Vrijdag 27/05/2022

Tussenin

Vandaag: Natacha De Rudder (21), studente aan de HUB

Ik was elf jaar toen ik voor het eerst een meisje kuste. Ze was van Marokkaanse origine.

Ongeacht wat ik verder ga vertellen, je zult nu al een oordeel gevormd hebben over mij zowel als over het andere meisje. We vereenvoudigen de zaken graag, we klasseren ze in vakjes, we zoeken een begrijpelijke uitleg en laten het achter ons. Het is zozeer onze gewoonte geworden om alles zwart-wit te zien, dat we er niet meer bij stil staan dat de realiteit veel complexer is dan we zelf zouden willen.

Het is pas vrij laat dat ik mezelf identificeerde als zijnde bi. Het is vooral die 'labeling' waar ik het erg moeilijk mee had. De maatschappij verwacht dat alles perfect in een hokje past. Iets tussenin, dat bestaat niet. Maar probeer maar eens om als dertienjarige uit te zoeken in welk vakje je thuishoort, terwijl je zelf niet eens weet wat het is dat je voelt.

In de lagere school was ik altijd zeer geïntrigeerd door mijn beste vriendinnen. En die fascinatie groeide alleen maar toen ik in het middelbaar terecht kwam. De meeste meisjes hadden ondertussen al een vriendje, maar mij interesseerde dat totaal niet. Het voelde vooral heel erg onnatuurlijk aan. Dat gevoel was zo verwarrend omdat ik me tegelijkertijd steeds meer aangetrokken voelde tot meisjes. Maar het laatste dat ik als dertienjarige wilde zijn was lesbisch. Ik wilde gewoon normaal zijn en thuishoren bij de rest.

In ons college was er maar een openlijk lesbisch koppel. Dat was dan ook hét lesbische koppel, niemand kende verder hun naam. Ik had toen ergens gelezen dat er zoiets als een 'gaydar' bestaat, de mogelijkheid van holebi's om aan te voelen of iemand anders ook holebi is. Ik herinner me nog dat ik altijd oogcontact met hen vermeed, hopend dat ze zo niet zouden merken dat ik stiekem een van hen was.

De erkenning dat ik op meisjes val begon pas echt toen ik een jaar of vijftien was. Mijn moeder kwam mijn kamer binnen om me iets te zeggen en nadien bleef ze even staan en keek rond zich heen. Vervolgens zei ze heel nonchalant: "Ge kunt misschien ook eens posters van jongens aan uw muren hangen." Het was pas jaren later dat ik aan mij moeder vertelde dat ik bi ben.

Ondertussen sta ik wat verder. Al sinds een jaar ben ik vrijwilliger bij de holebi-vereniging Basta en het Hiv-Café, allebei in Brussel. Ik zorg ervoor dat de mensen zich op hun gemak voelen bij ons en dat ze hun verhaal kunnen vertellen. Het heeft me heel veel geleerd, op verscheidene vlakken. Ik ben me vooral bewust geworden van mijn eigen referentiekader. De manier waarop je een eerste oordeel vormt gebaseerd op eigen ervaringen uit het verleden, normen en waarden, etc... De bewustwording kwam omdat het exact dat referentiekader is dat ik aan de kant moet kunnen schuiven wanneer ik iemand anders wil helpen.

Als iemand me vertelt dat hij spijt heeft dat hij vorige week zijn vriend heeft bedrogen, of als iemand die hiv-positief is, me zegt dat zij wil stoppen met haar medicatie, zijn zij niet geholpen met mijn afkeuring of als ik mijn eigen normen en waarden ga opleggen. Wat ik wel kan doen is vragen naar hun redenen om zo de context beter te begrijpen. Die empathie heb ik van mijn vrijwilligerswerk geleerd en ik mis die empathie binnen onze maatschappij.

Je zou gewoon eens bewust moeten luisteren naar de gesprekken die we voeren, dan zou je merken hoezeer we telkens onze eigen normen en waarden opleggen, denkend dat we hiermee de andere persoon verder helpen. Ik geloof niet in één waarheid, ieder heeft zijn waarheid. Dat ik homoseksualiteit normaal vind is een erg belangrijke waarde voor mij, maar het is de mijne. Die van u kan hierover verschillen en ik respecteer dat ook.

Indien ik u dus zeg dat ik holebi ben, verwacht ik eigenlijk helemaal niet dat je dit sociaal aanvaardbaar vindt. Het is mooi meegenomen natuurlijk en ik zou me minder gekwetst of persoonlijk aangevallen voelen als die aanvaarding er is, maar het enige wat ik echt verwacht is dat je me gelijkwaardig behandelt.

Het strijden voor holebi-rechten betekent voor mij niet dat wij onze normen opleggen, maar wel dat we dezelfde rechten hebben en krijgen als elke andere burger.

We leven vandaag in een samenleving met verscheidenheid. Maar we hebben nooit echt geleerd hoe we hiermee moeten omgaan. Tijdens de wiskundeles leren we wel de oppervlakte berekenen van het stukje grond dat het pas getrouwd koppel Sofie en Steven hebben gekocht, maar nooit die van het stukje grond van Elke en Zahra. Wij hebben allemaal onze eigen verhalen, onze waarheden, onze eigen normen en waarden. Laten we die niet reduceren tot een makkelijk plaatsbaar cliché. De uitdaging is om de complexere realiteit te zien en om een gemeenschappelijk verhaal mogelijk te maken.

Het regent negatieve berichten over de Brusselse jeugd. Alsof in Brussel maar één soort jongere bestaat. De Morgen en politiek filosoof Bleri Lleshi lanceren daarom 'Brieven uit Brussel'. Elke donderdag, tien weken lang, laten we Brusselse jongeren aan het woord.

Ben je tussen 16 en 26 jaar en woon/werk/studeer je in Brussel? Mail je brief dan naar ovbrussels@gmail.com. Wie weet wordt hij gepubliceerd in De Morgen, of op de blog van Bleri Lleshi. (www.blerilleshi.wordpress.com)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234