het is vooral een gemiste kans. Kreeg de auteur te weinig tijd voor zijn reusachtige opdracht, te weinig speelruimte? Halverwege duikt een verontrustende passus op, die laat vermoeden dat er eigenlijk een ander boek geschreven moest worden: "Ik heb me niet echt voorbereid op deze zoektocht naar literaire herinneringen. (...) Probeer ik op een of andere manier misschien steeds mezelf weer op het spoor te zijn? Soms overvalt me de gedachte dat dit één grote, uit de hand gelopen grap is, een literair spel. Misschien is het dat ook wel." Misschien missen we wel iets: een echt reisdagboek van een bezeten zoeker naar taal, landschappen en zichzelf. Intussen moeten we het met dit niet echt briljante knip- en plakwerk stellen. Koop het toch maar, lezer, en stop het in je reistas. Erger je niet; ik heb het al gedaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234