Vrijdag 22/11/2019

Twee goddelozen en hun liefde

Maryse Condé. 'Bovenwindse hoogten'

Het laat-negentiende eeuwse Cuba en het eilandje Guadeloupe vormen het decor van de even hartstochtelijke als onmogelijke liefdesgeschiedenis tussen de jonge mulattin Cathy en de ravenzwarte vondeling Rayzé. Die laatste ontleent zijn naam aan het struikgewas waarin hij gevonden is door de vader van Cathy. De twee kinderen groeien samen op en worden onafscheidelijk. Ze zijn voorbestemd voor elkaar, Cathy en Rayzé zijn elkaars ziel en zaligheid. Klassen- en rassenverschillen verhinderen echter een gezamenlijk leven en Cathy trouwt met de rijke blanke plantagehouder Aymeric de Linsseuil, die, tegen de uitdrukkelijke wens van zijn familie in, van de mooie, dwarse Cathy is gaan houden, ook al wist hij, net als iedereen, dat hij slechts "de restjes opat die Rayzé had overgelaten."

Cathy sterft vlak voordat zij het leven aan een dochter zal schenken (wie de vader is wordt pas op het eind duidelijk). Vanaf dat moment wordt Rayzés bestaan beheerst door wraakzucht ten opzichte van de man die hem zijn Cathy afpakte (Aymeric) en door een niet aflatende zoektocht naar zijn overleden, dolende wederhelft. Hun zielen gunnen elkaar geen rust tot ze weer samen zijn, maar tegen die tijd heeft de ruïneuze kracht van hun liefde haar werk al gedaan en staat hun nageslacht voor nagenoeg dezelfde onmogelijkheden. Bovenwindse hoogten is geschreven als eerbetoon aan Emily Brontës Wuthering Heights maar ook zonder die hulde sprankelt de nieuwe roman van Maryse Condé van magie, romantiek en dramatiek. Maryse Condé (Guadeloupe, 1937) combineert al jaren een succesvolle academische carrière met een loopbaan als schrijfster. Midden jaren tachtig breekt zij door met een indrukwekkend familie-epos, de Afrikaanse saga Segou. Voorts heeft ze verschillende toneelstukken, essays en studies over Afrikaanse en Antilliaanse letterkunde op haar naam staan. Zowel in haar leven als in haar werk staan Condés Antilliaanse achtergrond en Afrikaanse wortels (Segou werd opgedragen aan haar Bambara-voormoeder) centraal. Ook in Bovenwindse hoogte keert het thema van - de zoektocht naar de eigen - identiteit terug. "Met Rayzé kan ik nooit of te nimmer trouwen," zegt Cathy. "Dat zou te ver beneden mijn stand zijn. Het zou een terugkeer zijn naar het leven van onze voorouders, die wilden uit Afrika."

Ongeciviliseerd of niet, Rayzé vertegenwoordigt het Afrikaanse, het instinctmatige, het ongekunstelde zelf, en daarmee een heel ander leven dan dat van de beschaafde blanken. Aymeric staat voor de rede en hoezeer hij zijn jonge bruid ook probeert te behagen, Cathy is haar ziel kwijt en teert langzaam maar zeker weg sinds zij Rayzé de rug heeft toegekeerd. Als haar geliefde na enkele jaren terugkeert, vindt hij haar stervende. Cathy beschuldigt hem ervan dat hij haar verlaten heeft, maar Rayzé verweert zich: "Nee, dat is niet mijn schuld, dat heb je zelf gedaan! Jij schaamde je opeens voor al het geluk dat we hebben beleefd toen we vrij waren en ongeremd als twee goddelozen. Jij begon me te minachten. Jij wilde opeens liever omgaan met de mensen met een blanke huid, die boeken lezen en algemeen beschaafd praten. Je besefte alleen niet dat je daarmee jezelf minachtte en ontkende. En dat is je fataal geworden, want je kunt je bloed niet verloochenen."

Net als afkomst en identiteit speelt de vrouw of het vrouw-zijn een belangrijke rol in het werk van Condé. Rond de enige zwarte vrouw die beschuldigd was van hekserij in de jaren 1600 in het Noord-Amerikaanse Salem, construeerde Condé een verhaal waarmee zij deze naamloze vrouw een plaats in de geschiedenis bezorgde (Tituba, 1994). Ook de vrouwen in Bovenwindse hoogten zijn trotse, krachtige persoonlijkheden. Het verhaal over de fatale liefde tussen Cathy en Rayzé wordt door verschillende personages verteld, een aantal keren door - vrouwelijke - bedienden. Door ook deze ondergeschikten een vertelperspectief te geven beperkt Condé zich niet tot de liefdesgeschiedenis, maar bedt zij het verhaal in de sociaal-economische setting van die tijd in. Stand- en rassenverschillen (de negers, mulatten en blanken die de eilanden bevolken wonen in gescheiden werelden, al zijn die onlosmakelijk met elkaar verbonden) determineren de samenleving maar onder Europese en Amerikaanse invloed verandert ook het politiek klimaat. Zo gebruikt Rayzé het opkomend socialisme om arbeiders te ronselen die, onder het mom van kapitalistische uitbuiting, de koffieplantages van Aymeric in brand steken en hem daarmee ruïneren. De oorspronkelijke titel La migration des coeurs is met Bovenwindse hoogten fraai vertaald; ze verwijst zowel naar de Woeste hoogten als naar de locatie waar het verhaal zich afspeelt (de Bovenwindse eilanden in het Caraïbisch gebied). Onvolkomenheden als 'pinarie' (in plaats van 'penarie') en 'kraperen' (in plaats van 'creperen') zijn vertaalster Eveline van Hemert dan ook vergeven, want op nog enkele kleinigheden na is Bovenwindse hoogten in rijk Nederlands verwoord. Typisch Antilliaanse begrippen zijn achteraan in het boek in een verklarende woordenlijst opgenomen.

Maryse Condé (uit het Frans vertaald door Eveline van Hemert), Bovenwindse hoogten, In de Knipscheer, 377 p., 795 frank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234