Dinsdag 20/04/2021

Twaalf volksgewone mensen

Twaalf doodgewone inwoners van de provincie Luxemburg zullen zich de komende twee maanden een oordeel moeten vormen over schuld of onschuld van Dutroux, Martin, Lelièvre en Nihoul. Kan dat wel, over zo'n ingewikkeld dossier dat zeven jaar onderzoek nodig heeft gehad? Natuurlijk, vinden assisenpleiters. Absoluut niet, zegt rechtspsycholoog Peter van Koppen. 'Volksjury's bestaan vaak uit niet erg intelligente en makkelijk te beïnvloeden mensen.'

Sue Somers

Heel even maakte het hart van Rosaline Verhelst een sprongetje toen twee jaar geleden een dagvaarding in haar bus viel in het Antwerpse Hemiksem. Terwijl de meeste van haar lotgenoten vonden dat ze slecht nieuws hadden gekregen, was Verhelst blij en opgelucht: ze werd opgeroepen om als jurylid te zetelen op het assisenproces van de vermoorde veearts Karel Van Noppen. "Ik had altijd al in een assisenjury willen zitten, maar omdat ik binnenkort zestig word, had ik de hoop al een beetje opgegeven. Toen kwam ineens die dagvaarding, en dan nog voor het proces-Van Noppen. Schoner kon ik het niet krijgen."

Rosaline Verhelst is haar hele leven al gefascineerd door assisenprocessen. "Niet dat ik er een kick van krijg te beslissen over het leven van mensen. Ik wilde gewoon aan den lijve ondervinden hoe justitie werkt." Verhelst moet toegeven dat ze het zich allemaal wat eenvoudiger had voorgesteld. "Toen ik eenmaal in de asssisenzaal zat, dacht ik: 'Amai, dat gaat hier ingewikkeld worden'. Ik had op voorhand wel wat gelezen over de zaak-Van Noppen, maar als je dan al die getuigen hoort... Het was niet gemakkelijk, maar langzaamaan heb ik een idee gekregen van het hele dossier en mijn ideeën gestaafd met wat ik te horen kreeg." Dat is net het hele probleem met volksjury's, vindt Peter van Koppen, als rechtspycholoog verbonden aan het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving. "Gewone mensen vertalen informatie zodanig dat die in hun denkschema's past. Confirmation bias heet dat in de psychologie. Bovendien zijn lekenrechters onervaren in het waarderen van bewijs. Ze laten zich leiden door emoties en houden er geen rekening mee dat getuigen hun verhaal vaak jaren na de feiten vertellen. Beroepsrechters zijn daarop getraind. Ze corrigeren zichzelf ook op vooroordelen."

Juryrechtspraak is oorspronkelijk ingevoerd om verdachten te beschermen tegen de ongebreidelde macht van wrede koningen. Een representatieve afvaardiging van het volk zou eerlijker straffen. Peter van Koppen twijfelt er sterk aan of die redenering vandaag nog opgaat. "Onderzoek in België naar de samenstelling van jury's heeft uitgewezen dat hoogopgeleiden grotendeels ontbreken. Zowel het openbaar ministerie als advocaten hebben een voorkeur voor laagopgeleide mensen omdat die meer beïnvloedbaar zijn. Je ziet ook vaak dat hoogopgeleiden gemakkelijker met een excuus komen om niet te hoeven zetelen als jurylid, bijvoorbeeld omdat ze een drukke baan hebben. Dat is jammer, want assisenzaken zijn ingewikkeld en het is handig dat je als jurylid kunt begrijpen waar het over gaat."

Onzin, vindt strafpleiter Jef Vermassen. "Assisenzaken gaan helemaal niet over moeilijke thema's. Er komt ook geen juridische spitstechnologie aan te pas. Het gaat meestal over emotionele misdrijven, moord of doodslag. Een milieuzaak vind ik veel moeilijker en ingewikkelder, omdat daar veel meer wetgeving bij komt kijken."

Vermassen sluit niet uit dat mensen die zich over emotionele misdrijven moeten uitspreken ook een emotioneel oordeel vellen. "Maar ik vind niet dat je lekenrechters moet onderschatten. Trouwens, beroepsrechters hebben ook emoties. Ik pleit nu een pijnlijke zaak over kindermisbruik voor een strafrechtbank. Het eerste wat de rechter zei toen hij de verdachte naar voren riep, was: 'Zo meneer, we gaan u hier eens leren met uw poten van kinderen af te blijven'. Mensen die beweren dat een volksjury niet in staat zou zijn te oordelen over schuld of onschuld hebben geen ervaring met het systeem."

Strafpleiter Vic Van Aelst vindt dat er voor het proces-Dutroux beter een uitzondering was gemaakt. "Ik ben absoluut een voorstander van volksjury's, maar in het geval van Dutroux vind ik het een beetje gevaarlijk. Voor de gruwelijkste zaken zou ik liever bij een beroepsrechter pleiten omdat gewone mensen in zulke gevallen oordelen uit volkswoede. Beroepsrechters kunnen beter afstand nemen.

"Als je bij wreedaardige zaken met foto's van een autopsie moet beginnen, is dat gewoon niet leuk voor een volksjury. Een video is al helemaal dodelijk. Het is opvallend hoe de politie dan ook haar best doet het lijk in 75 verschillende posities te filmen om het zo afschuwelijk mogelijk in beeld te brengen." In dat opzicht heeft Dutroux geen schijn van kans voor een volksjury. Zijn dossier puilt uit van de autopsieverslagen en verschrikkelijke foto's.

Dat volksjury's onevenwichtig zouden zijn samengesteld, met een overwicht aan laagopgeleiden, willen de meeste advocaten niet hebben gezegd. "Wie dat beweert, is omhooggevallen", reageert de Antwerpse advocate Liliane Verjauw. "In een jury zit doorgaans de gemiddelde mens van de straat. Trouwens, je moet toch geen diploma hebben om te kunnen oordelen over schuld en onschuld? Tijdens een assisenproces wordt het hele gerechtelijke onderzoek mondeling overgedaan in de rechtszaal. Je merkt dan dat de jury haar opdracht altijd heel au sérieux neemt. Je ziet die mensen echt groeien in hun job."

Wel geeft Verjauw toe juryleden regelmatig te wraken bij het begin van een proces. "Meestal op basis van hun beroep. Als ik een kindermoordenaar verdedig, wil ik zo weinig mogelijk huismoeders in de jury, en zeker geen sociaal assistenten. Die nemen het toch altijd op voor de sukkelaars. Bij een vreemdeling ga ik bepaalde opleidingen vermijden. Soms is het ook gewoon een kwestie van intuïtie. Als ik een voorgevoel krijg bij iemand, of als een kandidaat-jurylid eruitziet als iemand die op het Vlaams Blok zou stemmen, dan wraak ik die persoon."

Ook Vic Van Aelst heeft al kandidaat-juryleden gewraakt, hoewel hij er niet al te erg in gelooft. "Je kunt je soms lelijk vergissen, maar na 32 jaar denk ik toch over enig fingerspitzengefühl te beschikken. Als iemands kop mij niet aanstaat, gooi ik hem of haar er gewoon uit. Madammen die hun handtas stevig vasthouden wanneer ze bij de jurysamenstelling naar voren worden geroepen: eruit. Vrouwelijke juryleden in zedenzaken: eruit."

Jef Vermassen vindt niet de manier waarop een volksjury is samengesteld doorslaggevend, wel het feit dat er een veelheid van meningen in aan bod komt. "In strafzaken heb je meestal maar één rechter, in een assisenjury heb je er twaalf. Dat geeft meteen een veel groter gamma aan denkpatronen. Natuurlijk zullen juryleden de feiten die ze tijdens een proces te horen krijgen voor een groot deel passen in de opvattingen die ze hebben over goed en slecht. Maar ook een beroepsrechter oordeelt op basis van zijn achtergrond en eigen visies."

Vermassen vindt het ook een voordeel dat assisenprocedures grondiger verlopen dan gewone strafzaken. Juryleden krijgen het verleden van de beschuldigde van naaldje tot draadje uitgelegd. "Beroepsmagistraten moeten op een voormiddag soms tien, vijftien dossiers per zitting afhandelen. Ze hebben gewoon niet de tijd om het misdrijf waarover ze moeten oordelen te passen in het levensverhaal van de verdachte die voor hen staat. Bij een assisenproces daarentegen heb je een pak getuigen die iets komen vertellen over de beschuldigde. Er worden veel meer feiten naar voren gebracht waarop de jury zich kan baseren om een oordeel te vellen."

Rechtspsycholoog Peter van Koppen blijft ervan overtuigd dat beroepsrechters de aangewezen personen zijn om te oordelen over de ergste misdaden. Een groep juryleden wordt volgens hem te veel blootgesteld aan psychologische valkuilen. Het gevaar bestaat bijvoorbeeld dat een natuurlijke leider zich opwerpt en bij twijfel over een schuldvraag alle neuzen in dezelfde richting zet. "Groupthink is bewezen", zegt Van Koppen. "Psychologen hebben tests gedaan door aan een groep mensen even lange lijnen te laten zien. Daarop vroegen ze aan de groep welke lijn het langst was. De meerderheid conformeerde zich direct aan de antwoorden die al waren gegeven."

Ook gevaarlijk volgens Van Koppen is groepspolarisatie, wat betekent dat mensen met een nog extremer standpunt uit groepsdiscussies komen dan ze erin gingen. Als juryleden in eerste instantie al wantrouwen voelen tegenover een beschuldigde wordt hun mening na beraad alleen maar versterkt. Ze vullen elkaars argumenten aan.

Rosaline Verhelst, jurylid op het proces-Van Noppen, erkent dat de deliberatie het moeilijkste onderdeel was van haar taak. "We zaten daar allemaal op elkaar gepakt in een kamertje met alleen maar wat koffie en koeken. En maar discussiëren, hé! Sommigen hebben daar tranen met tuiten gehuild omdat ze er helemaal onderdoor zaten. Een aantal juryleden heeft toen een beroep gedaan op de psychologische bijstand van het gerecht." Verhelst denkt dat ze geen enkele beslissing heeft genomen onder groepsdruk. "Ik heb tijdens de deliberatie met een aantal mensen gesproken en gepeild naar wat zij dachten, maar uiteindelijk heb ik alles zelf beslist. Het dossier lag ook ter inzage in de deliberatiekamer. Ik ben verscheidene keren opgestaan om er nog eens door te bladeren. Sommigen hebben geweigerd de foto's te bekijken die in het dossier zaten, maar ik wilde het allemaal nog een keer zien voor ik over levens ging beslissen."

Voor rechtspycholoog Peter van Koppen vormen niet alleen de psychologische valkuilen een probleem, ook advocaten kunnen volgens hem nietsvermoedende juryleden op het verkeerde, en vaak emotionele been zetten. "En emoties hebben nu eenmaal niets te maken met schuld of onschuld van een verdachte. Een ervaren rechter kan daar doorheen kijken, maar gewone mensen niet." Van Koppen verwijst impliciet naar 'de truken van foor' die advocaten uit de kast halen wanneer ze een jury moeten bespelen.

"Bespelen, bespelen, ik hou helemaal niet van dat woord. Het is ook niet correct", vindt de Gentse strafpleiter Walter van Steenbrugge. "De taak van een advocaat is een jury bij te staan in haar oordeel. Ik vind niet dat ik mensen bespeel wanneer ik aan de hand van het verleden en de opvattingen van een beschuldigde uitleg hoe hij tot een bepaalde daad is gekomen. Ik probeer gewoon de ware toedracht van de feiten uit te leggen. Een verleden van misbruik en verwaarlozing kan soms heel nuttig zijn om te begrijpen waarom iemand iets heeft misdaan. De juryleden in de zaak-Dutroux hebben er alle baat bij dat de volledige chronologie van zijn leven uiteen wordt gezet, om te kunnen begrijpen hoe hij zo'n monster is geworden." Hoewel Van Steenbrugge ontkent dat hij als advocaat 'trucs' gebruikt om een jury te beïnvloeden, geeft hij toe dat hij 'anders' pleit voor een beroepsjury dan voor een volksjury. "Bij assisen let ik op de mimiek van de juryleden. Als iemand een vragend gezicht trekt bij een getuigenis, dan onthoud ik dat en kom ik daar later op terug. Het is eigenlijk niet eerlijk, maar bij assisen is de uitslag voor een groot deel afhankelijk van de advocaten die pleiten."

Ook Liliane Verjauw zegt de jury nauwlettend in de gaten te houden tijdens een proces. "Ik richt me altijd tot mensen die noteren of vragen stellen." Al durft Verjauw wel eens verder gaan. "Ik heb ooit eens een fictieve brief van een dood slachtoffer aan haar moordenaar voorgelezen. En dat sloeg in als een bom."

Jef Vermassen pakt zijn pleidooien anders aan: "Het is een misvatting dat advocaten assisenzaken zodanig emotioneel pleiten dat ze de jury na hun pleidooi bij wijze spreken alleen nog maar een dweil moet aanbieden." Jurylid Rosaline Verhelst houdt geen goede herinneringen over aan de advocaten op het proces-Van Noppen. "Ze hebben het proces kapotgemaakt", zegt ze, verwijzend naar de vele incidenten tussen een aantal advocaten en Edwin Van Fraechem, de voorzitter van het hof. "Het proceduregepleit van sommigen heeft me echt niet kunnen bekoren. Ik volg het Dutroux-proces nu met andere ogen en heb me al vaak in de plaats gesteld van de juryleden. Ze hebben daar de eerste week al veel meegemaakt. Ze moeten het ontzettend moeilijk hebben." Nadat het verdict was gevallen op het proces-Van Noppen heeft Verhelst de moord op de veearts maar moeilijk van zich af kunnen zetten. "Het eerste jaar na het proces ben ik er nog vaak mee bezig geweest. Het contact met andere juryleden was toen ook heel sterk. Nu is dat gevoel wat minder, maar ik kan geen gevangenis meer voorbijwandelen of mijn gedachten zitten weer bij het proces."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234