Maandag 26/10/2020

Twee breiers over hun toeren

Een moeder en een zoon die 's avonds aan tafel ruziën over steken en toeren, het zal in niet veel huishoudens voorkomen. Wel ten huize Frunt, waar Hilde en Sigi de ingewikkeldste breiwerken maken. Als het moet met twee bezemstelen en een ketting uit de ijzerwinkel.

door Agnes Goyvaerts

Foto Jimmy Kets

Het viel helemaal niet in goede aarde toen zoon Sigi vijf jaar geleden thuis doodleuk kwam melden dat hij wou gaan breien. "O neen!", zegt Hilde Frunt, "ik was er absoluut niet blij mee. Ik vond dat een beetje gemakkelijk, net voor het examen van de middelbare school stoppen en bij mama gaan werken. Wat je begint, moet je afmaken, en hij heeft dus alle tegenwind gekregen die maar mogelijk was."

"En ik heb het toch gedaan", zegt Sigi laconiek. We zitten op een terrasje in de Kerkstraat, Antwerpen. Boven is het breiatelier, nog een verdieping hoger woont dochter Isis die de communicatie verzorgt. Schoonzoon Nico doet de zakelijke kant van de zaak. Naar huis gaan is voor Hilde en Sigi de straat oversteken. "Handmade in Antwerp" is hun slagzin, maar het zou bijna "Made in Kerkstraat" kunnen zijn. Alles zit hier dicht op elkaar en diepgeworteld. Op een steenworp ligt het Stuivenbergziekenhuis. Daar moet Sigi (24) in deze periode geregeld heen voor een chemokuur. Hij heeft de ziekte van Hodgkin. "Een jongerenkanker", zegt hij, "en gelukkig een soort die te genezen is. De verpleegsters en de dokters op oncologie zijn ongelooflijk. Die mensen zijn zo opgewekt dat ik er voortdurend nieuwe energie van krijg. Maar ik moet wel veel rusten, en dat is lastig, want de collectie moet af. Vorige week heb ik toch doorgewerkt. Dat moest ik bekopen ik met koorts, en ik moest het ziekenhuis in. Ik let dus wel een beetje op nu."

Hilde (55) is eigenlijk op een even onorthodoxe manier aan haar carrière begonnen als haar zoon. Ze deed studies voor public relations, maar werd van school gestuurd omdat ze in de klas zat te haken. Ze kon het niet laten. "Ik ontdekte de breinaalden in de lagere school, en kreeg een passie voor de steek." Het mooiste, vindt ze, is dat je begint van niets, van een draad. "Eén draad bepaalt zowel de stof en het model. Je maakt proeflapjes, je probeert dingen uit, je wast, je steekt het in de machine, en niet zelden komen uit fouten de wonderlijkste dingen tevoorschijn." In 1973 opende ze in de Wolstraat (!) in Antwerpen haar Fish-atelier. De buurt was de navel van alles wat alternatief en hip was. Enkele huizen verder haakte de legendarisch geworden An Salens haar kleurige jurken met veel franjes. Hilde had een heel andere stijl, een ander publiek ook. Ze breide sierlijke jurken en truien en maakte op vraag van de klanten stukken op maat. De drie kinderen groeiden op tussen de kluwens wol en deden hun middagdutje in een mand in de paskamer. Op een dag passeerde Walter Van Beirendonck en vroeg of Hilde voor hem enkele truien kon uitwerken. Dat werd het begin van een samenwerking met het gros van de bekende Antwerpse ontwerpers, van wie er vandaag nog altijd een stoet bij haar passeert.

Naast haar eigen, persoonlijke collectie maakt ze de prototypes en soms kleine series van het moeilijke breiwerk van onder anderen Veronique Branquinho, Dries Van Noten, Wim Neels, Bruno Pieters, Christian Wijnants, Christophe Coppens en Ann Demeulemeester. Het bezorgt haar vaak hoofdbrekens, maar "Neen, ik denk er niet aan om ermee te stoppen", zegt ze. "Het zijn keer op keer grote uitdagingen omdat die mensen natuurlijk heel speciale dingen willen. Voor Raf Simons heb ik eens zestig truien met de hand in elkaar gezet, die enkel op een paspop konden gemaakt worden, allemaal draden met kleine lapjes ertussenin. En voor Ann heb ik dingen van kettingen gebreid. 's Avonds, als iedereen weg was uit het atelier, zaten wij hier te experimenteren. Met een rol ketting van de ijzerwinkel breide ik met twee bezemstelen. Maar als je één keer miste, viel het hele experiment in duigen. Verschrikkelijk! Maar het is gelukt. Toen heeft Ann me wel speciaal gebeld om te bedanken." Ook voor Veronique Branquinho zijn het soms moeilijke dingen, "maar mettertijd begrijpen we elkaar met een half woord. Als Veronique zegt 'smal', dan weet ik meteen wat ze bedoelt."

Met haar eigen collectie zit ze in een ander ritme, die moet niet klaar zijn voor de shows in Parijs, en zo kan het goed naast elkaar leven. "Maar zoals nu is het weer werken tegen de klok, want de speciaalste stukken moeten eerst klaar zijn, die worden meteen bij het begin van het seizoen gekocht door de fashion victims. Vorige week kwam er een nieuwe klant, Christophe Coppens, met iets heel moeilijks en het moest snel af zijn. Twee dagen heb ik er mijn hoofd over gebroken en was ik echt kwaad. Vanmorgen 'zag' ik het ineens. En dat is prettig."

Enkele maanden geleden gaven ze hun eerste defilé samen, moeder en zoon, elk met hun eigen collectie. Want Sigi dreef dus wel degelijk zijn zin door. Zijn studies reclame gaf hij op, overdag volgde hij een cursus technisch breien bij de VDAB, 's avonds werkte hij bij Pizza Hut. Zijn eerste serie - 4 stuks- in 2001 sloeg meteen aan. Sigi: "Ze waren bedoeld voor mannen, maar één trui viel nogal klein uit en werd vooral door vrouwen gekocht. Meteen had ik dus een mannen- en een vrouwencollectie." (lacht) Daarnaast ging hij als student-verkoper werken bij Diesel op de Meir en klom er snel op tot visual merchandiser. "Het was een heel leuke tijd. Ik leerde veel, want het moest allemaal heel juist zijn. Ik leerde er dat het niet volstaat een goed product te hebben, maar dat je het ook goed moet kunnen presenteren. En ik kwam er in contact met een ander soort klanten, met de wat duurdere mode."

En toen ging je je mama helpen...

(in koor) Neen! Hilde: "Hulp heb ik van hem nooit gehad, hij deed enkel zijn eigen ding."

Sigi: "We vergaderen wel samen, we adviseren elkaar, maar we maken niet hand in hand dezelfde dingen. Hildes werk is vrouwelijker, meer natuur. Het mijne is jonger, stadser, nonchalanter. Dat was ook de bedoeling van de show, laten zien dat we echt verschillende dingen maken. Maar voor Hilde is het natuurlijk wel een fijne gedachte dat er opvolging is."

Sigi werkt intussen ook als programmeur van breimachines bij een van de weinige grote breiers die ons land nog rijk is. Daar zet hij patronen om in computertaal. Als hij voor zichzelf werkt, is het met de handbreimachine. "Als de mensen me vragen wat ik doe, en ik antwoord: 'Ik brei' dan is het van: 'Hu? Je doet wát?' Ze denken dan aan twee priemen en geitenwollen sokken, maar dat is een fout beeld, natuurlijk. Ik vind het wel geweldig met mijn handen zelf iets te maken, het geeft me een bijna dierlijke voldoening. En dat je daar dan ook nog je brood kunt van kopen..."

Of het niet eenzaam is, vraag ik hem, want ik kan me voorstellen dat er niet veel collega's zijn met wie hij kan praten. "Het is een kleine wereld, ja, maar ik heb een vriend die in de reclame zit, en hoewel we totaal verschillende dingen doen, denken wij op dezelfde manier. Met hem kan ik goed van gedachten wisselen. Vroeger heb ik gedrumd, en ik brei eigenlijk zoals ik speelde: je hebt je basispatroon, en daar maak je een hoek aan. De basis van mijn truien is altijd averechts en de naden aan de buitenkant, dat is standaard. Daarna moet er nog iets gebeuren: verschillende kwaliteiten van draad combineren, contrasterende kleuren gebruiken. Met het drummen begon ik op tel 1 en tel 3, niet op 2 en 4, zoals de meeste muzikanten. Daar moest ook altijd een hoek af. Het is een denkwijze die me in het bloed zit."

Een oudere dame passeert en houdt halt om Sigi te vertellen dat ze toch zo geweldig veel succes heeft met die bruine jas die ze van heeft gekocht. Dat doet plezier. "We voelen dat de mensen de massaproducten echt wel grondig beu zijn", zegt Sigi. "Ik verkoop in kleinere boetieks die persoonlijker werken. Vergelijk het met een meubel dat op maat is gemaakt, het heeft meer charme en je krijgt betere service. Je gaat er ook zelf zorgzamer mee omspringen als je weet dat iets handgemaakt is."

Hilde is terug van "nog even een Fedex versturen", en daarna van "nog even een stuk uit elkaar halen", en bevestigt: "Je ziet dat de dingen die wij maken niet van een machine komen. Ik noem het handwerk op de machine, alles wordt immers met de hand in elkaar gezet en afgewerkt."

In het atelier werken mensen uit Rusland, Venezuela, Albanië, Iran, Turkije en... Wijnegem. Hilde Frunt maakte gebruik van een invoegprogramma dat door minister van Tewerkstelling Landuyt werd ingevoerd. Het loopt over drie jaar en heeft de bedoeling werk te verschaffen aan mensen die moeilijk aan de bak komen. Na die drie jaar zouden ze klaar moeten zijn voor de gewone arbeidsmarkt. Ondertussen krijgt de werkgever een loonsubsidie. "Ik ging ervan uit dat zij nog een zekere affiniteit met het handwerk zouden hebben", zegt Hilde, "maar gemakkelijk is het niet. Ik ben zelf nogal speedy en je merkt dat die mensen een heel ander werkritme hebben. De meesten hebben voordien nooit werkervaring gehad. Ze beseffen niet hoe het er in een een fabriek toegaat. Ze vinden het maar normaal dat ze hier kunnen theedrinken en een sigaretje gaan roken. Maar mijn werk moet wel op tijd áfraken, hé."

Sigi: "Die mensen krijgen nu wel een loon. Ze kunnen een woning huren en eten kopen."

Hilde: "Was het uit idealisme? Ja, voor een deel. Maar ook deels uit noodzaak. Breiers kun je erg moeilijk vinden. We zijn nu anderhalf jaar bezig, en het begint te gaan. Maar je moet heel veel geduld hebben, ook met de taal. Als ze aankomen, zeggen ze allemaal dat ze Nederlands kennen. Tot je begint te praten."

Niet alleen breiers vinden is een probleem, ook de machines. Hilde: "We kopen alles op wat er op Ebay belandt. Heb je die rij dozen zien staan in de gang? Allemaal tweedehandsmachines van tricotbedrijven die zijn gestopt. Het is ook nodig, soms gaan hier op een week tijd wel twee machines kapot."

Sigi: "Wij gaan ook wel onconventioneel met onze machines om, hé. er wordt nogal wat aan gesleurd."

Een dame met een luipaardpetje op komt aanlopen en tovert uit een plastic zak een foto tevoorschijn van Sigi tussen The Pointer Sisters. Ze heeft ze in een plexistandaard geplaatst, met de naam van Sigi op. "Da gonnekik in men vitrin zetten." Ze had vernomen dat Sigi werd geïnterviewd en wou haar steentje bijdragen tot zijn faam.

Ze heeft een van de boetieks waar de ontwerpen van Sigi worden verkocht. Hilde: "Wij hebben lange tijd enkel privéverkoop gedaan en op maat gewerkt, maar je voelt dat je naar winkels moet als je wil groeien. Sinds 2003 werken we elk met een agent en verkopen we in boetieks. Voorlopig alleen in België, ik ook aan één klant in Ierland."

Sigi: "We groeien traag, maar zeker. Over vijf jaar zou ik graag in Japan zijn. We staan voor 'made in Antwerp' en we weten waar we heen willen."

Of ze 's avonds, aan tafel, ook weleens over iets anders praten dan over breien?

"Neen" zegt Hilde beslist, "het gaat altijd over toeren en steken."

Sigi: "Behalve vandaag, met de derde baby van Isis die er net bij is gekomen." n

www.hildefrunt.com

www.sigifashion.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234