Zondag 19/05/2019

Tussenstand: Een commissieloon voor het parlement

Walter Pauli maakt de politieke tussenstand van de week op.

Met de Fortiscommissie, zo bleek de voorbije week, vond de Kamer van Volksvertegenwoordigers opnieuw enig elan. De controle van de wetgevende op de uitvoerende (en in dit geval zelfs de rechterlijke) macht wordt almaar moeilijker, almaar meer uitgehold, en het gezag van parlementsleden tegenover de partijhoofdkwartieren en regeringen is nog altijd aan erosie onderhevig.

Behalve, heel paradoxaal, als het er echt op aankomt. Behalve bij de grote crisismomenten in het land. Dan lijkt het parlement zijn zuurverdiende democratische 'commissieloon' verdiend te hebben: door zich op te werpen als motor van het politieke gebeuren, als instelling waarvoor ministers en zelfs de hoogste rechters moet buigen, of tenminste neigen. Dat was al van de Dutrouxcommissie geleden. Zo is nogmaals bewezen dat in deze moderne media- en communicatietijden een parlementaire onderzoekscommissie meer troeven heeft om zich te manifesteren dan een plenaire vergadering, hoe zwaar de dossiers ook wegen, hoe bevlogen de ingeschreven sprekers ook zijn.

Dat is niet helemaal nieuw. Zeker tijdens de regeringen-Dehaene I (1992-1995) en II (1995-1999) en -Verhofstadt I (1999-2003) waren er nogal wat onderzoekscommissies. Sommigen waren een maat voor niets (de weinig glorieuze sektecommissie), of hoogstens een half gemiste kans (de tweede Bendecommissie), andere waren interessant maar bleken politiek onschadelijk (de Dioxinecommissie, de Lumumbacommissie, de Sabenacommissie vooral), en af en toe was er eentje de bestaande hiërarchie en/of vigerende structuren uitdaagde en in vraag stelde: de Dutrouxcommissie, zelfs die voor Mensenhandel.

Opnieuw werd duidelijk dat een onderzoekscommissie een goed instrument is om vernis af te krabben. De waarheid blinkt minder dan het lijkt. Destijds zal commissievoorzitter Marc Verwilghen wel fouten begaan hebben, maar de ondervragingen in zijn commissie legden de niet-communicatie, zelfs de blatante naijver tussen de politiediensten, het gerecht en de rijkswacht bloot.

Binnenweg
En deze Fortiscommissie spit stilaan boven dat, na vijftien jaar Nieuwe Politieke Cultuur, de oude manieren taai zijn gebleven. Het beruchte en in zoveel commissies terugkerend woordje 'normvervaging' is ook hier instrumenteel. Net zoals bij vroegere commissies die zich bogen over politiediensten, de controle op prostituees of over de milieu- en voedeselwareninspecties, blijkt nu ook dat bij hoogste magistraten en op de belangrijkste politieke kabinetten de overtuiging leefde dat de snelste weg weliswaar niet recht was, maar binnendoor liep en dus vlugger tot resultaat leidde. Ministers, kabinetschefs, een zakenadvocaat in dienst van de overheid, rechters of hun familieleden, zelfs kabinetsmedewerkers met niet al te veel anciënniteit, ze meenden dat het 'ergens wel kon' om eens te bellen, te polsen of te dreigen.

Ook het nut van deze Fortiscommissie is dat men de burger weer een illusie afnam, en een wetenschap rijker maakte: dat er over de noodzaak van een strikte of terughoudende invulling van 'de scheiding der machten' een scheiding in de geesten bestond bij de elite van dit land.

Een onderzoekscommissie die tot dit algemene inzicht komt is één zaak, een commissie die bovendien harde politieke conclusies kan trekken nog een andere. Ook nu is het niet zeker of er politieke consequenties getrokken zullen worden. Er waren in het verleden ook al onderzoekscommissies die (ex-)ministers lieten opdraven, zoals de Dioxinecommissie en de Sabenacommissie. Maar wellicht was er nooit één commissie met zoveel gevaar voor de zetelende regering als deze. Veel Belgen verloren geld aan het Fortisdebacle en geven daarvoor ook de regering-Leterme de schuld. Die publieke druk is er onmiskenbaar.

En dan is er de interne dynamiek in de Wetstraat. Stel dat de Fortiscommissie tijdens haar ondervragingen bijkomende smurrie zou opbaggeren over het kabinet-Leterme of -Vandeurzen, dan dreigt averij voor CD&V, en dat zo kort voor de Vlaamse verkiezingen. Of stel dat de Fortiscommissie Didier Reynders echt in de tang zou kunnen nemen. Dan zou de MR haar voorzitter kwijt zijn, verliest het cruciale departement Financiën zijn minister en deze regering haar vicepremier. Dan ligt natuurlijk het kabinet-Van Rompuy. De Vlaamse liberalen zouden dit niet eens zo erg vinden, maar weten dat ze dit pad nu (nog) niet kunnen volgen.

En dus is deze potentieel zo waardevolle onderzoekscommissie, met een zo mooi afgebakend werkterrein (vergelijk het maar eens met een Rwandacommissie en haar schier eindeloze uitlopers) ook tandeloos. De PS kijkt naar de sp.a en Ecolo om Reynders aan te vallen, en naar CD&V. Maar zolang Leterme niet in nauwe schoentjes komt, laten die ook Reynders met rust, bij wijze van herenakkoord.

En dus is er een bijzonder strakke timing, is er bijzonder goed afgesproken wie wel en vooral wie niet moet komen getuigen, komen de verzamelde Open Vld'ers minder vaak tussen dan CD&V-fractieleider Servais Verherstraeten in zijn eentje. Terwijl de getuigenissen tussen kabinetschefs D'Hondt (Leterme) en Henin (Reynders) volstrekt tegenstrijdig zijn. Dat kan dus alleen opgelost worden door een pijnlijke confrontatie (Herinner u: 'Een van uw beiden liegt'), of, zoals Johan Vande Lanotte al suggereerde, door het opvragen van alle gsm- en telefoongesprekken uit die cruciale dagen. Dan weet de commissie tenminste wie wanneer gebeld heeft. En wie niet.

Dan speelt de commissie haar rol ten volle: als haar voorzitter Bart Tommelein bewijst dat hij eindelijk een eigen rol kan en durft spelen; als hij zijn commissie uit de schaduw laat treden van de ex-woordvoerder die hij nog altijd is, met een Pavlovreflex om het baasje ter wille te zijn. Een goed voorzitter moet zijn commissie niet per se opjutten tegen de regering, dat vraagt niemand. Een voorzitter moet zijn commissie wel zijn rol laten spelen. In de laatste rechte lijn naar zijn eerste lijsttrekkerschap, straks bij de Vlaamse verkiezingen, kan de commissievoorzitter bewijzen uit welk hout hij gesneden is - of juist niet.


Vandaag in De Gedachte in De Morgen ook nog:

'Langer wachten is onverantwoord': KAREL VINCK, voorzitter van de raad van bestuur van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM), roept op tot een snelle beslissing in het Oosterweeldossier.

'Hoe Michelle Obama het toverstokje van Lady Di heeft opgeraapt': NAOMI WOLF, politiek activiste en maatschappijcritica, heeft de nieuwe 'first lady van het volk' gezien.

'De chimpansee, een wild dier': CHARLES SIEBERT, medewerker van The Times Magazine, schetst de menselijke incompetentie om dieren te zien in hun referentiekader, dat verschilt van het onze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.