Zaterdag 10/04/2021

Tuttige tuinkabouter wordt hip statussymbool

undefined

Wordt de tuinkabouter, voor velen het kitschsymbool bij uitstek, binnenkort symbool van een superieure smaak? Befaamde designers en mode-ontwerpers hebben zich op de tuinkabouter gestort en in het Parijse Parc de Bagatelle loopt momenteel een grote tentoonstelling rond de tuinkabouter.

Mijn tuin was in de wijde omtrek beroemd, en iedere reiziger bleef stilstaan en keek door het rode hek naar de bedelaars van steen en naar de bonte dwergen", schreef Goethe in 1789 in Hermann und Dorothea. Dit zou de indruk kunnen wekken dat onze tuinkabouters een eerbiedwaardige geschiedenis hebben. De tuinkabouters zoals wij die nu kennen, dateren echter pas van het einde van de vorige eeuw, beweert de Duitse journaliste Doris Muliar in haar boekje Ik geef je een Tuinkabouter. De dwergen van Goethe waren waarschijnlijk bontgeschilderde exemplaren, ontsproten aan de fantasie van een of andere beeldhouwer of pottenbakker. De eerste echte tuindwerg zou pas rond 1870 in Duitsland zijn gemaakt.

Dat wordt dan weer betwist door de Britse tuinhistoricus Brent Elliott. In een artikel in het gereputeerde tuinblad The Garden betoogt hij dat de eerste echte tuinkabouters rond 1847 opdoken in de tuin van de excentrieke Sir Charles Isham in Northamptonshire. Het ging om porseleinen beeldjes die hij had meegebracht uit Duitsland en die daar gebruikt werden als tafelgarnituur. Voor Sir Charles ging het overigens niet zomaar om beeldjes, hij geloofde rotsvast in het bestaan van dwergen en feeën.

Misschien hebben Muliar en Elliott allebei gelijk: Sir Charles plaatste kabouters in zijn tuin die niet als tuinornament bedoeld waren, de echte tuinkabouters zouden pas later zijn verschenen. Maar in beide gevallen lag hun oorsprong in Duitsland.

Duitsland is nog altijd 's werelds grootste producent van tuinkabouters. Elk jaar worden er meer dan twee miljoen gefabriceerd en over heel de wereld geëxporteerd. Een tijdje geleden bracht het Amerikaanse zakenblad Fortune zelfs verslag uit van een heuse Gartenzwerge Krieg tussen Polen en Duitsland vanwege de import van 'goedkope' tuinkabouters. Een degelijke Duitse tuinkabouter met alles erop en eraan kost al gauw 2.300 mark (45.000 frank), de Poolse imitaties kosten nauwelijks enkele marken. Vorig jaar nam de Duitse douane meer dan 30 ton Poolse namaakdwergen in beslag. Volgens Peter Griebel, ontwerper van de in Duitsland momenteel razend populaire Schweinreiter - een tuinkabouter in cowboy-kledij op de rug van een varken - is de tuinkabouter een typisch Duitse creatie. "Het idee is Duits en we zullen vechten om dat te beschermen."

De eerste massaproductie van (tuin)kabouters mag dan in de 19de eeuw in Duitsland zijn ontstaan, de geschiedenis van de dwerg als mythische figuur is al veel ouder. En ook de geschiedenis van de tuinkabouter is waarschijnlijk veel ouder en zeker niet alleen Duits. Bij het binnenkomen van de Renaissancetuinen van Boboli in Firenze wordt de bezoeker bijvoorbeeld verwelkomd door een beeld van een dwerg.

De zeemzoete tuinkabouters die we vandaag in onze tuinen aantreffen met hun gietertje, hun kruiwagentje of hun hengeltje hebben nog weinig van doen met het vervloekte kind van Aphrodite en god van de vruchtbaarheid Priapos, met de mysterieuze mijnwerkers van Cappadocië of de bespottelijke hofdwergen uit het verleden. (zie kader). Tenzij dan misschien dat de tuinkabouter traditioneel een man is.

De moderne tuinkabouters zijn lachende en vriendelijke hoeders van de tuin. Ze waken dag en nacht over bloemenborders, struiken en grasvelden. Elk plantje geven ze water, ze behoeden nuttige wezens in de tuin en beschermen ze tegen boze indringers. Altijd vlijtig, altijd bereid hun menselijke medetuiniers behulpzaam te zijn, staan ze onvermoeidbaar te harken, vervoeren ze met hun mandjes en kruiwagens aarde en bloemen. In zijn eentje zou een tuinkabouter al deze plichten en taken niet kunnen vervullen. Daarom zien we ze meestal in groepjes vreedzaam samenwerken. "Een tuinkabouter is zeer op gezelligheid gesteld", schrijft Doris Muliar.

In Frankrijk en België is sinds enkele jaren het Tuinkaboutersbevrijdingsfront actief, een beweging die in heuse guerrillastijl tijdens nachtelijke raids tuinkabouters rooft. Na een tijdje worden die dan teruggevonden in een bos in de buurt, meestal in een cirkel geplaatst en vaak overgeschilderd en ontdaan van hun meest kitscherige attributen. Volgens een Franse journalist die een tijdje optrok met een van de 'commandogroepen' van het Front gaat het om jonge mensen tussen 18 en 25 jaar, "absolute pacifisten en zeer sympathiek die als grap met hun activiteiten begonnen. Maar ze willen er ook iets mee zeggen. Ze willen met hun acties protesteren tegen de kitsch en de massacultuur waarvan de tuinkabouter het symbool bij uitstek zou zijn." In een recent interview met een Franse krant formuleerde een lid van het Front het zo: "Nog altijd heeft de kleine burgerman een reeks beschilderde bierglazen in de kast staan. Spijkert hij een thermometer van Chamonix naast de wandklok. Zet een kabouter in de tuin. Wil je die massacultuur aanvallen, dan is de tuinkabouter het gemakkelijkst te pakken."

De acties van het Bevrijdingsfront hebben er alvast toe geleid dat de tuinkabouter in Frankrijk populairder is dan ooit. In kringen van studenten en Parijse intellectuelen is het bon ton om een tuinkabouter ten geschenke te geven. De Franse designgoeroe Philippe Starck heeft vorig jaar voor een bekend Italiaanse designmerk zelfs een set plastic tuinkabouters ontworpen die ook kunnen dienst doen als tafeltje of zitbankje in het salon.

"De tuinkabouter is het ideale object om te ontsnappen aan vijftien jaar terreur van het minimalisme waarin de humor verboden was", zegt de Franse mode-ontwerper Jean-Charles de Castelbajac in een recent interview met Le Monde. "De tuinkabouter is politiek, hij betekent het einde van de tunnel, het is een vorm van verzoening met het emotionele in de mens na het puur intellectuele minimalisme." De tuinkabouter staat centraal in de nieuwe zomercollectie van de Castelbajac die naar aanleiding van de tentoonstelling in het Parc de Bagatelle in Parijs een 'nain séducteur' heeft ontworpen. Terwijl zijn collega Christian Lacroix een heel speciale kaboutermuts heeft ontworpen die misschien binnenkort in het straatbeeld zal opduiken.

"De tuinkabouter is een mooi voorbeeld hoe sommige voorwerpen uit de populaire cultuur ineens 'legitiem' worden omdat ze geadopteerd worden door de culturele en intellectuele elite die er plezier in schept om de normen van goede smaak te overtreden", zegt de Franse etnoloog Dominique Desjeux. "Normaal imiteren de armen de rijken. Hier zien we dat het soms ook in de andere richting verloopt."

U wilt meer lezen over de tuinkabouter?

* Doris Muliar, 'Ik geef je een tuinkabouter', Terra, 1995.

* Carl-Ludwig Paeschke, 'Das Grosse Buch der Gartenzwerge' (te koop bij De Slegte).

* Jean-Yves Jouannais, 'Des Nains, des Jardins. Essai sur le kitsch pavillonnaire', Editions Hazan,1993, ISBN 2 85025 349 9.

* Rien Poortvliet, 'Het leven en werken van de kabouters', Will Huygen Bussum 1976.

In het Parijse Parc de Bagatelle in het Bois de Boulogne loopt tot 23 juli een tentoonstelling over tuinkabouters die inspeelt op het contrast tussen de populaire 'vulgaire' tuinkabouter en het bij uitstek aristocratische park. In de orangerie van het Trianon wordt een Duitse collectie kabouters uit de 19de eeuw getoond. De tentoonstelling is dagelijks geopend (behalve op dinsdag) van 11-18 uur.

Andere themaparken met tuinkabouters in een hoofdrol:

* The Gnome Reserve, West Putford (Bradworthy), Devon, Engeland, tel (0044) 140.9 24.14.35 Open van eind maart tot oktober.

* Dwergenpark Gurktal, Hemmaweg, 9342 Gurk, Kärnten, Oostenrijk, tel (0043) 42.66.80.77, open van mei tot oktober.

* Duits Kaboutermuseum, Raiffeisenstrasse 11, 74585 Rot am See (Baden-Würtenberg), Duitsland, tel. (0049) 79.55.24.23, open op afspraak.

Het ontstaan van de tuinkabouter

1. Priapos. Omdat Aphrodite, de vrouw van Dionysos, tijdens haar zwangerschap verliefd was geworden op de mooie Adonis, werd ze door Hera, de vrouw van oppergod Zeus, gestraft met een misvormd kind. Dat kind, Priapos, was een dwerg met een monsterlijk groot geslachtsdeel. Hij werd door zijn moeder verstoten en opgevoed door herders. Uit dankbaarheid werd hij de beschermgod van hun kudden. Bij de Romeinen werd Priapos als zoon van Venus en Bacchus vereerd als beschermgod van de vruchtbaarheid van de kudden en zorgde hij voor een overvloedige wijnoogst. Voor de Romeinse tuiniers was hij de bewaker van de tuinen en zorgde hij voor een goede oogst. Later evolueerde hij tot de god van de vruchtbaarheid. Boeren maakten beeldjes van Priapos die vaak niet veel meer voorstelden dan een zuil in de vorm van een fallus. Soms werden die beeldjes of alleen de eikel van de fallus met rode verf bestreken om ze te gebruiken als vogelverschrikker. Die rood bemutste fallussen zouden uiteindelijk geëvolueerd zijn tot de huidige tuinkabouters.

2. Mijnwerker. Volgens een tweede theorie werden dwergen in de vroege Middeleeuwen tewerkgesteld als mijnwerkers in de tufsteenmijnen van Cappadocië . De mijngangen waren soms zo nauw dat alleen dwergen zich erin konden bewegen. Om gemakkelijker te kunnen worden teruggevonden als een mijngang instortte, kleedden ze zich in felgekleurde jassen. In plaats van een helm droegen ze een puntmuts gevuld met stro. Men schreef hen allerlei magische krachten toe, ze zouden in contact staan met het binnenste van de aarde. Zo gingen de mijnwerkers/dwergen deel uitmaken van de mythische wereld van trollen, elfen en geesten uit de oude sprookjes en sagen. Om deze wezens te bezweren, werden levensgrote afbeeldingen vervaardigd. Aanvankelijk werden die bij de ingang van de mijnen geplaatst, maar vrij snel vonden zij hun weg naar de barokke parken van Italiaanse en Duitse prinsen en bisschoppen. Ook de dwergen van Sneeuwwitje zijn duidelijk op deze mijnwerkers/dwergen geïnspireerd.

3. Hofnar. In de 17de en 18de eeuw waren dwergen als hofnar actief aan de koninklijke en prinselijke hoven. Ze luisterden er de lange avonden op met hun grappen en grollen. Om politieke tegenstrevers belachelijk te maken zou er al snel een mode zijn ontstaan om karikaturale beeldjes van dwergen met herkenbare gelaatstrekken te maken die dan in de tuin werden gezet. Ze leken nog helemaal niet op onze tuinkabouters, maar het waren al wel tuinbeelden van dwergen.

Dit soort 'spotprenten' werd enorm populair bij de gegoede burgerij in het 19de eeuwse Duitsland. Bolbuikige aardmannetjes symboliseerden hun kritiek op de expansiepolitiek van Bismarck met zijn niet verzadigbare eetlust. Beeldjes zonder baard maar met bakkebaarden en jakobijnenmuts maakten de verliezen in de Frans-Duitse oorlog belachelijk. Dit soort dwergen werden een massaproduct dat al spoedig, in minder politieke houdingen, werd uitgevoerd naar onder meer Nederland en Engeland.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234