Donderdag 06/08/2020

Tussen wijn en weemoed

In 2001 was Porto de culturele hoofdstad. Maar zoals ze er nu bijligt, één grote bouwwerf, zou je denken dat het cultuurjaar nog moet beginnen. Met name een hypermoderne cité de la musique, ontworpen door Rem Koolhaas, staat in de steigers. Wat wél afraakte en schitterend mooi is: het museum voor hedendaagse kunst in het park Serralves.

Kloink kloink kloink. Ik word gewekt door het geluid van stampende machines op de kade onder mijn raam. Het verstoort enigszins het idyllische beeld: want al klinkt Carlton Hotel als een internationaal torengebouw, het bleek bij aankomst ondergebracht in verschillende rijhuizen langs de Douro. Uitzicht op de brug van Eiffel, als ik op mijn smal terrasje ga staan, kan ik zwaaien naar de buren, die met hun verfomfaaide kat en de was aan de lijn naar de werkzaamheden zitten te kijken. Aan de overkant ligt Vila Nova de Gaia, waar alle grote porthuizen hun kelders en hoofdzetel hebben. Wij bevinden ons in Ribeira, de oude kern van de stad. Hier, aan de rivier, is alles begonnen.

Langs steile straten met klinkers en kasseien wandel ik in de vroege ochtendzon naar boven. Vijftien jaar geleden kwam ik voor het eerst in Porto (en in Portugal). Het was een schok voor me, alsof ik terugstapte in mijn kindertijd: op oude Zundapp-motocycletten reden mannetjes met ouderwetse valhelmen met oorflappen; oversteken deed je niet op een zebrapad maar tussen metalen spijkers; in het postkantoor moest je de zegels met behulp van kwast en lijmpot op je prentkaartjes plakken.

Ik ben benieuwd of de stad erg veranderd zal zijn. Bij het binnenrijden gisteren had ik al heel wat veranderingen gemerkt: een wandelpromenade langs het water, hoge, nieuwe gebouwen in de verte, een moderne brug over de rivier. Maar hier, in Ribeira, heeft de stad nog steeds een ouderwets uitzicht. Om te beginnen is er de bij ons volledig verdwenen mengeling van winkels en winkeltjes. Heiligenbeelden en plantenzaden, ijzerwinkels met een oneindig assortiment wieltjes of rubberen buizen liggen broederlijk naast zaken van sanitair, pasteibakkers en drogisterijen, winkels die tot het plafond staan opgetast met bestofte flessen port uit onmogelijke jaren, groentewinkeltjes, kleding- en meubelstoffen, fournituren, grasmaaiers. Als je bij ons wat wil knutselen, ben je aangewezen op Brico of Gamma, hier heb je keuze zat uit de tientallen zaken met gespecialiseerde heren achter de toonbank. Die heren staan overigens ook - deftig in het pak - in de stoffenwinkels achter de toonbank waar ze de maatstok of de lintmeter met autoriteit hanteren. Ik kruis een vrouw die met wiegende heupen haar boodschappen in een mand op het hoofd draagt. Aan de overkant loopt een visvrouw met luide, schorre stem sardienen te venten. Wel in een doos van wit piepschuim, niet meer in een tenen mand. Ik loop even het Sao Bento-station binnen, beroemd voor zijn metershoge taferelen in blauwe azulejos. Tgv's vertrekken hier niet, wel morsige tuftreintjes naar Viana de Castelo, of naar Ponte de Lima, het noorden. De blauwgeschilderde tegels aan gebouwen zijn vrij recent, allemaal van de twintigste eeuw. Oorspronkelijk bakte men enkel tegels voor binnenwerk. Het is pas in de jaren dertig dat de Portugezen het procédé ontdekten om ze weerbestendig te maken en ze van toen af ook aan buitenmuren gingen gebruiken.

Langs alweer een bouwput vol bedrijvigheid bereik ik de voormalige gevangenis. Het is een streng gebouw met zulke hoge deuren dat je je onmiddellijk Klein Duimpje voelt. Onlangs is het volledig gerenoveerd en het herbergt nu het fotografiemuseum. Het is de trots van mevrouw Siza, de zus van Portugals beroemdste architect Alvaro Siza Vieira, de man die onder andere het museu Serralves heeft ontworpen. De foto's die in de voormalige cellen hangen, hebben vooral documentaire waarde, je ziet hoe het leven in Portugal en de koloniën er de afgelopen honderd jaar uitzag. Op de hoogste verdieping is een indrukwekkende verzameling fototoestellen bijeengebracht. Tijdens de rondleiding vertelt mevrouw Siza hoe de armste gevangenen hier vroeger beneden leefden in één grote ruimte, op water en brood, en hoe, naarmate we hoger klimmen de cellen luxueuzer werden, tot de hoogste verdieping, waar de gevangenen zelfs vrij in en uit mochten. Als ze maar geld hadden.

Dan loop ik toch liever rond op de overdekte markt Bolhão aan Batalha. Wat een feest van groenten, fruit en vissen! Twee verdiepingen in het vierkant sluiten de winkeltjes aan elkaar aan. Kersen en meloenen, mispels en abrikozen, bosjes verse koriander, kazen, halve geiten, veertig soorten bonen, pijnboompitten, noten en gedroogde vruchten. Hier en daar een boerin in zwarte schort die enkel een mandje eieren en enkele bollen knoflook heeft meegebracht. En verderop de geile tentakels van grote inktvissen. Ik koop een kilo dikke kersen (voor 1 euro!) en vervolg mijn wandeling.

Wil je naar een ander stadsgedeelte, dan stap je op een bus of tram. Ze zijn oud, maar rijden heel frequent, lang wachten moet je nooit. Boavista heet het nieuwe stadsgedeelte en de Avenida de Boavista is een kilometerslange laan, waar, zodra de rotonde met parkje voorbij, links de shoppingkathedralen en rechts de duurdere ketenhotels oprijzen. De winkels hebben helaas niet veel verrassends te bieden: de globalisering heeft hier helemaal toegeslagen, je wandelt van Zara langs Max Mara naar Morgan. Aan het eind ligt de zee, maar ik daal links af naar het park Serralves.

Tegenslag: in het museum voor hedendaagse kunst is er net een wisseling van tentoonstellingen, en dus niets te zien. Maar directeur João Fernandes wil wel even in de zalen laten kijken. Komt het doordat er nauwelijks kunst hangt? In ieder geval wordt mijn blik telkens gezogen naar de grote ramen die uitgeven op de groener-dan-groene tuin. Het lijken gigantische schilderijen aan een witte muur. In de tuin wandelen we langs bomen die buigen onder een massa roze camelia's, verderop bloeien de azalea's. Wat heerlijk moet het geweest zijn om hier te leven, in het roze art-decohuis waar je nu - als je er niet zoals ik op maandag, dus sluitingsdag, verzeilt - thee kunt drinken in Britse stijl.

Terug aan de Rotunda de Boavista hou ik even halt aan de werken waar straks de Casa da Música van Rem Koolhaas moet verrijzen. De drie ondergrondse verdiepingen zijn af, en dat is het belangrijkste, vertelde gisteravond directeur Pedro Burmester, een jonge pianovirtuoos met gel in zijn haar. Op het laagste niveau liggen gekoelde opslagplaatsen voor instrumenten, daarboven enkele kleine repetitiestudio's en net onder de oppervlakte een grote opnamestudio en een documentatiecentrum. Maar in afwachting dat het ambitieuze gebouw af geraakt, lopen allerhande muzikale projecten al op andere locaties.

Maar Porto is natuurlijk in de eerste plaats de stad van de portwijn. De porthuizen van Vila Nova laten we deze keer voor wat ze zijn en we trekken naar het vroegere stadium van de wijn: landinwaarts, naar de vallei van de Douro. Onze eerste halte is Pinhão, met zijn prachtige stationnetje waarop taferelen van de wijnoogst in blauwe tegels zijn uitgebeeld. De mussen vallen van hun stok van de hitte, er is geen levende ziel te bekennen. We steken de sporen over en lopen recht binnen in het onlangs verbouwde en luxueuze Vintage House. De hotelgasten zoeken de schaduw van de aangename tuin op, wij worden ontvangen in de geklimatiseerde zaal waar de mooiste portwijnen liggen opgeslagen. Hier huist de Wine Academy. Er worden korte en lange cursussen gegeven, aan leken en aan gevorderden, hotelgasten kunnen er een proeverij krijgen, of hun aankopen doen. Zeldzame oude ports, sommige zijn elders niet meer te vinden, rusten hier in speciale houten kasten, op koperen plaatjes staan de jaartallen vermeld.

We hadden gerust nog wat langer in de weldadige koelte van deze zaal willen rondneuzen, maar we worden verwacht op de Quinta de Panascal, 80 kilometer stroomopwaarts van Porto. Waar je ook maar kijkt, links en rechts van de rivier zijn de hellingen overdekt met grafisch gelijnde wijngaarden. Het moet een helse job geweest zijn om destijds die stenen terrassen uit te graven en aan te leggen, toen alles nog met de hand gebeurde. Bovendien is de bodem steenachtig en is er maar een dunne bovenlaag van aarde. De stenen muurtjes moesten het afglijden van de grond tegengaan. Pas zo'n 20 jaar geleden ging men met bulldozers de bergen te lijf en werden bredere terrassen zonder muren aangelegd. De oogst gebeurt nog grotendeels met de hand, hoewel op sommige plekken ook al machinaal wordt geplukt.

Ik voel het zweet in straaltjes van mijn rug lopen. "Neuf mois d'hiver, trois mois d'enfer", zo omschrijft men het barre klimaat hier in de vallei. In de zomer kan het tot 50 graden in de zon worden, en in september kan er al sneeuw vallen. Vandaar: negen maanden winter, drie maanden hel. Wij zijn er in de helletijd en ik waag me op het middaguur niet mee tussen de wijnstokken. In plaats daarvan verschans ik me in de koele adega waar na de oogst de druiven nog met de voeten worden geplet, en luister met een walkman naar de leerrijke, in keurig Nederlands gesproken gids van de Quinta. Proeven doe ik met grote voorzichtigheid, het is middag en straks moeten we weer de zon in. Jammer, maar er zullen nog wel kansen komen.

Een boottocht op de Douro brengt verfrissing. Peso da Regua is de plaats waar de meeste toeristen inschepen. Dit is het administratieve centrum van de portwijn, met het Instituto do Vinho do Porto, maar voor de rest een oninteressant stadje. Toch loopt het hier soms storm en komen jongeren vanuit Lissabon afgezakt, voor de zomerse rave-parties aan het openluchtzwembad, vertelt Catarina Placido, onze gids. Gauw loopt het dek vol met Portugezen voor een dagje uit, Amerikanen en Scandinaven, en de witte plezierboot vertrekt. Gelukkig hebben wij er een zonder discomuziek.

De beste manier om de impressionante en wisselende landschappen van de Douro te bekijken, is vanuit de trein of van op een boot. Beschouw dat niet als een manier om snel en recht van A naar B te gaan, maar geniet van de langzame trip en het uitzicht.

Wij verlaten de stroom om enkele historische plaatjes te bezoeken. Lamego is een bekoorlijk bisschopsstadje, beroemd vanwege de bedevaartskerk Igreja Nossa Senhora dos Remédios met zijn Escadaria, een eindeloos lijkende zigzagtrap van 686 treden. Wie boete wil doen begint onderaan, wie zich geen zondaar voelt, laat zich naar boven rijden en daalt de fraaie trappen af die leiden langs kapelletjes, fonteinen en beelden, naar de Avenida de Sousa, waar op zondag jong en oud komt wandelen, paraderen, spelen of uitblazen op de bankjes.

Guimarães kreeg de bijnaam Berço da Nacionalidade, wieg van de natie, en het historische centrum met zijn aardige pleintjes en gezellige huizen verplaatst je meteen een paar eeuwen terug in de tijd.

Een bijzondere herinnering bewaar ik aan Amarante, een stadje in het centrum van het vinho verde-gebied, en daar zijn twee redenen voor. Vooreerst heb ik er vorstelijk geslapen in de Casa de Calçada, een groot okergeel, onlangs ingericht hotel met een zwembad op de hoogste verdieping, tegen de flank, en smaakvolle kamers. Het geeft uit op de rio Tâmega en kijkt uit op de kloosterkerk Igreja São Gonçalo. En het is deze heilige die de tweede reden is om Amarante bijzonder te vinden. Gonçalo was namelijk, zo vertelt Catarina, "een vriend van de vrouwen". De 13de-eeuwse kluizenaar nam de verdediging op van de prostituees en huwde zwanger geraakte meisjes zo vlug mogelijk, om hen de schande te besparen. Gonçalo werd patroonheilige van het huwelijk en vrouwen die een man zoeken of een kind willen krijgen, komen hem vereren.

Tijdens de Romaria de São Gonçalo, in juni, worden in het stadje ter zijner ere koeken gebakken in de vorm van een penis. De onverbloemde aanbidding van de man heeft ook gemaakt dat zijn beeld moest worden verwijderd uit de kerk, en op een sokkel in de sacristie geplaatst. Men geloofde namelijk dat het beeld van de heilige aanraken met een stuk ontbloot lichaam de kans op een man zou verhogen. Omdat het beeld ook letterlijk door oudere, alleenstaande vrouwen werd bereden, kwam er sleet op en werd het dus veilig opgeborgen. In de kerk ligt nu een recenter stenen beeld van Gonçalo, maar ook daaraan is te zien dat het al vele jaren veelvuldig bepoteld wordt.

Foguetes, of gebakken fallussen hebben we niet gezien, daarvoor waren we er niet op het goede moment, maar Amarante heeft wel een specialiteit gemaakt van ander zoet gebak. Op een terrasje aan de rivier proeven we een assortiment, allemaal om ter zoetst, met poëtische namen. We onthouden de gele popos de ango, engelenbuikjes. Overigens bestaan er verschillende theorieën waarom de Portugezen hier zoveel gebak met eigeel produceren. Eén uitleg is dat het eiwit werd gebruikt bij het filteren van de wijn, en dat er dus iets moest gedaan worden met de resterende dooiers. Anderen zeggen dat het eiwit werd gebruikt als stijfsel voor de kragen en kappen van de traditionele kostuums.

Ons bezoek aan de vallei wordt afgerond op het prachtige domein van Quinta de Aveleda. Hier wordt de beroemde vinho verde Casal Garcia gemaakt, en het 18de-eeuwse huis met prachtig park behoort toe aan een tak van de familie Guedes. (Een andere tak van dezelfde familie stichtte destijds de Quinta waar de Mateus Rosé vandaan komt, en die zo mogelijk nog bekender is.) Behalve de wijdverspreide vinho verde wordt er op de Quinta de Aveleda ook gewerkt aan een breder assortiment witte en rode wijnen. Onlangs werd op de grote Italiaanse beurs Vinexpo nog de rode Aveleda Estremadura gelanceerd. Die hebben we geproefd in het koele lokaal met uitzicht op de wijngaarden, vergezeld van een stuk romige kaas die ook op de Quinta wordt gemaakt. Hier gaan per jaar 12,5 miljoen flessen de deur uit, vooral witte vinho verde, hoewel er vroeger meer rode vinho verde werd geproduceerd, die traditioneel werd gedronken bij geroosterde geit. In een impressionante bodega liggen de vaten aguardente opgeslagen (je wordt er dronken van de lucht) en midden in deze donkere ruimte, als een schrijn, de originele wodkafles van de tsaar die als voorbeeld heeft gediend voor de huidige fles van Aveleda. Maar het hoogtepunt van dit bezoek is een wandeling door de immense, in de 18de eeuw aangelegde tuin - zeg maar park - waar witte pauwen ronddrentelen en achter elk hoekje weer een nieuw prieel ligt, een met eendenkroos bedekte vijver, een mossig beeld of een romantisch theehuis. Ik heb zo'n vermoeden dat de trois mois d'enfer zich hier iets minder laten gevoelen.

Info: Portugese dienst voor toerisme, ICEP, 02/230.52.50, icep.bruxelas@icep.pt, www.portugalinsite.pt Erheen: Portugalia Airlines vliegt dagelijks op Porto., 02/753.24.43, bru.tkt@pga.pt, www.pga.pt Wijn en cultuur: deze korte Porto- en Douro-trip is onderdeel van een wijn- en cultuurreis van Divantoura. Deze Gentse reisorganisator legt zich toe op themareizen (wijn, muziek, natuur, dans, cultuur) in kleine groepen met begeleiding. Gratis brochure bij Divantoura, 09/223.00.69, info@divantoura.com, www.divantoura.com

'Neuf mois d'hiver, trois mois d'enfer', zo omschrijven de bewoners het barre klimaat in de vallei van de Douro Doordat te veel alleenstaande vrouwen het beeld van São Gonçalo kwamen bepotelen, werd het verwijderd uit de kerk, en op een sokkel in de sacristie geplaatst

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234